Van onbekende rapper tot Spaans symbool van de vrije meningsuiting

Rapper Pablo Hasél( foto: facebook)

Spaanse rapper Pablo Hasél werd veroordeeld tot negen maanden gevangenis voor ‘belediging van het koningshuis’. Hij krijgt er nu nog twee jaar bovenop voor andere feiten. Sven Tuytens bericht vanuit Madrid over de massale uiting van solidariteit voor deze linkse rapper. Er is meer aan de hand dan alleen maar de bestraffing van een stoerdoenende rapper.

Het was weer een hele tijd geleden dat het er nog zo hevig aan toe ging in de straten van Barcelona, Madrid en tal van andere Spaanse steden waar verschillende dagen op rij betogingen worden gehouden die eindigden op een gewelddadig treffen tussen betogers en de oproerpolitie.
De aanleiding was de aanhouding op 16 februari 2021 van de 33-jarige Spaanse rapper, Pablo Hasél die werd opgepakt omdat hij nog een celstraf van negen maanden moet uitzitten voor “smaad aan de Kroon” en het “verheerlijken van geweld en terrorisme”. Zijn veroordeling en arrestatie zorgen voor heel wat discussie in Spanje.

Openlijk antisociaal gedrag

De veroordeling van Hasél berust op zijn songteksten en tweets. De vorige Spaanse koning Juan Carlos I noemde hij ‘een maffiabaas’ en in zijn teksten verheerlijkt hij twee terreurbewegingen: ETA en de marxistische GRAPO, die beide door de Europese Unie als terreurorganisaties worden beschouwd maar intussen zijn opgeheven.
Pablo Hasél wist wat hij riskeerde want Spaanse rechters beschikken over een specifiek artikel van de strafwet waarmee ze alle kanten uit kunnen:
Artikel 578 stelt dat een verbod op het ‘verheerlijken van terrorisme’ en het ‘vernederen van terrorismeslachtoffers’.
Sinds 2004 hebben tientallen aanklachten en veroordelingen geleid tot een klimaat waarin mensen steeds banger zijn om afwijkende meningen te verkondigen of controversiële grappen te maken. Dat blijkt uit een door Amnesty International in 2018 gepubliceerd rapport onder de titel ‘Tweet… if you dare. How counter-terrorism laws restrict freedom of expression in Spain’ .
Daarin staat dat in Spanje steeds meer sociale-media-gebruikers, journalisten, advocaten en muzikanten aangeklaagd en veroordeeld worden omdat ze iets gezegd, getweet of gezongen hebben dat in strijd is met die wet.
Rapper Pablo Hasél is dus de laatste van een lange reeks aangeklaagden die voor “verheerlijking van terrorisme” tot celstraf veroordeeld werden. Tussen 2004 en 2020 waren er dat in totaal 122 . Daarbij komen nog tenminste zes veroordelingen bij: voor “smaad aan de Kroon, aan staatsinstellingen en aan religieuze gevoelens”.

Frustratie

Wellicht heeft de onrust in de straat heeft niet enkel met de zaak Hasél te maken. Het is een uiting van woede van jonge mensen ten aanzien van conservatieve rechters die de vrije meningsuiting aan banden leggen. Er is ook veel kritiek op de politie die verweten wordt met twee maten en gewichten te werken.
Tijdens betogingen van extreemrechts heeft de politie de neiging zich tolerant op te stellen en zelf openlijk sympathie voor de betogers te betuigen. Maar wanneer betogers uit de linkse hoek komen, wordt elke aanleiding gegrepen om buitensporig geweld te gebruiken. Tenslotte leeft er bij de jeugd een groeiend frustratiegevoel als gevolg van beperkingen die door coronapandemie opgelegd worden.
Niet alleen de straat is onrustig, ook heel wat bekende Spanjaarden zoals Hollywood-acteur Javier Bardem, regisseur Pedro Almodóvar en zanger Joan Manuel Serrat hebben genoeg van de harde strafwetten en ondertekenden een petitie tegen de gevangenisstraf van Hasél.

Gevoelig onderwerp

Tegelijk lanceert de zaak het debat over hoever de vrije meningsuiting kan gaan. Veel Spaanse opinieleiders proberen daar nu een antwoord op de geven, maar dat is niet zo eenvoudig.
Juan Carlos I “maffiabaas” noemen is misschien nog niet zo erg, want de voormalige Koning is de voorbije jaren, door zijn eigen schuld heel wat van zijn populariteit verloren.
Maar waar Hasél op onbegrip bij een deel van de Spanjaarden stuit, is wanneer hij ETA en geweld prijst. Je hebt diegenen die ETA een ‘Baskische onafhankelijkheidsbeweging’ noemen en anderen die naar de ‘terroristische bende ETA’ verwijzen. Alleen al met deze nuance merk je hoe moeilijk de discussie ligt.
Wanneer Hasél rapt en zegt dat het is goed als de auto van een politicus de lucht invliegt, denken veel Spanjaarden terug aan de lange en duistere periode toen ETA in heel Spanje aanslagen pleegde. De bommencampagne duurde tientallen jaren, veroorzaakte meer dan 800 dodelijke slachtoffers en sloeg diepe wonden in de Spaanse samenleving.
Al behoren de aanslagen van ETA tot het verleden, liggen de feiten nog fris in het geheugen. De verenigingen van slachtoffers van het terrorisme hebben een niet te verwaarlozen stem in Spanje en de conservatieve Partido Popular blijft in haar verkiezingscampagnes nog steeds naar de strijd tegen ETA verwijzen.

Wetshervorming nodig

Een gevangenisstraf voor rapteksten doet onvermijdelijk denken aan de in 1963 door dictator Franco opgerichte Rechtbank voor Openbare Orde waarbij het vooral de bedoeling was om kritische personen te vervolgen. Tijdens de franquistische dictatuur werd men veroordeeld voor “openlijk antisociaal gedrag” dat tot delicten leidt die “de stabiliteit van het regime bedreigen”.
In de huidige progressieve PSOE-Unidas Podemos-coalitieregering gaan al een tijdje stemmen op werk te maken van de hervorming van het strafrecht. Daarbij hoort ook de afschaffing de beruchte Ley Mordaza (muilkorfwet) van de vorige PP-regering onder leiding van Mariano Rajoy die met zware geldboetes en gevangenisstraffen sociaal protest aan banden moest leggen.

Meer dan één veroordeling

Een progressieve rechter zou in Hasél’s opruiende taal een flinke dosis stoerdoenerij van iemand die met de wereld overhoop ligt. Het was echter een conservatief die de oproep tot geweldpleging ernstig nam en ook zijn strafdossier van de voorbije tien jaar inkeek.
Hasél wordt hard aangepakt omdat hij al lang een doorn in het oog is van het gerecht.
Sinds 2011 werd hij al verschillende keren opgepakt en veroordeeld wegens “verheerlijking van terrorisme”. Het bleef niet beperkt tot verbaal geweld.
In 2014 werd hij opgepakt omdat hij samen met een groep vrienden, leden van een vermoedelijke extreemrechtse groep had aangevallen. In 2016 werd hij tot zes maanden cel veroordeeld omdat hij een tv-journalist geduwd en beledigd had en afwasmiddel in diens gezicht had gespoten. Ook voor het aanvallen van een getuige in een rechtszaak tegen een politieagent werd hij veroordeeld.

Politiek debat

De rellen zijn ondertussen ook het onderwerp van een hevig politiek debat geworden en zouden voor spanningen kunnen zorgen binnen de PSOE-Unidas Podemos-coalitieregering want beide partijen reageerden heel verschillend op het geweld in de straat.
Via twitter schreef de woordvoerder van Unidas Podemos, Pablo Echenique, na afloop van de rellen in Barcelona en Madrid dat hij zijn steun betuigde “voor de antifascistische jongeren in de straten” en eist “gerechtigheid en vrije meningsuiting”.
De reactie van Pepu Hernández, de woordvoerder van de socialistische fractie in Madrid, was heel anders. Via twitter veroordeelde hij het geweld van de betogers en drukte zijn steun uit voor de veiligheidsdiensten.
Oppositiepartijen PP, Ciudadanos en het extreemrechtse Vox waren er als de kippen bij om een lans voor de oproerpolitie te breken en verwijten Unidas Podemos dat ze de betogers tot geweld aanzet. De paarse formatie laat zich niet ontmoedigen.
Op 18 februari 2021 diende Unidas Podemos bij het Ministerie voor Justitie een dringende aanvraag in voor gratieverlening voor Pablo Hasél en de naar België gevluchte rapper Valtònic. Het is niet zeker wat de Minister van Justitie met die aan vraag gaat doen.
Het is goed mogelijk dat de coalitieregering nu werk gaat maken van een versoepeling van de wetgeving, maar voor Hasél komt die in ieder geval te laat.

(Dit artikel verscheen ook op www.dewereldmorgen.be)

(Visited 77 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 111 Times, 3 Visits today