Van kolonie naar Republiek. Tweehonderd jaar Latijnsamerikaanse onafhankelijkheid

Soms vallen de data mooi samen. Het is in 2021 precies vijfhonderd jaar geleden dat Tenochtitlan, de hoofdstad van de Mexica’s en het huidige Mexico City, in handen viel van de Spanjaarden. Het was het begin van een driehonderdjaar lange kolonisering. In 1821 werd Mexico onafhankelijk. De andere Latijns-Amerikaanse landen werden allemaal rond deze periode ‘bevrijd’, met uitzondering van Paraguay, dat moest wachten tot 1842. Cuba vergleed in 1889 van Spanje naar de Verenigde Staten en werd onafhankelijk in 1909.

De aanleiding tot de onafhankelijkheidsoorlogen lag in het ongenoegen van de ‘criollos’, dit zijn de blanke kolonialen die onder het gezag van de Spaanse ambtenaren machteloos moesten toekijken op het bestuur van hun land. Zij waren beïnvloed door de onafhankelijkheid van de V.S., de Encyclopedie, de Verlichting, en uiteraard de Franse Revolutie. De vrijmetselaarsloges speelden een grote rol. Toen Napoleon Spanje binnenviel in 1808 en Koning Ferdinand VII gevangen werd genomen, zagen de criollos hun kans om de macht naar zich toe te trekken. Elk land had zijn held, O’Higgins in Chili, San Martin in Argentinië, Bolívar in Venezuela en Colombia. In Mexico werden Miguel Hidalgo, José María Morelos y Pavón en Augustín de Itúrbide achtereenvolgens geëxecuteerd.

Twee landen verdienen een aparte vermelding. In Haiti, de rijkste kolonie, brak in 1791, na de Franse Revolutie, een slavenopstand uit. Het conflict, dat het vertrek van nagenoeg de hele blanke bevolking met zich bracht, duurde tot 1804, jaar waarin Haiti een Republiek werd.

De strijd voor onafhankelijkheid verliep ook heel anders in Brazilië. Bij de inval van Napoleon in Portugal vluchtte de Koning naar Brazilië. Bij zijn terugkeer in 1821 blijft zijn zoon Pedro I die een liberale grondwet aanvaardt en zich in 1822 tot Keizer laat uitroepen. In 1825 wordt het land onafhankelijk maar het duurt tot 1889 tot het een Republiek wordt.

Bij de strijd voor de onafhankelijkheid tekenden zich twee trends af. De eerste was een nationale trend die de steun van Groot-Brittannië en de V.S. krijgt, aangezien het makkelijker is om op een gefragmenteerd continent invloed uit te oefenen. De tweede trend streeft naar eenheid van het continent. De pogingen van Simon Bolívar mislukken echter en Gran Colombia valt in 1830 uiteen in Venezuela, Colombia en Ecuador. In 1823 wordt de Monroe doctrine in de V.S. aangenomen, ‘Amerika voor de Amerikanen’, wat toen zeer positief wordt onthaald maar wat in de praktijk zal neerkomen op het Zuiden voor het Noorden.

Concreet betekent dit dat de politieke onafhankelijkheid weinig verandert aan de economische achterstelling. Spanje had eeuwenlang een handelsmonopolie, wat aanleiding gaf tot veelvuldige piraterij. De landen van het Zuiden leverden mijnbouw en landbouwprodukten en kochten in Europa industriële produkten.

Op het platteland bleef een semi-feodaal systeem van grootgrondbezitters heersen, met zwarten en inheemsen onderaan de sociale ladder. Zwarten werden wel ingeschakeld om bij de inheemsen belastingen of een deel van de oogst te gaan innen.

Met de onafhankelijkheid zullen Groot-Brittannië en de V.S. gaan investeren en leningen verstrekken, vooral in het Zuiden. Als landen hun schulden niet langer kunnen  betalen treedt de ‘kanonneerbootdiplomatie’ in werking.

Gebrek aan stabiliteit

De negentiende eeuw blijft al bij al vrij onstabiel, met oorlogen en conflicten. Het bekendst is de oorlog tussen Chili, Peru en Bolivië, waarbij Peru veel grondgebied verliest en Bolivië zijn uitweg naar zee.

Paraguay, dat een tijdlang het meest vooruitstrevende land was met een schitterende economische ontwikkeling, werd overreden door Argentinië en Uruguay, met steun van Groot-Brittannië. Het land verloor nagenoeg zijn volledige mannelijke bevolking en is tot vandaag bij de armste landen van de regio gebleven.

Argentinië en Brazilië daarentegen waren tot kort na de tweede wereldoorlog bij de rijkste landen van de wereld.

Dit komt o.m. door de gevolgen van de eerste wereldoorlog en de crisis van 1929. Vóór 1920 kon Latijns Amerika grondstoffen uitvoeren, het had geld, maar de Europese landen konden door hun oorlogsindustrie niets uitvoeren. Tijdens de crisis na 1929 kunnen de industrielanden wel leveren, maar de latino’s hebben geen geld meer om in te voeren.

Het doet Raúl Prebisch besluiten dat er een structureel verschil bestaat tussen de landen van de periferie en die van het centrum. De landen van Latijns Amerika besluiten om een beleid van importsubstitutie te gaan voeren, dit is, om hun eigen industrie te ontwikkelen. In Zuid-Amerika, Colombia en Mexico is dit aardig gelukt, met groeiende rijkdom en het ontstaan van een grote middenklasse. De sociale zekerheid werd er ontwikkeld naar het model van West-Europa.

Midden-Amerika daarentegen bleef steken in zijn feodaliteit, met uitzondering van Costa Rica, dat eigenlijk nooit gekoloniseerd werd.

Vanaf het eind van de 19de eeuw ontstaat zowat overal sociale onrust met de ontwikkeling van sterke vakbonden, zoals in Europa. In Mexico wordt een Casa del obrero mundial gesticht door anarchosyndicalisten. In Patagonië breekt rond 1920 een grote staking uit die bloedig wordt onderdrukt. In Colombia, Honduras en Costa Rica zijn er acties op de bananenplantages tegen United Fruit, met eveneens zware repressie en veel doden.

Langzamerhand komen linkse regimes aan de macht, zoals Getulio Vargas en Joao Goulart in Brazilië, Perón in Argentinië met een eigen invulling van het populisme, Lázaro Cárdenas in México die in 1938 de olie-ontginning kan nationaliseren. In 1952 vindt in Bolivia de nationale revolutie plaats waardoor de tinmijnen in overheidshanden komen. En in 1959 breekt de Cubaanse revolutie uit die de rest van het continent en de wereld zal inspireren.

In Peru en Ecuador komen progressieve militairen aan de macht, maar stilaan zijn het militaire dictaturen die overal de macht overnemen en een harde repressie voeren tegen alles wat links of progressief is. In Midden-Amerika woeden burgeroorlogen, in Nicaragua in 1979 gestopt door de Sandinistische overwinning.

Eind van de jaren ’80 begin een langzame terugkeer naar de democratie, maar met een neoliberaal beleid. Het is hier dat de ‘structurele aanpassingen’ die door het IMF en de Wereldbank over de hele wereld zullen opgelegd worden voor het eerst worden toegepast, met dramatische sociale gevolgen.

Alles geprobeerd, niets is gelukt, zo wordt wel eens gezegd. Dat klopt natuurlijk niet, want wat nooit is geprobeerd is deze landen echte autonomie geven, met een kans tot regionale samenwerking. Er waren ettelijke pogingen, de laatste met name door Hugo Chavez in Venezuela, maar telkens opnieuw worden ze geblokkeerd door de V.S. en haar handlangers op het continent. Alsof de landen nooit echt onafhankelijk zijn geworden.

Bij de stichting van de Verenigde Naties, na de tweede wereldoorlog, werd dit zeer goed beseft. Het is dank zij de Latijnsamerikaanse landen dat sterk de klemtoon werd gelegd op het belang van economische onafhankelijkheid voor de landen die zeer binnenkort zouden dekoloniseren. De teksten die in de jaren ’60 en ’70 in de Algemene Vergadering werden goedgekeurd zijn schitterende voorbeelden van hoe een nieuwe internationale wereldorde met samenwerkende landen met rechten en plichten er zou kunnen uitzien. Maar het mocht niet zijn.

De laatste ‘pink tide’ van begin 21ste eeuw is alweer achter de rug. Het is nu wachten tot er weer een progressieve meerderheid kan ontstaan om enkele bescheiden veranderingen door te drukken.

Mexico

Wegens zijn ietwat aparte geschiedenis verdient Mexico meer aandacht.

Bij zijn onafhankelijkheid was Mexico een immens groot land. Chiapas was weliswaar enige tijd onafhankelijk, en Yucatán viel onder het rechtstreeks gezag van de koning van Spanje.

In het Noorden reikte Mexico echter tot geheel Californië, Arizona, Texas, New Mexico, Nevada en Utah, vandaag grondgebied van de V.S.

Spanje verkocht Florida al aan de V.S. in 1814, zoals Frankrijk Louisiana verkocht. In het zeer dun bevolkte Texas had Spanje een concessie gegeven aan Esteban Austin voor de vestiging van driehonderd families, maar de V.S. lag op de loer. Na de onafhankelijkheid begint het Texas te koloniseren, in 1835 verklaart Texas zich onafhankelijk en blijkt dat de Mexicaanse President Santa Ana een geheime en persoonlijke deal met de V.S. heeft gesloten. De V.S. lijft Texas in 1844 in en valt Mexico binnen met een blokkade van de haven van Vera Cruz.

De oorlog eindigt met een Verdrag van 1848 waarbij zowat de helft van het Mexicaanse grondgebied in Noord-Amerikaanse handen komt. Er vielen ongeveer vijftig duizend doden.

Ondertussen waren in Yucatan de Maya inheemsen in opstand gekomen, later ook de Maya’s van Chiapas (het gebied van de huidige neozapatistas). Het conflict  – de oorlog van de kasten – duurde tot 1901 en koste 250.000 mensenlevens.

In 1858 wordt Benito Juarez tot President verkozen. Hij begint met liberale hervormingen, de scheiding van Kerk en Staat, het nationaliseren van de kerkelijke goederen. Maar het land kan zijn schulden niet terug betalen. Napoleon III van Frankrijk stuurt zijn troepen, in een akkoord met het V.K. en Spanje, en bovendien Maximiliaan van Oostenrijk, gehuwd met de dochter van Leopold I van België. Maar als Napoleon zijn troepen weer nodig heeft voor de oorlog tegen Pruisen, kan Keizer Maximiliaan de zaak niet in handen houden. Hij wordt gefusilleerd in 1867. Charlotte keert waanzinnig terug naar Europa en leeft tot 1927 in haar kasteel in Boechout.

De Mexicaanse revolutie

In 1909 was President Porfirio Díaz al dertig jaar aan de macht en wilde zich nog eens laten herverkiezen, waarop groot sociaal protest uitbarstte. Francisco Madero wint de verkiezingen van 1911, belooft sociale hervormingen, maar wordt met steun van de V.S. in 1913 vermoord. Dit is het begin van de Mexicaanse revolutie, met drie hoofdpersonnages: Venustiano Carranza, die dicht bij de grootgrondbezitters aanleunt en  veranderingen wil doorvoeren in alle legaliteit, Pancho Villa die het opneemt voor sociaal-economische hervormingen in het Noorden, en Emiliano Zapata, die het opneemt voor de boeren en voor de inheemsen.

Het conflict duurt tot 1917, jaar waarin een nieuwe Grondwet wordt goedgekeurd. Die bepaalt dat het water en het land eigendom zijn van de natie (art. 27) en dat Mexico een niet-confessionele staat is (art 130). In datzelfde jaar wordt Zapata vermoord en in 1923 is het de beurt aan Pancho Villa.

Lázaro Cárdenas tenslotte zal in 1938 de olie kunnen nationaliseren en doet alles om de beloften van de revolutionaire grondwet waar te maken. In 1946 wordt de Partij van de Mexicaanse Revolutie omgevormd tot de Institutionale Revolutionaire Partij (PRI), en zal zonder oppositie 70 jaar lang onafgebroken aan de macht blijven.

Vandaag heeft México een progressieve President met bijzonder weinig macht. De drugsmafia is in alle geledingen van het overheidsapparaat en de maatschappij doorgedrongen, het leger heeft uitgebreide bevoegdheden en het land is deel van het Noordamerikaans vrijhandelsverdrag met de V.S. en Canada.

Dekoloniseren

Het thema van de dekolonisering vindt zijn oorsprong in Latijns Amerika. Na terechte kritiek op het ontwikkelingsverhaal, het besef van de economische achterstelling in de ‘periferie’, de afhankelijkheid van het rijke ‘Westen’, de nieuwe zelfbevestiging van de inheemse volken die niets aan dynamiek hebben ingeleverd, wordt vandaag de ‘moderniteit’ met de vinger gewezen, en die zou het gevolg zijn van de kolonisering die ook het kapitalisme, de slavernij en het racisme heeft meegebracht.

Ik vat het hier wat karikaturaal samen en wil er meteen aan toevoegen dat de belangrijkste auteurs die het thema behandelen – Enrique Dussel, Boaventura de Sousa Santos, Edgardo Lander, Bolívar Echeverría ….) er heel wat genuanceerder over praten. Maar de moderniteit wordt wel afgewezen, al wordt ze meestal niet gedefinieerd. Wat wordt er mee bedoeld? De Verlichting? De invoering van moderne technologie? Het wetenschappelijk en Westerse denken in het algemeen dat de inheemse filosofie van de kaart heeft geveegd? Of gewoon het terechte besef dat de Westerse moderniteit de mens boven de natuur stelt, met alle milieuvernietiging vandien?

Het blijft een zeer moeilijk thema omdat het m.i. bijzonder gevaarlijk is om op het ogenblik dat zowat overal het fascisme weer de kop opsteekt, de waarden van de Verlichting ook door de linkerzijde te laten veroordelen. Verandering is mogelijk en de mens kan bijzonder veel doen om veranderingen te bevorderen of te verhinderen. Wanneer we stoppen daarin te geloven zijn we vogels voor de kat, overgeleverd aan wat de ‘goden’ – vandaag artificiële intelligentie – ons vertellen.

Dat de moderniteit daarom alles in het werk moet stellen om tot een betere relatie tussen mens en natuur te komen, lijkt me evident.

Voor de achterstelling van de Latijnsamerikaanse landen zijn heel wat andere schuldigen aan te wijzen. De feodale verhoudingen – en niet het kapitalisme – die met de kolonisering werden ingevoerd, het kapitalisme dat later de uitbuiting van natuur en mens in andere vormen heeft voortgezet, inclusief met slavernij, het imperialisme van de Europese landen en later van de V.S., nooit te beroerd om te moorden en staatsgrepen te plegen om de eigen belangen – of die van grote ondernemingen – te verdedigen, tot vandaag. De politieke klasse van zowat alle landen, is in de meeste gevallen door en door corrupt. Het valt trouwens op dat die politieke klasse, op twee recente uitzonderingen na, Bolivië en Peru, nog altijd blank is. Voor die klasse is het meestal zo dat besturen betekent dat men zijn klasse verdedigt. Zeker in landen waar een meerderheid zwart, mesties of inheems is, wordt er op neergekeken, het is niet voor hen dat men regeert. Het algemeen belang is ver zoek.

Wat betekent het dan te dekoloniseren? Al deze invloeden van zich afschudden, wat lang niet makkelijk is. Zich regionaal met progressieve krachten organiseren, samenwerken, sociale gelijkheid en rechtvaardigheid nastreven, alle restanten van het feodalisme uitroeien, het land eerlijk verdelen en een beleid ontwikkelen voor een ecologische landbouw en milieubescherming. Een paar makkelijke woorden, een aartsmoeilijke opdracht.

Het is een beleid waaraan de rijke landen zouden moeten meewerken, maar de kans is klein dat dit gebeurt.

Op 15 september viert Mexico zijn tweehonderd jaar onafhankelijkheid. President Lopez Obrador probeert nu een nieuwe regionale organisatie te stichten voor een betere integratie van het continent, zonder de hegemonie van de V.S.

(Visited 90 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 153 Times, 5 Visits today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook