Venezuela: revolutie in zijn kinderschoenen

“Chávez gives US headache on a world scale”

Financial Times(2)

Wat vooraf ging

Venezuela heeft een verleden waarin het leger een grote rol speelt. De eerste helft van de twintigste eeuw is een aaneenschakeling van militaire dictaturen. Na 1958 is het de beurt aan burgerlijke politici, maar de militairen behouden heel veel invloed en regeren mee achter de schermen.

Er komt een soort tweepartijensysteem waarbij de sociaal-democraten (ad) en christen-democraten (copei) achtereenvolgens de plak zwaaien en de andere partijen zo goed als uitsluiten uit de politieke besluitvorming. Beide partijen zijn op corporatistische leest geschoeid (zoals de CD&V bij ons): de belangrijkste sectoren hebben hun vertegenwoordiging in de partij: de arbeiders, boeren, werkgevers, studenten. De politici zijn niet veel meer dan marionetten, naast het leger weegt de oligarchie (grootgrondbezit en vooral petroleumsector) sterk door. De civiele regeringen worden gekenmerkt door corruptie en cliëntelisme, eigen aan petroleumstaten. De petroleumsector is in privé-handen, en dus ook de winsten en die worden grotendeels verpatst aan buitenlandse investeerders, vooral uit de VS. Venezuela is potentieel een rijk land maar de meerderheid van de bevolking leeft in doffe ellende.

In het begin van de jaren zestig vertaalt de groeiende ontevredenheid bij de bevolking zich in radicalisering. Verkiezingen bieden geen uitweg. Opiniepeilingen laten zien dat de Venezolanen het socialisme verkiezen tegenover het kapitalisme met een verhouding van twee tegen één, maar de hoge kosten voor een verkiezingscampagne maken het weinig waarschijnlijk dat een linkse kandidaat verkozen geraakt. In 1962 zijn er twee ‘linkse’ pogingen tot staatsgreep. Ze mislukken allebei. Radicaal linkse partijen steken de kop op en guerrillagroepen proberen gewapenderhand de macht te veroveren. Maar de linkse partijen zijn (te) klein, versnipperd en hebben vaak niet voldoende voeling met de bevolking. De regering beantwoordt het links offensief met sociale projecten, gefinancierd door petrodollars. Hierin wordt ze gesteund door aanzienlijke ontwikkelings- en militaire hulp van de VS. Noord-Amerikaanse instructeurs staan het Venezolaans leger bij en honderden officieren worden opgeleid in de beruchte ‘Escuela de las Américas’. Uitgerekend per soldaat, krijgt Venezuela in de jaren zestig in vergelijking met andere landen van het continent het meeste militaire hulp van de VS. Het toont het belang aan dat Washington hecht aan dit petroleumland (Venezuela is de vijfde belangrijkste producent van de wereld en is de derde belangrijkste exporteur naar de VS). Als in 1966 de communistische partij (pcv) zoals in de meeste andere Latijns-Amerikaanse landen – trouw aan de Moskou-lijn – verzaakt aan de gewapende strijd,(3) is het pleit van de guerrilla’s snel beslecht. Er zijn nog enkele sporadische opflakkeringen, maar in 1975 kan de faln (Fuerzas Armadas de Liberación Nacional) als verslagen beschouwd worden.(4) Vandaag staan de meeste van die toenmalige linkse groepen achter Chávez.

Op het einde van de jaren zeventig zakken de olieprijzen in elkaar en stijgen de intrestvoeten. De Venezolaanse economie geraakt in een diepe crisis, gekenmerkt door een toenemende schuldenlast. De regeringen aanvaarden de drastische besparingsplannen van het IMF, wat tot een sociaal bloedbad leidt. Bij de allerarmsten steekt cholera opnieuw de kop op. Er is toenemende onrust in de fabrieken en op straat. Doodseskaders van de ad terroriseren de werkvloer en proberen zo de arbeidsdiscipline te herstellen. Aan de militairen worden ‘speciale bevoegdheden’ toegekend om de orde zonodig te herstellen. Op ‘zwarte maandag’, 19 februari 1989 komt het in heel het land tot opstanden. Vaak hongerige mensen plunderen winkels. Het leger schiet met scherp. Naar schatting drieduizend burgers laten het leven. Het gebeuren laat diepe sporen na, het zal nooit meer zijn zoals voorheen. De onvrede groeit tot in het leger. In februari 1992 breekt een opstand los binnen de strijdkrachten o.l.v. een progressieve kolonel, een zekere Hugo Chávez. Ongeveer één tiende van de militairen is daarbij betrokken. De rebellie mislukt maar de regering leidt een morele nederlaag. De coupleiders verdwijnen achter de tralies, maar ze kunnen op veel sympathie rekenen bij de bevolking. In een klimaat van toenemende sociale onrust en protest worden ze twee jaar later vrijgelaten. Hugo Chávez trekt lessen uit de geschiedenis: de gewapende weg is mislukt, dat geldt zowel voor guerrilla als voor staatsgrepen. Hij besluit dan maar de macht te veroveren via verkiezingen. Hij bouwt een beweging uit van wijk tot wijk, van dorp tot dorp, met succes. In 1998 wordt hij tegen alle voorspellingen in verkozen tot president.

Venezuela anno ’98

De nieuwe president staat voor enorme uitdagingen. Het land is de vierde economie (zowel qua bbp als industriële productie) van Latijns Amerika na Brazilië, Mexico en Argentinië. Toch scoort het qua inkomen onder het gemiddelde van het continent.(5) Het land is zeer sterk afhankelijk van de petroleum. De sector is goed voor bijna 90% van de exportinkomsten, maar die worden weinig of niet aangewend voor de economische ontwikkeling van het land. Economisten hebben berekend dat indien dat wel het geval zou zijn, Venezuela een industrieel apparaat zou hebben dat groter is dan dat van Zweden. Het land is ook zeer kwetsbaar op het vlak van voedsel: zo’n 70% moet worden geïmporteerd.

De sociale situatie is miserabel. Meer dan negentig procent van de bevolking huist in de steden, een groot deel in megabidonvilles. Meer dan de helft van de Venezolanen leeft onder de armoedegrens en twintig procent heeft geen werk. Van de werkende bevolking moet vijfenvijftig procent het stellen met een informele job: verkoop van sigaretten, polshorloges, telefoongesprekken, illegale jobs in horeca, … Bijna één vijfde van de bevolking is ondervoed (in Latijns-Amerika is dat een tiende), vele inwoners moeten het stellen met één maaltijd per dag. De kloof tussen rijk en arm is zeer groot, de twintig percent rijksten bezit vijfenvijftig procent van de rijkdom, terwijl de twintig procent armsten het moet stellen met amper drie procent.

De machtsverhoudingen zijn al evenmin rooskleurig. De nieuwe president staat tegenover het stevig georganiseerd blok van de oligarchie. De kopstukken van pdvsa (de petroleummaatschappij) zijn heel machtig en kunnen rekenen op de steun van het grootste deel van het staatsapparaat (de rechters, de gouverneurs en burgemeesters, de parlementairen, de politieofficieren, …), de media, de corporatistische vakbond ctv, de werkgeversorganisatie, enkele generaals van het leger, de top van de katholieke kerk. Dat blok kan bovendien rekenen op steun en bijstand van de VS. Chávez heeft de steun van de brede volksmassa’s, de middenklasse (slachtoffer van de imf-maatregelen) en het merendeel van het leger. Omdat de bevolking zeer slecht georganiseerd is en de linkse partijen die hem steunen zwak staan, zal hij in de beginfase van zijn revolutionair proces vooral moeten rekenen op het leger.

De internationale context tenslotte, is ook zeer ongunstig. Na de implosie van de Sovjetunie blijven de VS over als enige supermacht. In Latijns-Amerika zijn de revolutionaire vuurhaarden op Colombia na bedwongen. Washington voelt zich sterker dan ooit om orde op zaken te brengen in ‘zijn achtertuin’. Het Witte Huis stuurt aan op een vrijhandelszone met het hele continent, de zogenaamde ftaa (Free Trade Association of America) of alca in het Spaans. Daarmee beoogt ze de complete controle op de handel en investeringen in het continent door de Noord-Amerikaanse multinationals. Dat project zou de regio economisch nog verder verzwakken. In de jaren negentig had Latijns-Amerika de zwakste groeivoet per inwoner van de Derde Wereld en de hoogste schuldenlast per inwoner.(6) Qua industrialiseringsgraad verliest Latijns-Amerika in de jaren negentig terrein t.o.v. Azië net zoals Afrika en het Midden-Oosten. Kortom, een Afrikanisering van het continent behoort meer en meer tot de mogelijkheden. Desondanks staan heel wat regeringen gunstig tegenover de alca.
De economische herkolonisering heeft een militair verlengstuk, het zogenaamde ‘Plan Colombia’. De VS probeert op het eind van de jaren negentig een Latijns-Amerikaanse interventiemacht op de been te brengen onder leiding van het Pentagon om de guerrilla in Colombia uit te schakelen. Ook gaat de agressie tegenover de Cubaanse revolutie in stijgende lijn.

Anno ’98 is de politieke controle van Washington op de regio zeer groot. Heel wat landen kunnen als vazalstaten beschouwd worden van grote broer VS.

De belangstelling van de VS voor Latijns-Amerika hoeft niet te verwonderen. De regio is goed voor meer dan dertig procent van hun buitenlandse handel. Jaarlijks transfereren de Noord-Amerikaanse multinationals honderd miljard dollar uit het continent. (Dat is meer dan het gezamenlijk bbp van Ecuador, Bolivia en Peru; deze landen hebben samen een bevolking van meer dan vijftig miljoen.) Eén derde van de invoer van petroleum in de VS is afkomstig van Venezuela, Mexico en Ecuador. Colin Powell, de zogenaamde duif van de eerste Bushregering verwoordt het zo: ‘Ons doel bestaat in het garanderen van de controle van onze Noord-Amerikaanse bedrijven over een territorium dat zich uitstrekt van de Noordelijke IJszee tot aan Antartica, alsook de vrije toegang – zonder het minste obstakel – van onze producten, diensten, technologieën en kapitalen voor dit halfrond.’ Dat is tenminste duidelijke taal.

De Bolivariaanse Revolutie

Het is in die allesbehalve gunstige nationale en internationale context dat Hugo Chávez zijn revolutionair proces moet waarmaken. Dat proces berust op zes pijlers: het scheppen van een institutioneel kader, de omvorming van het staatsapparaat, de fameuze ‘misiones’, de hervorming van de economie, het mobiliseren en organiseren van de bevolking, en het wijzigen van de internationale krachtsverhoudingen.

1. Institutioneel kader

Een grondwet vormt het institutioneel kader van een samenleving. Wil je die laatste grondig hervormen dan moet je ook de grondwet herschrijven. Dat is één van de eerste zaken die de nieuwe president aanpakt. In Bolivia zal na de verkiezing van Evo Morales hetzelfde gebeuren in 2006. De nieuwe Venezolaanse grondwet, die massaal wordt goedgekeurd door de bevolking is antineoliberaal, en is gericht op de behoeften van de mensen en de onderlinge solidariteit. Deze constitutie definieert een nieuw model van participatieve democratie en een nieuw economisch model waarin coöperatieven en zelfbeheer hun plaats hebben. Hij tekent een maatschappij uit waarin de zorg voor de mensen primeert door nadruk te leggen op de uitbouw van onderwijs, gezondheidszorg en tewerkstelling. Tenslotte is de nieuwe grondwet gericht op de eenmaking van, en solidariteit tussen de Latijns-Amerikaanse volkeren. Nadat de grondwet een feit is wordt een batterij aan nieuwe wetten gestemd, 49 in totaal. Die wetten hebben o.a. betrekking op de landhervorming, de oliewinning, de visvangst, de coöperatieven, … De oligarchie en de VS stellen vast dat het menens is, zoals we verder zullen zien.

2. Omvorming staatsapparaat

“We hebben een revolutionaire regering maar nog steeds geen revolutionaire staat” aldus Alí Rodríguez, de nieuwe baas van pdvsa. Van bij het begin werd Hugo Chávez geconfronteerd met een vijandig en tegenwerkend staatsapparaat. Dankzij de achtereenvolgende verkiezingen heeft hij nu een grote meerderheid in het parlement, staan praktisch alle gouverneurs achter hem alsook heel wat burgermeesters. Als gevolg van de mislukte staatsgreep in 2002 heeft hij ook een groot deel van de vijandig gezinde generaals de laan uitgestuurd. De omvorming van het gerechtsapparaat en het politiekorps is een kwestie van langere duur. De enige echte politieke oppositie is nog te vinden in de massamedia die gecontroleerd wordt door privé-kapitaal. Om die invloed te counteren zijn er projecten gestart van lokale volkstelevisie en volksradio. Ook tracht Chávez de harten en geesten te winnen via zijn TV-programma ‘Aló Presidente’.

3. De economie

Sociale projecten kosten handen vol geld, dat is er, maar het verdween in het verleden in de zakken van een kleine elite. De nieuwe ploeg wil daar een eind aan maken. Daarom wordt het petroleumbedrijf pdvsa genationaliseerd. (7) Dat de olieprijzen de laatste jaren flink gestegen zijn is dan ook een meevaller van formaat voor de Bolivariaanse revolutie. In de andere sectoren van de economie wordt de controle op de privé-bedrijven vergroot, vooral op het vlak van de belastingen.

Het systeem van zelfbeheer wordt gestimuleerd en de uitbouw van coöperatieven ondersteund, o.a. door een systeem van spaarkassen en microkredieten (Misión Vuelven Caras). Sinds 1998 werden meer dan zestigduizend zo’n coöperatieven opgericht.(8) In 2003 wordt een geheel aan wetten gestemd om de landbouw te hervormen. Het bezit van grond wordt beperkt tot vijfduizend hectare per persoon. Ook wordt dertig miljoen ha braakliggende grond genationaliseerd met de bedoeling die te verdelen aan landlozen boeren. De landhervorming probeert de landbouw ook opnieuw aantrekkelijk te maken en bewoners van de overbevolkte steden te stimuleren om hun kans te wagen op het platteland. De landhervormingen en verdeling van de gronden gebeuren niet zonder slag of stoot. Grootgrondbezitters zetten doodseskaders in om hun privilegies te behouden, zij vermoordden reeds meer dan 120 boeren en activisten.

4. De ‘Misiones’

Reeds in het eerste jaar van zijn ambtstermijn lanceert Chávez het Plan Bolívar 2000. Het is een urgentieprogramma gericht op de verbetering van de levensomstandigheden van de armere delen van de bevolking. Straten en scholen worden schoongemaakt, de infrastructuur (wegen, elektriciteit, …) wordt gerepareerd, en sterk vervuilde plekken die aanleiding geven tot endemische ziektes, worden gesaneerd.

Daarna lanceert de nieuwe regering een aantal ‘misiones’ of sociale missies om op korte termijn tegemoet te komen aan de meest dringende noden van de bevolking. In de volkswijken wordt een gratis eerstelijns geneeskunde uitgebouwd via de zogenaamde ‘Barrio adentro’. Meer dan twintigduizend Cubaanse dokters werken hieraan mee. Een ander in het ‘oog’ springend initiatief is ‘Operación Milagro’ (operatie mirakel): mensen met ernstige oogletsels zoals cataract worden gratis geopereerd. Ondertussen kunnen door deze operaties meer dan tweehonderdduizend Venezolanen opnieuw zien.
Onderwijs en alfabetisering zijn een andere prioriteit. In 1998 telde het land nog anderhalf miljoen analfabeten. Er volgt een grootschalige alfabetiseringcampagne: Misión Robinson. Ook het onderwijs wordt aangepakt. Het budget wordt sterk verhoogd. Meer dan tweeduizend nieuwe scholen worden gebouwd, het lager onderwijs wordt gratis gemaakt en het salaris van de leerkrachten wordt opgetrokken (Misiónes Ribas en Sucre). De toegang tot de universiteit voor studenten uit de armste lagen wordt mogelijk gemaakt door een systeem van beurzen. In totaal, zowel voor hoger als secundair onderwijs, worden vierhonderdduizend beurzen uitgereikt. Jaarlijks genieten twintigduizend studenten een opleiding in Cuba.

Om de voedselveiligheid te garanderen en de honger en ondervoeding uit te roeien, wordt vanaf 2004 een keten van volkswinkels op poten gezet (Misión Mercal). Door subsidies kunnen de goederen (naast voedsel een zevental andere basisgoederen) aan sterk verminderde prijzen aangeboden worden. Momenteel bereikt deze keten vijftien miljoen inwoners, of zo’n zestig procent van de bevolking. Ook worden aan de allerarmsten gratis maaltijden aangeboden.

De resultaten laten niet op zich wachten. Het inkomen van de armste lagen van de bevolking is sinds Chávez president is gestegen met 43 procent, die van de middenklasse met 18%. De armoede is gedaald van 54% naar 35% en de werkloosheid gehalveerd, van 20% naar 10%. Op enkele maanden tijd werd anderhalf miljoen Venezolanen, tot en met de gevangenisbevolking gealfabetiseerd.(9) Op 28 oktober 2005 wordt Venezuela na Cuba in 1962, het tweede land van Latijns-Amerika dat door de Unesco vrij verklaard wordt van analfabetisme.

5. Het organiseren en mobiliseren van de bevolking

Door de jarenlange politieke en sociale verloedering was de bevolking nog nauwelijks georganiseerd. Om dat probleem aan te pakken worden bij het begin van het revolutionair proces in heel Venezuela zogenaamde Bolivariaanse cirkels opgezet. Dat zijn wijkcomités die zich o.a. bezighouden met de alfabetiseringscampagne, de organisatie van de gezondheidsposten, het vormen van coöperatieven, maar ook met politieke bewustmaking van de volkswijken, de registratie van de kiesgerechtigden. Later beginnen ook boeren, dokters, leraars, rechters, … zich te organiseren. Ook arbeiders werken aan een nieuwe vakbond, de unt, los van de corporatistische ctv.

Hugo Chávez rekent niet uitsluitend op de stembusgang. Hij probeert ook de bevolking te mobiliseren. Betogingen van één tot twee miljoen zijn sedert ’98 geen uitzondering meer. Er is ook politieke en morele steun voor de werkende bevolking. Privé-ondernemers krijgen af te rekenen met een toenemende strijdbaarheid van de arbeiders, idem voor de grootgrondbezitters.

Om de politieke versnippering te overstijgen heeft Chávez het plan om de linkerzijde te verenigen onder één politiek programma en streeft hij naar de vorming van één partij: de Eengemaakte Partij van de Bolivariaanse Revolutie.

6. Internationale missie

De droom van Bolivar was een eengemaakt Latijns-Amerikaans continent. Er was bij het begin van de onafhankelijkheid een kortstondige federatie, waar naast Venezuela ook Ecuador en Colombia deel van uitmaakten. Dat duurde van 1822 tot 1830. Chávez neemt die draad weer op. Een eengemaakt continent is volgens hem de enige manier om zich duurzaam en definitief te ontvoogden van de VS. Tegen de koloniseringspoging van de alca lanceert hij daarom samen met Fidel Castro de alba: het Bolvariaans Alternatief voor Latijns-Amerika en de Caraïben. Het is een nauw samenwerkingsakkoord op economisch, sociaal, medisch, cultureel en militair vlak op basis van solidariteit. Op 30 april 2006 treedt Bolivia toe en indien Daniel Ortega verkozen wordt als nieuwe president van Nicaragua is de kans groot dat ook zijn land zal toetreden. In 2005 lanceert Chávez Petrocaribe, dat is een petroleumalliantie waarbij Venezuela de olie levert tegen voorkeurtarieven. Twaalf landen van de Caraïben sluiten daarbij aan. In juli 2006 wordt Venezuela lid van Mercosur, een douane-unie waar Argentinië, Brazilië, Uruguay en Paraguay deel van uitmaken. In 2005 wordt onder impuls van Chávez Telesur gelanceerd. Het wordt de Latijns-Amerikaanse variant van Al Jazeera genoemd. Argentinië, Bolivië, Brazilie, Cuba en Uruguay werken er ook aan mee.

Waar nodig wordt aan broederlanden hulp geboden. We vermeldden reeds de goedkope olieleveringen. Daarnaast is Venezuela de afgelopen jaren met heel wat geld over de brug gekomen om acute crisissen in Argentinië en Brazilië tijdelijk te helpen opvangen.
De frisse maar kordate aanpak van Chávez werkt aanstekelijk. Sinds het begin van deze eeuw waait een nieuwe linkse wind door het continent. Daarin vervult de Bolivariaanse revolutie een belangrijke voorbeeldfunctie.

Het internationalisme reikt verder dan Latijns-Amerika. Chávez zet zijn zinnen op de opec. In 1998 staat de olieprijs zeer laag, iets meer dan tien dollar voor een vat, wat vooral het gevolg is van de tamme politiek van de opec. Van bij zijn aantreden probeert Chávez het oliekartel te reanimeren en hij slaagt daar ook in, tot grote woede van de VS. Door de quota te beperken gecombineerd met een snel stijgende vraag gaat de olieprijs pijlsnel de lucht in, tot meer dan zestig dollar. De olie-inkomsten zijn navenant. Ook in de Wereldhandelsorganisatie probeert Chávez een vuist te maken. Hij werkt actief mee aan de uitbouw van een derdewereldfront tegen de dominantie van de rijke landen. Dat front heeft er mee toe geleid dat de voorbije onderhandelingen mislukt zijn. Dat front geldt niet enkel op het vlak van buitenlandse handel, Chávez wil ook een einde maken aan de globale overheersing van de VS in de wereld. Daartoe streeft hij bondgenootschappen na met landen als China, Rusland, Iran, Brazilië, … Doel is een meerpolige wereld tot stand te brengen.

 

De reactie van de oligarchie

Dat Hugo Chávez tot president is verkozen vindt de elite allesbehalve leuk, maar ze denkt oorspronkelijk dat het met de charismatische en sympathieke ex-kolonel wel allemaal zal meevallen. Hij zal wellicht gemakkelijk in te pakken zijn, lees: om te kopen. Maar wanneer hij vrij snel een radicale grondwetswijziging aankondigt wordt het meteen duidelijk dat noch min noch meer een revolutie voor de deur staat. De media beginnen een ware moddercampagne. De politieke oppositie organiseert grote betogingen. Alle middelen zijn goed om Chávez van de macht te verdrijven. In april 2002 wordt de temperatuur opgedreven en komt het tot dodelijk rellen. Met medeweten en steun van het Witte Huis komst er een poging tot staatsgreep. De privé-media spelen een schandalig rol. Maar het mag allemaal niet baten, tachtig procent van de generaals blijft trouw aan Chávez en de bevolking van Carácas komt spontaan en massaal de straat op. De staatsgreep mislukt en betekent een eerste grote nederlaag voor de oppositie.

Op het einde van hetzelfde jaar wordt de kaart getrokken van een nationale staking, met het doel het hele land plat te leggen en Chávez tot ontslag te dwingen. Deze strategie was eerder al gebruikt in Chili tegen president Allende. Net als toen wordt ook deze staking georganiseerd door de ondernemers zelf! De focus ligt op de drooglegging van de olieproductie en –distrubutie. Daartoe schrikt men niet terug voor het plegen van regelrechte sabotage. Door de massale mobilisatie van de bevolking, de zelforganisatie van de Bolivariaanse cirkels en de overname van pvdsa door militaire ingenieurs en bereidwillige werknemers, wordt de staking uiteindelijk gebroken. Het is een tweede grote nederlaag. De brutale subversie en sabotage hebben tot gevolg dat het politieke bewustzijn van de bevolking sterk toeneemt en dat het management van pdvsa uitgezuiverd kan worden.

Na die nieuwe nederlaag trekt de oppositie de electorale kaart. In augustus 2004 organiseert ze een referendum om Chávez af te zetten. De media, nog steeds grotendeels in handen van de oligarchie, trekken alle registers open. Maar opnieuw tevergeefs. Chávez haalt het vrij gemakkelijk en versterkt zijn positie verder. De oppositie weet stilaan niet meer van welk hout pijlen te maken. In december 2005 roept ze op om de verkiezingen te boycotten met als gevolg dat ze bijna volledig uit het parlement verdwijnt Voor de presidentsverkiezingen van december 2006 wordt het geweer opnieuw van schouder veranderd. Ze verenigt zich achter één kandidaat, maar diens kansen zijn gering.

 

De uitdagingen(10)

De electorale steun aan Chávez schommelt rond de zestig procent. Bij het referendum stemden vier miljoen Venezolanen voor de afzetting van Chávez. Een belangrijke uitdaging bestaat erin een belangrijk deel van deze mensen te winnen voor het Bolivariaanse project. Het gaat voor een groot deel over de middenklasse die door de media is bestookt met allerhande leugens: dat Chávez een dictator is, dat hij Venezuela wil ‘Cubaniseren’, dat de middenklasse zal verdwijnen. Chávez kan de bewustzijnsoorlog nooit ten volle winnen zolang de media ongestoord volstrekt valse informatie blijft verspreiden. Een grondige transformatie van alle massamedia dringt zich op.

Een tweede belangrijke uitdaging is de versterking van zowel de organisatie als de participatie van de bevolking. Hugo Chávez heeft gesteld dat ‘het probleem van de armoede alleen kan opgelost worden door de macht aan de armen te geven’. En Fidel Castro heeft dan weer gelijk als hij Chávez waarschuwt dat hij niet de burgemeester kan zijn van alle Venezolanen. Een perfectionering van de instrumenten van directe participatie bij de besluitvorming is hierbij onontbeerlijk. Ook zal de stabiliteit van het proces sterk afhangen van de mate waarin Chávez erin slaagt de diverse versplinterde politieke krachten te verenigen in één partij. Met een terugblik op Chili begin de jaren zeventig en op Nicaragua in de jaren tachtig, is dit absoluut geen overbodige luxe. In beide landen waren er ultra linkse krachten die vonden dat het proces te langzaam ging, te veel compromissen sloot, niet radicaal genoeg was enzovoort. Dit gebrek aan eenheid en zelfs tegenwerking of oppositie betekende voor zowel Allende als Daniel Ortega een belangrijke verzwakking.

 

Een derde belangrijke uitdaging ligt op economisch vlak. Wil de Bolivariaanse revolutie een alternatief economisch model tot stand brengen, dan zal ze een aantal grote overheidsbedrijven moeten consolideren in de strategische sectoren: petroleum, elektriciteit, telecommunicatie, bankwezen, voedseldistributie en transport. Enkel op die manier kan de dwingende logica van de winstmaximalisatie doorbroken worden. Het is ook noodzakelijk om bij eventuele toekomstige confrontaties vanwege de oligarchie economisch niet meer gegijzeld te kunnen worden, zoals dat het geval was in de periode 2002-2003. Ook is het noodzakelijk de coöperatieven en volkseconomie verder uit te bouwen teneinde de productieverhoudingen duurzaam te wijzigen. Tenslotte is het noodzakelijk om de patriottische ondernemers zoveel mogelijk en nog meer dan voorheen te winnen voor het Bolivariaanse project. De simultane uitbouw van de staatssector, de volkseconomie en de versteviging van de nationale privé-economie, is essentieel om de reële en verdoken werkloosheid (informele sector) op korte termijn grondig aan te pakken en het materieel draagvlak te scheppen voor een duurzame ontwikkeling.

Een laatste uitdaging ligt op het vlak van het staatsapparaat. Niet alleen moet de invloed van de oligarchie daaruit verdreven worden, het staatsapparaat moet zelf een nieuwe vorm krijgen, aangepast aan de nieuwe doelstellingen van het Bolivariaans project. Tot op heden werden de meeste Misiones gerealiseerd naast de ministeries, dat moet uiteraard in de toekomst binnen de ministeries gebeuren. Daarnaast zal er een grondige en hardnekkige aanpak van de corruptie nodig zijn. Dat laatste kan alleen maar door een doorgedreven transparantie te organiseren van de administratie.

Er is dus zo te zien nog een hele weg af te leggen. Maar als we kijken wat er de laatste acht jaar reeds allemaal gerealiseerd is, dan zullen de kinderschoenen snel ontgroeid zijn.

 

Het Venezolaanse leger: een wereld van verschil.(11)

Wat maakt het leger van Venezuela zo verschillend? Waarom staat het leger niet aan de kant van de oligarchie zoals meestal elders, maar steunt ze de Bolivariaanse revolutie?

  • De invloed van Simón Bolivar. Hij had veel aandacht voor de armen en streefde naar de integratie van Latijns-Amerika.
  • Vanaf de jaren zeventig worden de meeste officieren niet meer opgeleid in de ‘Escuela de las Américas’ (VS), maar in de Venezolaanse Militaire Academie. Ze krijgen een universitaire opleiding en komen in contact met andere universitairen, wat hun denkwereld verruimt.
  • Vanaf de jaren zeventig is er in tegenstelling tot veel andere landen van de regio praktisch geen guerrilla meer. Op het platteland ontmoeten deze officieren geen guerrillero’s meer maar diepe armoede. Tegenover deze armoede zien ze de oligarchie die baadt in weelde en de petroleumrijkdom voor zich houdt.
  • In Venezuela bestond er niet zoiets als een kaste van militairen zoals in andere landen. Een meerderheid van hoge officieren is afkomstig uit de onderste lagen van de bevolking. Zij kennen de dagdagelijkse problemen en zijn daardoor niet of veel minder manipuleerbaar door de hogere klassen.
  • De Caracazo van 1989 heeft het bewustzijnsproces van heel wat militairen een flink stuk vooruit geholpen.
  • Het charisma van Chávez. Zijn kort televisieoptreden n.a.v. de mislukte staatsgreep liet hem toe de publieke opinie op zijn hand te krijgen en steun te verwerven voor het project dat hij belichaamde.
  • Chávez respecteert de rechtsstaat en volgt strikt de electorale en grondwettelijke regels.
  • Het Bolivariaans project verdedigt de nationale ontwikkeling en breekt met de uitverkoop van de petroleumwinsten aan het buitenland. Het staat voor de soevereiniteit van het land en de verdediging van het nationaal patrimonium, inclusief het leger.

 

(Uitpers, nr. 81, 8ste jg., december 2006)

 

Bronnen

Azcui M., ‘Venezuela, Bolivia y Cuba refuerzan lazos con un pacto económico’, El País, 28 april 2006.

Constitución de la República Bolivariana de Venezuela. Caracas 2004.

Cockcroft J., América Latina y Estados Unidos. Historia y política país por país, Havanna 2004.

Elizalde R. & Baez L., Chávez Nuestro, Havanna 2004.

Harnecker M., Venezuela: Militares juno al pueblo. Entrevistas a nueve Comandantes venezolanos que protagonizaron la gesta de abril 2002, Caracas 2005.

Harnecker M., ‘After the Referendum: Venezuela Faces New Challenges’, Monthly Review, november 2004.

Hollinger E., El código Chavez. Descifrando la intervención de los Estados Unidos en Venezuela, Havanna 2005.

Lyons B. & Palser R., Cuba and Venezuela. Breaking the Chains of Underdevelopment in Latin America, Londen 2005.

Martínez O., Neolibarlismo, ALCA y libre comercio, Havanna 2005.

Suárez Salazar L., Madre América. Un siglo de violencia y dolor (1898-1998), Havanna 2003.

Sánchez G., Cuba y Venezuela. Reflexiones y debates, Havanna 2006.

undp, Human Development Report, New York, verschillende jaargangen.

World Bank, World Development Report, Washington, verschillende jaargangen.

Financial Times

The Economist

www.rebelion.org

Voetnoten

(1) Uitgeschreven lezing gehouden op ‘Che Presente’ in Brussel op 28 oktober 2008. Voor mee info zie www.cubanismo.net.

(2) Financial Times 5 september 2006, p. 8.

(3) Een jaar later zal de communistische partij van Bolivia eveneens zijn steun ontzeggen aan de guerrillabeweging o.l.v. Che Guevara.

(4) In de jaren tachtig zijn er opnieuw enkele opflakkeringen in 1982 en 1986, maar die mislukken.

(5) Het bnp per inwoner bedraagt $5800 tegenover $6500 in Latijns Amerika; uitgedrukt in $ppp.

(6) Groei van bbp per inwoner: Latijns-Amerika: 1,1%, Noord-Afrika en het Midden-Oosten 1,1%, Zwart Afrika 2%, Zuid-Azië 3,6% en Oost-Azië 5,6%. Schuldenlast in 2002 per inwoner: Zuid-Azië $118, Oost-Azië $268, Zwart Afrika $300, het Midden Oosten en Noord-Afrika $607, Oost-Europa en Centraal-Azië $1279, Latijns-Amerika $1363. Alle cijfers afkomstig van World Development Report 2005 van de Wereldbank.

(7) Strikt genomen was het bedrijf reeds genationaliseerd in de jaren zeventig, maar er waren toen allerhande achterpoortjes, dat van een echte nationalisering geen sprake kon zijn.

(8) Er zijn ook nog een aantal hervormingen op financieel vlak. Er komt meer controle op de banken, op de buitenlandse transacties van kapitaal en er komt een herschikking van de buitenlandse reserves ten nadele van de dollar.

(9) The Economist 14 mei 2005, p. 23-5; The Economist 28 januari 2006, p. 54-5; The Economist 18 februari 2006, p. 46.

(10) Hiervoor baseer ik me op voor een groot deel op Harnecker M., ‘After the Referendum: Venezuela Faces New Challenges’, Monthly Review, november 2004.

(11) Gebaseerd op Harnecker M., Venezuela: Militares junto al pueblo. Entrevistas a nueve Comandantes venezolanos que protagonizaron la gesta de abril 2002, Caracas 2005, p. 8-14.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 64 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook