Van ontwikkelingshulp naar mondiale openbare financies

Kohonen Matti & Mestrum Francine, ‘Tax Justice, putting global inequality on the agenda’,

Pluto Press, Londen, 2009, 239 p. (met bijdragen van onder meer Lou Keune en Dries Lesage)

Bij Pluto Press verscheen een boek over ‘Tax Justice’ samengesteld door o.m. Francine Mestrum. Hierin wordt een interessant concept ontwikkeld dat volgens de auteurs ontwikkelingshulp zou kunnen vervangen: mondiale openbare financies. Een kennismaking.

Reeds geruime tijd wordt er voornamelijk gesproken over het verminderen van armoede, en wordt er niet meer stil gestaan bij ongelijkheid. Er zijn geen overtuigende argumenten om uit te leggen waarom armoede belangrijker zou zijn dan ongelijkheid. Is de strijd tegen ongelijkheid misschien meer bedreigend dan de strijd tegen armoede?

Armoede wordt in alle grote rapporten in absolute en niet in relatieve termen gesteld: de kloof tussen arm en rijk wordt weggemoffeld. Zowel de nieuwe strategie van het Internationaal Muntfonds (IMF), de Wereldbank, de ‘Poverty Reduction Strategy Papers’ (Strategisch plan voor armoedevermindering) als de Millennium-doelstellingen van de VN (1), passen perfect in de liberale agenda. Over herverdeling wordt haast niet meer gesproken. Het individu staat centraal, de rol van de overheid als economische en ontwikkelingsactor wordt geschrapt. Staten moeten enerzijds alleen nog zorgen voor de juiste omgeving voor gelijke kansen, en anderzijds de extreme armoede aanpakken.

Waarom?

Omdat de dominante neoliberale ideologie stelt dat een dynamische economie ongelijkheid nodig heeft, en voor de allerarmsten opkomen is dan kennelijk meer waard dan het verkleinen van de kloof tussen arm en rijk. Een tweede reden is dat de grotere aandacht voor de allerarmsten ook wel in de “doe”-filosofie van vele NGO’s past. Er moet iets gebeuren: ondanks een behoorlijke economische groei tussen 1960 en 1980 is er weinig vooruitgang geboekt voor de armen, hoewel alle sociale indicatoren betekenisvol verbeterden in die periode. Een derde reden vinden we in de globalisering en de wereldwijde protesten ertegen. De andersglobalisten zien groeiende armoede als hét bewijs van de negatieve impact van de huidige globalisering. Enige relativering is hier op zijn plaats. Eigenlijk bestaan er geen echt betrouwbare cijfers over armoedegroei. De gevolgen van de neoliberale globalisering spelen meer voor de arbeiders en ambtenaren dan voor de extreem-armen. Met andere woorden globalisering produceert relatieve armoede, maar het beïnvloedt de situatie van de allerarmsten niet echt.

Bestrijden van ongelijkheid of bestrijden van armoede : het betreft twee verschillende agenda’s. De eerste gaat over ontwikkeling die de economische groei en sociale vooruitgang moet stimuleren: een collectief project voor de modernisering en emancipatie van landen en samenlevingen. De armoede-agenda van haar kant wil de extreemarmen en vooral vrouwen toegang bieden tot onderwijs en gezondheidszorg, om hun productieve capaciteiten te ontwikkelen. Economische ontwikkeling is dan het terrein van de ‘markt’, en vrije handel zal tot economische groei leiden. (On)gelijkheid en (her)verdeling verdwijnen naar de achtergrond.

Pleidooi

Nochtans zijn er redenen genoeg om ongelijkheid opnieuw naar voor te schuiven. Er is de morele kant van de zaak: directeurs die enorme wedden ontvangen tegenover mensen die met minder dan 1 dollar per dag moeten rond komen.

Ongelijkheid is een belangrijke factor bij migratie: het zijn niet de allerarmsten die hun land verlaten, maar mensen met bepaalde capaciteiten die in het rijke ‘Noorden’ eventueel kunnen gebruikt worden. Grote ongelijkheid maakt grenzen en controles opnieuw belangrijk, een negatie van globalisering en wereldwijde democratisering. Daarnaast is er de factor politieke instabiliteit. Armoede op zich is geen fundamentele oorzaak van conflict: de allerarmsten gebruiken al hun tijd en energie om te overleven. Het is vooral een verarmde middenklasse die geen uitweg meer ziet die naar opstand zou kunnen neigen. Ongelijkheid is dus eerder dan absolute armoede de oorzaak van conflict. De groeiende ongelijkheid ondermijnt ook het politieke burgerschap van personen. Armen zijn makkelijker electoraal te ‘kopen’, economische ongelijkheid houdt ongelijke machtsverhouding in. Ook op het niveau van landen is dat zo. Het VN-Charter spreekt over de gelijkheid onder de lidstaten, maar de geopolitieke realiteit duwt de lidstaten in de andere richting.

Verder moeten we ook spreken over de financiële en ecologische schuld. Tussen 1998 en 2003 beliepen de netto transfers van de arme naar de rijke landen tussen de 51 en de 132 miljard dollar per jaar. De wijze waarop de ‘ontwikkelde’ wereld omgaat met het verkwisten van natuurlijke hulpbronnen, hun verantwoordelijkheid qua achteruitgang van de biodiversiteit, hun productie van chemisch-, toxisch- en nucleair- afval, vormen een enorme ecologische schuld tegenover het armere deel van de wereld. En dan is er ook nog de historische schuld ten gevolge van het kolonialisme.

Hoe?

Als ongelijkheid moet worden ingedijkt, hoe kunnen we dat dan aanpakken? Men zou kunnen stellen dat er moet gewerkt worden om het inkomen van de armen op te trekken tot het niveau van de middenklasse. Dit is helaas ecologisch niet mogelijk. De ecologische impact van de mens is nu al zo’n 20% hoger dan de regeneratiecapaciteit van de planeet. De ecologische voetafdruk van de Verenigde Staten is tien maal die van India. Een massale inkomensstijging en de daarbij horende consumptie (westerse stijl) is de doodsteek voor duurzaamheid, wat wellicht een beetje getemperd zou kunnen worden door nieuwe technologie. Anderzijds kan men de ongelijkheid ook aanpakken door het inkomen van de rijken te beperken. Traditioneel zijn er verschillende methodes om dergelijke herverdeling van de inkomens te realiseren: liefdadigheid, inkomstenbelasting, vermogensbelasting en sociale zekerheid. De rijken zelf verkiezen duidelijk de liefdadigheid. Een belasting op rijkdom (vermogensbelasting) is wel het laatste dat ze willen. Een progressieve inkomstenbelasting is veruit de beste herverdelingstechniek, maar de pleidooien voor flat-tax en indirecte belastingen -waarbij de lagere-inkomensgroep relatief meer betaalt- zijn nu legio. Bovendien spelen belastingen, taksen en sociale zekerheid alleen binnen de landsgrenzen en niet tussen rijke en arme landen. Ontwikkelingshulp zou een internationale herverdelingsrol kunnen spelen, maar de omvang ervan is te beperkt om een ernstige impact te hebben. Bovendien verlaat een groot gedeelte van de hulp nooit het donorland: overheadkosten, personeel, en (verplichte) aankopen in het Noorden. Een soort van Mondiale Openbare Financies zou het huidigesysteem van ontwikkelingshulp kunnen vervangen.

Rechtvaardigheid

Zelfs als alle extreme armoede zou zijn opgelost -ver boven de millennium doelstellingen- dan is de wereld er niet rechtvaardiger op geworden als tegelijkertijd de ongelijkheid blijft groeien. Mensen komen in verzet niet omdat ze arm zijn, maar omdat ze opkomen tegen onrechtvaardigheid, omdat ze in hun waardigheid zijn geraakt, omdat ze gemarginaliseerd worden en zich uitgesloten voelen van de morele gemeenschap van de mensheid. Herverdeling moet opnieuw op de politieke agenda komen. Een concept van Mondiale Openbare Financies kan alleen maar op economische- en politieke gronden. Ongelijkheid kan worden aangepakt door herverdelende rechtvaardigheid, mondiale taksen en globale sociale bescherming. Dat is veel meer dan armoedebestrijding.

Armoede is immers geen individueel probleem, maar een probleem van de gehele samenleving.

Van hulp naar openbare financies

Rechtvaardige verdeling kan maar via openbare financies, en globale distributie kan maar via mondiale openbare financies. Deze herverdeling kan de ontwikkelingshulp vervangen, die vandaag als een arbitrair middel duidelijk tekort schiet. De huidige tendens in de ontwikkelingssamenwerking naar budgetsteun is een stap in de goede richting, maar toch nog altijd teveel verbonden aan harde conditionaliteit. Met een efficiënt monitoring systeem voor wapenhandel en kapitaalvlucht, met meer transparantie op de kapitaalbewegingen, en een bewustzijn over de noodzakelijke duurzaamheid van het wereldsysteem en de menselijke interdependentie, moeten deze mondiale openbare financies een realiteit kunnen worden.

Het concept van Mondiale Openbare Financies kan wellicht het ontwikkelingsdebat heroriënteren. In het verleden werd te dikwijls vergeten dat ontwikkeling een belangrijke kapitaalsinput veronderstelt. Als de hulp multilateraler wordt kan ze een mondiaal systeem van inkomensherverdeling en solidariteit worden. Net zoals armoede kan men ongelijkheid niet exclusief benaderen vanuit het standpunt van de arme. Het gaat om een sociale en maatschappelijke problematiek. Armoede en ongelijkheid, zowel op individueel als op niveau van de landen, kunnen niet worden losgekoppeld van rijkdom. Ze maken beide deel uit van een en hetzelfde systeem dat tegelijkertijd rijkdom en armoede produceert.

(Uitpers, nr. 112, 11de jg., september 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=877025&refsource=uitpersVasili

Voetnoot

(1) De 8 millennium-doelstellingen afgesproken in de VN in 2000 die tegen 2015 bereikt zouden moeten zijn.

1. Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, moet met de helft gedaald zijn ten opzichte van 1990. Dit geldt ook voor het aantal mensen dat honger lijdt.

2. Alle kinderen op de wereld moeten basisonderwijs volgen.

3. Meisjes moeten dezelfde kansen als jongens krijgen, in het basis- en middelbaar onderwijs al in 2005, in 2015 op alle onderwijsniveaus.

4. Het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar moet met twee derde verminderd zijn ten opzichte van 1990.

5. De moedersterfte moet met driekwart gedaald zijn ten opzichte van 1990.

6. De verspreiding van HIV/Aids, malaria en andere ziektes moet afgestopt zijn. Te beginnen met de terugdringing van deze ziektes.

7. Er moet overal een milieubeleid gevoerd worden, gericht op duurzame ontwikkeling en het onomkeerbare verlies van natuurlijke hulpbronnen moet gestopt zijn. Het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater moet met de helft verminderen en de levensomstandigheden van ten minste honderd miljoen mensen in sloppenwijken aanzienlijk verbeterd.

8. Wereldwijd moeten landen en instellingen samenwerken aan ontwikkeling. Er moeten afspraken zijn over goed bestuur, landen moeten eerlijke handel met elkaar voeren en er moet een eerlijk financieel systeem op poten gezet worden. Het schuldenprobleem van ontwikkelingslanden moet opgelost zijn en de ontwikkelingslanden moeten over nieuwe technologieën beschikken.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel