Twee jonge reisschrijvers met een dubbele blik

Nick Meynen, Nepal, nieuwe wegen in de Himalaya, EPO, Berchem, 2010, 206 blz. ISBN 9789064455803

Ann De Craemer, Duizend-en-een-nacht, een reis langs de trans-Iraanse spoorlijn, (foto’s Pieter-Jan De Pue), Lannoo Spectrum, Tielt, 2010, 188 blz. ISBN 9789077445143

Op een ogenblik dat de Belgische nieuwsmedia naar aanleiding van 50 jaar onafhankelijkheid van Congo een onversneden koloniale blik op het voormalige Belgische wingewest tonen, verschijnen twee boeken van jonge reisschrijvers die illustreren dat het ook anders kan. Nick Meynen schrijft over Nepal en Ann De Craemer over Iran.

Kuifje en Afrika

Op het eerste gezicht zijn er weinig overeenstemmingspunten en toch… het gaat om de blik waarmee men naar een land kijkt. De Congoreportages die nu uitgezonden worden vertrekken vrijwel allemaal vanuit een Belgisch-Congolees perspectief met als hilarische billenkletser de tocht van Jef Geeraerts als een gerimpeld Kuifje in Afrika naar de plekken waar zijn mannelijke potentie exotische hoogtepunten beleefde. Het gaat in de eerste plaats over Geeraerts himself : voor hem was het koloniale Congo zijn Shangri-la. Hij staat op de voorgrond en de zwarte is niet meer dan een aangename, maar onbegrepen entourage.

‘De ontmoeting met de andere’ wordt altijd beschreven vanuit een bepaald perspectief. Daar komt men niet onderuit. Het perspectief van de reiziger kan nooit dat van de lokale mensen zijn. Daarvoor is de sociaaleconomische en culturele kloof tussen bezochte en bezoeker vaak te groot. In mijn boek “Ticket naar Shangri-la” stel ik dat de reiziger voortdurend met een parachutistengevoel opgescheept zit. Hij of zij wordt bruusk uit zijn/haar vertrouwde omgevingsluchtbel weggehaald waar alles evident is en wordt gedropt in een vreemde omgeving. Enkele dagen ter plaatse en dan weer verder naar andere bestemmingen. Liefst snel, snel. De oppervlakkigheid van dat parachutistengevoel is eigen aan de conditie van het reiziger-zijn. ‘Reizen om te leren’ of als vorm van ‘interculturele communicatie’ herleidt zich vaak tot een opeenstapeling van reisfoto’s waarin de bezochte even ‘authentiek’ mag doen, maar toch vooral aanwezig moet zijn als entourage voor Jan met de pet in Verwegistan.

De dubbele blik



Wie reist en het aandurft om daarover een verhaal te schrijven – en dat zijn er op dit ogenblik veel te veel – moet zich daarvan bewust zijn. Bij het reizen gaat het zowel om het macro als om het micro gegeven, zowel om de ruime context als om het individu dat zijn rondedansje maakt in die context. Het gaat dus, anders gezegd zowel over Kuifje als Afrika.

Nick Meynen en Ann De Craemer weten in hun werk op een boeiende manier om te springen met de Kuifje-in-Afrika-problematiek. Zij vertrekken allebei van wat ik zou willen noemen ‘de dubbele blik’. Daarmee bedoel ik dat zij niet alleen focussen op de schoonheid van de natuur en de belangrijkheid van culturele artefacten, maar ook oog hebben voor alle uitingen van de mens die in dat landschap rondloopt. Je kijkt niet alleen met je ogen, maar ook met wat je als kennis in je achterhoofd meedraagt. De foto’s waarmee de twee reisboeken rijkelijk geïllustreerd zijn bewijzen dat. Nick Meynen had makkelijk kunnen scoren met een schitterende reportage Himalayabeelden, maar de bergreus krijgt minder aandacht van zijn lens dan de kleine Nepalees. Op de coverfoto focust hij op twee Nepalese jonge vrouwen die via een onstabiele touwbrug de andere oever proberen te bereiken. Dit zijn geen waaghalzerige paracommando’s maar twee arme vrouwen van wie het lot aan een dun touw hangt. Ook fotograaf Pieter-Jan De Pue gaat zo te werk wanneer hij voor de cover van Ann De Craemers boek het praalgraf van koning Cyrus de Grote in beeld brengt. Hij focust echter op de bewaker van dienst die glimlachend in een tuinstoel onder een kapotte parasol zit. Ann de Craemer schrijft: “Zoals hij daar zit, met zijn versleten schoenen en uniform op een verroeste stoel onder een vergane parasol voor het graf van koning Cyrus, brengt hij heden en verleden van dit land in één beeld samen. Perzië, het roemrijke, glorieuze verleden; Iran, het gehavende, beschadigde heden.” (p. 171). Ook Ann de Craemer beschikt over een dubbele blik.

Tussen micro en macro

Geograaf en freelancejournalist Nick Meynen heeft iets met Nepal. Sinds 2003 was hij vijf keer ter plaatse. In totaal verbleef hij er bijna twee jaar. Zijn boek bestaat uit tien ‘verhalen’ waarin een heel gamma aan onderwerpen behandeld wordt: religie als politiek instrument, toerisme en authenticiteit, migratie, internationale handel in kinderen, ontbossing, ontwikkelingssamenwerking, media, klimaatrampen, maoïsten en de zogenaamde hulpindustrie.

Is dit een ‘reisverhaal’? Ja en nee. Deze hybride tekst opent telkens als een reisverhaal waarin hij vertelt hoe hij en zijn vrouw Fany in barre omstandigheden – het was hun huwelijksreis – door zeer onherbergzame oorden van de Himalaya trekken, maar na enkele regels, soms bladzijden opent Meynen een informatieve excursie binnen het verhaal waardoor micro en macro gegevens naadloos in elkaar overvloeien. Dat doet hij onder meer uitstekend in het hoofdstuk “Door de bomen het bos niet meer zien” waarin klimaat en klimaatwijziging een belangrijke rol spelen. Daarin past hij de hinkstapsprong van micro naar macro zeer goed toe. Vanuit eigen ervaringen in de ik-persoon schakelt hij over op de groothoeklens en zoemt hij in op de context . Op het einde van het hoofdstuk komt hij tot een genuanceerd besluit: “Het verhaal van Nepals bossen is complex. Globalisering en klimaatverandering zijn er maar een deel van. De grootste problemen situeren zich in Nepal en kunnen enkele daar aangepakt worden. Maar dan moeten ze wel juist geduid worden. Zo is het verhaal dat de boeren in de bergen de hoofdschuldigen zijn van een kaalkap die in tien jaar tijd de Himalaya zou ontbossen, een fabeltje gebleken.” (p. 88)

Meynen brengt geen vrijblijvend verhaal. Zijn betrokkenheid is groot en soms spat de woede van de bladzijden zoals op pagina 118: “Na het fiasco van Kopenhagen stelt zich de vraag wie de eerste klimaatterrorist zal zijn en uit welk geruïneerd land hij zal komen.” Woedend kan hij zich ook maken over toeristen die de rekening niet betalen en voor dag en dauw vertrekken, over overladen en ondervoede dragers die op teenslippers een gewicht van zestig kilo de bergen opsleuren en over scheldpartijen tegen porters.

Ook over de ontwikkelingsamenwerking – hij spreekt liever over de ‘hulpindustrie’- is hij niet mals. Op een cynische manier beschrijft hij dat wereldje: “In Kathmandu bestaat er een artificiële wereld van rijke westerlingen die zich, na het degusteren van ingevlogen sint-jakobsschelpen in restaurant Chez Caroline, verzamelen in vijfsterrenhotels om over de komende hongersnood te praten.” (p. 98) In de ‘hulpindustrie’ gelooft Meynen niet. Dat is duidelijk. Ontwikkeling moet van onderuit komen, zegt hij en zo verwijst hij naar ISARD, THIS en het Belgische weeshuis Shangrila Home.

Wanneer Meynen een groepje jonge Duitsers van een Beierse Bijbeluniversiteits ontmoet vraagt hij zich af: “Velen van hen doen bewonderenswaardig werk, maar ik vraag me af welk effect die goddelijke hulp heeft op de ontvanger ervan.” Ook stilistisch kan Meynen zeer behoorlijk uit de voeten. Wat denk je van een zin als “Een boer die normaal op steile hellingen boven de 3000 meter gewassen teelt, overplaatsen naar de laagvlakte van Nepal, dat is zoals het te geven van een harpoen en een kano aan een garnalenvisser uit Oostduinkerke, om hem vervolgens naar Groenland te deporteren.” (p. 21)

Chaddor met neuscorrectie

Schrijfster en freelance journaliste Ann De Craemer en haar fotograaf Pieter-Jan De Pue zijn veel minder lang in Iran geweest: hooguit drie weken, maar dan uitgerekend in de verkiezingsperiode van 2009 toen Ahmadinejad en Mousavi het tegen elkaar opnamen. Vijf jaar heeft De Craemer haar Iranreis voorbereidt. Zij studeerde Perzische literatuur en maakte een thesis over het werk van de Perzisch-Nederlandse schrijver Kader Abdolah. Via zelfstudie leerde ze ook Farsi. Dat kan tellen als voorbereiding.

Wie een politieke verslaggeving verwacht moet naar een ander boek grijpen, onder andere naar werk van journalist Jef Lambrecht die het nawoord schreef. Ook Ann de Craemer kiest voor de formule van een reisverhaal. Een flink deel van het traject tussen Teheran en Bandar Abbas aan de Perzische Golf legt het tweetal af via de trans-Iraanse spoorlijn. Zij volgt op haar eigen manier het recept van de Amerikaanse reisschrijver Paul Theroux die haar voorafging met De Patagonië-expres en De grote spoorwegcarrousel. Ann De Craemer kiest bewust voor een trage manier van reizen. Zij focust niet op DE verkiezingen en het gesjoemel daar rond, maar op de gewone man en vrouw die zij op straat of in haar treincompartiment tegenkomt. Zo probeert zij een stukje Iran van binnenuit te beschrijven.

Ook al sprak De Craemer dan een woordje Farsi, het zal zeker geen makkie geweest zijn om als vrouw door een land te trekken met een rigoureuze scheiding van de geslachten. Het is niet voldoende om een chaddor te dragen om niet gedetecteerd te worden als ‘anders’. Dat blijkt herhaaldelijk. In Teheran komen vier vrouwen naar haar toe. “Eén van hen wijst naar mijn manteau. Ze tikt op mijn armen en zegt: ‘bad hejabi’, wat zoveel betekent als ‘je bent niet islamitisch genoeg gekleed’. Mijn armen zijn tien centimeter bloot, en dat is voor sommige religieuze vrouwen hier blijkbaar schokkend.” (p. 35)

Ondanks haar beperkte bewegingsvrijheid slaagt De Craemer er toch in om van onder haar sluier rake observaties maken. Bij haar bezoek aan een mausoleum van een belangrijke imam ziet zij een wenend meisje. “Op haar neus zit een pleister: Iran is het land waar jaarlijks de meeste neuscorrecties ter wereld worden uitgevoerd, en het is duidelijk dat zij er net een achter de rug heeft. Ik zie de twee gezichten van Iran in één jong meisje versmelten; traditie en moderniteit, en hoe die vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.” (p. 29)

De Craemer meent te weten dat veel vrouwen onder hun chador de meest sexy lingerie dragen en zij besluit: “Net zoals Iran er aan de buitenkant heel islamitisch uitziet, maar je moest eens weten hoe het er in de huizen werkelijk aan toe gaat. Dat is Iran: er is de wereld buiten de deur, en er is de wereld binnenshuis. Alle Iraniërs hebben een gespleten persoonlijkheid.” (p. 73).

Ann De Craemer beperkt zich niet tot een rol van observator. In de loop van haar verblijf raakt zij meer en meer betrokken bij wat er in het land gebeurt. Wanneer de geruchten doordringen dat er door de aanhangers van Ahmadinejad op grote schaal zou gefraudeerd zijn, schrijft ze: “Twee weken heb ik met zoveel Iraniërs meegeleefd en gehoopt op verandering, en nu dit, nu deze pijn die me doet vechten tegen tranen van machteloosheid en razende woede.” (p. 119)

Die betrokkenheid is ook in hoge mate bij Nick Meynen aanwezig. Beiden dragen in hun achterhoofd kennis en inzichten mee – bij De Craemer meer van literaire en cultuurhistorische aard – waarmee ze met die dubbele blik naar hun reisomgeving kunnen kijken. Ann De Craemer verwoordt haar dubbele blik iets literairder dan Nick Meynen. “De herder is een witte vlek in een zee van verdord gras. Twee ezels gaan zijn kudde geiten vooraf. Het oude Perzië, een gesprek over de politiek van vandaag en het tijdloze beeld van een boer die zijn werk doet: ik verplaats me niet alleen constant in de ruimte, maar ook in de tijd.” (p. 168)

Die dubbele blik van beide auteurs nodigt uit tot reflectie en ambiguïteit en geeft aan hun journalistiek reisverhaal alvast een flinke meerwaarde.

(Uitpers nr. 121, 11de jg., juni 2010)

Nick Meynen, Nepal, nieuwe wegen in de Himalaya, EPO, Berchem, 2010, 206 blz. ISBN 9789064455803

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=951109&refsource=uitpers

Ann De Craemer, Duizend-en-een-nacht, een reis langs de trans-Iraanse spoorlijn, (foto’s Pieter-Jan De Pue), Lannoo Spectrum, Tielt, 2010, 188 blz. ISBN 9789077445143

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=936109&refsource=uitpers

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).