Verkiezingen in Polen, de permanente pendelbeweging

De slinger is nog maar eens doorgeslagen in Polen, naar rechts deze keer. In september hebben de twee conservatieve partijen die gedoemd zijn om straks samen de nieuwe regering te vormen, een comfortabele meerderheid in het parlement behaald. Het gaat om PiS, Recht en Gerechtigheid, dat mikt op dat deel van de bevolking dat nog in traditionele katholieke patronen denkt – en dat zijn er nogal wat in Polen – en het liberale Burgerplatform. Op de 23e oktober hebben de Polen dan PiS haar kandidaat, Lech Kaczynski, tot president gekozen.

Kaczynski’s politieke opvattingen zijn niet onder één noemer te vangen. Het is een merkwaardige mengeling van traditioneel katholicisme en een sociaalvoelende houding. Hij kruidt zijn behoudendheid met een scheut sociale rechtvaardigheid. Je kunt hem een Rerum Novarum-katholiek noemen: conservatief en streng maar rechtvaardig en met aandacht voor de minderbedeelden in de samenleving. Een politicus, zoals we er ook in België gekend hebben, een soort van kruising tussen kardinaal Cardijn en August de Schrijver.

Kaczynski is een telg van Solidariteit, de vakbondsbeweging die vanaf de jaren tachtig voor een aardverschuiving gezorgd heeft in Polen, en de rest van Oost-Europa. Hij is een nauw medewerker van vakbondsleider Lech Walesa geweest. Dat verklaart zijn christendemocratische trekjes. Maar hij is ook de man van wat ze binnen PiS de morele revolutie noemen. Traditionele waarden voert hij hoog in het vaandel. Nieuwlichterij als homorechten is aan hem niet besteed. Wat dat voor hem inhoudt, heeft Kaczynski van de zomer nog laten zien als hij in Warschau, waar hij burgemeester is, een homobetoging verbiedt. De donderdag voor zijn verkiezing heeft een militante homogroep hem daaraan herinnerd door met vijftien valse bommeldingen het verkeer in de hoofdstad in het honderd te jagen.

In de late jaren negentig heeft Kaczynski als minister van justitie met zijn gespierde beleid tegenover criminaliteit – Patrick Dewael zou het nultolerantie noemen – een reputatie gevestigd. Economisch ziet hij een belangrijke rol voor de overheid weggelegd in sleutelsectoren als energie b.v. Zijn onkreukbaarheid, in een land van schandalen die de regerende sociaal-democraten de das omgedaan hebben, is een andere troef van Kaczynski, zoals z’n patriottisme, dat ligt altijd goed in Polen. Dat vertaalt zich in een omfloerst wantrouwen tegenover Europa. In het Europese parlement zitten de verkozenen van PiS samen in één fractie, het Europa van Nationale Staten, met de Italiaanse Alleanza Nazionale, de Ierse Fianna Fail en de Deense Volkspartij, een marginale club die zich aan de rand van het Europese gebeuren ophoudt. Dat belooft: de grootste partij uit de grootste van de tien nieuwe lidstaten, die ook de president levert, staat in het Europese parlement aan de zijlijn toe te kijken.

Het Euroscepticisme van Kaczynski is al uit een van zijn eerste verklaringen na zijn verkiezing tot president gebleken, als hij een referendum over de invoering van de Euro in plaats van de zloty in uitzicht stelt voor 2010, het jaar dat zijn mandaat afloopt. Misschien heeft hij nu al het thema van zijn herverkiezing aangekondigd: de voortschrijdende integratie van Polen in de EU.

Met het oog op de tweede ronde van de presidentsverkiezingen heeft Kaczynski alle zeilen bijgezet. Zo heeft hij de steun gezocht en gekregen van populistische partijen met een anti-Europees profiel, zoals Samoobrona, Zelfverweer, van boerenleider Lepper, en de fundamentalistische katholieken van de Liga van Poolse Families.

Ook heeft zijn campagnestaf geappelleerd aan de openlijk aanwezige anti-Duitse gevoelens bij flink wat Polen. De grootvader van de liberaal Donald Tusk, Kaczynski’s rivaal in de race naar het presidentschap, is tijdens de tweede wereldoorlog in de Duitse weermacht ingelijfd en dat heeft zijn kleinzoon moeten horen. Anti-Duitse oprispingen, daar lusten de patriottische Polen wel pap van.

Kaczynski is de opvolger van de sociaal-democraat, Kwasniewski, die na tien jaar en twee ambtstermijnen niet meer op mocht komen. Voor zijn partij, de SLD, die na de Wende in Polen de plaats van de Verenigde Arbeiderspartij, de communisten, ingenomen heeft, is het verkiezingsproces een smadelijke afgang. Hun kandidaat voor het presidentschap, kamervoorzitter en ex-premier Cimoszewicz, heeft in de loop van de campagne de brui eraan gegeven, nadat hij in nauwe schoentjes gekomen was vanwege een affaire van niet-aangegeven aandelenbezit. De zoveelste in een reeks van schandalen die de sociaal-democratische regeerperiode gekenmerkt hebben. De SLD had dus in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen niet eens een eigen kandidaat! En bij de parlementsverkiezingen zijn ze teruggevallen tot op ongeveer een kwart van hun sterkte vier jaar terug, toen 41% van de Polen op de sociaal-democratische lijst stemde. Op de recente lijst van Transparency International is Polen het meest corrupte land van de Europese Unie en dat heeft de kiezer de post-communisten laten voelen.

Niet alleen de desastreuze staaltjes van wanbeleid en corruptie waarvoor de ontslagnemende regering-Belka getekend heeft, hebben de SLD de dieperik ingeboord. De ruk naar rechts, die Polen deze herfst beleeft, heeft diepere oorzaken. Verandering van spijs doet eten, lijkt een pak kiezers te denken, elke keer als ze ter stembus trekken, en dan stemmen ze genadeloos de partij af die de vorige keer hun voorkeur weggedragen heeft. Dat is een constante in de Poolse politiek sinds het land in 1989 zijn eerste voorzichtige pasjes op het pad van de democratie gezet heeft.

Die eerste verkiezingen zijn voor de kandidaten van de vakbond Solidariteit een plebisciet. Op één na slepen ze in de Sejm, de Poolse Kamer van Volksvertegenwoordigers, en de Senaat alle zetels in de wacht die vrij te begeven zijn. De communisten zijn weggeveegd. Maar een jaar later heeft het symbool van de Poolse omwenteling, Walesa, een tweede ronde nodig om het te halen tegen een zonderling als Tyminski. En in 1993 bewerkstelligt het al even zonderlinge stemgedrag van de Polen de terugkeer van de post-communisten aan de macht.

Sindsdien krijgen de machthebbers bij elke nieuwe stembusslag slaag. Walesa moet na één ambtstermijn baan ruimen voor Kwasniewski, minder dan tien jaar daarvoor nog een rijzende ster in de door de Polen zo gehate communistische partij. In 1997 krijgt AWS, een coalitie van partijen die de volle steun van Solidariteit krijgt, een mandaat van de kiezer. Vier jaar later haalt AWS niet eens de kiesdrempel en verdwijnt de regeringspartij uit het parlement! Dat debacle heeft de SLD nu in september net af kunnen weren, maar veel meer dan het hoofd boven water houden is het niet.

De Poolse kiezer is dus ongeduldig, gauw ontstemd en zo licht ontvlambaar dat hij na korte tijd al spijt heeft van wat hij in het stemhokje uitgespookt heeft. Om die reden gaat de pendel maar over en weer, van rechts naar links en terug, met als vrijwel enige blijver de SLD aan de linkerzijde, die zich opblaast en weer afgaat als een ballon. Aan de rechterzijde is het een komen en gaan van politieke formaties. Het is maar te bezien wat er, bij de volgende afspraak met de kiezer in 2009, na vier jaar regeerwerk van PiS en het Burgerplatform overblijft.

Het ongeduld vertaalt zich in onverschilligheid – in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen brengt maar de helft van de kiezers zijn stem uit, bij de parlementsverkiezingen 40 % – of weerbarstig stemgedrag. Er is in elk geval sprake van een gebrek aan politieke cultuur. Dat kan ook niet anders. Pas vanaf 1989 heeft het land weer een meerpartijendemocratie en een vrij verkozen parlement. Vanaf 1939, bij het uitbreken van de oorlog, is het daarvan verstoken gebleven. En wat Polen tussen 1919 – toen het weer als onafhankelijk land op de kaart van Europa kwam staan – en 1939 beleefd heeft, een periode waarop maarschalk Pilsudski zijn autoritaire stempel gedrukt heeft, dat kun je moeilijk als een schoolvoorbeeld van democratie beschouwen, al zullen veel Polen het met die stelling niet eens zijn.

Alleen op grote momenten in de geschiedenis zijn de Polen op de afspraak. Als ze het nazi-regime moeten bevechten, of bij de opstand in Warschau in de zomer van 1944, of bij arbeidersopstanden tegen het communisme – in 1956, 1970, 1976 en 1980 – en als ze als eersten achter het IJzeren Gordijn een vrije vakbond oprichten, in 1980 met Solidariteit. In hun ogen waren de verkiezingen in het najaar van 2005 duidelijk geen historisch moment.

De onstabiliteit van het politieke landschap in Polen heeft nog andere oorzaken. Wie Polen in de jaren tachtig gekend heeft, moet erkennen dat het land vanaf 1989 een transformatie doorgemaakt heeft om u tegen te zeggen. Niet iedereen is zonder kleerscheuren uit dat proces gekomen. Scheepsbouwers en mijnwerkers merken hoe hun sector doodbloedt, oudere mensen beseffen dat er van hun pensioen maar een schijntje rest, keuterboeren zien met lede ogen het Europese landbouwbeleid tabula rasa maken van hun biotoop, ambtenaar spelen is geen sinecure meer en wie zijn Russisch als tweede taal niet ingeruild heeft voor het Engels staat voor lul in de snel evoluerende samenleving, waartoe het moderne Polen uitgegroeid is. Het is niet te verwonderen dat nogal wat Polen zich uiteindelijk afgekeerd hebben van een bijna thatcheriaanse liberaal als Tusk voor wie nog meer economische hervormingen, de alleenzaligmakende vrije markt en economische groei de sleutels voor de strijd tegen de werkloosheid zijn, die in Polen 18% bedraagt. Kaczynski’s PiS scoort vooral goed in het centrale en oostelijke deel van het land, waar de moderne, op de EU afgestemde patronen het minst doorgedrongen zijn.

Ook blijft het verleden doorwegen. Voor veel Polen blijft de tweedeling van de politiek gelden, met aan de ene kant de SLD, de communistische wolf in schapenvacht, en aan de andere kant de soms verre erfgenamen van Solidariteit. Wie een brug probeert te slaan krijgt het deksel op de neus. Dat hebben oud-premier Mazowiecki en de oude garde van de vakbond mogen ondervinden, die zich als Democratische partij aan de kiezer aangeboden hebben, met in hun rangen de vanuit de SLD overgelopen ontslagnemende eerste minister Belka en met als presidentskandidaat een vrouwelijke ondernemer. Het is op een fiasco in de hoogste graad uitgedraaid.

Polen is de volgende vijf jaar in de ban van de slinger van Kaczynski. Hij heeft hem naar rechts uit zien slaan en wil hem daar graag houden.

(Uitpers, nr. 69, 7de jg., november 2005)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 66 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Guy Poppe

Guy Poppe (74) is journalist. 31 jaar heeft hij op het radionieuws gewerkt, tot in 2007. Afrika heeft altijd zijn bijzondere aandacht gekregen.

zie ook