Tijdens vervroegde algemene verkiezingen op zondag 8 februari 2026 kozen Thaise kiezers een nieuw Huis van Afgevaardigden met 500 zetels en spraken zich uit in een nationaal referendum over het opstellen van een nieuwe grondwet ter vervanging van de door het leger gesteunde grondwet van 2017.
Ongeveer 60 politieke partijen namen deel aan deze verkiezingen. Vierhonderd van de 500 zetels worden verdeeld volgens het meerderheidsstelsel, terwijl de overige 100 zetels worden toegewezen op basis van het aandeel van elke partij in de nationale stemmen.
De verkiezingen, die kunnen worden gezien als een driestrijd tussen concurrerende visies op progressieve, populistische en ouderwetse cliëntelistische politiek, vonden plaats in een gespannen periode, waarin het grensconflict met Cambodja nationalistische gevoelens aanwakkerde, en beschuldigingen van corruptie en medeplichtigheid van Thaise politici aan de verdere uitbouw van scamcenters aan de grenzen met Cambodja en Myanmar die vooral in de sociale media voor sensatie en discussie zorgden. Voor een interessant overzicht, zie de Insight documentaire van het in Singapore gevestigde English language Asian news network CNA Mediacorp.
De opkomst was hoog, met bijna 52 miljoen geregistreerde kiezers. Het land had bovendien in slechts twee jaar tijd drie premiers gehad, wat bijdroeg aan het gevoel van urgentie. Op 29 augustus 2025 werd de Thaise premier Paetongtarn Shinawatra immers door het Constitutioneel Hof uit haar ambt gezet vanwege haar controversiële betrokkenheid bij een telefoongesprek met de de-facto leider van Cambodja, Hun Sen. Te midden van militaire confrontaties en spanningen aan de grens tussen de twee landen, werd Paetongtarn veroordeeld omdat ze zich te onderdanig had opgesteld door Hun Sen “oom” te noemen en Thailand zelfs te ondermijnen met opmerkingen waarin ze de Thaise legergeneraal direct als een individu “aan de andere kant” van het conflict bestempelde.
De uitslag van de verkiezingen verraste sommige waarnemers. Opiniepeilingen voorafgaand aan de verkiezingsdag wezen op een sterkere score voor progressieve groeperingen. In plaats daarvan gaven de kiezers een duidelijke overwinning aan conservatieve, establishment-vriendelijke partijen die de nadruk legden op nationalisme, stabiliteit, patriottisme en steun voor de monarchie. Voor veel kiezers leek het handhaven van de status quo veiliger te midden van veiligheidszorgen, inkomensongelijkheid, economische problemen en politieke verdeeldheid in eigen land.
De algemene verkiezingen plaatsten de Bhumjaithai-partij, onder leiding van premier Anutin Charnvirakul, 59, met een ruime marge op kop. Met ongeveer 95% van de stemmen geteld begin 9 februari, had Bhumjaithai 194 zetels gewonnen in het 500 leden tellende Huis van Afgevaardigden. Dat is een aanzienlijke verbetering ten opzichte van eerdere resultaten omdat de partij bij de laatste verkiezingen in 2023 slechts de derde plaats behaalde met 71 van de 500 parlementszetels. Het is echter niet genoeg voor een meerderheid, aangezien 251 zetels nodig zijn om zonder coalitiepartners een regering te vormen.
Anutin riep de overwinning uit op de verkiezingsavond en zei dat de overwinning toebehoorde aan “alle Thais”. Hij baseerde zijn campagne op eenheid en de bescherming van de Thaise soevereiniteit en het begrip ‘Thaise identiteit’, met name natie, religie en monarchie. Bhumjaithai staat immers voor “Thaise trots”. De steun voor die boodschap groeide tijdens het grensconflict met Cambodja, dat een grote rol speelde in de laatste weken van de campagne. De grensconflicten met Cambodja stelden Anutin in staat zichzelf opnieuw te profileren als een oorlogsleider, nadat zijn populariteit aanvankelijk was gedaald door overstromingen en financiële schandalen. Zijn campagne richtte zich op nationale veiligheid en economische stimulering.
“Thaise trots”
Anutins opkomst weerspiegelt jarenlange strategische manoeuvres van Bhumjaithai, een partij afkomstig uit de noordoostelijke provincie Buriram.
De patriarch van de partij, Newin Chidchob, was ooit een bondgenoot van voormalig premier Thaksin, totdat een breuk met hem in 2008 een keerpunt markeerde in de opmars van Bhumjaithai, waardoor de partij van een regionale machtsfactor uitgroeide tot een nationale machthebber.
Anutin, bekend onder de bijnaam “Noo” – Thais voor muis – belichaamt de ideologische flexibiliteit van de partij. Hij heeft in meerdere regeringen gediend en bekleedde enkele van de machtigste ministersposten.
Als minister van Volksgezondheid hield hij toezicht op de decriminalisering van cannabis in Thailand en leidde hij de reactie van het land op COVID-19. Later, als minister van Binnenlandse Zaken, oefende hij aanzienlijke invloed uit op provinciale en lokale benoemingen, waardoor hij gestaag politieke macht vergaarde.
Centraal in de huidige strategie van Bhumjaithai staat de werving van invloedrijke lokale politieke families – zogenaamde “grote huizen” – in haar gelederen.
Een van de meest prominente is Varawut Silpa-archa, een voormalig minister en zoon van de overleden premier Banharn Silpa-archa, die zich samen met 11 andere zittende parlementsleden van de partij van zijn familie bij Bhumjaithai aansloot.
Met deze aanwinsten is de partij volgens Varawut beter dan ooit gepositioneerd om een alomvattend beleidsplatform te bieden.
De campagne van Bhumjaithai combineert de lokale invloed van haar parlementskandidaten met een aantrekkelijke nationale welzijns- en economische agenda. Anutin leunt op een team van technocratische ministers die de portefeuilles financiën, handel en buitenlandse zaken beheren, in een poging het momentum van zijn jonge ambtstermijn mee te nemen naar de verkiezingen.
Daarnaast is er ook het nationalistische element in de campagne.
Bhumjaithai, gezien als de meest waarschijnlijke partij om de volgende regering te vormen, profiteerde dus van een verkiezingsstrategie die gebruikmaakt van ouderwets cliëntelisme en een partijmachine die bedreven is in het organiseren van kiezers op lokaal niveau in het stemrijke noordoosten.
Populair bij jongeren
De progressieve ‘oranje’ Volkspartij, onder leiding van Natthaphong Ruengpanyawut (nadat voormalig kandidaat-premier en leider van Move Forward, Pita Limjaroenrat, voor tien jaar is uitgesloten van de politiek), eindigde als tweede met 116 zetels. Het resultaat bleef achter bij de verwachtingen, nadat peilingen hadden gesuggereerd dat ze de leiding zouden kunnen nemen. Ruengpanyawut erkende de nederlaag en wees op de verschuiving van het publiek naar conservatieve politiek en beloftes van stabiliteit. Economische druk, waaronder hoge huishoudschulden en tegenwind in de wereldhandel, dreef sommige kiezers naar partijen die stabieler bestuur beloofden en werkten met opportunistische lokkertjes als financiele hulp e.d.. De Volkspartij bleef populair onder veel stedelijke en jonge kiezers. Hun programma blijft ingrijpende hervormingen van het leger, de politie en de rechterlijke macht beloven, waarmee ze jongeren en stedelijke kiezers aanspreekt. Juridische beperkingen hebben er evenwel toe geleid dat ze eisen voor hervorming van een wet die strenge straffen oplegt voor kritiek op de monarchie (Lèse-majesté 112), heeft laten varen, terwijl ze nu meer nadruk legt op economische kwesties.
Het verzachten van haar politieke standpunten dreigt haar kernaanhang te verzwakken, die al onder druk staat omdat de partij bij de vorige verkiezingen zich duidelijk had gepositioneerd als alternatief voor negen voorgaande jaren van een door het leger geleide regering, een positie die ze deze keer niet vruchtbaar kon benutten. Bovendien, nu de reputatie van het leger is opgepoetst door de golf van patriottisme die ontstond tijdens de grensconflicten met Cambodja, kunnen haar standpunten die kritisch staan tegenover het leger een politieke lastpost vormen.
Vergane glorie?
Op de derde plaats eindigde de Pheu Thai-partij met 62 zetels. De partij blijft verbonden met het Shinawatra-netwerk en voormalig premier Thaksin Shinawatra, die ondanks zijn gevangenschap invloedrijk blijft. De politieke dynastie van Thaksin heeft de Thaise politiek meer dan twee decennia lang geregeerd. De partij van Shinawatra bouwde voort op het populistische beleid dat was ontwikkeld door haar voorganger, de Thai Rak Thai-partij, die van 2001 tot 2006 aan de macht was, totdat ze door een militaire staatsgreep werd afgezet.
Voor de verkiezingen van 2023 matigde de partij haar politiek voldoende om weer aan de macht te komen, nadat ze door het voorheen vijandige royalistische militaire establishment als een acceptabel alternatief voor de meer progressieve Move Forward-partij werd beschouwd. Het conservatieve rechtssysteem keerde zich echter alsnog tegen de partij – twee van haar premiers werden binnen twee jaar afgezet en Thaksin werd veroordeeld tot een gevangenisstraf op basis van oude lèse-majesté aanklachten uit 2005.
Na de afzetting van twee premiers stevende de eens zo dominante Pheu Thai af op een van haar zwakste verkiezingsresultaten in decennia. Het lagere aantal zetels duidde op een verdeeldheid binnen het pro-Shinawatra-kamp en minder eenheid onder de aanhangers dan bij eerdere verkiezingen.
Kleinere partijen en onafhankelijke kandidaten wonnen de resterende zetels. De Kla Tham-partij behaalde 56 zetels (en de Democratische Partij slechts negen). De belangrijkste adviseur van de Kla Tham-partij is de voormalige onderminister van Landbouw, Thammanat Prompao. Thammanat is een zeer controversieel figuur, die in 1994 in Australië werd veroordeeld en gevangengezet wegens drugssmokkel. Hij heeft die veroordeling altijd ontkend en beweerde dat het bloem was en geen heroïne.
Vroege cijfers van de kiescommissie lieten zien dat Bhumjaithai het goed deed in gebieden waar boodschappen over nationale veiligheid en traditionele waarden het meest aansloegen.
Geen enkele partij behaalde een meerderheid, maar de voorsprong van Bhumjaithai maakte de partij de duidelijke favoriet om de volgende regering te vormen, hoogstwaarschijnlijk via een coalitie met kleinere conservatieve of centrumpartijen. Het draait nu allemaal om de cijfers, want er zullen achter gesloten deuren belangrijke onderhandelingen plaatsvinden tussen de belangrijkste politieke spelers. Partijen die ermee instemmen deel uit te maken van de coalitie, zullen eisen om enkele van de prominente en budgettair belangrijke ministeries te mogen leiden, zoals de portefeuilles van Binnenlandse Zaken, Financiën en Landbouw.
Scam-centers
Thailand kampt al geruime tijd met grote problemen in de strijd tegen cyberfraude, met name centers die gelieerd zijn aan transnationale criminele organisaties die opereren vanuit buurlanden Myanmar en Cambodja. Deze cyberoplichtingscentra opereren in Thailand als onderdeel van een groter netwerk van transnationale criminele organisaties die misbruik maken van zwakke wetshandhaving en regelgeving. Ondanks pogingen om deze activiteiten te stoppen, zoals het afsluiten van nutsvoorzieningen en het redden van slachtoffers, blijft het aanpassingsvermogen van deze netwerken een aanzienlijke uitdaging vormen. Bovendien opereren deze centra vaak onder het mom van legitieme bedrijven, maar zijn ze voornamelijk gericht op het oplichten van mensen over de hele wereld. Het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft sancties opgelegd aan netwerken die betrokken zijn bij deze oplichtingspraktijken, waarmee de aanzienlijke financiële verliezen die slachtoffers lijden, met name Amerikanen, worden benadrukt.
Om detectie te ontlopen verplaatsen deze centra zich vaak over de grenzen en gebruiken tactieken zoals mensenhandel en financiële fraude om hun activiteiten in stand te houden en de winst te maximaliseren. De langetermijngevolgen van cyberfraude voor de Thaise economie en veiligheid omvatten aanzienlijke financiële verliezen, die naar schatting meer dan 100 miljard baht bedragen, en een mogelijke aantasting van het publieke vertrouwen in digitale systemen. Bovendien kan de aanhoudende dreiging van cybercriminaliteit de regionale veiligheid destabiliseren en de diplomatieke betrekkingen bemoeilijken, met name met buurlanden die betrokken zijn bij grensoverschrijdende fraude.
Een campagne, gestart onder premier Paetongtarn Shinawatra en voortgezet onder premier Anutin Charnvirakul, probeerde de top van de scam-centers aan te pakken. De harde aanpak, hoewel populair, zorgde voor aanzienlijke politieke druk op de minderheidsregering van Anutin. De oppositiepartij Pheu Thai greep de kwestie aan en diende op 12 december 2025 een motie van wantrouwen in, specifiek gericht op de aanpak van de regering van illegale geldstromen en fraude.
The Nation meende dat “de controverse werd verergerd door beschuldigingen die politici en ambtenaren in verband brachten met de illegale zakenwereld. De publieke bezorgdheid bleef bestaan over prominente namen, waaronder de zaak van voormalig onderminister van Financiën Vorapak Tanyawong, die aftrad vanwege banden met een Cambodjaanse zakengroep. Bovendien zorgden onthullingen over “politicus Ch.”, die banden zou hebben met de Klatham-partij, geleid door vicepremier Thammanat Prompao, ervoor dat de regering van Anutin verder in een negatief daglicht kwam te staan”.
Het mysterie werd steeds groter met foto’s van de verdachte van de oplichting samen met vooraanstaande Thaise politici, waaronder premier Anutin, minister van Financiën Ekniti en voormalig legerchef Apirat.
Thailand nam meer dan 300 miljoen dollar in beslag tijdens een nieuwe actie tegen internationale criminelen die naar verluidt geld witwassen via twee banken in Bangkok, afkomstig van online oplichtingscentra in de buurlanden Cambodja en Myanmar. “Het ging om rekeningen bij Bangkok Bank en Kasikornbank die toebehoorden aan de Cambodjaanse zakenman Yim Leak”, meldde de Bangkok Post op 4 december. De belangrijkste verdachten zijn echter nog steeds op vrije voeten.
“De betrokken personen zijn allemaal oplichters. Drie of vier van de gearresteerden zijn belangrijke spelers”, kondigde premier Anutin op 3 december aan na een landelijk onderzoek. “De in beslag genomen of bevroren tegoeden bedragen meer dan 10 miljard baht (312,5 miljoen dollar)”, aldus Anutin, zonder de namen van de gearresteerde personen te noemen. Ze werden aangeklaagd voor “samenzwering, het leiden van een criminele organisatie, oplichting en witwassen van geld”, aldus een samenvatting van het politierapport.
De druk op Thailand om actie te ondernemen tegen oplichters is toegenomen nadat ten minste twee Thais om het leven kwamen in Poipet, een Cambodjaanse grensstad die berucht is vanwege vermeende illegale oplichtingscentra. Hun lichamen vertoonden blauwe plekken, mogelijk als gevolg van marteling, nadat ze er niet in waren geslaagd voldoende slachtoffers op te lichten, aldus de onderzoekers.
Volgens de Bangkok Post moet Thailand zich dringend aanpassen aan een nieuwe politieke realiteit: “We moeten niet vergeten dat het aanhoudende conflict zich afspeelt tussen de twee regeringen, en niet tussen de bevolking van de twee landen.”
Publieke steun voor een nieuwe grondwet
Naast de verkiezingen werd er ook een referendum gehouden met de vraag: “Bent u voorstander van een nieuwe grondwet?” Kiezers konden kiezen uit “Ja”, “Nee” of “Geen mening”.
Dit is slechts de eerste stap, want volgens de regels van het Constitutioneel Hof vereist het proces nog meer referenda, waaronder één over hoe de grondwet zou worden opgesteld en een ander voor de definitieve goedkeuring. Dat tijdpad kan zich over meerdere jaren uitstrekken.
Het voorstel werd met een ruime meerderheid (65% ja, 34% nee) aangenomen.
Ja-stemmers hopen dat het proces de macht van niet-gekozen organen, waaronder de door het leger benoemde Senaat en delen van de rechterlijke macht, kan verminderen. Conservatieve stemmen waarschuwden evenwel dat snelle veranderingen tot instabiliteit zouden kunnen leiden. Een parlement onder leiding van conservatieven zal waarschijnlijk het opstellingsproces vormgeven en grotere veranderingen kunnen vertragen of beperken.
Daarom is de verdeelde uitslag van de twee stemmingen opvallend: veel mensen steunen conservatief bestuur in het parlement, terwijl ze tegelijkertijd voorstander zijn van constitutionele hervormingen op de lange termijn.
De problemen met het democratische systeem zijn dus niet verdwenen. Veel kiezers lijken open te staan voor structurele veranderingen, maar misschien niet in het tempo dat sommige progressieve groeperingen wensen.
Wat wellicht de doorslag heeft gegeven voor Anutin en zijn Bhumjaithai-partij, kan worden teruggevoerd op drie factoren: zijn krachtige stellingname tegen Cambodja tijdens het aanhoudende grensconflict tussen beide landen, de toetreding van een aantal technocraten tot zijn partij (waaronder enkele ‘overlopers’ uit Pheu Thai) en zijn vermogen om kiezers ervan te overtuigen dat hij over bekwame ministers zal beschikken om de al jaren aanslepende uitdagingen van het land op gebieden als economie, handel, en onderwijs aan te pakken.
Volgens de Straits Times is de partij er in geslaagd om “een conservatief imago te cultiveren dat gebaseerd is op stabiliteit, waarbij zij zichzelf neerzet als een bolwerk tegen krachten die worden afgeschilderd als buitensporig ontwrichtend voor de bestaande politieke en institutionele orde”.
De Thaise beursindex steeg maandag reeds met meer dan 3%.
Gesjoemel
Stemmen kopen ?! (Deze foto circuleert op sociale media) – Vertaling: Er leven drie mensen in dit huis. Wij stemmen voor degene die ons de dikste enveloppe geeft. Schrijf uw partij- en kiesnummer op de omslag!
De stemmen zijn nog niet allemaal geteld, maar de eerste berichten over gesjoemel en corruptie steken alweer de kop op. Zo meldde Kanaal 36 van PPTV reeds op de avond van 9 februari dat in sommige kiesdistricten meer stemmen waren geteld dan er numeriek kiezers ingeschreven stonden.
Zelfs in Anutin’s thuisprovincie van Buriram, op de grens met Cambodja, werd geprotesteerd tegen het niet krijgen van 500 Bath voor het ‘verkopen’ van hun stem.
Kortom
Daron Acemoglou en James A. Robinson benadrukken in hun boek Why Nations Fail dat het succes van een land sterk afhangt van de mate waarin democratische waarden worden geïntegreerd in economische en politieke instellingen. De huidige Thaise regering kampt met interne verdeeldheid binnen haar politieke instellingen, wat aanzienlijk heeft bijgedragen aan het verlies van transparantie en ethische praktijken.
8 februari 2026 toonde twee sterke stromingen in de Thaise politiek. Terwijl kiezers conservatieve partijen beloonden bij de algemene verkiezingen, steunden ze tegelijkertijd het idee om de regels van de overheid in de loop der tijd te herschrijven.
Het opstellen van een nieuwe grondwet is daarom een “cruciale noodzaak” voor Thailand.
Een grondwet is immers niet alleen “een juridisch kader”, maar bepaalt de fundamentele structuur die de machtsverdeling, machtsverhoudingen en het machtsevenwicht tussen verschillende politieke instellingen definieert, zowel formeel als informeel.
“Zonder een volledige herziening – een die de invloed van het leger op de Senaat wegneemt en het principe van ‘volkssoevereiniteit’ herstelt – zal Thailand gevangen blijven in een cyclus van kortstondige regeringen en gerechtelijke staatsgrepen”, aldus Pavin Chachavalpongpun, professor aan Kyoto University’s Center for Southeast Asian Studies.

