Dat de brutale actie in Venezuela ook gevolgen heeft over de grenzen, spreekt voor zich. Het grootste slachtoffer is wellicht Cuba dat met Venezuela nauwe banden heeft.
Een eerste gevolg, waar Uitpers reeds op wees toen de eerste olietanker geënterd werd door de V.S., zal zonder meer voor de energiesector zijn. Cuba kampt met een ernstige crisis, vooral door de veroudering van zijn installaties en de bevolking moet afrekenen met geregelde stroompannes.
Uit Venezuela zal er geen olie meer komen, zoveel is zeker.
Een tweede leverancier is Mexico. De samenwerking is helemaal niet nieuw. In 1994 al investeerde Mexico in de modernisering van een raffinaderij in Cienfuegos. In 2012 werd een akkoord voor technische samenwerking afgesloten met het Cubaanse oliebedrijf Cupet. De rechtse President Pena Nieto schold ook een schuld kwijt die het land had met het Mexicaanse Pemex.
Tijdens de eerste negen maanden van 2025 leverde Mexico gemiddeld 17,2 duizend vaten olie per dag aan Cuba en nog eens 2000 vaten afgeleide producten, voor een waarde van 400 miljoen US$. Dat gebeurt in het kader van legale commerciële contracten en van humanitaire steun. In 2025 was dat 3,3 % van de olieproductie van Mexico en 1,8 % van de afgeleide produkten.
Die hoeveelheid ligt flink lager dan wat in 2024 werd geleverd, respectievelijk min 45 en min 31 %.
Volgens ‘Mexicanen tegen corruptie’, een door de VS gefinancierde NGO, zou de hoeveelheid in 2025 echter verdrievoudigd zijn in vergelijking met de periode onder President Lopez Obrador. Bovenstaande cijfers zijn wel de officiële gegevens die door Pemex werden meegedeeld. De Presidente van Mexico beloofde de meest recente cijfers te zullen opvragen.
De samenwerking tussen Mexico en Cuba is er altijd geweest. Mexico was het enige land dat zich van meet af aan tegen het embargo tegen Cuba heeft verzet en er zijn altijd goede relaties en wederzijds bezoeken van Presidenten geweest, ook tijdens rechtse regeringen.
Dokters
Een ander gevolg, zowel voor Venezuela als voor Cuba, geldt voor de medische samenwerking tussen beide landen.
Men schat dat er zo’n 14.000 Cubanen werken in Venezuela, grotendeels dokters, maar ook leraren en sportmoniteurs. De ‘misiones’, zoals ‘Barrio Adentro’ die destijds door Hugo Chavez waren ingesteld, steunen grotendeels op hen. Daarnaast zijn er nog een flink aantal Cubanen actief in de veiligheids- en inlichtingendiensten. Tijdens de inval werden trouwens 32 Cubanen gedood.
De veiligheid van al deze mensen kan niet langer gegarandeerd worden en ze zullen binnenkort geëvacueerd worden.
Dit betekent dat de gezondheidszorg in Venezuela grotendeels in elkaar stort én dat Cuba de inkomsten van deze contracten zal missen.
Hoe het verder moet in Cuba is vooralsnog onduidelijk. Door het embargo zijn er nog nauwelijks dollarinkomsten en kan er dus ook weinig aangekocht worden, terwijl de tekorten in het land enorm zijn.
Dank zij de ‘misiones’ en het lokale beleid dat door Hugo Chavez werd gepromoot, is de voedselzekerheid in Venezuela behoorlijk opgetrokken, Cuba blijft echter in nog veel grotere mate afhankelijk van het buitenland.
