De Deense gemeenteraadsverkiezingen zijn een tegenvaller geworden voor de sociaaldemocratische premier Mette Frederiksen. Haar partij, SDP, verloor nationaal 5 percent van de stemmen en de burgemeesterspost in Kopenhagen. Dat verlies gaat deels naar de Socialistische Volkspartij (SF) die de burgemeester van de hoofdstad levert.
Het is de eerste keer in bijna een eeuw dat Kopenhagen bij verkiezingen geen sociaaldemocratische burgemeester haalt. De SF haalt er 18 % tegen 12,7 voor de SPD die een persoonlijke vriendin van de premier als kandidaat-burgemeester voordroeg. In Kopenhagen is nummer één wel de lijst van Rood-Groen, 22 %. Vooral in Kopenhagen was het ongenoegen over haar beperkend migratiebeleid groot.
Mette Frederiksen staat in Europa “model” voor een centrumlinks bestuur dat inzake migratie zware beperkingen oplegt. Ze inspireerde onder meer het nieuwe migratiebeleid van het Verenigd Koninkrijk en wordt vaak als voorbeeld gesteld van “pragmatische sociaaldemocratie”. Haar coalitie bestaat uit de sociaaldemocraten, de ‘Gematigden’ en het liberale ‘Venstre’.
De Sociaaldemocraten halen nog 23,2 % van de stemmen, een verlies van 5,2 % waarvan een groot deel naar de linksere Socialistische Volkspartij gaat. Die haalt nationaal 11 %, winst 3,4%. De radicale Rood-Groene Alliantie blijft op 7 %.
De coalitiegenoot van Frederiksen, Venstre, verliest ook, van 21 naar 18 %. Winst gaat naar nieuwere partijen, de Liberale Alliantie 5, % (plus 4); de radicaal rechtse Deense Democraten komen uit het niets op 4,7%. De oude extreemrechtse Deense Volkspartij wint ook, 6% (plus 1,8%). Voor die partijen is het strenge migratiebeleid nog niet streng genoeg.
Deze lokale verkiezingen zijn een peiling op ware grootte voor de parlementsverkiezingen die binnen minder dan een jaar worden gehouden. Naast migratie zijn ook de levensduurte en het rurale ongenoegen over milieubeleid belangrijke thema’s voor de komende campagne.
