Verkiezingen in Spanje: een extra dosis rechtse maatregelen als tegengif voor de economische malaise

De Spaanse komiek Luis Piedrahita vergeleek het kiesgedrag in Spanje met een fruitpers: het mechanisme draait naar links tot de vrucht volledig uitgeperst is, daarna draait het vanzelf naar rechts. Dat de grootste oppositiepartij Partido Popular (PP) de vervroegde parlements- en senaatsverkiezingen met een comfortabele meerderheid gewonnen heeft, is dan ook in de eerste plaats toe te schrijven aan het gebrek aan alternatieven in een land waar twee partijen, de rechts-conservatieve PP en de sociaal-democratische Partido Socialista (PSOE) van afscheidnemend premier Zapatero alle macht naar zich toe trekken.

Als je de PP iets kunt nageven, dan is het dat ze er altijd in geslaagd is de bevolking te doen geloven dat de Spaanse economie gestuurd wordt in Madrid, niet in Brussel. Tot vervelens toe luidde de boodschap: het gaat barslecht met het land en daar heeft Zapatero alle schuld van, ongeacht wat er over de Pyreneeën gebeurt.

Zo komt het dat de 56-jarige Mariano Rajoy, partijvoorzitter van de PP, de verpletterende verkiezingsoverwinning zomaar in de schoot geworpen kreeg en na twee mislukte pogingen in 2004 en 2008 toch de nieuwe premier van het land wordt. Hij heeft er geen charisma voor nodig, geen leiderscapaciteiten en zelfs geen verkiezingsprogramma. Veel meer dan ‘versobering’, ‘de broekriem aanhalen’ en andere algemeenheden kwamen de burgers niet te weten van zijn plannen tijdens de campagne.

Ook met de welbespraaktheid van voormalige politieke boegbeelden als Felipe González (PSOE) en José María Aznar (PP) is hij niet gezegend: tijdens het enige televisiedebat met de kandidaat van de PSOE, de oudgediende Alfredo Pérez Rubalcaba die ook al niet kan staan voor de ‘nieuwe wind’ die Spanje misschien wel nodig heeft, diende Rajoy maar liefst 585 maal af te lezen wat er op zijn papieren stond. Dat versterkt alleen maar de indruk dat hij een handpop van Aznar en diens getrouwen is en dat elk woord dat hij zegt uitgekiend is door een deskundig team van schrandere partijgenoten en marketeers. De bevolking maalde er echter niet om: men was de regerende PSOE beu en stemde dan maar op de enige andere grote partij, terwijl de linkse stemmers bijna gewoontegetrouw in groten getale thuisbleven.

Dat de economische en financiële crisis de eerder zoutloze verkiezingscampagne volledig overheerst heeft, is geen verrassing. Het feit dat Zapatero eindelijk ETA gekortwiekt lijkt te hebben, hoewel je dat met de Baskische afscheidingsbeweging nooit helemaal zeker kunt weten, was zelfs niet meer dan een voetnoot in de vele interviews, opiniestukken en achtergrondartikelen. Ook thema’s als veiligheid, milieu en huisvesting kwamen amper aan bod. Elke verwijzing naar de ‘indignados’ – de grote groep van gedesillusioneerde jongeren die vinden dat democratie verder moet reiken dan de keuze tussen cholera en pest – en de weelderig tierende corruptie binnen de politiek werd dan weer handig vermeden omdat beide partijen er zich ongemakkelijk bij voelen.

Ironisch genoeg hebben de Spanjaarden gekozen voor de PP omdat ze een grondige verandering op economisch vlak willen, terwijl net daar amper vernieuwende voorstellen verwacht kunnen worden: wellicht zal Rajoy het al vrij rechtse en door de EU opgelegde ‘anticrisis’-programma van Zapatero gewoon voortzetten, zonder de schaarse sociale correcties van die laatste. Naar eigen zeggen wordt zijn beleid er een op basis van “verdiensten, solidariteit en inspanningen”. Concreet houdt dit een typisch rechts-liberaal beleid in, d.w.z. vergaande besparingen (behalve op de pensioenen, de bejaarden stemmen immers massaal op de PP), minder belastingen en dus minder publieke uitgaven, privatiseringen, knabbelen aan de beperkte welvaart van de middenklasse (de rijken zitten knus beschermd in de zogenaamde SICAV’s of collectieve investeringsvennootschappen) en de creatie van ‘hamburgerjobs’. En als het dan toch niet goed lukt, zeg je gewoon dat je voorganger er een geweldig zootje van heeft gemaakt en dat niet zomaar rechtgezet kan worden, strategie die de PP nu al toepast na de regionale verkiezingen van mei dit jaar.

De Spaanse werkgeversorganisatie CEOE wrijft zich intussen al in de handen. Ze zette enkele maanden geleden de moeizame onderhandelingen met de regering over nieuwe arbeidsregelingen gewoon stop, hun beweegreden daarvoor is een publiek geheim: waarom zouden we ons de moeite getroosten om toegevingen te doen als binnenkort de PP aan de macht komt en we zowat kunnen eisen wat we willen?

Wat de kiezer misschien te weinig beseft, is dat de PP niet alleen een liberale, maar ook een zeer conservatieve partij is waarvan het gedachtegoed voor een belangrijk deel geworteld zit in het falangisme. Dat homoseksuele koppels vóór de stembusgang massaal gingen trouwen omdat ze dat binnen afzienbare tijd misschien niet meer kunnen, is in die zin een teken aan de wand. Veel inwoners van de hoofdstad griezelen intussen bij de gedachte dat Ana Botella, de echtgenote van ex-premier Aznar die zeer openlijk gelinkt wordt aan weinig verkwikkende organisaties als Opus Dei en Legionairs van Christus, hun nieuwe burgemeester zou kunnen worden. Ook de vele migranten (voornamelijk uit Latijns-Amerika en Oost-Europa) ten slotte voelen zich steeds minder gerust, xenofobie in de Spaanse politiek was tot voor kort een groot taboe maar daar begint stilaan verandering in te komen, onder meer in het discours van de Catalaanse afdeling van de PP.

(Uitpers, nr. 137, 13de jg., december 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 27 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook