Turkstaligen: een grote familie?

Oeigoeren, Azeri’s, Kirgiezen, Tataren of Basjkieren, al deze minderheden die zich in België gevestigd hebben, delen een Turkstalig dialect, zonder dat ze van Turkije afkomstig zijn. Hoe organiseren ze zich en wat zijn hun banden met de Turkse gemeenschap?

De ineenstorting van de Sovjet-Unie en de opkomst van een Turkstalige regio die zich uitstrekt van Oost-Europa tot China, heeft de belangstelling gewekt van Turkije. Velen zien in deze verandering een historische gelegenheid om panturkse(1) ideeën te ontwikkelen. Tijdens de Sovjet-heerschappij over Centraal-Azië en de Kaukasus was dit niet mogelijk.

In de jaren 1990 heeft Turkije veel moeite gedaan om de banden met de “kleine broertjes”aan te halen. Door topoverleg tussen staatshoofden van Turkstalige landen, Turkse televisie-uitzendingen over de regio’s en economische investeringen om Turkstalige colleges en universiteiten(2) op te richten, zoeken de zusterstaten toenadering. Bovendien zorgt een programma van Ankara ervoor dat tienduizenden jonge Turkstaligen met een staatsbeurs in Turkije kunnen studeren. Dit programma wil naast ontwikkelingshulp een Turks sprekende elite vormen om de in het Russisch opgeleide groep te vervangen. Gezien de historische banden, wordt Turkije door het Westen gezien als een stabiliserende factor voor de godsdienst. Het Westen verwacht dat ze het Turks model, gebaseerd op scheiding van kerk en staat en vrije markteconomie overnemen.

De uitwisselingen hebben zeker effect gehad op de Turkstalige diaspora in Europa, die met veel belangstelling en sympathie de nieuwe Turkstalige immigranten verwelkomd heeft. Door de toenemende komst van migranten en asielzoekers uit het Oosten hebben de Turken in Europa hun “bloedbroeders”, waarover ze in de Turkse media al zoveel gehoord hadden, ontdekt. Natuurlijk heeft dit fenomeen meer belangstelling gewekt bij Turken die door hun politieke of spirituele overtuiging, gevoeliger zijn dan anderen. Zo heeft de Turkse Federatie van België (nationalistisch en pantouranistisch) zich onder de Turkse fracties geprofileerd met de steun aan de nieuwe Turken. De door bloed en taal verwante gemeenschappen kwamen vanaf 1998 in België toe .

De Turkse gemeenschap, bekend om haar liefdadigheid, heeft nieuwe Turkstaligen geholpen in de overgangsperiode uit ballingschap. Vaak hebben de nieuwe migranten in de Turkse wijken werk en onderdak gevonden voor een redelijke prijs. De Turkse gemeenschap heeft ook haar grote ervaring met het verenigingswerk geleend om de nieuwkomers te helpen zich te organiseren in verenigingen en alzo subsidies te krijgen. Anderzijds zijn het voor de Turken vaak ideologische overwegingen (panturkisme, religieuze broederschap, gemeenschappelijke geopolitieke tegenstanders…) die de drijvende kracht vormen van het onthaal.

De Oeigoeren

De eerste Turkstaligen die zich lieten opmerken door de Belgische publieke opinie en de Turkse gemeenschap, zijn de Oeigoeren. Ze komen hoofdzakelijk van Kazakhstan en Kirgizstan.

De Oeigoeren zijn een volk afkomstig van Oost-Turkestan. Vandaag is dit de autonome regio Xinjiang in de Volksrepubliek China, bezet sinds 1949. De Oeigoeren zijn één van de belangrijkste Turkstalige volkeren zonder staat. In China zijn ze met 7 à 10 miljoen. China heeft veel inspanningen gedaan om dit volk te bedwingen, bijvoorbeeld door de massieve immigratiepolitiek van Han-Chinezen in de regio. Vandaag telt het Oeigoerse volk minder dan 50% van de bewoners van de autonome regio. Tengevolge van de Chinese repressie, die begon in de jaren 1950, zijn veel Oeigoeren eerst gevlucht naar Kazakhstan, Kirgizstan en Oezbekistan (waar ze vandaag met ongeveer 500.000 zijn), daarna naar Turkije (met 15.000 Oeigoeren). Vandaag komt de tweede migratiegolf in een halve eeuw tijd naar Europa.

De radicale verstrenging van het Belgische asielbeleid van januari 2001 leidde tot de gemediatiseerde en controversiële uitwijzing van een dertigtal asielzoekers per vliegtuig naar Kazakhstan, onder wie verschillende Oeigoeren. Deze actie had een onverwacht neveneffect: de maatschappelijke belangstelling voor de situatie van de Oeigoeren en de mensenrechten in Centraal-Azië. Een colloquium georganiseerd in de Senaat in januari 2001 handelde specifiek over de situatie van deze gemeenschap in ballingschap. Bovendien heeft een reeks artikelen in de pers ook de aandacht op haar gevestigd. In dezelfde periode vond een pijnlijk voorval plaats, de zelfmoord van een jonge Oeigoer in Dessel. Hij was erg aangegrepen door de sfeer en angst voor uitwijzing door de beelden van gepantserde voertuigen in de media. Het was een echte shock voor de gemeenschap, gemobiliseerd door de pers, de maatschappij en een afgevaardigde van de Turkse gemeenschap. Allen betuigden hun solidariteit.

Deze situatie motiveerde de Oeigoeren in België om zich te organiseren. Zo werden in 2001 de eerste Oeigoerse verenigingen gevormd (“Organisatie van de Oeigoerse jeugd” in Anderlecht) en in 2002 (“Oeigoers cultureel centrum” in Schaarbeek en “Oorsprong” in Verviers). Dit proces, na enkele tegenslagen en herschikkingen, mondt uit in de oprichting van het Oeigoers cultureel centrum “Ymyt” in mei 2003 in Antwerpen. Aan het hoofd staat Tursun Machpirov. Ymyt wordt gesteund door het lokale centrum De Wijk. De Oeigoerse gemeenschap in België, waarvan de eersten in 1998-1999 toekwamen, telt vandaag ongeveer 500 mensen. De ene helft is afkomstig van Kazakhstan, de andere helft van Kirgistan, maar ook van Oezbekistan en in beperkte mate van China. De Oeigoeren wonen hoofdzakelijk in Antwerpen en Brussel; ze zijn bijna allemaal asielzoeker; zelden worden ze erkend. Verpletterd tussen de supermacht China en autoritaire regimes in Centraal-Azië, voelen de Oeigoeren zich slachtoffer van de realpolitik(3). Ondanks alles waken ze erover hun cultuur te behouden, zoals bijvoorbeeld via het centrum Ymyt. Dit centrum is een onderdeel van het internationale Kurultaï (congres) van de Oeigoeren, gevestigd in München, opgericht in april 2004 na de fusie van het nationaal congres van Turkestan en het World Youth Oeigoer Congres.

Bij hun eerste kennismaking met België kregen de Oeigoeren veel steun van Turken, in het bijzonder van de Turkse federatie van België (begeleiding bij het zoeken naar een woning, werk, folkloristische manifestaties, sensibiliseringscampagnes bij de Turkse gemeenschap, steun van een Turkse advocaat voor Oeigoeren die dreigden uitgewezen te worden). Nu de gemeenschap voldoende ervaring heeft met verenigingswerk, werkt ze met de steun van openbare instellingen (De Wijk). De contacten met Turkse verenigingen zijn minder frequent. Anderzijds gaan de Oeigoeren bidden in Turkse moskeeën en vieren ze samen traditionele religieuze feesten(4). Naast de vele internetsites (ymyt.com) volgen de Oeigoeren op mediagebied de Kazakhse televisie per satelliet. Er wordt een informatieblad gemaakt in München in de Oeigoerse taal (Arabisch schrift), in het Engels, het Turks en binnenkort in het Russisch.

De Azeri’s

Een andere belangrijke Turkstalige gemeenschap, die van zich laat spreken in de lokale Turkse pers, zijn de Azeri’s. Haar diaspora kent meer dan 2 miljoen mensen in de ex-Sovjet-Unie, voornamelijk in Rusland en Oekraïne en meer en meer in Europa. De Azeri-gemeenschap in België is in twee verdeeld: Azeri’s van Turkije (van de provincie Igdir), als Turkse arbeiders in de jaren 1960-70 naar ons land gekomen, en Azeri’s van Azerbeidzjan. De gemeenschap van Azeri’s van Azerbeidzjan heeft zich gevormd sedert 1989-99. Vandaag zijn ze met 200 (tegenover 2.000 Azeri’s van het Turkse Igdir). Slechts een tiental families heeft een definitief verblijf gekregen in ons land (statuut van vluchteling, regularisatie). De overgrote meerderheid zijn asielzoekers maar ook 10 à 15% illegalen (uitgeprocedeerde asielzoekers of “toeristen”). Er is ook een klein aantal studenten of gekwalificeerde arbeiders met contract. De meeste Azeri’s wonen in Brussel of Antwerpen.

Wat betreft het verenigingsleven, zijn het in de eerste plaats de Turkse Azeri’s die in 1993 de eerste vereniging oprichtten (waaronder Ferhat Calisan, vandaag voorzitter van het Comité van Turkse Ouders in Molenbeek). In 1998 volgt het “Cultureel en Informatie Centrum van Azerbeidzjan”. Het wordt geleid door Bülent Gürçam, een Turks zakenman met Azeri-roots. Hij was journalist voor de Turkse kranten Tercüman en Hürriyet en chauffeur van de ambassade van Azerbeidzjan. Tegelijkertijd richt Gürçam in 1999 het “Belgisch-Azerische Verbond Shur” op in Ukkel en in 2000 de vereniging “Het Huis van Azerbeidzjan” in Molenbeek met asielzoekers uit Azerbeidzjan. Dat laatste organiseerde een fototentoonstelling op het Muntplein in Brussel (februari 2003). De tentoonstelling herdacht de elfde verjaardag van het bloedbad in het dorpje Khodjali waar honderden burgers afgeslacht werden door de Armeense guerrilla in het conflict over Nagorno-Karabach (een vooral door Armeniërs bewoonde enclave in Azerbeidzjan). De manifestatie kende een grote belangstelling vanwege de Turkse gemeenschap.

Begin 2003 kent de organisatie “Odlar Yurdu” (Land van Vuur) een kort en bewogen bestaan. Ze werd gesticht door Adalet Guliyev, een genaturaliseerde vluchteling, en Lokman Uzel, een Turk van Nederlandse afkomst. De organisatie voerde een aantal protestacties tegen de Armeense autoriteiten die ze beschuldigde van medewerking aan de afslachting van Azeri’s in Nagorno-Karabach. Een betoging aan de ambassade van Armenië kreeg de steun van de BTKK (Coördinatieraad van de Turken in België). Na een moordaanslag, door Turkse en Azeri websites toegeschreven aan Armeniërs, maakt Guliyev een eind aan zijn politieke carrière.

Vandaag is de meerderheid van de Azeri’s georganiseerd in het “Europees Centrum van de Azeri’s”, begin 2004 gesticht door Fatma Aliyeva en haar echtgenoot, Bahri Yildirim, Turks zakenman uit Nederland. De organisatie telt ongeveer 150 leden, waarvan de overgrote meerderheid Azeri’s van Azerbeidzjan zijn, maar ook enkele van Turkije. Het centrum heeft afgelopen februari een manifestatie georganiseerd aan het rondpunt Schuman in Brussel om het bloedbad van Khodjali te herdenken. De actie werd gesteund door de BADD (vereniging in Brussel gebaseerd op het gedachtengoed van Atatürk) en de BTKK. Naast sociale en culturele doelstellingen wil de vereniging de publieke opinie sensibiliseren voor het lot van de Azerische vluchtelingen van Nagorno-Karabach (ongeveer één miljoen personen) en de territoriale integriteit van Azerbeidzjan. Ze leidt ook een groep van folkloristische dansers, een schaakcircuit en taalcursussen. De BADD leent ze haar lokaal voor vergaderingen en activiteiten, net zoals haar tegenhanger in Antwerpen (AADD). Ook de BTKK en de Turkse federatie van België bieden graag hulp aan de Azerische gemeenschap. Ook het Comité van Turkse Ouders van Molenbeek moet vermeld worden; haar voorzitter, Ferhat Calisan is overigens lid van de administratieve raad van het Europees Centrum van de Azeri’s.

Het politiek samengaan van Azeri’s en Turken is te verklaren door een gemeenschappelijk kenmerk: geschillen met de Armeniërs. Terwijl Azerbeidzjan druk in de weer is om bezette gebieden te heroveren op de Armeniërs, verzet Turkije zich tegen de Armeense eisen om de volkerenmoord van 1915 te erkennen. Men moet afwachten hoe Turkse verenigingen actief de eisen steunen van Azeri’s die zich kanten tegen Armenië.

Het Europees centrum van de Azeri’s is onderdeel van een platform van de Azerische diaspora in Europa, die bestuurd wordt door de regering van Bakoe, belast met de contacten met bannelingen. Enkel het Centrum van Fatma Aliyeva werd door de Belgische overheid uitgenodigd deel te nemen aan het Europees congres van dit platform, dat plaatsvond in Duitsland in april 2004. Een andere doelstelling van de vereniging, is de actievere deelname van Azerische vrouwen aan het sociale en culturele leven. Ze wil zich afzetten tegen verenigingen die voorheen als té “mannelijk” werden aanzien.

Om de gebeurtenissen in hun land te volgen, worden de Azeri’s meer verwend dan de andere Turkstaligen, gezien ze twee televisiezenders kunnen ontvangen per satelliet. Daarnaast vormen de Azeri’s een hechte gemeenschap via internet.

Kirgiezen, Tataren en Basjkieren

Onder de Turkstaligen in België onderscheidt zich ook de kleine maar actieve Kirgiese gemeenschap. De Kirgiezen die vanaf 1999 naar België kwamen, komen voornamelijk uit het noorden van hun land. De overgrote meerderheid van Kirgiezen in België is asielzoeker en slechts een kleine minderheid heeft een stabiel statuut (statuut van vluchteling, gekwalificeerde werknemers, familiehereniging). Ondanks het feit dat ze maar met enkele honderden zijn in België, doen ze hun best om sociale en culturele activiteiten te organiseren. In Limburg zijn verschillende avonden georganiseerd. De organisatie van de Kirgiese diaspora in Europa, “Manas” (kirgisien.narod.ru), gevestigd in Duitsland, in België vertegenwoordigd door Ulan Kalilov, besliste op een congres in mei 2004 zich dynamischer op te stellen. De vereniging legt de nadruk op socio-economische en culturele uitwisseling met Kirgistan. Ze is lid van de Raad van het volk van Kirgistan, lid van de internationale raad van de stad Hanau en van administratieve raad van de internationale Kirgiese site (kyrgyz.us). De Kirgiezen hebben nog geen satellietontvangst in België. De Kyrgyzse gemeenschap heeft nog geen intense contacten opgebouwd met Turkse verenigingen, hoewel er in Turkije een Kirgiese gemeenschap is (emigratie sinds het begin van de XXe eeuw). De meest gekende Kirgies, Tchingiz Aïtmatov, één van de meest gelezen hedendaagse schrijvers (volgens Unesco), is ambassadeur voor zijn land in Brussel.

Tot slot komen de Turkstaligen in België niet alleen van Azië en de Kaukasus, maar ook van Rusland, zoals de Tataren en Basjkieren. Deze twee Turkstalige volkeren zijn nauw aan elkaar verwant. Hun autonome republieken bevinden zich tussen de Volga en de Oeral en tellen respectievelijk 6 en 1.5 miljoen inwoners. In België zijn er heel weinig Tataren en Basjkieren. In Duitsland is er een belangrijke gemeenschap met een cultureel centrum in Berlijn, dat gesticht is in 1999 en ondersteund wordt door het Turkologisch Instituut van de Universiteit. In België begon deze nieuwe gemeenschap zich te vormen in 1999-2000. Het gaat vooral om asielzoekers uit Rusland, maar ook Centraal-Aziatische landen, waar ze tijdens de Sovjet periode woonden. In België hebben ze nog geen vereniging, maar er zijn plannen voor een Europees platform in de nabije toekomst. Nu “organiseren” de Tataren en Basjkieren van de Benelux zich via internet forums (bashkortostan.net/tugan). Ondanks het feit dat er culturele en economische banden zijn met Turkije, waar een grote Tataarse gemeenschap leeft sinds het einde van de 19e eeuw, zijn er nog geen nauwe banden met de Turkse gemeenschap in België.

Om af te sluiten, is het gepast om de aanwezigheid van andere Turkstaligen in België te vernoemen, zoals de Oezbeken, de Kazakhen, de Koemyks van Dagestan, de Karatsjajs van het noorden van de Kaukasus en de Gagaoezïërs van Moldavië (enig Turkstalig volk met een christelijk orthodoxe religie).

(Uitpers, nr. 61, 6de jg., februari 2005)

Murat Daoudov is medewerker van het Centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding en het observatorium voor migraties.

Noten:

(1) Panturkisme of pantouranisme: nationalistische politieke beweging die ernaar streeft om alle turkse volkeren te verenigen in één staat of unie rond Turkije.

(2) De netwerken van scholen en universiteiten , het werk van privé verenigingen van Turkse broederschappen, veroorzaken talloze controverses in Turkije, Rusland en Turkstalige republieken.

(3) De Oeigoerse zaak krijgt steun van de transnationale Radicale Partij. In oktober 2001 organiseerde deze partij een congres in het Europees parlement, getiteld “De situatie van Oost-Turkestan na 50 jaar Chinese communistische bezetting” en het derde Oeigoers Wereldcongres. De voorbereiding van deze conferentie kende een serieuze tegenslag omdat vele Oeigoerse afgevaardigden geen visum kregen omwille van veiligheidsredenen na 11 september. Europees afgevaardigde en secretaris van de Tadicale Partij, Olivier Dupuis, hekelde “de machten van de schaduw” en “kleine Quieslings in permanente dienst van ons parlement”, die samen met de “Ambassade van de Volksrepubliek China al weken op voorhand (…) een conferentie wil doen mislukken, omdat ze riskeerde een politiek van bezetting, vernedering en vernietiging aan het licht te brengen”.

(4) Zoals andere Turkstaligen, vieren de Oeigoeren ook Nevroz, het Nieuwjaar van 21 maart of het Lentefeest. Dit is een nationaal feest in alle Turkstalige republieken, door Turkije slechts sinds kort overgenomen. In Turkije wordt deze traditie scheef bekeken omdat ze wordt nageleefd door de Koerdische minderheid.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 33 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook