Vakbonds- en linkse partijwerking in een rechtse Amerikaanse staat

South Carolina is een van de armste en meest rechtse staten in de Verenigde Staten en toch is het juist daar dat de Labor Party voor het eerst aan verkiezingen deel gaat nemen. Hoe kan dat? We vroegen het aan Leonard Riley, lid van de Labor Party, vakbondsmilitant en havenarbeider en leerden ook van alles over de militante vakbondstraditie in Charleston. Laten we daar mee beginnen.

South Carolina, een klein staatje aan de oostkust, heeft een bewogen geschiedenis: in 1860 scheidde het zich als eerste af van de Unie omdat Lincoln de zuidelijke staten het recht om slaven te houden wilde ontzeggen. Een jaar later nam ze het voortouw tot de vorming van de Confederacy, een verbond van elf Zuidelijke staten die hun grondwettelijk recht op slavernij én de agrarische basis van hun economieën verdedigde. De vier jaar durende Burgeroorlog die hierop volgde heeft diepe lidtekens geslagen in het zuiden. Bijna 150 jaar later getuigen ontelbare gedenktekens hier nog van. Vlaggen van de Confederacy zijn bijvoorbeeld overal verkrijgbaar.

Leonard Riley, geboren en getogen in de regio, moet wat grinniken als we onze verbazing hierover uitdrukken: “Segregatie en racisme zijn nog steeds dagelijkse kost in het Zuiden. Die vlag is daar een uiting van. Voor mij laat die vlag zien dat de mensen hier de slavernij en het soort samenleving dat ermee gepaard ging, goedkeuren. Zíj antwoorden daar op dat ze recht hebben om hun geschiedenis te eren. Maar wat als die geschiedenis pijnlijk is voor een groot deel van de bevolking?

In 2000 hebben we een beweging gekend tegen de confederate flag die op het dak van het statehouse stond. Wij vonden dat die vlag geen eenheid representeert en daarom niet thuis hoort op een officieel gebouw, maar ergens in een museum. Meer dan 40.000 mensen hebben gedemonstreerd en uiteindelijk hebben we ‘gewonnen’: ze hebben de vlag van het dak gehaald en op de grond vóór het gebouw gezet. In ruil hebben we Martin Luther King Jr.-dag opgeofferd – een verdomd slecht compromis als je het mij vraagt.”

Anti-vakbondsstaat

“Mijn vakbond, de International Longshoreman Association, Local 1422, heeft die beweging toen actief gesteund. Wij zijn de sterkste bond in de staat en helpen zoveel mogelijk andere vakbonden en sociale bewegingen. Het is belangrijk om solidair te zijn met andere arbeiders, enkel door samen te werken kunnen we iets terugwinnen van wat we verloren hebben.”

“South Carolina is een anti-arbeidersstaat. Republikeinen, maar zeker ook Democraten hebben de afgelopen decennia de belangen van de werkende mensen verkwanseld. In South Carolina kennen we bijvoorbeeld geen minimum loon. Met als gevolg dat het gemiddeld loon achttien procent lager ligt dan het nationaal gemiddelde en we op de 8ste plaats staan wat betreft armoede. Tegelijkertijd hebben we ook veel werkloosheid, het op één na hoogste cijfer zelfs van het land. Die lagen lonen resulteren dus niet in meer banen zoals ons wordt verteld. South Carolina is namelijk ook een pro-business staat: er zijn maar weinig staten te vinden waar bedrijven minder belasting moeten betalen. De Kamer van Koophandel schrijft in haar jaarverslag van 2005 dat ze zo succesvol is geweest in haar lobbywerk dat ondanks dat er in de jaren ’90 meer bedrijven dan ooit zijn aangetrokken, de inkomsten uit bedrijfsbelasting met zes procent zijn gedaald!(1)”

De kracht van de havenarbeidersvakbond van Leonard is des te opmerkelijker als je weet dat South Carolina ook nog één van de 22 zogenaamde right-to-work staten is. Dat wil zeggen dat de vakbond geen wettelijke basis heeft om de werknemers te verdedigen in onderhandelingen met de werkgever. In alle andere staten (door tegenstanders forced-unionism states genoemd) is een closed-shop systeem van kracht. Indien een vakbond via verkiezingen de meerderheid van de werknemers achter zich heeft, is zij het officiële orgaan van arbeidersvertegenwoordiging en kan in onderhandeling treden met het management. Elke werknemer is tevens automatisch lid van de vakbond – vandaar de term closed shop, waarbij ‘shop’ werkplaats betekent.

The Charleston 5

We vragen hoe het kan dat in een dergelijk klimaat de havenarbeiders een eiland van verzet vormen. Leonard: “Ik moet daarvoor een tijd teruggaan in de geschiedenis. Voordat de International Longshoreman Association (ILA) naar de Charleston kwam, bestond hier al een vakbond, de Longehore Protective Association. De LUPA, zoals het meestal wordt genoemd, is in 1867 opgericht door vrije slaven die het zware en onpopulaire werk van laden en lossen in de haven deden. Ze behaalden al snel allerlei successen met hun acties, onder andere een loonsverhoging van 2 procent. In de eerste jaren na 1900 kwam de ILA naar het Zuiden en is de LUPA er in opgegaan. Ik denk dat door die freedmen de basis is gelegd voor de ‘agressieve’ en militante vakbond die we vandaag de dag nog steeds zijn.”

Later lezen we nog dat de oprichting van de LUPA samen viel met een periode die de ‘Black Reconstruction’ wordt genoemd en parallel liep met de algemene ‘Reconstruction’, de periode tot 1872 waarin geprobeerd werd de elf afgescheiden staten weer te integreren in de Unie, het gezag te herstellen en de vraag ‘wat te doen met de vrije slaven’ op te lossen. In het algemeen leidde dit tot wetten (black codes) die, behalve in naam, de slavernij weer in het leven riepen. Maar vooral in South Carolina leidde het óók tot de verkiezing van een aanzienlijk aantal zwarten in publieke organen – zonder dat zij overigens ooit daadwerkelijk macht bezaten. In 1896 werd het racisme opnieuw geïnstitutionaliseerd door het de facto aanvaarden door de rechtelijke macht van het seperate but equal-principe, wat tot de jaren ’50 het leidende principe bleef.

De belangrijkste strijd van Local 1422 van de afgelopen jaren is ongetwijfeld die van de ‘Charleston 5’. Eind 1999 huurde het bedrijf Nordana niet gesyndiceerd personeel in om haar schip te lossen. Allerlei acties volgden hierop, zowel van de kant van de vakbond als van de werkgevers en de politie, eindigend in de arrestatie van vijf havenarbeiders. Zij werden beschuldigd van ‘relschoppen’ en ‘samenzwering tot relschoppen’, zagen vijf tot zeven jaar tegen zich geëist en hebben bijna twintig maanden onder huisarrest moeten leven. Leonard: “De strijd voor de Charleston 5 hebben we op veel gebieden moeten voeren. Het ging om racisme – de politieagenten scholden ons uit op basis van onze kleur; om mensenrechten – we werden het recht om te demonstreren ontzegd; en om rechten op de arbeidsvloer – ons recht op werk werd ons ontzegd door Nordana. Waarschijnlijk ook juist daarom hebben we zoveel steun gehad. Velen konden zich herkennen in wat de Charleston 5 was aangedaan, zowel in Amerika en Japan als van Argentinië tot Senegal.”

“Maar de zaak van de Charleston 5 is ook belangrijk, omdat het ging over onze sterke positie in de regio. Wij hebben goede lonen bedongen, zijn een vrijwel geheel zwarte vakbond, nemen initiatieven, winnen… dat is teveel van het goede. Ze wilden ons een lesje leren, laten zien dat ze ons er onder konden krijgen. Maar we zijn er alleen maar sterker door geworden. En we hebben nu vrienden over de hele wereld.”

Labor Party

Naast actief lid van de ILA is Leonard ook lid van de Labor Party: “Afgelopen zaterdag [23 september 2006] is de afdeling van South Carolina van de Labor Party officieel opgericht. Tien dagen eerder hadden we gehoord dat onze aanvraag om deel te nemen aan verkiezingen is goedgekeurd. Sinds januari hebben we campagne gevoerd om de 10 000 handtekeningen die we nodig hadden te verzamelen. Uiteindelijk hadden we er ruim 16 000. Mensen lijken klaar te zijn voor de Labor Party, ze willen wat anders dan de armoede die ze nu al jaren kennen.”

Tien jaar geleden werd de Labor Party opgericht op een congres in Cleveland. Haar voorganger, Labor Party Advocates, had enkele jaren daarvoor het levenslicht gezien en had gestaag gewerkt aan het opbouwen van een basis voor de vorming van een arbeiderspartij. 100.000 leden wilden ze hebben en de steun van een aanzienlijk deel van de vakbeweging voordat ze over zouden gaan tot actie. Maar, zo wil het verhaal, in 1996 waren de 1 400 afgevaardigden uit 46 staten en van honderden vakbondsafdelingen zó enthousiast dat ze begonnen zijn.

Leonard: “We gaan niet meedoen aan verkiezingen als we geen kans hebben om te winnen. We willen verkiezingen niet herleiden tot een propagandacampagne. Dat betekent overigens niet dat we onszelf de kans ontzeggen om deel te nemen aan verkiezingen, maar wél dat we pragmatisch en gericht met onze spaarzame middelen omgaan. Het voordeel dat we hebben in South Carolina boven andere staten is dat de Democratische Partij hier zo zwak is dat ze geregeld geen kandidaten heeft voor verkiezingen. In díe gevallen zouden wij dus als tweede partij meedingen naar een zitje, rechtstreeks in competitie met de Republikeinse Partij. Aan welke verkiezingen we precies gaan deelnemen, kunnen we nu nog niet zeggen. Helaas waren we te laat voor de verkiezingen, nu, in november, maar in 2007 zijn er lokale verkiezingen waar er waarschijnlijk wel kansen liggen en we zijn zeker van de partij in 2008.”

(Uitpers, nr. 80, 8ste jg., november 2006)

Noot:

(1) Dezelfde Kamer van Koophandel schrijft op haar website: “Since its founding in 1940, the South Carolina Chamber has maintained an aggressive and successful commitment to ensuring that our state’s industries are free from the third-party interference of organized labor. South Carolina has the least unionized work force in the nation.” Het percentage komt inderdaad niet boven de vier procent uit, terwijl het landelijk op een kleine 13 procent blijft steken.

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :