Van economische concurrentie naar militaire “speciale operatie”

De omstandigheden die uiteindelijk tot de onaanvaardbare inval van Rusland in Oekraïne hebben geleid, tonen verschillende lagen. Er is vooreerst een geopolitiek niveau waar de westerse invloedssferen dank zij de NAVO opendeurpolitiek steeds meer opschuiven naar ‘vijand Rusland’. Moskou meent dat haar rechtmatige veiligheidsbelangen worden genegeerd. Er is vervolgens een oude interne breuklijn in Oekraïne zelf waar het Oekraïens sprekend westen botst met het Russisch sprekend oosten, beiden met een andere geschiedenis en een andere economische ontwikkeling. Over deze breuklijn woedt er al sedert 2014 een oorlog in de Donbas regio. Ten slotte is er nog een derde breuklijn – veel minder aanwezig in de analyses – rond de onopgeloste economische confrontaties tussen Oekraïne en Rusland.

We lezen en horen veel over de broederband tussen Russen en Oekraïners die door het optreden van ‘tiran Poetin’ verscheurd wordt. Op rabkor.ru vonden we een artikel van Roman Koenitsin dat ingaat tegen het idee van de eigenreide tirannieke leider en waarin beschreven wordt hoe dertig jaar economische tegenstellingen en concurrentie tot een totale impasse hebben geleid tussen beide landen. Het politieke domein is er niet in geslaagd deze botsingen in beheerbare banen te leiden met als resultaat dat een economische oorlog overgaat in echte oorlog. Rabkor.ru (“arbeiderscorrespondent” https://rabkor.ru/) is een website die zichzelf o.a. deze kernwoorden toedicht: democratisch, socialistisch, radikaal, anti-(neo)liberaal. De tekst hieronder is een weergave van wat de Russische journalist Koenitsin schrijft, de tussentitels zijn door de redactie ingevoegd. (GS)

Vladimir de waanzinnige

Van de kant van Russische liberalen en hun buitenlandse bondgenoten horen we vandaag alleen dat één persoon de schuld heeft voor alles. Maar ons lijkt een dergelijke benadering van de zaak onvergeeflijke naïviteit. Natuurlijk speelt het individu een bepaalde rol in de geschiedenis, en de verantwoordelijkheid voor de “speciale operatie” van de Russische strijdkrachten, gelanceerd op 24 februari 2014, ligt bij de opperste leider van Rusland en zijn entourage. Zonder hun beslissing zou de gewapende confrontatie tussen Rusland en Oekraïne misschien helemaal niet hebben plaatsgevonden, of zou ze hebben plaatsgevonden op een ander tijdstip en op een andere schaal …

Maar het feit is dat er een waar, grondig en onopgelost belangenconflict tussen de twee post-Sovjetstaten heerst, ongeacht wat er in de hoofden van bepaalde individuen omgaat.

De geschiedenis ontwikkelt zich niet volgens de wil van individuen, ook al hebben ze grote macht, maar volgens sociale wetten (die tegelijkertijd natuurlijk worden gerealiseerd door de acties van mensen). En het zijn trends die worden gevormd door botsingen van belangen van miljoenen mensen, sociale groepen en lagen. Bovendien kan de geografische factor niet worden opzij geschoven. De economische ontwikkeling van volkeren en natuurlijk ook af van het milieu dat ze hebben geërfd. Dit is waar we vanuit moeten gaan bij het analyseren van het huidige Russisch-Oekraïense conflict. Het punt zit dus niet bij de spontane beslissing van de president van Rusland (of niet alleen bij hem). Dit conflict heeft zijn eigen voorgeschiedenis, het is decennialang volwassen geworden en het kwam niet meteen in een “hete” fase. Zoals Medvedev — de voormalige president van de Russische Federatie, en nu de plaatsvervangend voorzitter van de Veiligheidsraad van de Russische Federatie – ooit terecht zei: “… vergeet niet dat economische oorlogen in de geschiedenis van de mensheid vaak in echte oorlogen zijn veranderd“.

Einde Sovjet-Unie

Eigenlijk begon het allemaal in 1991, toen de voormalige republieken van de Sovjet-Unie, Rusland en Oekraïne, elk hun eigen weg gingen na de ondertekening van de Belovezhskaya-akkoorden. De leiders van deze republieken (voormalige leden van communistische partij die zich hadden omgeschoold tot kapitalistische oligarchen en zich het grootste deel van de voormalige, openbare eigendommen hebben toegeëigend) besloten afzonderlijk hun aansluiting te regelen met het wereldkapitalisme. Rusland zou Europa minerale grondstoffen, olie en gas kunnen bieden, terwijl Oekraïne metalen, hoogwaardige landbouwproducten en … dezelfde Russische olie en gas zou kunnen bieden. Feit is dat de olie- en gaspijpleidingen van het Brezjnev-tijdperk vanuit Siberië naar Europa lopen via het Europese deel van de republiek Rusland door Oekraïne (dit betrof 95% van de gaspijpleidingen), dat nu ineens een “onafhankelijke mogendheid” werd.

Door de samenwerking te verbreken tussen de top van Oekraïne en de USSR, plaatste Boris Jeltsin een bom onder de betrekkingen tussen de twee post-Sovjetstaten. Deze Jeltsin-bom is nu ontploft. Jeltsins opvolger maakt nu met militair geweld af wat Jeltsin zelf en zijn ministers sinds de jaren ’90 begonnen waren door middel van diplomatie en economische maatregelen.

gasoorlogen

De eerste 20 jaar waren er de gasoorlogen. De eerste brak uit in 1993. De overgang naar het kapitalisme van de voormalige Sovjetrepublieken bracht hun economieën ten val. De schuldencrisis begon en strekte zich ook uit tot de betrekkingen tussen de GOS-staten. Krachtens een overeenkomst tussen de regeringen van de Russische Federatie en Oekraïne van 1992 moest Rusland gas aan Oekraïne leveren voor de behoeften van Oekraïense consumenten, en Oekraïne was verplicht om de doorvoer van Russisch gas naar Europa te verzekeren. Oekraïne moest natuurlijk betalen voor gas voor binnenlands verbruik (en de prijzen stegen voortdurend, tot 80$ per 1.000 kubieke meter eind 1993), maar Rusland betaalde Oekraïne van zijn kant voor de doorvoer van Europees gas (1,5$ per 1.000 kubieke meter per 100 kilometer). Oekraïne kon en wilde zo’n prijs niet betalen, omdat die oneerlijk was. De consumenten begonnen “transitgas” uit de leiding te tappen, en het Russische Gazprom moest de kosten dekken voor het onderaanbod aan de Europese consumenten. Als gevolg hiervan werd in augustus 1993 op bevel van Tsjernomyrdin (Russisch premier 1992-98) de gaslevering aan Oekraïne stopgezet. Daarna heeft Gazprom deze maatregel nog vele malen toegepast. Er werden regelmatig onderhandelingen gevoerd, overeenkomsten getekend, maar de situatie bleef in een impasse. Oekraïne zou, zelfs als het zou willen, de enorme schuld niet kunnen betalen (in 1994 had deze al 2 miljard $ bereikt en groeide nog voortdurend).

De Oekraïense kant koos het pad van de ruilhandel. Wegens de dwang tot betalen van de schuld weigerde Oekraïne zijn erfenisdeel van de buitenlandse activa van de USSR. Oekraïne vervoerde allerlei oorlogsmateriaal, kruisraketten, gevechtsvliegtuigen en kernwapencomponenten naar Rusland. Een direct gevolg van het gasconflict was de ondertekening van een overeenkomst over de Zwarte-Zeevloot in 1997. Oekraïne heeft op zijn grondgebied (in de Krim en Sebastopol) ruimte ter beschikking gesteld aan de Russische Zwarte-Zeevloot, maar ontving hiervoor geen huur. In plaats daarvan werd een deel van de schuld afgeschreven en werd een gaskorting gegarandeerd (na opname in 2014 van de Krim en Sebastopol in de Russische Federatie weigerde Rusland onmiddellijk de korting nog toe te passen).

percepties

Velen in Oekraïne in 1997-2000 zagen dit als Russische belangenpolitiek op basis van “gaschantage”. Over het algemeen stond de perceptie over de gasprijzen in beide staten lijnrecht tegenover elkaar. In Rusland geloofden ze dat Moskou “Oekraïne sponsort”. President Poetin verklaarde in het begin van de jaren 2000 publiekelijk dat Rusland “Oekraïne” jaarlijks tussen de 3 miljard en de 5 miljard $ “gaf” door middel van preferentiële energieprijzen. In Oekraïne antwoordden ze verontwaardigd dat het net andersom was – gedurende de jaren ’90 zou Rusland gas aan Oekraïne hebben geleverd tegen prijzen die zelfs hoger waren dan die voor de Europese markt. Er zat veel overdrijving in deze beschuldigingen, maar er was ook een gegronde reden, in 1999 bijvoorbeeld bereikte de gasprijs in Europa 61 $ per 1.000 kubieke meter, terwijl de Russische prijs zou kunnen stijgen tot 80 $.

Hoe het ook zij, de gasoorlogen hebben de betrekkingen tussen de twee tot voor kort ‘broederlijke’ republieken fundamenteel verpest. Zowel in Oekraïne als in Rusland presenteerden politici met een nationaal-patriottische, “rechtse” oriëntatie hun land als slachtoffer, en hun buurland als een soort sluwe en bedrieglijke agressor. Het tv-publiek geloofde het, de spanning groeide.

Politieke confrontatie

In 2004 werden er in Oekraïne presidentsverkiezingen gehouden. De Russische autoriteiten maakten geen geheim van hun steun aan kandidaat Janoekovitsj. Het Kremlin verleidde Oekraïners met nog een korting op gas en kwijtschelding van een deel van de schuld. Deze voorstellen maakten het nationalistisch ingestelde deel van de Oekraïense samenleving echter alleen maar bozer. De overwinning van Janoekovitsj was twijfelachtig en dit veroorzaakte de eerste “Maidan” (Oranje Revolutie), die eindigde in een hertelling van de stemmen en de overwinning van Joesjtsjenko. President Joesjtsjenko sprak over de noodzaak dat Oekraïne naar andere gasbronnen buiten Rusland zou moeten zoeken (in de late jaren 90 had Rusland hetzelfde gedaan met de aankondiging een gaspijpleiding te willen bouwen van Yamal naar Europa via Polen ). In die situatie was dit echter onrealistisch. In 2005 begon een nieuwe “gasoorlog”. Een poging om over te schakelen van ruilhandel naar marktverhoudingen mislukte. Rusland verhoogde de gasprijs, Oekraïne was het hier niet mee eens. Op 1 januari 2006 stopte Gazprom met de levering van gas aan het Oekraïense gastransportsysteem. Het aftappen van het transitgas ging door. In Europa begonnen ze te praten over Rusland als een onbetrouwbare partner die niet tot overeenstemming kon komen met het doorvoerland.…

Met moeite werd in februari 2006 een compromis bereikt. Toen was er in 2008 een overeenkomst tussen Poetin en Joesjtsjenko, en begin 2009 een nieuwe crisis met de stopzetting van de gasleveringen aan Oekraïne en een verminderde levering voor de Europese consumenten. In 2010 tekende V. Janoekovitsj in Charkov een overeenkomst met D. Medvedev, waardoor het gastarief met 30% werd verlaagd in ruil voor een verlenging van de overeenkomst over de Zwarte-Zeevloot tot 2042. En dit veroorzaakte opnieuw een scherp negatieve reactie binnen het rechtse en nationalistische deel van de politieke elite van Oekraïne en loste tegelijkertijd het economische probleem niet definitief op. In december 2013, toen Euromaidan begon in Kiev, kondigde de Russische president Poetin, om Janoekovitsj te steunen, een verlaging van de gasprijzen voor Oekraïne met een derde aan en een lening van 15 miljard dollar. En nogmaals, dit stimuleerde anti-Russische groepen in Oekraïne, omdat de rechtse politici, die serieuze invloed hadden, dit zagen als bemoeienis met de zaken van Oekraïne en het promoten van een kandidaat die door Rusland werd geprefereerd. In 2014 was er dan een staatsgreep, kwam een ​​‘anti-Russische partij’ aan de macht en veranderde het conflict uiteindelijk in een politieke confrontatie.

Uiteengetrokken systeem

Dus de geschiedenis van de gasoorlogen 1993-2013 tussen Rusland en Oekraïne heeft eens te meer bewezen dat elke politieke confrontatie een botsing van economische belangen inhoudt. Deze is bovendien zo complex dat een vreedzame oplossing ervan bijna onmogelijk lijkt. In dit geval gaf de economische oorlog geen uitzicht op vrede vanwege het feit dat het gastransportsysteem van de USSR zelf, geërfd door Rusland en Oekraïne, was gebouwd voor de socialistische, geplande economie van één grote staat. Pogingen om het voormalige Sovjet “socialistische gastransportsysteem” te gebruiken voor de behoeften van de nieuwe kapitalistische staten leidden tot een patstelling. Mocht in de jaren zeventig Rusland kapitalistisch zijn geweest, dan zouden verschillende concurrerende kapitalistische bedrijven verschillende gaspijpleidingen aangelegd hebben, die door het grondgebied van verschillende landen zouden hebben gelopen (aangezien hun regeringen ook verschillende voorwaarden zouden bieden). Het is duidelijk dat onder die omstandigheden zelfs een verstoorde relatie met Oekraïne niet tot een gascrisis zou hebben geleid. Maar het punt was dat de gaspijpleidingen werden aangelegd door de socialistische Sovjet-Unie – een staat met een geplande economie, waardoor er geen reden was om verschillende leidingen door verschillende gebieden te laten lopen (en deze gebieden behoorden toe aan de Sovjetrepublieken die deel uitmaakten van één Unie).

Landbouw

Waarschijnlijk zijn de gasoorlogen tussen Rusland en Oekraïne algemeen bekende materie. En hun invloed op de “Oranje Revolutie” en de Euromaidan is over het algemeen ook duidelijk. Maar alleen specialisten-economen weten van de landbouwconcurrentie tussen Rusland en Oekraïne. En kennelijk houdt niemand zich bezig met de extrapolatie van dit probleem naar de politiek. De landbouwexport is van heel groot belang voor Oekraïne. In 2020 was het aandeel van agro-industriële producten 45% van alle Oekraïense export. Oekraïne zit in de TOP-10 van wereldexporteurs van landbouwproducten. De voormalige president van Oekraïne noemde zijn land een “agrarische supermacht” (zoals president Poetin Rusland een “energiesupermacht” noemde). En dit is geen toeval. Oekraïne is rijkelijk begiftigd met de natuurlijke en demografische omstandigheden die nodig zijn voor de landbouw. 32 miljoen hectare ‘zwarte grond’ (een derde van het bouwland in Europa), warm klimaat, vele miljoenen hardwerkende mensen die gewend zijn aan het plattelandswerk. De opbrengst in Oekraïne is 4 ton per hectare, terwijl die in Rusland slechts 3 ton per hectare bedraagt.

In de Sovjettijd werd Oekraïne beschouwd als de “graanschuur” van de hele Unie. In de USSR speelden verschillende republieken en takken van de economie op elkaar in, maar met de ineenstorting van de USSR begonnen ze elkaar te beconcurreren. Aanvankelijk wilde Rusland echter niet concurreren met Oekraïne bij de export van landbouwproducten. Lange tijd na het “anti-collectieve-landbouwdecreet” van Jeltsin lag de Russische landbouw in puin en op het gebied van export lag de focus op de handel in mineralen en koolwaterstoffen. Sinds 2012 begonnen de inkomsten uit de verkoop van olie in het buitenland echter sterk te dalen: in 2011 bereikten ze een piek van 181,8 miljard $ per jaar (terwijl in 2000 slechts 25,27 miljard $), maar in 2012 zakten ze al naar 180, in 2013 – 173,6 , in 2014 – 153,8 en in 2020 – 72,3 $. Toegegeven, in 2021 groeiden ze een beetje – tot 110 $. Daarenboven kondigde de Europese Unie haar overschakeling naar een “groene economie” aan. Dit stelt een einde aan de superwinsten van de oliestaten duidelijk in het vooruitzicht. En hier begon Rusland zich te heroriënteren op de export van landbouwproducten. De Oekraïense econoom Oleksandr Kramar verklaarde in 2017 : “Volgens Rosstat bedroeg de stijging van de bruto toegevoegde waarde in de landbouw van 2012 tot 2016 13,7%, terwijl de bruto toegevoegde waarde in het algemeen op het niveau van 2012 bleef, in de winningsindustrie groeide deze met slechts 2,6%”. De door Kramar geconstateerde dynamiek zette zich ook in de volgende jaren voort. In 2020 brak Rusland al zijn exportrecords voor landbouwproducten. Het leverde 79 miljoen ton landbouwproducten en voedsel ter waarde van 30,7 miljard dollar aan andere landen. Het exportvolume van landbouwproducten steeg in 2020 tot $30 miljard en overtrof het exportvolume van de chemische industrie en machinebouw. Het tijdschrift Agroinvestor stelde: “Sinds 2011 is de export van voedsel en landbouwgrondstoffen 2,6 keer zo groot geworden… Maar de export van minerale producten, brandstoffen en energieproducten is in 10 jaar tijd gehalveerd, het volume van de aanvoer van metalen is gedaald met 1 , 2 keer, chemie met 20%” .

concurrentie

Rusland is ook een agrarische supermacht geworden. Het heeft zelfs zijn eigen “agrarische oligarchen” – de voormalige minister van Landbouw Alexander Tkachev, Vladimir Yevtushenkov, de broers Linnikov (die de media koppig associëren met de familie van DA Medvedev) en anderen. Samen bezitten ze 8,3 miljoen hectare land ter waarde van 617 miljard roebel. Tegelijkertijd zijn Azië en Afrika de belangrijkste ontvangers van Russische landbouwproducten. In 2020 ging 14% van de landbouwexport naar China en ongeveer 20% naar Turkije en Egypte. Bovendien blijft de landbouwexport naar Turkije alleen maar groeien: ten opzichte van 2019 exporteerde Rusland in 2020 14% meer landbouwproducten naar de Turkse markt. Turkije staat al enkele jaren op de tweede plaats onder de importeurs van Russische landbouwproducten: tarwe, zemelen, zonnebloemolie, maïs. In 2019 kwam ongeveer 19% van de landbouwimport in Turkije uit Rusland, en in de volgende plaats, met 11% was … Oekraïne.

Zodra het agro-industriële complex van Rusland begon te groeien (en deze trend, herhalen we, is waar te nemen sinds 2012), begon de felle concurrentie tussen Rusland en Oekraïne op de landbouwmarkt. Zoals Alexander Kramar opmerkt: “De markten voor Oekraïens en Russisch graan zijn bijna identiek.” Rusland en Oekraïne leveren vanwege hun geografische nabijheid landbouwproducten aan dezelfde landen : Egypte, Turkije, Saoedi-Arabië, Iran, Bangladesh, Libanon, Indonesië, Nigeria, Azerbeidzjan, Soedan. Tegelijkertijd heeft Rusland een aantal troeven vanwege het feit dat het meer bouwland heeft, een grotere bevolking, een autoritair regeringssysteem dat in bepaalde gevallen voordelen biedt (in Rusland werd bijvoorbeeld een korting van 10% “van bovenaf” ingevoerd op het vervoer van graan naar havens per spoor). In 2017 drong Rusland Oekraïne van de 2e naar de 3e plaats op de wereldmarkt (de Verenigde Staten hadden de eerste plaats, maar in 2019 haalde Rusland ook de Verenigde Staten in).

Al in 2011 bracht de Oekraïense premier Azarov onder president Janoekovitsj het idee naar voren om “de krachten op de graanmarkt te bundelen” met Rusland en een “graanpool” te creëren (mochten Wit-Rusland en Kazachstan zich bij hen hebben aangesloten, zouden de transnationale Euraziatische oligarchen erin geslaagd zijn om 30% van de mondiale graanmarkt te controleren). Het is duidelijk dat dit idee actief werd gesteund door de leiders van het Russisch agro-industrieel complex. Velen in Oekraïne zagen dit echter als een project van het Russische agro-industriële complex om zijn Oekraïense ‘collega-concurrent’ over te nemen. Het is duidelijk dat dit de logische conclusie is van een verloren concurrentie en dat, zoals in het geval van de “gasoorlogen”, het economische conflict zich naar het politieke vlak moest verplaatsen om daar een oplossing te vinden.

besluit

Al in 2017 verklaarde de Oekraïense econoom A. Kramar dat na de ineenstorting van de USSR, “Rusland en Oekraïne geen partners maar concurrenten waren in een toenemend aantal industrieën. Dit zou op zijn beurt alleen maar gevolgen kunnen hebben voor de politieke sfeer, zelfs indien het Rusland van Poetin geen revanchistische ambities had”.

Dat wil zeggen, het punt ligt niet bij de persoonlijkheid van de president van Rusland, en zelfs niet in zijn overtuiging dat “Oekraïne een kunstmatige staat is die is gecreëerd door V.I. Lenin.”

Het centrale punt van deze problematiek gaat over de objectieve economische tegenstellingen na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. En, zoals reeds vermeld, op het gebied van pure economie konden deze tegenstellingen niet worden opgelost. Dit blijkt uit 30 jaar post-Sovjetgeschiedenis. Het conflict verplaatst zich nog steeds naar het niveau van de politiek, dat, zoals u weet, “de voortzetting van de economie” is. En er is ook ‘ oorlog als voortzetting van de politiek, maar met andere middelen’. Een gegarandeerde oplossing voor de economische tegenstellingen houdt zo’n verschuiving ook niet in

Roman Koenitsin, journalist, op rabkor.ru

 

 

Visited 479 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook