Verdrag nog niet getekend, maar nieuw beleid komt er al aan

Nadat de Europese leiders op 13 december in de Portugese hoofdstad het Hervormingsverdrag of Verdrag van Lissabon getekend zullen hebben, volgt de ratificatie door de lidstaten. Daar wordt echter niet op gewacht om nieuwe beleidslijnen op de sporen te zetten.

De Europese leiders doen alsof de ratificatie door de lidstaten een formaliteit is. Misschien krijgen ze gelijk, want waarschijnlijk zal enkel in Ierland naar de mening van de bevolking worden gevraagd. In de andere landen lijkt het niets te worden.

In Denemarken heeft de pas herkozen liberale premier Rasmussen referenda aangekondigd, maar dan over de invoering van de euro en de opheffing van de Deense uitzonderingen in de EU(1). Zo wil Rasmussen naar verluidt zijn kandidatuur versterken voor het presidentschap van de Europese Unie. Eind 2007 moeten juristen definitief de knoop doorhakken of er in Denemarken ook een referendum komt over het Hervormingsverdrag, maar volgens indiscreties is de kans klein.

In Polen heeft de nieuwe premier Tusk beslist de Poolse opt out uit het Handvest van de grondrechten te handhaven. De gebroeders Kaczynski hadden die opt out bedongen om Polen af te schermen van de ethische waarden in het Handvest. Met zijn beslissing hoopt Tusk de steun te krijgen van de Kascynski’s vanuit de oppositie voor het vermijden van een referendum.

In Frankrijk hebben de sociaal-democraten beslist Sarkozy te steunen om een (tweede) referendum in Frankrijk te vermijden. In Nederland hebben de sociaal-democraten hun verkiezingsbelofte een referendum te organiseren ingeslikt.

De gesloten rangen van de Europese neoliberalen van alle slag beletten niet dat linkse en democratische krachten hun eis handhaven dat de bevolking haar zeg krijgt. ‘Kansloos’ kan men denken, maar elke bijdrage om het neoliberaal Europees beleid te delegitimeren is meegenomen.

Wie daar niet van overtuigd is bekijkt best de nieuwe beleidslijnen die nu reeds in naam van het nog niet getekende – laat staan geratificeerde – verdrag worden uitgezet.

De interne markt van de 21ste eeuw

Op 20 november heeft de Europese Commissie een mededeling over « de interne markt van de 21ste eeuw gepubliceerd »(2). Volgens de Commissie hebben tot nog toe vooral de grote bedrijven van de interne markt geprofiteerd, terwijl de kleine bedrijven en de gebruikers te weinig aan bod kwamen. Europa kiest de kant van de kleine gebruiker tegen de grote bedrijven, die misbruik maken van hun machtspositie op de markt. “Populisme” zou men het noemen, moest het komen van de linkerzijde.

De Commissie wil de positie van de gebruiker versterken door het gemakkelijker te maken te veranderen van bank, over te stappen naar een andere telefoonoperator, of collectief een procedure in te zetten voor de rechtbank. De consumentenwetgeving wordt nagevlooid op de rechten van de gebruikers, en er komt een scorebord dat publiek maakt welke landen maatregelen nemen, en welke niet.

Met de gebruiker en de kleine bedrijven als invalshoek lanceert de Commissie een groot onderzoeksprogramma naar gebreken in de werking van de interne markt. De nadruk ligt niet meer op het opruimen van legale hinderpalen die het vrij verkeer over de grenzen bemoeilijken, maar op de strijd tegen feitelijke hinderpalen voor een volmaakte marktwerking in de lidstaten.

Door het accent op de “gebruiker” of de “consument” te leggen reduceert de Europese Commissie de burger tot een individuele klant op de markt, die zoveel mogelijk kwaliteit in huis wil halen voor zo weinig mogelijk geld. Noden die een collectief maatschappelijk optreden vereisen zoals sociale rechten(3), milieu of burgerschap passen niet in dit plaatje… En dus is er ook geen nood aan een uitgebouwd netwerk van openbare diensten. Voor de burger-klant volstaat een goed werkende markt, aangevuld door marginale diensten van algemeen belang daar waar de markt steken laat vallen (lage inkomens, afgelegen gebieden,…).

Diensten van algemeen belang

Deze zelfde “gebruiker” wordt dus ook de toetssteen voor de “diensten van algemeen economisch belang”, zoals energie, openbaar vervoer en communicatie. De gevolgen laten zich raden.

Neem het voorbeeld van energie: volstaat het dat elke gebruiker een gewaarborgde toegang heeft tot energie, aan een redelijke prijs? Of is ook de strijd tegen de opwarming van de planeet belangrijk, waarbij je moet nadenken over de organisatie van de energiesector, met vragen zoals wie de lange termijnontwikkeling van de energiesector stuurt, wie beslist over onderzoek en langetermijninvesteringen? Dit soort bedenkingen is aan de Europese Commissie echter niet besteed.

De Commissie wil daarom ook niet weten van een kaderrichtlijn over de diensten van algemeen belang. In haar mededeling over de “interne markt van de 21ste eeuw” wordt dit voorstel, dat brede steun genoot bij de sociale en de politieke linkerzijde, de sociaal-democratie inbegrepen, naar de prullenbak verwezen.

De Europese Commissie beweert dat de nieuwe bepalingen in het Verdrag van Lissabon een kaderrichtlijn overbodig maken. Welke zijn deze nieuwe bepalingen? Enerzijds werd het oude artikel 16 van het EG-verdrag herschreven tot een nieuw artikel 14, en anderzijds wordt een protocol nr. 9 “over de diensten van algemeen belang”(4) aan het verdrag gehecht(5). Verdere Europese wetgeving is volgens de Europese Commissie overbodig. Dat is logisch indien je denkt dat het volstaat de interne markt verder uit te diepen met oog voor de gebruiker, en de “diensten van algemeen belang” slechts een aanvullende rol toedicht. Maar als je de diensten van algemeen (economisch) belang een sleutelrol wil laten spelen in de democratie, dan is een Europese kaderrichtlijn absoluut noodzakelijk.

Het protocol nr. 9.

Welke waarborgen bieden het nieuwe artikel 14 en het protocol over de diensten van algemeen belang?

In het protocol benadrukt artikel 1 de eigen rol van “de diensten van algemeen economisch belang”(6), maar enkel vanuit het standpunt van “de gebruiker”. Het blijft een open vraag wat er gebeurt wanneer een lidstaat een dienst wil afschermen van de interne markt omwille van het individu overstijgende maatschappelijke keuzen, bijvoorbeeld de bescherming van het leefmilieu, de kwaliteit van de democratie of sociale motieven. Hoe zwaar wegen dergelijke keuzen tegenover de regels van de interne markt? Indien dit niet wordt verduidelijkt in een kaderrichtlijn wordt de knoop geval per geval doorgehakt door het Europees Hof van Justitie.

Artikel 2 van het protocol gaat over de niet-economische diensten van algemeen belang, die voor het eerst uitdrukkelijk worden vermeld in een verdragstekst. In de praktijk verandert dit niets omdat het steeds duidelijk is geweest dat deze diensten niet onder de regels van de interne mark vallen.

Indien de Europese Commissie haar zin krijgt wordt in de toekomst dus elke discussie over de interpretatie van het protocol nr. 9 beslecht door de Commissie en het Europees Hof van Justitie. De lidstaten en het Europees Parlement staan dan buiten spel.

Artikel 14

Ook het nieuwe artikel 14 van het verdrag, zoals het oude artikel 16, benadert impliciet de diensten van algemeen belang vanuit het standpunt van de verbruiker. De nadruk op de “sociale en territoriale samenhang” verwijst immers naar de rol van deze diensten naar achtergestelde gebruikers en gebieden toe(7). Nieuw is dat artikel 14 uitdrukkelijk het recht van de lidstaten erkent om de economische en financiële voorwaarden te scheppen opdat diensten van algemeen belang hun zending kunnen vervullen. Dit doet echter geen afbreuk aan de Europese regels in verband met overheidssteun en aanbestedingen door de overheid.

Een opmerkelijke nieuwigheid is dat artikel 14 een juridische grond bevat die de Europese Unie toestaat wetgevend op te treden, meer bepaald met verordeningen(8) die aangenomen worden met de medebeslissingsprocedure, waarin zowel de lidstaten als het Europees Parlement een rol spelen.

Sommigen leiden uit het feit dat artikel 14 enkel een juridische basis bevat voor verordeningen af dat de idee van een kaderrichtlijn daarmee definitief begraven is. Er is geen juridische basis om een richtlijn aan te nemen. Een verordening is anderzijds uit de aard van het instrument zelf niet geschikt is om algemene transversale principes uit te werken(9).

Deze analyse getuigt echter van een zeker “juridisch fatalisme”, waarbij uit het oog verloren wordt dat maatschappelijke krachtsverhoudingen een belangrijke rol spelen bij de interpretatie van juridische teksten. Zo was er ook geen juridische basis voor de Bolkensteinrichtlijn, die transversaal gans de dienstensector bestrijkt(10). Nu de transversale dienstenrichtlijn er is kan men moeilijk aanvoeren dat er geen juridische basis is om een transversale richtlijn aan te nemen die een onderdeel van de dienstensector bestrijkt, namelijk de diensten van algemeen economisch belang.

Vakbonden

De vakbonden reageerden onmiddellijk op de afwijzing door de Commissie van een kaderrichtlijn. Toevallig of niet organiseerde de Europese dienstenvakbond EPSU op 19 en 20 november, dus toen de Europese Commissie haar plannen bekend maakte, een studietweedaagse over de sociale, politieke en economische rol van de openbare diensten in Europa(11). De voorzitster van de EPSU, Carola Fischbach-Pyttel, liet er geen twijfel over bestaan dat haar vakbond verder zou ijveren voor een Europese kaderrichtlijn over de diensten van algemeen belang, waarbij zij de sleutelrol van de openbare diensten onderlijnde als instrumenten van de democratie. Dit was ook het standpunt van de spreker van het Europees Vakverbond, Jozef Niemiec. Het EVV heeft zelf een voorstel van kaderrichtlijn uitgewerkt, waarin diensten van algemeen belang niet meer behandeld worden als uitzondering op de interne markt, maar als diensten die moeten uitgebouwd worden gelet op hun maatschappelijke zending die voorrang heeft op de markt(12).

Op 5 en 6 december vergadert in Brussel het openbare dienstennetwerk dat opgericht werd op het Europees Sociaal Forum in Athene. Ook daar staat dit alles uiteraard op de agenda(13).

Ander nieuws uit de Europese Unie

Binnenmarkt

Europees Commissaris Viviane Reding maakte op 13 november een pakket maatregelen voor de telecommunicatiesector bekend(14). Er zou een Europees regelgevend orgaan komen om toe te zien op de marktwerking in de sector. Dat zou desgevallend zelfs een splitsing kunnen opleggen tussen de communicatie-infrastructuur en de operatoren (‘ontbundeling’ in het jargon), om toegang tot de markt af te dwingen voor kleinere spelers. Er kwam al kritiek uit Duitsland en Frankrijk op de plannen, en ook in de schoot van de Commissie zelf zit niet iedereen op dezelfde lijn.

In het Europees Parlement maakte Francis Wurtz, voorzitter van de linkse fractie GUE/NGL, bekend dat de Commissaris voor de handel Peter Mandelson zou voorgesteld hebben Europese bedrijven die productie gedelocaliseerd hebben naar lage loonlanden vrij te stellen van het betalen van antidumpingrechten.

Economisch en monetair beleid

Het onzeker economisch klimaat en de prijsstijgingen hebben het debat over de euro en het beleid van de Europese Centrale Bank alleen maar aangewakkerd. De dure euro zet de Europese export onder druk. Duitsland, de wereldkampioen export, had in 2004 nog een handelsoverschot van 8 miljard dollar met China, maar dat is nu omgezet in een jaarlijks handelstekort van 3 miljard dollar. Het totale handelstekort van Europa met China is opgelopen tot 135 miljard dollar over 12 maanden(15).

Het Europees vakverbond (EVV) pleit in haar herfstrapport voor een snelle verlaging door de ECB van de rentevoeten, om de opwaartse druk op de euro te verminderen. Het EVV denkt dat de economische conjunctuur in Europa minder rooskleurig is dan ze lijkt, omdat de Franse en Duitse maatregelen die de economie opwaarts duwden(16) uitgeput raken, omdat de hoge Europese rentevoeten van de laatste maanden hun tol beginnen te eisen, en omdat ook in Europa de huizenmarkt een dip kent. Het EVV ziet drie bedreigingen van de vraag: de hoge rentevoeten, de structureel wereldwijd sterke vraag naar euro’s die de euro duur houdt, en de gevolgen van de crisis in Amerika(17).

Migratiebeleid

Commissaris Frattini heeft een reeks richtlijnen in de pijplijn zitten die het migratie- en asielbeleid van de EU vorm moeten geven. Indien het Verdrag van Lissabon wordt goedgekeurd zal het gemakkelijker zijn een Europees beleid op die terreinen uit te werken. Frattini heeft zelf voorgesteld op de goedkeuring vooruit te lopen en de richtlijnen nu al te behandelen volgens de nieuwe procedures.

Er is veel ophef ontstaan over het Europees voorstel de maximale periode gedurende de welke mensen zonder papieren kunnen worden opgesloten te verlengen tot achttien maanden. Ondermeer de conferentie van Europese kerken (protestanten, anglicanen en orthodoxen) heeft zich al tegen dit voorstel uitgesproken.

Een ander aspect van het Europees migratiebeleid is de samenwerking met transitlanden, dit zijn de landen via dewelke mensen zonder papieren Europa binnenkomen. Libië is een belangrijk transitland voor Italië. Er is nu een interessant rapport van een Italiaanse ngo over de behandeling van deze mensen in Libië(18).

Politie en Justitie

Begin november heeft Europees Commissaris Frattini een pakket maatregelen “tegen het terrorisme” voorgesteld, dat de al bestaande maatregelen moet aanvullen. Oproepen tot terreur wordt in de hele Europese Unie verboden, er komt een database van alle explosieven in de EU, en allerlei gegevens van vliegtuigpassagiers van en naar Europa worden bijgehouden. Vooral deze laatste maatregel stuit op veel kritiek.

Zo zei D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld: “Er is geen bescherming van de privacy, de democratische controle is nul en toezicht wordt alleen door ambtenaren achter gesloten deuren uitgeoefend. En pas na vijf jaar is de eerste evaluatie. Burgers staan hier machteloos tegenover misbruiken en fouten van de overheid. Onaanvaardbaar.” Volgens haar collega Ludford kan terrorisme best bestreden worden door potentiële daders van dichtbij te volgen via intensieve politiesamenwerking, maar staat ondermeer rivaliteit tussen politiediensten die samenwerking in de weg, zodat gekozen wordt voor de weg van de minste weerstand door een massa gegevens te verzamelen over Jan en alleman.

Ook Tony Bunyan van Statewatch is scherp voor de plannen: “Dit is nog maar eens maatregel waarbij iedereen onder bewaking wordt gesteld en behandeld als een “verdachte”, zonder enig betekenisvol recht te weten hoe de informatie wordt gebruikt, hoe ze verder wordt verwerkt en door wie. We hadden al het verplicht nemen van vingerafdrukken voor paspoorten en identiteitskaarten, het verplicht opslaan van gegevens over elke telecommunicatie, en nu hebben we dus het verplicht opslaan van alle informatie over reizen in en uit de EU. Het onderliggende argument is telkens hetzelfde, de bestrijding van het terrorisme. Maar er is maar weinig dat er op wijst dat het opslaan van de ene berg informatie na de andere over de activiteit van elk individu in de EU een betekenisvolle bijdrage levert. Anderzijds zal het gebruik van deze gegevens nu of in de toekomst ertoe leiden dat de EU de meest bewaakte plaats op aarde is”. Statewatch wijst er ook op dat de bewoordingen van het pakket maatregelen er op wijst dat de gegevensinzameling later uitgebreid zal worden tot verplaatsingen, ook in de schoot van de EU, over water, land en per spoor(19).

Wanneer het om de bescherming van lobbyisten gaat is de Europese Commissie wel degelijk bekommerd om de privacy. Corporate Europe Observatory behaalde echter een belangrijke morele overwinning toen het Europees Gerecht van eerste aanleg de Europese Commissie verplichte de namen bekend te maken van lobbyisten die deelnamen aan een vergadering. De Commissie had de namen op een vrijgegeven document onherkenbaar gemaakt in naam van de bescherming van de privacy.

Tenslotte heeft een Zwitser die de zaak onderzocht voor de Raad van Europa nogmaals bevestigd dat de lijst van terroristische organisaties die de EU aanhoudt een schending vormt van elementaire mensenrechten, zoals het recht op verdediging voor een onafhankelijke rechter, de verplichting tot motivering van juridische beslissingen, enz.

Volgens de antiterrorisme verantwoordelijke van de EU echter is extremistisch islamisme – en meer bepaald Al-Qaeda – “de grootste bedreiging voor Europa”.

In december wordt de Schengenzone uitgebreid met negen lidstaten uit centraal- en Oost-Europa. Vanaf 21 december worden paspoortcontroles afgeschaft aan grensposten te land en te zee, en in maart ook op de luchthavens.

Buitenlands- en veiligheidsbeleid

Het voorzitterschap van Frankrijk in de tweede helft van 2008 wordt dé afspraak om de militaire uitbouw van Europa in een hogere versnelling te brengen(20).

De Britse minister van buitenlandse zaken David Miliband deed nu ook zijn duid in het zakje. In zijn eerste grote toespraak over de EU riep hij op tot een versterking van de militaire capaciteit van de EU. Frankrijk en Groot-Brittannië vormen traditioneel het duo dat aan de Europese militaire kar trekt, maar verschillen van mening over de relaties met de VS, en dus met de NAVO. Zo wil Frankrijk de autonome militaire planningcapaciteit van de EU versterken, terwijl Groot-Brittannië werk dat de NAVO al doet niet wil dubbelen. Groot-Brittannië is ook voorstander van de toetreding tot de EU van Turkije, dat een belangrijke rol speelt in de NAVO en die rol gebruikt als een drukkingsmiddel om de toegang tot de EU te forceren.

Inmiddels hebben de EU-ministers het budget van het Europees Defensieagentschap (EDA) verhoogd van 22 tot 32 miljoen euro. Het EDA staat in voor de planning van militaire capaciteiten in de EU. De budgetverhoging moet helpen gaten te vullen in de Europese militaire capaciteit (transport, troepenbescherming en informatieverzameling). Ook werden vrijwillige doelstellingen overeengekomen voor het ontwikkelen van technologieën die militair een rol spelen.

Het Europese zelfvertrouwen kreeg een steuntje door het deblokkeren van het Galileodossier (satellietnavigatie). Er werd een akkoord bereikt over nieuwe financiële middelen, ondanks de tegenstem van Duitsland dat vreest dat het Duitse geld zal dienen voor investeringen in Frankrijk.

Het blijft voor de Europese leiders bang afwachten hoe de Kosovocrisis zich gaat ontwikkelen, indien geen akkoord bereikt wordt voor de deadline van 8 december. Zullen de Europese landen een eensgezinde stem kunnen laten weerklinken indien Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uitroept? Er werd reeds beslist de Europese militaire aanwezigheid in Kosovo te handhaven, ook indien er geen verlenging komt van het VN-mandaat. Men zoekt wel een andere juridische basis voor die aanwezigheid.

Ook over Iran staan de wijzers in Europa niet echt gelijk. De Franse president Sarkozy steunt de harde Amerikaanse lijn, en koppelt dat aan een mogelijk autonoom Europees optreden, buiten de VN-veiligheidsraad. De Duitse kanselier Merkel zou echter minder enthousiast zijn, onder druk van Duitse zakelijke belangen. Zij wil enkel nieuwe sancties tegen Iran mits een akkoord in de Veiligheidsraad, waar Rusland en China een vetorecht hebben.

Ook het beleid tegenover Rusland zorgt in Europese middens voor veel kopbrekens. Een overzicht van de verschillende standpunten is te vinden in een nieuw policypaper dat in november van de persen rolde(21).

(Uitpers, nr. 92, 9de jg., december 2007)

Voetnoten:

(1) Denemarken doet niet mee aan de euro, defensie, politiesamenwerking en gerechtelijke samenwerking in strafzaken, en Europees burgerschap.

(2) Alle documenten, in het Engels, op http://ec.europa.eu/citizens_agenda/index_en.htm

(3) De doorsnee “consument” spendeert meer tijd op het werk dan in de winkel…

(4) Het protocol nar 9 kwam er op initiatief van Nederland, dat zijn sociale woningsector bedreigd zag door de interne markt. Het werd gesteund door België en Frankrijk.

(5) Artikel 16 EG-verdrag wordt artikel 14 (de nieuwe bepalingen in cursief):

Onverminderd de artikelen 73, 86 en 87 en artikel 4 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en gezien de plaats die de diensten van algemeen economisch belang in de gemeenschappelijke waarden van de Unie innemen, alsook de rol die zij vervullen bij het bevorderen van sociale en territoriale samenhang, dragen de Gemeenschap en de lidstaten er, in het kader van hun onderscheiden bevoegdheden en binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag zorg voor dat deze diensten functioneren op basis van beginselen en, met name economische en financiële, voorwaarden die hen in staat stellen hun taken te vervullen.

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen deze beginselen en voorwaarden vast, onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten om, met inachtneming van de Verdragen, dergelijke diensten te verstrekken, te laten verrichten en te financieren.

Het Protocol nr. 9 “inzake de Diensten van algemeen belang” gaat als volgt:

Artikel 1

De gedeelde waarden van de Unie met betrekking tot diensten van algemeen economisch belang in de zin van artikel 14 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie omvatten met name:

– de essentiële rol en de ruime bevoegdheid van de nationale, regionale en lokale autoriteiten om diensten van algemeen economisch belang te verrichten, te doen verrichten en te organiseren op een manier die zoveel mogelijk in overeenstemming is met de behoeften van de gebruikers;

– de diversiteit tussen verschillende diensten van algemeen economisch belang en de

verschillen in de behoeften en voorkeuren van de gebruikers die kunnen voortvloeien uit verschillende geografische, sociale of culturele omstandigheden;

– een hoog niveau van kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid, gelijke behandeling en de bevordering van de algemene toegang en van de rechten van de gebruiker;

Artikel 2

De bepalingen van de Verdragen doen op generlei wijze afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om niet-economische diensten van algemeen belang te verrichten, te doen verrichten en te organiseren.

(6) In de Europese Unie bepalen de lidstaten welke diensten zij als “diensten van algemeen belang” beschouwen, dit zijn diensten waaraan zij een maatschappelijke opdracht geven die niet door de markt wordt ingevuld. Een “dienst van algemeen belang” kan worden uitgeoefend door een openbare dienst, maar even goed door private dienstverleners, al dan niet met winstoogmerk. Het begrip “dienst van algemeen belang” mag dus niet worden verward met het begrip “openbare dienst”, waar de eigendomsverhouding doorslaggevend is.

Een “dienst van algemeen belang” die economische activiteiten uitoefent, dus activiteiten waar een markt voor bestaat waar diensten geleverd worden tegen een vergoeding, wordt een “dienst van algemeen economisch belang” genoemd. De bekendste zijn de netwerkdiensten, zoals energie, vervoer en communicatie, maar ook bepaalde vormen van hoger onderwijs of sociale diensten zoals commerciële bejaardenhuizen kunnen onder dit begrip vallen. Europa beslist of een dienst van algemeen belang economisch is of niet. Diensten van algemeen economisch belang zijn onderworpen aan de regels van de interne markt en de vrije concurrentie, tenzij hun maatschappelijke opdracht een uitzondering vereist. De Europese Unie bepaalt geval per geval of dergelijke uitzondering gerechtvaardigd is, en in geval van betwisting oordeelt in laatste instantie het Europees Hof van Justitie. De markt is dus de regel, de dienst van algemeen belang de uitzondering. De bewijslast of een uitzondering gerechtvaardigd is ligt bij de dienst van algemeen belang.

Diensten van algemeen belang die niet economisch zijn zijn diensten zoals het leger, het gerecht, het basisonderwijs, enz. Zij vallen niet onder de regels van de interne markt. Andere regels van de Europese Unie kunnen op hen wel toepasselijk zijn, zoals het verbod op discriminatie.

(7) Voor netwerkdiensten zoals energie en communicatie wordt veelvuldig gewerkt met het begrip “universele dienstverlening”, wat betekent dat deze diensten ook toegankelijk moeten zijn voor lage inkomens, moeilijk bereikbare gebieden, enz. De rol van communicatiediensten in de werking van de democratie, denk maar aan internet, valt bijvoorbeeld echter volkomen buiten beeld wanneer het over de maatschappelijke rol van deze diensten gaat.

(8) Verordeningen zijn Europese wetten die onmiddellijk in al hun details toepasselijk zijn in de lidstaten. Daarin verschillen zij van richtlijnen, die Europese wetten zijn die door de lidstaten nog moeten worden omgezet in de nationale wetgeving.

(9) Zie Eric van den Abeele http://www.g-r-e.be/index.cfm?Content_ID=232453313&R_ID=780486953

(10) Artikel 52 EG-verdrag bepaalde dat de interne markt voor de diensten geregeld moet worden met richtlijnen sector per sector, zoals voor de netwerkdiensten inderdaad gebeurde.

(11) De papers vind je op de site van het Europees vakbondsinstituut :

http://www.etui-rehs.org/research/Events/Current-events/Workshop-and-conference-An-alternative-to-the-market-Brussels-19-20-Novembre-2007

(12) zie http://www.etuc.org/a/2856

(13) Zie http://www.esf2008.org/en/

(14) Zie ook de kroniek in het vorige nummer van Uitpers

(15) International Herald Tribune van 17 november 2007.

(16) De Duitse BTW-verhoging vanaf 2007 die einde 2006 een anticiperende vraag schiep, de Duitse belastingverlagingen, en de Franse investeringen als reactie op de rellen in de voorsteden.

(17) Zie http://www.etuc.org/IMG/pdf_08-11-07PULLING_A_STRING1.pdf

(18) Escape from Tripoli, Report on the conditions of migrants in transit in Libya, te vinden op http://fortress.blogspot.com

(19) http://www.statewatch.org/ is dé website met informatie ter bescherming van de burgerrechten in de EU en daarbuiten.

(20) Zie ook de vorige afleveringen van deze kroniek

(21) http://ecfr.3cdn.net/456050fa3e8ce10341_9zm6i2293.pdf

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :