INTERNATIONALE POLITIEK

Verdwaesing alom

Image
Geen gebrek aan figuranten

Bij het Verhaal van Vlaanderen

Uitpers gaat over internationale politiek. We mijden dan ook binnenlandse kwesties te behandelen, tenzij die een internationale dimensie hebben. Per uitzondering: Het verhaal van Vlaanderen. Omdat de discussie ook over de plaats van geschiedenis in ons wereldbeeld gaat – zo belangrijk om de wereld beter te begrijpen – om de wereld te veranderen.
Vandaar dat we, afzonderlijk en uitzonderlijk, twee visies over deze hoe dan ook spraakmakende reeks ter discussie brengen.

Platitudes

Nog erger dan de slappe romantiek, waar Inge Schelstraete over valt in De Standaard, is, als dat al mogelijk is, de ideologische inkleuring van – naar het schijnt – grondig overdachte uitgangspunten. Dat Tom Waes geen Nederlands kent – heeft die wel een nationaliteitsexamen afgelegd (zoals de CVP bepleit) of een taalproef doorstaan (zoals de NVA bepleit) ? – en de simplistische tussencommentaren van Hollandse deskundigen (in wat ?) geen enkel gegeven toevoegen, alleen platitudes herhalen, tot daar aan toe.

De koudwatervrees van de Vlaamse intelligentsia doet hen baden in (zeer christene) zelfverloochening, berouwvol schuldbewustzijn en pleinvrees. Jozef Deleu heeft er decennia lang voor gewaarschuwd, maar de meesters van de lintbebouwing en hun onwil om het miskende verleden te valoriseren willen alles vatten in een gipsen snaar.

Missers

Dat de Guldensporenslag per se een sociaal conflict behelsde is zeer verdedigbaar. Marc Reynebeau wijst er terecht op dat het verzwijgen van de feodale maatschappijstructuur een onvergeeflijke misser is in de reeks. Dat dit krijgsgebeuren boven het maaiveld van de talloze slagen en geslepen uithuwelijkingspolitiek uitstak hoeft geen betoog. Het huzarenstukje van het voetvolk (het “gemeen”) om een ridderheer uit te moorden, werd de jaren daarna overgedaan door de Schotten in de Slag bij Bannockburn (1314), die onder Raibeartan Bruis (Robert the Bruce) met eilandhuurlingen en hooglanders het Engelse leger van Edward II in de prak sloeg, en door het Zwitsers Eedgenootschap, dat al even ongenadig een Habsburgs ridderleger in de pan hakte in de Slag bij Morgarten (1315).

Het Verhaal van Vlaanderen munt vooral uit door de grote kaasgaten en de zeer eclectische keuze van de getoonde ‘helden’. Waes legt de grote verdienste van Vlaanderens uitbreiding bij Boudewijn II. Waar hij doodleuk aan toevoegt dat we eigenlijk amper iets tot niets afweten van de tweede graaf, behalve dat hij op latere leeftijd nogal vandoen kreeg met de invallen van de (als bloeddorstige monsters voorgestelde) Vikingen. Twee onvergeeflijke misvattingen. Het was niet Boudewijn II die Vlaanderen uitbreidde tot de Somme, maar zijn zoon Arnulf I, de Grote (889-965).

Het was niet hij die de Vikingen afhield, maar een andere Arnulf, van Karinthië, die in de Dijleslag bij Leuven de Noordse indringers tot afdruipen dwong (891). Een tweejarige veldheer gelooft zelfs mijn grootje niet. De Vikingen waren geen schurken of landveroveraars, maar gehaaide handelaars.
Ze vormden zeer gedisciplineerde (zij het genadeloze) onafhankelijke clans, die met hun buit snel verdwenen, naar huis of naar versterkte plekken (zoals de voorbeeldige reeksen Vikings en vooral The Last Kingdom op BBC wel keurig en genuanceerd aanbrachten). Clans die een hoge niet-Romeinse cultuur hadden ontwikkeld, met gelijke rechten voor vrouwen, ook in de gevechten (Skjaldmær of schildmaagden, al is dat laatste wishful thinking). Hun nederlaag was overigens toe te schrijven aan het feit dat enkel hun voorhoede rond Leuven lag, aldus de Annalen van Fulda: “Arnulfus rex dimicavit contra equestremexercitum, priusquamnavesadvenerant … eusquefugavit” (Marcel Mestdagh, De Vikingen bij Ons. Gent, Mens en Kultuur 1989: 253). En in de QuellenzurKarolingischenReichsgeschichte III, (Darmstadt, WissenschaftlicheBuchgesellschaft 1960: 154) van ReinholdRau staat hoe ze omkwamen, verzopen in de rivier: “Nordmannifugepraesidiumquerentes, flumen, quodantea eis a tergo pro murohabebatur, pro morteoccurrebat”.

En dus miskent Waes het vernuft, de leepheid, en de uitbreidingspolitiek van Arnulf I, die het échte Groot-Vlaanderen schiep ten koste van Karel de Kletskop. Hij speelde eerst perfect de onderlinge rivaliteit van de Franse troonpretendenten, Carlus Simplex en Robrecht I van West-Francië, uit, schipperde moeiteloos tussen de Engelse koning en de Lotharingse edelen (die nogal wat van zijn dochters trouwden), en hield zo ook een vinger in de pap van het heilige Roomse Rijk. Hij was de man die Vlaanderen uitbreidde tot de Somme (niet Boudewijn II), van zijn broer Adeloft Boonen erfde, de citadel van Montreuil veroverde, Eu innam en Willem Langzwaard (de hertog van Normandië) liet vermoorden en zo de Vikingen handig afhield – ze hebben hem uiteindelijk wel vermoord in 965 – , Amiens overweldigde, Artesië, Ponthieu, Dowaai in Ostrevent en de abdij van Sint-Vaast inpalmde.

Wie gelooft er dan die mensen als Waes nog ?

Hij gaat dan wel “op zoek” naar het graf van Judith in Gent, terwijl hij eigenlijk moest weten dat Arnulf I begraven ligt in de kerk van de Gentse Sint-Pietersabdij. Onder hem ligt natuurlijk geen parking. Grappig, ware het niet zo amateuristisch aangepakt. Marc Reynebeau die je eerder nooit dan soms van flamingantisme kunt verdenken, stelt het scherp in De Standaard: Waes bezondigt zich aan al dan niet bewust vooringenomen taalgebruik (“Franse bezetters”, “Onderdrukte Vlamingen”, “inlijven” tegenover “bevrijden” en zo meer, zij het dat in 1300 het graafschap effektief onder rechtstreeks gezag van de Franse kroon werd geplaatst).

Opengehakte context

Wat veel erger tegen de borst stuit is de in repen opengehakte context. “De ambachten revolteerden in die tijd niet alleen in Brugge of Ieper, maar ook in Gent, Brussel of Luik”. En behalve de klassenstrijd der ambachten en de groeiende macht van de steden, vergeet Waes gemakshalve ook dat de rest van het huidige Vlaanderen, Zeeland (waarvan een oostelijk stuk onder het Duitse Rijk viel overigens), Friesland en een stuk van Wallonië even erg betrokken waren bij de Guldensporenslag. “Gent (…) kwam op 11 juli 1302 niet opdagen, in Kortrijk omdat de stad al apart de plooien met de Franse koning had gladgestreken. (…) Brabanders vochten aan Franse kant, Henegouwen kwam het Vlaamse leger versterken”. Godevaart van Brabant, die naam had gemaakt in de Slag van Woeringen (1288) tegen Gelre en de aartsbisschop van Keulen, leidde de Brabantse huurlingen (die trouwens om hun genadeloosheid berucht waren en gretig werden aangetrokken door latere Franse koningen). Hij zou sneuvelen onder de goedendags. (Willem van Gulik, Limburgse kleinzoon van Dampierre, deed het hem na in de Slag op de Pevelenberg, 1304, die de Vlamingen wonnen, maar omdat ze hun zege roemrijk gingen doorspoelen in de kroegen, bleven alleen de Franse overlevenden over, en wie blijft die schrijft de geschiedenis. Frankrijk vertelt dus in alle boekjes dat zij de strijd gewonnen hadden).

De echte oproerkraaiers waren De Coninck en Van Gulik. En wat nu “genaast Vlaanderen” is (het Houtland, Duinkerke, de Vlaamstalige gebieden onder Kassel tot aan Dieppe) had even grote ekonomische belangen als kern-Vlaanderen. De in Compiègne vastgehouden graaf, Gwijde van Dampierre, kreeg natuurlijk steun van Jan I van Namen, zijn zoon, maar evengoed van zijn andere zoon Gwijde van Namen, die de troepen van het Brugse Vrije aanvoerde, van Willem van Gulik (de echte Leeuw van Vlaanderen, niet Robrecht van Bethune), Willem van Saeftinghe (onbekend voor Waes), Jan Borluut die hulptroepen uit Oudenaarde en Aalst meebracht (wat Waes vanzelfsprekend vergeet), Jan van Renesse met de reservetroepen. Een selektief geheugen heet dat. Alleen wist hij terecht Jan Breydel uit (behalve voor diens Franstalige nazaten).

Het is jammer dat Rolf Falter zijn stuk in Knack niet vooraf was geschreven, dan had al dat gestuntel niet gemoeten, en had men allicht een degelijke voorbereidingstijd uitgedokterd. Falter vat de uiteenlopende kritieken rustig samen met een aanbeveling die meer nog dan Waes het Vlaams regeerakkoord en zijn zompig taalgebruik tot de orde roept: “Geschiedschrijving vereist ook het streven naar objectiviteit over hoe mensen in hun tijd die discriminaties aanvoelden, en hoe dat in hun tijd wel of niet algemeen als kwaad werd gepercipieerd. Wie es eigentlichgewesenist, zo luidde de maxime van Leopold von Ranke, twee eeuwen geleden de aartsvader van de moderne geschiedschrijving.

nders gaat men raaskallen, en het verleden kneden naar de eigen inzichten, zoals in elke propere dictatuur.” En daar staan we dicht bij. Gelukkig had Jo Röpcke destijds genoeg droge humor om de (overigens minder slechte dan voorgewend) film De Leeuw van Vlaanderen (1984) van Hugo Claus de doodsteek te geven: “De paarden hebben hun best gedaan”. Zolang het maar geen ezels zijn. Want die blijven koppig staan. Ezels zijn blij met wat ze in de bek gegoten krijgen. Dat dacht ik toen “deskundige” akademika Lisa Demets in De Morgen zelfgenoegzaam besloot: “Ons verleden is gedeeld, dus iedereen mag er iets over zeggen. Dat is het mooie aan dat programma: iedereen praat erover”. Zoals over het weer. En over voetbal. De vergelijkende sakosjenkoopjes. Dieptegraad nul.

Enig speurwerk

Zoals bij de media die u geheel en al willen verstrooien, ook als toogpraat u tegen heug en meug wordt opgelepeld. De natte droom van Voka, want er moet toch voor de massa gewerkt worden, steeds harder, want verbruiken is heilig en dus nuttig. Maar u nooit uitnodigt om zelf plezier te beleven aan geschiedenis en spontaan opzoekwerk te doen ter vermaak én lering. Ik heb er mezelf aan bezondigd. Ik praat mee en ben toch gaan zoeken. Kon ik mezelf maar afhouden van dit soort onoverdacht vertier.

Gelukkig ben ik lang niet de enige. Erevoorzitter Tim Trachet van SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale, die al derig jaar nepnieuws, komplotteorieën en bijgeloof ongenadig op de rooster legt en ontkracht) valt als sterrenkundige achterover van Waes’ onzin. Wat een lulkoek scheert jij langs de aarde. Een heldere vallende ster die je niet kunt missen de komeet van Halley, die Willem van Gulik zou gezien hebben. In 1301 (zelfs met de Juliaanse kalender zit je er dan flink naast). De komeet van 15 op acht meter legt tienduizend jaar al hetzelfde pad af, “om de zon en tot voorbij Saturnus en weer terug. Om de 75 tot 76 jaar”,vertelt de geschiedenisboer wijsneuzig. “Een heldere vallende ster die je niet kunt missen” (natuurlijk zegt Waes “kan”). Pardon ? Een komeet een vallende ster ? Moet dat geen meteoor zijn ? Geen wonder dat Trachet – zelf een beëdigd sterrenkundige – zijn bloed begint te koken. Simpel: “Een meteoor is maar enkele seconden te zien, een komeet kan wekenlang waarneembaar zijn. En de fameuze staart van een komeet is niet hetzelfde als het lichtspoor dat een meteoor achterlaat”. En langs de aarde scheren ? Zestig miljoen kilometer in 1986, dat is geen kinderkak. Zelfs niet te zien. In 1910 was het drie keer dichter, in 837 (het jaar waarin de eerste Graaf van Vlaanderen geboren werd) kwam Halley tot op 5 miljoen kilometer, “nog altijd 13 keer de afstand aarde-maan”. Waes kan alleen niet spreken, hij kan ook niet tellen.
Groote Oorlog
En het kan nog erger. De maag van mijn vriend Piet Chielens, Westhoekkenner bij uitstek vanuit zijn In Flanders Fields Museum in Ieper, keerde ettelijke keren om, toen hij tegen de muren kletste als ingehuurde deskundige om de Groote Oorlog te duiden. “Er zijn in de Eerste Wereldoorlog 600.000 doden gevallen in België. Het programma had het over 40.000 in Vlaanderen. Tja, dan overdrijf je toch wel een beetje”, vergoelijkte hij nog in Knack. “De Menenpoort, Langemark, Vladslo enzovoort: ze komen in het hele stuk niet voor.
Ook dat zag ik, naast die internationale context, helemaal ontbreken toen ik het scenario las”. En zijn raad in spontane dovemansoren viel. “Wat doe je met het feit dat heel Europa bij die katastrofe betrokken was? Er is maar één land beter geworden van de Eerste Wereldoorlog: Amerika. Wat doe je daarmee in zo’n programma? Niets? Wel, dan krijg je een achterhaald verhaal”.Chielens is er nog niet goed van, heeft zijn schopje en harkje genomen, en gaan voortgraven in de modder van Passendaele. Ik voel er veel voor om mee te gaan.

En productiehuis DeMensen vergeten, die ons een geschiedenis zonder mensen wil oplepelen. Als ze maar kartonnen helden van ’s Lands Glorie afleveren, tussen de reclames door. Historia had er destijds 534 prentjes voor over. En dat klopt, zegt SKEPP, we hebben ze nageteld. Ten minste één ding waarover ik tevreden mag zijn (en die Waes, niet verwonderlijk, alweer miste).

Print Friendly, PDF & Email

Relevant

‘Rond de pot draaien’ hoort in de Canon van Vlaanderen

Historici uiten scherpe bezwaren tegen Vlaamse canon: “N-VA wil geschiedenis gebruiken voor politieke doeleinden” blokletterde de VRT-nieuwssite op 3 november 2022. In een 80-pagina’s tellend standpunt, opgesteld door historici…

Print Friendly, PDF & Email

Al bij al: leerrijk en bruikbaar (7/10)

Bij het Verhaal van Vlaanderen Uitpers gaat over internationale politiek. We mijden dan ook binnenlandse kwesties tenzij die een internationale dimensie hebben. Per uitzondering: Het verhaal van Vlaanderen. Omdat…

Print Friendly, PDF & Email

De Messias en zijn profeet

Door vele van zijn tijdgenoten werd Frans van Cauwelaert in blinde verering op de handen gedragen, door vele anderen bitter verguisd. Maar dat hij in de eerste helft van…

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Guatemalteekse regering focust op plattelandsbevolking

Bernardo Arévalo schopte het half januari dit jaar met de hakken over de sloot tot president van Guatemala. Zijn electorale tocht naar de politieke macht werd langs alle kanten…

Print Friendly, PDF & Email

Europees uiterst-rechts in grote herschikking

“Ik wil samenwerken met Meloni” (Ursula) Marine Le Pen breekt nu uitdrukkelijk met het Duitse AfD, terwijl ze in Madrid deelnam aan een extreem-rechtse top georganiseerd door het zeer…

Print Friendly, PDF & Email

70 ton militaire goederen via Bierset naar Israël

België zal de Palestijnse staat niet erkennen, want “symboliek lost niks op, ik wil impact op het terrein”, aldus premier Decroo. “Het is vooral van belang de voorwaarden te…

Print Friendly, PDF & Email
Armoede uitgelegd aan mensen met geld

You May Also Like

×