Van Erika tot Prestige: zeerecht loopt te pletter op fiscale paradijzen

De ramp met olietanker Prestige joeg een golf van verontwaardiging door Europa. Gemeende verontwaardiging bij het publiek. Hypocrisie bij regeerders en zakenlui die bij elke ramp van dat genre strenge maatregelen aankondigen, maar tegelijk achterpoorten openlaten, vooral in hun eigen fiscale paradijzen, van de Bahamas tot Gibraltar. Amper drie jaar geleden was er de catastrofe met de Erika, na de Prestige zullen er nog volgen.

Griekse reders met diverse maatschappijen, waaronder een in Liberia die één wrak in de vaart heeft dat onder de vlag van de Bahamas vaart met de on werkelijke naam Prestige. En die Prestige brengt een grote lading ruwe olie, 77.000 ton, van de Letlandse haven Riga naar Singapore in opdracht van een Russische maatschappij met zetel in Gibraltar die baadt in een sfeer van fraude en plundering. Met als klein detail dat de slecht betaalde bemanning vooral bestaat uit Filipino’s zonder enige sociale bescherming. Kortom, een klassiek verhaal, want er zijn enkele duizenden dergelijke schepen op de oceanen, alle decennialange debatten en beloften over zeerecht ten spijt.

Drie jaar eerder leed de "Maltese" tanker Erika schipbreuk bij de Bretoense kust. Het duurde een tijdje eer de Groene minister van Leefmilieu, Dominique Voynet, toegaf dat het hier om een ernstige ramp ging. Want Cedre, het semi-privé bedrijf dat als officiële woordvoerder optrad in plaats van het openbare Ifremer, deed die schipbreuk aanvankelijk af als onbelangrijk, wat misschien te maken had met het feit dat een van de kopstukken van Cedre ook in het directiecomité zat van TotalFinaElf waarvoor de tanker olie vervoerde.

De ramp met de Erika legde, voor de zoveelste keer, bloot welke schandalige toestanden er in de zeevaart heersen. Zo kwam een ruimer publiek te weten dat de Griekse overheid de ogen sluit voor de wantoestanden bij Griekse rederijen en dat Malta, toen ook al kandidaat-lid van de EU, zowaar een van de grootste zeevarende mogendheden van de wereld was – met 1.340 vaartuigen onder Maltese vlag, waaronder 330 olietankers. Op Malta bestaan dan ook allerlei gespecialiseerde firma’s die zorgen voor snelle registratie zonder veel vragen.

Hopeloos?

De EU kondigde strenge maatregelen aan, het toezicht zou verscherpen. Dat was eind 1999.

De ramp met de Prestige is nog veel erger dan die van de Erika, zodat de vraag rijst wat er intussen is gebeurd en verder te gebeuren staat.

Laten we, ter lering, even kijken wie er zoal met die ramp te maken heeft.

  • De opdrachtgever, Crown Resources, oliehandel. Deze maatschappij is volledig eigendom van de Alfa Groep, zowat het machtigste privé-conglomeraat van Rusland. Alfa is in handen van Michail Friedman die op zeer goede voet staat met president Vladimir Poetin. Vroeger ook met Jeltsin. Want in het begin van de jaren 1990 kreeg de Alfa Bank al in zeer onheldere omstandigheden tegen een zeer zacht prijsje rijke olievelden in Tjoemen in handen. Russische oliemaatschappijen doen graag een beroep op ‘onafhankelijke oliedealers’ als Crown Resources omdat die voor de grootste discretie (ondoorzichtigheid) zorgen.
  • Crown Resources is in 1996 door de Alfa Groep opgericht in Gibraltar. Alfa bracht dara zijn eigen activiteiten samen met het al bestaande Crown Trade & Finances, met zetel op de Maagden Eilanden. In 2000 vestigde Crown Resources zijn zetel in het Zwitserse kanton Zug dat slechts een halftijdse onderzoeksrechter in dienst heeft. Dus stap na stap fiscale paradijzen. Daar frequenteert het onder meer Marc Rich Investment van mijnheer Marc Rich (zie Uitpers nr. 32, Rich en the famous van Russiagate). Deze Rich, witwasser van Russische maffia- en smeergelden, staat al jaren op goede voet met Alfa en Friedman. Crown Resources heeft een kantoor in Singapore naar waar de Prestige onderweg was.
  • De eigenaar van de Prestige is de maatschappij Mare Shipping Inc. met zetel in Liberia. Deze Mare Shipping behoort tot een tak van een bekende Griekse redersclan, de familie Koeloethros, met zetels in Pireos en Londen. Deze clan was ook al betrokken bij eerdere rampen op zee: in 1992 zonk in dezelfde buurt als nu de Prestige de tanker ‘Agean Sea’ wat honderd kilometer Galicische kust bevuilde. In 1979 was de ‘Agean Captain’ bij het Caribische eiland Tobago met een ander vaartuig in botsing gekomen. Daarbij vielen 26 doden en kwam 280.000 ton olie in zee. Mare Shipping, dat alleen de Prestige heeft, maakt via allerlei tussenbedrijven deel uit van Universe Maritime, de kern van het Koeloethros imperium. Maar dit imperium ontkent elke betrokkenheid bij de ramp met de Prestige. Met hun ondoorzichtige constructies trachten ze natuurlijk te ontsnappen aan elke schadevergoeding.
  • Die rederskringen hebben in Griekenland, lidstaat van de EU en volgend jaar zelfs EU-voorzitter, niet veel te vrezen. Na Panama en Liberia heeft Griekenland de grootste vloot olietankers van de wereld, want die reders hebben er weinig last van controles. De Prestige was in juni van dit jaar in de Griekse haven Kalamata. De Griekse minister van Marine zei zelf dat de 26 jaar oude tanker niet geïnspecteerd was omdat hij toch maar op doortocht was. De laatste min of meer ernstige inspectie was in 1999 in Nederland. Want de inspectie die in oktober door een Russische firma werd verricht, was een lachertje. De bemiddelaar tussen Crown en de scheepseigenaar, de Londense firma Petriam, zegt dan weer dat zij vrede nam met een certificaat van zeewaardigheid voor de Prestige afgeleverd door het "prestigieuze" American Bureau of Shipping.
  • Ook van internationale controles hebben die kringen weinig last, want ze controleren zelf de Internationale Maritieme Organisatie, een VN-instelling die geen enkele reële bevoegdheid heeft. De EU wil strengere controles, maar de meest betrokken lidstaten blokkeren dat. De EU-commissie heeft het over 4.000 gammele handelsvaartuigen en verzekert dat die vanaf eind volgend jaar jaarlijks zullen gecontroleerd worden. Dan zullen de lidstaten toch veel personeel moeten aanwerven, want voor de weinige inspecties die nu worden gedaan (700 grondige onderzoeken per jaar in de EU), zijn die diensten al onderbemand. Geen enkele lidstaat past de huidige beperkte regelingen toe.
  • Bahamas, Gibraltar, Liberia… ze staan niet toevallig op de – onvolledige – zwarte lijst van de Oeso als fiscale paradijzen. De Liberiaanse vlag is in feite een surrogaat voor de Amerikaanse, in oorlogssituaties kunnen de Liberiaanse vaartuigen "met Amerikaanse connecties" trouwens onmiddellijk onder Amerikaanse vlag worden gebracht. En Gibraltar is toch een kroonkolonie van het Verenigd Koninkrijk, lidstaat van de EU? De EU krijgt er trouwens in 2004 enkele maritieme en fiscale paradijzen bij: Malta en Cyprus. Zij zullen zeker niet aan de kar duwen om strenge reglementen inzake controles ook nog toe te passen.

Het maritieme kapitalisme en de oliereuzen zullen nog talrijke rampen veroorzaken. De grote oliereuzen letten wel meer op, niet uit schrik voor de overheden maar omdat ze hun imago naar het grote publiek beter willen verzorgen. Een ramp als die met de Erika was commercieel een slechte zaak voor TotalFinaElf. Maar in hun jacht naar winst, lappen veel kapitalisten de belangen van de gemeenschap aan hun laars, zoals ze dat ook doen met de veiligheid en gezondheid van hun personeel.

De EU mag dan nog welgemeend zo haar best doen, zolang die EU zelf via haar eigen fiscale paradijzen zorgt dat die kapitalisten toch hun zin kunnen doen, blijft dat een hypocriet gedoe. Die kapitalisten zullen de zeeën blijven onveilig maken, zolang al die paradijzen hen een veilige haven bezorgen. De EU kan zich nog lang blijven verbergen achter het argument dat er zoveel fiscale paradijzen buiten de EU zijn. Maar wordt het niet dringend tijd dat de "internationale gemeenschap" hier werk van maakt.

(Zie ook Uitpers nr. 5)

(Uitpers, nr. 36, 4de jg., december 2002)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 26 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook