Twee strekkingen in de andersmondialiseringsbeweging

Geoffrey Pleyers, ‘Alter Globalisation. Becoming Actors in the Global Age’, Cambridge, Polity Press.

Erg talrijk zijn ze niet, de wetenschappers die de andersmondialiseringsbeweging tot hun studie-onderwerp hebben gemaakt. En eens te meer moeten we vaststellen dat één van de besten onder hen, de Belg Geoffrey Pleyers, in eigen land nauwelijks is gekend.

De beweging verdient onderzoek, want ze laat op het eerste gezicht tal van contradicties zien die niet meteen kunnen verklaard worden. Hoe komt het b.v. dat een inheemse plattelandsbeweging (de neo-zapatisten) zo’n aantrekkingskracht kan hebben op geïndividualiseerde stedelijke jeugd? Hoe komt het dat jonge mensen die ernstige boeken lezen en naar bloedserieuze wetenschappers luisteren, tegelijk meesters zijn in het bouwen van feestjes en dansfestijnen? Hoe verklaar je dat de summit-hoppers die van Seattle naar Rostock en Cancun reizen, tegelijk beweren geen belangstelling te hebben om het politiek proces te beïnvloeden?

Pleyers heeft zonet zijn sociologisch onderzoek naar de beweging gepubliceerd. Hij maakt meteen duidelijk waar het in de beweging niet om gaat: de eenheid van de beweging heeft niets te maken met een omvattende organisatie of met een gemeenschappelijk antwoord op de huidige wereldproblemen, maar wel met de sociale betekenissen die de leden van de beweging delen.

Hij ziet twee grote strekkingen in de beweging.

Enerzijds de voorstanders van de ‘ervaring’, anderzijds de voorstanders van de ‘expertise’. Hierbij staat de subjectiviteit tegenover de rede.

De eerste groep vormt de ruimte van de ervaring, met mensen die niet in eerste instantie politieke invloed willen, maar wel rechtstreeks met vernieuwde en participatieve politieke praktijken willen beginnen. Zij willen verandering ‘zijn’ in plaats van bevorderen. Ze laten zich beïnvloeden door auteurs als John Holloway die de wereld wil veranderen zonder de macht te grijpen. De verandering zal voortvloeien uit de optelsom van vele individuele ervaringen. De mondiale strijd tegen het neoliberalisme loopt voor hen via een verbetering van de dagelijkse levensomstandigheden. Het doel van hun actie is de actie zelf. Ze staan heel wantrouwig tegenover elke vorm van institutionnalisering en willen niet zozeer de maatschappij veranderen, dan wel hun eigen leven. Ze dromen van een ruimte zonder structuren en machtsrelaties. De vijand staat niet buiten hun wereld, maar zit in de denkwereld van ieder van hen, vandaar dat ze eerst zichzelf moeten veranderen. Zij werken niet aan ‘een andere wereld’ maar aan ‘andere werelden’. Ze maken zich de slogan van subcomandante Marcos eigen: zij willen een wereld waarin vele werelden passen.

De tweede groep laat zich leiden door de rede. Verandering is voor hen niet gebaseerd op ervaring, maar op de verspreiding van kennis. Hun leden zijn in eerste instantie burgers, voor ze activisten zijn. De gespecialiseerde kennis die nodig is om de wereld te veranderen impliceert echter dat niet de rechtstreekse participatie primeert, maar wel de delegatie. Bij hen vindt je de oudere generatie van marxisten voor wie de te bestrijden vijand duidelijk gedefinieerd kan worden. Ze vechten tegen de neoliberale ideologie, meer dan tegen de neoliberalen. Ze willen een eind maken aan de overheersing van het kapitaal, aan winst als centrale waarde en aan de toenemende ongelijkheid.

De auteur geeft meteen ook de risico’s aan van beide strekkingen. De ervaringsmensen kunnen gemakkelijk afglijden naar een escapisme, naar een lokaal isolement, naar een zuiver hedonistische benadering. Vele verschillende ervaringen leiden niet noodzakelijk tot enige coherentie. Hun bewegingen worden makkelijk antipolitiek. De contradicties komen ook in de praktijk tot uiting: een ‘basisbeweging’ die zich afzet tegen elke vorm van institutionnalisering wordt gesubsidieerd door de overheid en werkt met zeven betaalde mensen!

De kennismensen daarentegen dragen de interne democratie niet altijd in het hart. Zij zijn het die in Porto Alegre een VIP-ruimte nodig hadden en de Internationale Raad van het WSF achter gesloten deuren deed werken.

De auteur beseft dat geen enkele beweging voor honderd procent aan de geschetste kenmerken beantwoordt. De scheidingslijn is niet altijd duidelijk, maar het is voor de onderzoeker wel een vaststaand feit dat de andersmondialiseringsbeweging slechts succes kan hebben wanneer ze beide strekkingen blijft samen brengen. De slogan wordt dan: denk en handel lokaal en mondiaal. De twee strekkingen zijn complementair én noodzakelijk om de potentiële ontsporingen van beide tegen te gaan.

De auteur wil vooral duidelijk maken dat de mondiale beweging bestaat en kan optreden, hoewel hij er niet van overtuigd is dat ze ook zal kunnen overleven. Hij gaat minder in op de inhoudelijke en strategische punten, maar stelt wel vast dat de beweging de jongste jaren sterk is veranderd. De boeren spelen vandaag een zeer belangrijke rol en zijn goed georganiseerd. Het activisme heeft zich in alle werelddelen verspreid en er wordt meer en meer gewerkt aan concrete resultaten. Dat is van het grootste belang, aldus de auteur, want de crisis zal niet worden overwonnen met alleen maar ideologie. De klimaatbeweging speelt hierbij een grote rol.

De enige kritiek die ik had bij het lezen van het boek is misschien het te grote optimisme. De studie van een nieuwe sociale beweging, aan de hand van de jarenlange praktijk die de auteur op het terrein heeft gevolgd, is noodzakelijkerwijs enthousiasmerend, maar soms lijkt hij zijn wensen voor werkelijkheid te nemen. Zoals wanneer hij stelt dat de Washington Consensus aan zijn eind is gekomen, of wanneer hij de oude tegenstelling tussen revolutionairen en reformisten als irrelevant afdoet. De ‘oude marxisten’ spelen volgens hem geen grote rol meer. Toch zijn het volgens mij juist zij die én de beste analyses aanbrengen, én innoverende praktijken in de weg staan.

De grote verdienste van het boek is dat Pleyers de brede waaier van grote verscheidenheid in een overzichtelijke analyse heeft toegankelijk gemaakt. Voor wie met de beweging wil kennis maken, voor wie wil weten hoe ze in elkaar zit en hoe ze niet functioneert, is dit een zeer lezenswaardig boek.

(Uitpers nr. 128, 12de jg., februari 2011)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

 http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=1027136&refsource=uitpers

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming.