De Verenigde Naties vieren dit jaar hun tachtigste verjaardag. Op 23 september komt de Algemene Vergadering in New York City bijeen onder het thema: ‘Beter samen: 80 jaar en meer voor vrede, ontwikkeling en mensenrechten’.
Het klinkt goed, maar lukt het? Zeker dat ‘Beter samen’ is dit jaar een groot probleem. De Verenigde Staten hebben burgers van 19 landen de toegang geweigerd tot hun grondgebied, uit angst voor ’terrorisme’ en om de ‘nationale veiligheid’ te beschermen.
Nu is er wel een ‘Host Country Agreement’, afgesloten in 1947 dat de VS verplicht om diplomaten van de Lidstaten van de VN visa te verlenen, maar het zou niet de eerste keer zijn dat de VS dwars ligt.
Toen Yasser Arafat in 1988 niet binnen mocht, is de Algemene Vergadering uit protest bijeen gekomen in Genève.
In 2013 mocht Al Bashir van Soedan evenmin binnen.
En diplomaten van landen als Cuba, Iran, Noord-Korea en nog enkele andere moeten toestemming vragen om zich buiten New York in de VS te verplaatsen.
Mocht de VS geen visa geven aan de landen op de zwarte lijst, dan zou de Algemene Vergadering het moeten doen zonder Cuba, Venezuela, Democratische Republiek Kongo, Haiti, Jemen, Libië en nog enkele andere.
Nu al heeft de VS de toegang geweigerd voor een speciaal rapporteur van de VN, Francesca Albanese. En tot afgevaardigden van de ‘Palestijnse Staat’ met waarnemerstatus bij de VN. Men weet dat verschillende Staten zich voornemen om die Palestijnse Staat officieel te erkennen op de komende A.V. Het V.S. verbod is volgens velen een onaanvaardbaar en een gevaarlijk precedent.
Israël, dat zich schuldig maakt aan een bezetting en een volkenmoord, wordt geen strobreed in de weg gelegd.
Indien de VS het de Verenigde Naties onmogelijk maken om normaal te functioneren is dit inderdaad bijzonder gevaarlijk. Het multilateralisme is in gevaar op een ogenblik dat het meer dan ooit van het hoogste belang is.
