Twintig jaar geleden zegde de VS het ABM-verdrag op

Op 13 december 2001 kondigde president Georges W. Bush de terugtrekking aan van de VS uit het ABM-verdrag. Zoals gevreesd luidde dat het begin in van een nieuwe kernwapenwedloop.

Conform de bepalingen van het Verdrag bracht het Witte Huis Rusland op de hoogte. Zes maanden later hield het op te bestaan. Door zich terug te trekken verdwenen de beperkingen die het ABM-verdrag (‘Anti-Ballistic Missile’) oplegde aan de ontwikkeling van antiraketsystemen om kernwapens te onderscheppen. Deze beslissing van de VS markeerde het begin van de verslechtering van de betrekkingen tussen de VS en Rusland. Georges W. Bush deed zijn aankondiging een paar maanden na de aanslagen van 11 september 2001, met het argument dat de VS een raketafweersysteem nodig had tegen dreigingen van terroristische organisaties en zogenaamde ‘schurkenstaten’. Niet iedereen in Washington was het daarmee eens. Toenmalig senator Joe Biden waarschuwde dat het “eenzijdig opzeggen van het ABM-verdrag een ernstige fout zou zijn… de regering heeft geen enkele overtuigende reden gegeven waarom ze voor test met een raketverdedigingssysteem die ze mogelijk moet uitvoeren, afstand zou moeten nemen van een verdrag dat de afgelopen 30 jaar de vrede heeft helpen bewaren.”

Toenmalig senator Joe Biden waarschuwde dat het “eenzijdig opzeggen van het ABM-verdrag een ernstige fout zou zijn”

Biden investeert verder miljarden in raketschildsystemen

Vandaag lijkt president Biden zijn woorden als senator volledig te zijn vergeten. Voor het fiscaal jaar 2022 is bijna 9 miljard dollar uitgetrokken voor de verdere ontwikkeling van een raketverdedigingssysteem. De miljarden opslorpende ontwikkeling van raketafweersystemen leidde ertoe dat een groep van 60 voormalige militaire officieren, parlementsleden en regeringsfunctionarissen het Witte Huis waarschuwden voor een nieuwe wapenwedloop “tussen raketafweersystemen van de VS en nieuwe offensieve systemen die door Rusland en China worden gebouwd om de VS-defensie te omzeilen.”

Toen het ABM-verdrag tussen de VS en de toenmalige Sovjet-Unie in 1972 in werking trad, was dat precies de voornaamste bekommernis: voorkomen dat er steeds meer nieuwe ballistische raketten zouden worden ontwikkeld om raketafweersystemen te omzeilen. Als een land een effectief werkend raketafweerschild heeft, zo luidt het argument, geeft dat een strategisch voordeel, want dan kan het theoretisch een nucleaire aanval lanceren en een tegenaanval afweren, wat de kans op een ‘first strike’ kan vergroten.

De terugtrekking van de VS uit het ABM-verdrag kwam op het ogenblik van eerste spanningen tussen de twee grootmachten. Tegen de zin van Rusland en in strijd met gemaakte beloftes van de VS om het bondgenootschap niet uit te breiden met voormalige Warschaupactlanden (het militaire bondgenootschap van de communistische staten tijdens de Koude Oorlog) traden Polen, Tsjechië en Hongarije toe tot de NAVO. In 2004, toen de NAVO verder uitbreidde met Slovenië, de Baltische staten, Slowakije, Roemenië en Bulgarije, begonnen de VS met de ontwikkeling van een ABM-systeem, het Ground-based Midcourse Defense System (GMD). Hoewel het miljarden kostende project niet erg effectief is gebleken en veel testen mislukten, koos President Donald Trump er in januari 2019 voor de investeringen in een meerlagig raketschild verder op te drijven zodat “elke raket die tegen de Verenigde Staten wordt gelanceerd, overal en altijd” kan worden onderschept. Hoewel dit volgens experts een onmogelijke ambitie is, berekende het Congres dat het ‘Missile Defense Review’ van Trump 176 miljard dollar zou kosten gerekend over 10 jaar voor de verschillende raketafweersystemen.

De terugtrekking van de VS uit het ABM-verdrag, luidde het begin in van de erosie van het nucleaire controleregime.

Erosie van het nucleaire controle regime

De terugtrekking van de VS uit het ABM-verdrag, luidde het begin in van de erosie van het nucleaire controleregime. De jongste jaren trok de VS zich ook eenzijdig terug uit achtereenvolgens de nucleaire deal met Iran (2018), het INF-Verdrag (2019) en het Open Skies-verdrag (2020). In Moskou zorgt dat voor groeiende nervositeit. In februari 2019 – na de bekendmaking van de uitbreiding van de VS-plannen in het Missile Defense Review – dreigde president Poetin al met de inzet van nieuwe hypersonische kernwapens als Washington blijft werken aan een raketschild in Europa, een besluit dat werd genomen op de NAVO-top in Lissabon (2010) waar de NAVO zichzelf voor het eerst definieerde als een ‘nucleaire alliantie’. We zien nu dat de huidige internationale spanningen ervoor zorgen dat de wereldwijde investeringen in de modernisering van kernwapenarsenalen opnieuw toenemen. Volgens ICAN (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons) hebben de kernwapenstaten vorig jaar in totaal 72,6 miljard dollar uitgegeven, waarvan 37,4 miljard dollar door de VS.

Nieuwe afspraken over beperkingen op het ontwikkelen van raketafweersystemen, zouden ervoor kunnen zorgen dat de race naar de zoektocht en ontwikkeling van nieuwe kernwapens om die systemen te omzeilen kan worden afgeremd. Hoewel het politieke klimaat daarvoor niet rijp lijkt te zijn, is het toch opvallend dat de vijf officiële kernmachten (VS, Rusland, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) afgelopen 6 december in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties wel een gezamenlijke verklaring konden afleggen waarin ze zich krachtig verzetten tegen het nieuwe VN-verdrag voor de Verbod op Kernwapens (TPNW), dat op 22 januari 2021 van kracht werd. Dit komt neer op een pleidooi voor een de facto behoud van het kernwapenmonopolie.

Deel dit artikel

Visited 173 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook