Verkiezingen tonen grote barsten in stabiliteit Duitsland

Op 18 september kozen de Duitse kiezers een nieuwe Bondsdag. Twee vaststellingen springen in het oog. Ten eerste heeft het neoliberalisme andermaal een stembusslag verloren: daarmee wordt de Europese trend na het Franse en Nederlandse “neen” tegen de Europese grondwet verder gezet. Ten tweede neemt de polarisatie in de samenleving toe: zowel rechts (FDP) als links (Die Linkspartei) van het partijpolitieke spectrum wordt er gewonnen. Het centrum, bezet door de twee grote volkspartijen CDU/CSU en SPD, verzwakt.

Na een nipte verkiezingsoverwinning in 2002 zette de roodgroene coalitie van Schröder en Fischer onverdroten haar “moderniseringspolitiek” verder: bezuinigingen in de gezondheidszorg, de pensioenen… Vooral de maatregelen in de werkloosheid botsten op weerstand: het pakket maatregelen Harz IV verwijst langdurig werklozen naar de armenzorg, terwijl het land 5 miljoen werklozen telt, een na-oorlogs record(1).

De gevolgen lieten niet op zich wachten: de coalitie, en vooral de sociaal-democratische SPD van kanselier Schröder, verloor zienderogen aanhang. Een vervanging van Schröder als SPD-voorzitter door Franz Müntefering, die meer oogt als een klassieke sociaal-democraat, mocht niet baten. In maart 2004 gelooft nog maar 19% van de SPD-aanhang dat de SPD inhoudelijk achter de politiek van haar kanselier staat… Verkiezing na verkiezing wordt verloren: de Europese verkiezingen in juni 2004, de opeenvolgende deelstaatverkiezingen in Saarland, Thüringen, Saksen, Brandenburg, Schleswig-Holstein, en uiteindelijk de grote klap in Noord-Rijnland-Westfalen. Daar verloren bovendien ook de Groenen. De SPD haalde er haar slechtste uitslag sinds 1954. Na vier decennia neemt de christen-democratische CDU de macht over in dit sociaal-democratisch bastion. Zo bestond voor het eerst sinds Wereldoorlog II de Duitse bondsregering uit een coalitie die in geen enkele deelstaat aan de macht was…

Het bleef niet bij verkiezingsnederlagen. Vorige zomer kwamen vooral in de “neue länder” (de “nieuwe deelstaten”, de voormalige DDR) de maandagbetogingen op gang tegen Harz IV. Tot 100.000 mensen in meer dan 140 steden namen er aan deel.

Tegen die achtergrond werd het voor kanselier Schröder steeds moeilijker. De democratische legitimiteit voor zijn beleid was ver te zoeken. De Genosse der Bosse zoals Schröder in de eigen partij smalend wordt genoemd verkoos dus de verkiezingen naar voor te schuiven. Hij hoopte niet alleen de CDU te verrassen, maar vooral ook de steeds roeriger linkerzijde de pas af te snijden. Het is bekend dat de sociaal-democratische linkerzijde steeds bereid is haar verzet tegen het neoliberalisme te staken in naam van “het minste kwaad”. Dat was echter zonder Oskar Lafontaine gerekend.

Nieuwe Linkspartei

In het naoorlogse Duitsland is het nooit gelukt links van de sociaal-democratie een geloofwaardige politieke kracht op te bouwen. De PDS, de erfgenaam van de eenheidspartij SED uit het voormalige Oost-Duitsland, kwam in het westelijk deel van Duitsland niet van de grond. Zo zakte zij bij de laatste verkiezingen onder de drempel van 5%, en hield slechts twee rechtstreeks verkozenen over(2). Onder druk van het neoliberaal regeringsbeleid van Schröder ontstonden in het Westen echter nieuwe initiatieven om op electoraal vlak weerwerk te bieden. Deze kregen betekenisvolle steun in kringen van syndicale middenkaders. Twee van die initiatieven fuseerden om het licht te geven aan de WASG(3).

De deelstaatverkiezingen in Noord-Rijnland-Westfalen op 22 mei 2005 waren verhelderend. De WASG won er 50.000 kiezers ten koste van de SPD. Zij won ook 60.000 kiezers die zich tot dan toe onthouden hadden. Met nog 40.000 ex-kiezers van de andere partijen (CDU, FDP, Groenen, radicaal links,…) haalde de WASG zo 2,2% : niet geweldig, maar toch betekenisvol, en een stuk meer dan de PDS. De avond van deze verloren deelstaatverkiezingen kondigde kanselier Schröder nationale verkiezingen aan. De dinsdag daarop verklaarde Oskar Lafontaine in de Bild-Zeitung dat hij bereid was kandidaat te zijn, indien WASG en PDS bij de aangekondigde verkiezingen zouden samengaan. Oskar Lafontaine is oud-voorzitter van de SPD en oud-minister van Financiën. Hij nam al snel na het aantreden van de eerste rood-groene regering ontslag uit onvrede met het neoliberaal beleid. Een opinieonderzoek einde mei leerde dat 22% van de kiezers zich konden voorstellen voor dergelijke partij te stemmen… De trein was vertrokken.

Omdat het technisch niet meer mogelijk was een gezamenlijke lijst in te dienen, werd gekozen voor WASG-kandidaten op open PDS-lijsten. De PDS veranderde voor de gelegenheid van naam in Linkspartei (met de mogelijkheid per deelstaat .PDS toe te voegen, wat in het Oosten in de regel gebeurde).

Paradoxale nederlaag voor de oppositie

De uitslag was een nederlaag voor de CDU-CSU, en dit ondanks het feit dat de Union als sterkste partij uit de bus kwam. Aanvankelijk was een grote overwinning voorspeld. Toen de verkiezingscampagne werd gelanceerd leek een absolute meerderheid samen met de bondgenoten van de liberale FDP zeker, en partijleidster Angela Merkel kwam in mei 2005 nog populairder dan Schröder uit de peilingen (Merkel 50%, Schröder 44%). Maar dit zou snel veranderen.

Angela Merkel bepaalde haar verkiezingscampagne van A tot Z. Dit gaf haar de ruimte een campagne te ontwikkelen die psychologisch rechts stond van het klassiek profiel van de CDU, een conservatief christelijke volkspartij, te vergelijken met onze christen-democratische CD&V. Het leidt geen twijfel dat haar hard neoliberaal profiel Angela Merkel parten heeft gespeeld. Dit deed veel kiezers, aanvankelijk verleid door de idee van “verandering”, afhaken.

Bovenop de afbouw van de sociale zekerheid, waar rood-groen het pad al geëffend had, kondigde Merkel een versoepeling van het ontslagrecht aan, en een afzwakking van het bindend karakter van CAO’s. Een verlaging van de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid zou gefinancierd worden door een verhoging met 2% van de BTW. Met andere woorden: Angela Merkel deed er alles aan om de door werkloosheid, dreigende ontslagen en stagnerende koopkracht geteisterde Duitsers iedere illusie te ontnemen. Zij achtte zich sterk genoeg om open kaart te spelen, en een ondubbelzinnig mandaat te verwerven voor een (nog) hard(er) antisociaal beleid. Zij wilde als kanselier democratische legitimiteit kunnen uitspelen tegen sociaal verzet. Helemaal onzinnig was dit niet. Terwijl volgens de peilingen twee derde van de kiezers de idee van een BTW-verhoging verwierp, werd de versoepeling van het ontslagrecht door de helft van de kiezers gesteund.

Merkel aarzelde niet de fiscale scherpslijper Paul Kirchhof als kandidaat-minister van Financiën in haar team op te nemen (naar verluidt ook om enige ambitieuze mannelijke malcontenten in eigen rang – in het bijzonder oud-voorzitter en kandidaat financieminister Merz – een pad in de korf te zetten). De harde profilering werkte, maar als een boemerang, mede door interne weerstand in de schoot van de CDU.

Karl-Jozef Lauman, de woorvoerder van de “arbeidersvleugel” van de CDU, was een van de velen die opmerkten dat Merkel het contact met de werknemers en werkneemsters verloor.

Hoe meer de campagne vorderde, hoe meer het er op leek dat de SPD een oppositiecampagne voerde, en de CDU als uittredende regeringspartij het neoliberaal beleid verdedigde…

Bovendien had Angela Merkel, een gescheiden en kinderloze vrouw, afkomstig uit Oost-Duitsland, de dochter van een protestantse dominee, alle moeite om zichzelf te doen aanvaarden in haar eigen partij. Onder de katholieke kiezers, een trouwe basis van de CDU, zakte Merkel van 53 naar 49 procent (bij de protestantse kiezers overheerst traditioneel de SPD). De CDU-baronnen konden hun naijver amper verbergen. Stoiber, de CSU-leider die in 2002 moest buigen voor Schröder, deed in volle campagne een uithaal naar “de gefrustreerde Oost-Duitsers”.

De zwart-gele oppositie(4) kreeg dus in tegenstelling tot de verwachtingen geen meerderheid. De CDU-CSU doet het integendeel ronduit slecht. In 2002 won zij 3,4% van de kiezers, ditmaal verliest zij 3,3% van de kiezers(5). Niet alleen ging de voorspelde winst in rook op, maar meer dan 1 miljoen kiezers van de Union zijn overgestapt naar de FDP, die 2,4 % van de kiezers wint, meer dan verwacht. Zo wilden deze “leenstemmers” protesteren tegen de voorgestelde BTW-verhoging, en vooral vermijden dat een “grote coalitie” van CDU-CSU en SPD uit de bus zou komen. Uit één onderzoek moet zelfs blijken dat 41% van de FDP-kiezers tactisch stemmende CDU-CSU-aanhangers zijn… Samen haalt zwart-geel 45% van de stemmen, dit is een 1% minder dan in 2002.

Een overwinningsnederlaag

Dan lag de campagne van de SPD beter bij de bevolking. Zo steunde 70% van de kiezers het SPD-campagnevoorstel van een belasting op de rijken, al geloofde een meerderheid niet dat de SPD dit ook daadwerkelijk zou doorvoeren. Slechts één vierde van de ondervraagden meende dat het verkiezingsprogramma van de SPD geloofwaardig was… Maar door een “linkse” campagne tegen de neoliberale Merkel kon Schröder de schade beperken, zodat het uiteindelijke verlies met opluchting werd begroet, omdat gevreesd was voor erger.

De uittredende rood-groene coalitie kreeg wel degelijk een opdonder van 4,7%, of een verlies van 2,6 miljoen kiezers(6). Na het verlies van 2,4% van de kiezers in september 2002 verloor de SPD ditmaal nog eens 4,2% van de kiezers. Zij haalt nu nog 34,3%, te vergelijken met 38,5% in 2002, en 40,9% in 1998 toen rood-groen de zwart-gele coalitie van Helmut Kohl afloste. De groene coalitiepartners verliezen 0,4%. In 2002 gingen zij nog vooruit (+1,9%), omdat teleurgestelde SPD-kiezers toen groen stemden om tegelijk de SPD te straffen en de CDU in de oppositie te houden. Ook ditmaal haalden de Groenen 210.000 ex-SPD-kiezers binnen, maar ze verloren er 220.000 aan de Linkspartei (vooral in het Westen) en 260.000 aan andere partijen.

De SPD verliest 2,5 miljoen kiezers, onder meer 1 miljoen aan de Linkspartij en een half miljoen aan de niet-stemmers. De SPD verliest uitzonderlijk veel bij arbeiders (min 7%) en werklozen (min 8%), al blijft zij de sterkste partij onder gesyndiceerden.

Linkspartei wint

Naast de FDP komt de Linkspartei als grote overwinnaar uit de bus. Zij verdubbelt haar stemmenpercentage van 4,0% naar 8,7%, en eindigt ruim boven de kiesdrempel zodat zij stijgt van 2 naar 54 zetels…(7) Zij overtuigde niet alleen meer dan 1,2 miljoen vroegere rood-groene kiezers, maar ook 390.000 mensen die de vorige keer niet kozen. De Linkspartei is de enige partij die winst boekt bij vroegere niet-stemmers. Zij haalt goede resultaten in de “nieuwe deelstaten” (gemiddeld 25,4 %), ook waar zij deelneemt aan de deelstaatregering en volgens critici het neoliberaal beleid mee uitvoert. Anders dan gehoopt moet zij in het Oosten toch de SPD als grootste partij laten voorgaan. In het Westen haalt zij uitschieters in het Saarland van Lafontaine (18,5%), en in enkele door hoge werkloosheid geteisterde deelstaten (Bremen 8,3%, Hamburg 6,3%). In de grote deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen, waar Lafontaine werd uitgespeeld als lijsttrekker, haalt zij 5,2%. In 6 van de 10 “oude deelstaten” komt zij boven de kiesdrempel van 5%. Zij scoort echter niet bijzonder goed bij jongeren, en evenmin bij vrouwen. Met 54 zetels wordt zij de vierde sterkste fractie in de Bondsdag, na CDU-CSU, SPD en FDP, en vóór de Groenen. De fractie bestaat uit 29 mannen en 25 vrouwen, 29 verkozenen uit Oost- en 25 uit West-Duitsland (al komt 31 van de verkozenen oorspronkelijk uit het Westen…). Twaalf verkozenen komen uit de WASG.

Besluit

De verkiezingen betekenen zonder meer een nederlaag voor het neoliberalisme. Je hoeft er de kranten maar op na te lezen: overal druipt de teleurstelling af van de editorialen over de gestrande “modernisering”. Enkel een “grote coalitie” lijkt tot de mogelijkheden te behoren. Maar hoe kan de SPD samen met de CDU-CSU een neoliberaal beleid doordrukken, na een “linkse” campagne en met op haar linkerflank de dreiging van de Linkspartei? Iemand als Schäuble, een éminence grise van de CDU, argumenteert daarom tegen een grote coalitie: om zijn neoliberaal beleid verder te kunnen zetten heeft Schröder de vertrouwensvraag moeten stellen, en hij heeft het vertrouwen duidelijk niet gekregen… Maar Schäuble “vergeet” dat Angela Merkel deelt in de klappen.

Ook in de andere Europese hoofdsteden was men teleurgesteld: een nieuwe opdoffer na het “neen” aan de Europese Grondwet en de mislukte EU-top van december. Bovendien wist men in de kanselarijen niet goed naar wie men felicitaties moest sturen…

Het Duitse regime lijkt aan het zwalpen geslagen. De elite verliest voeling met wat leeft in de samenleving. De twee grote volkspartijen, de CDU en de SPD, werken niet meer zoals het hoort. Ruzies tussen clans en ego’s beheersen de krantenkoppen. Omdat beide grote partijen in wezen niet van elkaar verschillen en eenzelfde neoliberaal beleid verdedigen, gaan persoonlijke conflicten een overheersende rol spelen. Haantjesgedrag is aan de orde van de dag. De manier waarop Schröder met de botte bijl inhakt op traditionele spelregels (de grootste fractie levert de kanselier) doet wenkbrauwen fronsen.

Hoe gaat de Linkspartei in deze situatie tussenkomen? Samen met SPD en Groenen kan zij een linkse meerderheid vormen. Linkspartei-voorzitter Lothar Bisky merkt in een eerste reactie fijntjes op dat rood-groen er alleen niet in zou geslaagd zijn een zwart-gele meerderheid te verhinderen… Jürgen Peeters, de baas van de metaalvakbond, liet al weten dat in de toekomst een linkse meerderheid moet kunnen. Maar dat is voor SPD en Groenen niet aan de orde. Dus moeilijke keuzen worden de Linkspartei voorlopig bespaard.

De Linkspartij kan nu werken aan het stabiliseren van een linkse politieke kracht. Zij heeft drie prioritaire aandachtspunten aangekondigd: een grondige hervorming van de Harz IV-maatregelen, de invoering van een wettelijk minimumloon, en de terugtrekking van de Duitse troepen uit Afghanistan. Op 10 en 11 december congresseert de Linkspartei in Dresden. Dat er een echte fusie aankomt met de WASG betwijfelt niemand, al zal het geen gemakkelijk proces zijn.

(Uitpers, nr. 68, 7de jg., oktober 2005)

Voetnoten

(1) Duitsland is onder Schröder “wereldkampioen export” geworden is. Wereldkampioen wordt je niet toevallig. Rood-groen heeft de eenheidskosten per product zodanig doen zakken dat de Duitse economie competitiever is dan die van Frankrijk, Italië, Nederland en zelfs Groot-Brittannië. Een keerzijde van de medaille is dat de koopkracht in de tang is genomen, zodat de binnenlandse conjunctuur zwak is en het aantal werklozen nu boven 5 miljoen ligt. Maar wat kan dit het Duitse kapitaal schelen, want hun klanten zitten in het buitenland! Om de verbondenheid van het Duitse kapitaal met het vaderland zo los mogelijk te maken heeft de regering trouwens fiscale hervormingen doorgevoerd die het voor Duitse ondernemingen lonender maken hun kruisparticipaties in andere Duitse bedrijven te verkopen…

Gans de binnenlandse van Schröder werd bepaald door de belangen van de grote Duitse kapitaalgroepen, en dit geldt ook voor de buitenlandse politiek, want wie “export” zegt, zegt “buitenland” (Rusland, de Balkan, Turkije, Irak en Iran,…).

(2) Het kiessysteem in Duitsland is vrij ingewikkeld. Vereenvoudigd komt het er op neer dat per kiesomschrijving de kandidaat van de partij die het meeste stemmen haalt rechtsreeks verkozen is. De totale zetelverdeling wordt nationaal bepaald in verhouding tot het aantal behaalde stemmen. Om aan deze nationale verdeling deel te kunnen nemen moet men echter boven de nationale kiesdrempel van 5% raken. Zoniet heeft men enkel de verkozenen die in hun kiesomschrijving rechtstreeks verkozen waren. De kiezers kiezen met hun eerste stem de rechtstreeks verkozene, en bepalen met hun tweede stem de nationale verdeling. De eerste en de tweede stem mogen naar verschillende partijen gaan. Veel kiezers geven hun eerste stem aan de kandidaat die zij verkiezen, maar stemmen met hun tweede stem tactisch, bijvoorbeeld om een mogelijke coalitiepartner boven de 5%-drempel te halen. Men noemt dit “leenstemmen”. Een partij zoals de liberale FDP floreert enkel dank zij de vele stemmen die zij “leent” van de CDU.

(3) Wahlalternative für Arbeit und Soziale Gerechtigkeit (Kiesalternatief voor Werk en Sociale Rechtvaardigheid)

(4) De oppositie bestaat uit de christen-democratische CDU en haar zusterpartij uit Beieren, de CSU, samen de Union, en de liberale FDP. De christen-democraten hebben zwart, en de liberalen geel als partijkleur.

(5) De CSU verliest bijna één vijfde van haar kiezers.

(6) Het aantal kiezers bedraagt 47.879.927, dat is 77,7% van de kiesgerechtigden. De kiesdeelname zakte andermaal, dit keer met 1,7% van de kiezers.

(7) In de peilingen haalde de Linkspartei tot 12%.

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :