Verkiezingen in Spaans Baskenland: Plan Ibarretxe sterft vroege dood

De Baskische premier Juan José Ibarretxe wou van de verkiezingen in Spaans Baskenland meteen een referendum maken rond zijn ambitieuze quasi-onafhankelijkheidsplan, maar kwam bedrogen uit: zijn gematigd nationalistische partij PNV (Partido Nacionalista Vasco) ging er fors op achteruit en dat uitgerekend ten koste van de voornaamste tegenstanders van het Plan.

Verkiezingsoverwinning met bittere nasmaak

De Baskische Volkspartij, PNV, blijft wel de grootste politieke partij in de Baskische autonome gemeenschap (Euskadi), maar verliest 4 zitjes in het Baskische parlement en blijft met 29 van de 75 te behalen zetels ver verwijderd van de absolute meerderheid. De Baskische regeringsleider

(lehendakari) Ibarretxe was nochtans vol zelfvertrouwen aan de verkiezingscampagne begonnen en liet de verkiezingen zelfs op een vroegere datum plaatsvinden, 17 april, dan oorspronkelijk was gepland. Het behalen van de absolute meerderheid zou het fiat betekenen van de Baskische burgers voor Ibarretxe’s voorstel tot het vormen van een “Baskische staat in vrije associatie met Spanje”, maar het antwoord van de kiezer is onmiskenbaar: het Plan Ibarretxe deugt niet, want voor de een gaat het te ver en voor de ander niet ver genoeg.

Voor de PNV komt het er nu op aan om, samen met de vaste coalitiepartner Eusko Alkartasuna (EA), op zoek te gaan naar politieke formaties om een stabiele Baskische regering samen te stellen. Een coalitie met verenigd links van Ezker Batua (EB-IU behoudt zijn drie zetels), zoals die tijdens de vorige legislatuur tot stand kwam, behoort tot de mogelijkheden en geniet ook de voorkeur van Ibarretxe zelf, maar zo’n minderheiscoalitie zou de regering dwingen om voor elk voorstel “puntuele akkoorden” af te sluiten met de partijen in de oppositie. De alternatieven, enerzijds het vormen van een volledig nationalistische regering via een pact met de radikaal-linkse (abertzale) partijen EHAK en Aralar of anderzijds een coalitie met de Baskische afdeling van de sociaal-democratische partij PSE (Partido Socialista de Euskadi) van Spaans premier José Luis Rodríguez Zapatero (een heruitgave van het Catalaanse regeringsmodel) worden door kenners als weinig waarschijnlijk geacht. En de rechts-conservatieve Partido Popular van voormalig premier José María Aznar? Die ging er tijdens de Baskische verkiezingen eveneens sterk op achteruit en is nu slechts de derde politieke macht in Euskadi, na de PNV en de PSE. Bovendien kan de PP het in Baskenland (en ver daarbuiten) met geen enkele andere politieke formatie goed vinden en dus komt de partij nergens voor in de pronostieken voor de coalitievorming.

Euskoregionalisme versus iberocentralisme met de abertzales als scherprechter

De steun die Ibarretxe vroeg voor zijn Plan kwam er dus amper en zelfs binnen zijn eigen partij krijgt de lehendakari stevige tegenwind van een gematigder deel van de partij, verenigd rond de partijvoorzitter Josu Jon Imaz. De twee grote winnaars tijdens de voorbije stembusgang hebben elk hun eigen idee over de vernieuwing van de politieke status van de Baskische gemeenschap, die sinds 1979 vastligt in het zogenaamde “statuut van Gernika”. De PSE staat achter het voorstel van Zapatero om te onderhandelen over een uitbreiding van de autonomie in Baskenland “binnen de grenzen van de Spaanse grondwet”. De radikaal linkse partijen (EHAK en Aralar) van hun kant vinden de koers die Ibarretxe wil varen te beperkt en beschuldigen hem van politiek opportunisme. Het zit hen bovendien nog dwars hoe de PNV actief meewerkte aan de illegalisering van Batasuna, de partij die gelinkt werd aan de terroristische afscheidingsbeweging ETA. Dat Batasuna een tiental dagen voor de verkiezingen een oproep deed aan de kiezers om massaal voor Communistische Partij van de Baskische Gronden (EHAK) te stemmen (voor de PP genoeg reden om die partij stante pede buiten de wet te willen stellen), verklaart ten dele het succes van deze relatief onbekende en onervaren partij. Het EHAK haalde negen zetels en zal ongetwijfeld een belangrijke rol gaan spelen in de toekomst, samen met Aralar, een partij die ontstaan is uit Batasuna maar in tegenstelling tot die formatie het geweld voor politieke doeleinden openlijk afkeurt, die één zetel haalde. De toekomst van het Baskenland en het einde van het ETA-geweld hangen ongetwijfeld af van de bereidheid tot dialoog van de drie grote actoren in het politieke landschap van Euskadi: de gematigde nationalisten van PNV-EA, de centralisten van de PSE en de radikale stemmen van EHAK en Aralar.

(Uitpers, nr. 64, 6de jg., mei 2005)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 27 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook