Turks leger lijdt zware nederlaag

Met de verkiezing van Abdullah Gül van de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) van premier Recep Tayyip Erdogan tot nieuwe president van Turkije heeft het Turkse leger een zware nederlaag geleden. Zijn tactiek om in het voorjaar honderdduizenden mensen te mobiliseren tegen het islamitische gevaar heeft een omgekeerd effect gehad. Het heeft zijn positie zodanig ondermijnd dat een nieuwe staatsgreep, zoals in 1997 tegen de islamistische premier Necmettin Erbakan, nog maar weinig kans maakt.

Het leger en het kemalistische establishment gingen in het voorjaar in het offensief in het vooruitzicht van het einde van de ambtstermijn van president Ahmet Necdet Sezer. Ze waren bang dat een islamist hem zou opvolgen omdat de regering van premier Erdogan over een ruime meerderheid in het parlement beschikte. De AKP-kandidaat Abdullah Gül, toen minister van Buitenlandse Zaken, zou dus automatisch in derde stemronde, waarin enkel nog een gewone meerderheid nodig is, worden verkozen. En in Turkije heeft de president, naast vetorecht, op bepaalde gebieden, zoals bij benoemingen van hoge ambtenaren, reële bevoegdheden.

Alle registers van het gevaar van het islamisme voor de zgn. seculiere Turkse staat werden opengetrokken. Massale manifestaties moesten het gevaar onderstrepen. Waarbij gemakshalve werd vergeten dat de “erfenis van Atatürk”, de stichter van het moderne Turkije, al lang is overboord gegooid. En dat Turkije een soennitisch-islamitische staat is geworden, die zowel christenen als niet-soennitische moslims (zoals de alevieten) discrimineert (1). In feite gaat het over het behoud van de werkelijke macht in Turkije door militairen en hoge ambtenaren.

Zelfs het Turkse hooggerechtshof werd ingeschakeld om de verkiezing van Gül te verhinderen. Het hof bepaalde dat er een aanwezigheidsquorum van twee derden vereist was voor de presidentsverkiezing door het parlement. De oppositie moest de zittingen maar boycotten om te voorkomen dat Gül zou worden verkozen.

Premier Erdogan ging in de tegenaanval. Hij stelde voor om de president door de hele Turkse bevolking te laten verkiezen – een voorstel dat, voorlopig, met succes werd tegengehouden door een veto van uittredend president Sezer. Tevens besloot Erdogan de parlementsverkiezingen, voorzien voor november, te vervroegen.

De uitslag van die verkiezingen bewees dat Erdogan de juiste beslissing had getroffen. In 2002 had Erdogan, met 34% van de stemmen, de traditionele partijen zo goed als van de kaart geveegd. Ze werden het slachtoffer van de door henzelf ingevoerde kiesdrempel van 10%, die bedoeld was om te verhinderen dat er Koerdische nationalisten zouden worden verkozen. Op 22 juli jl. echter deed Erdogan het nog beter: de AKP kreeg 47% van de stemmen. Bovendien haalden de Koerden 20 zetels – niet omdat hun Partij voor een Democratische Samenleving (DTP) de kiesdrempel overschreed, maar omdat haar kandidaten als onafhankelijken opkwamen.

De hele campagne tegen de AKP bleek een grandioze flop te zijn geweest. Met als gevolg dat de positie van het leger ernstig werd ondermijnd. Aanvankelijk zag het er nog naar uit Erdogan zijn voormalige minister van Buitenlandse Zaken zou laten vallen als kandidaat-president en zou kiezen voor een figuur die aanvaardbaar zou zijn voor het leger. Het partijbestuur besliste echter dat Gül toch kandidaat zou blijven. Deze keer werd bij de eerste twee stembeurten wel het aanwezigheidsquorum gemakkelijk bereikt omdat de uiterst-rechtse Partij van Nationale Actie (MHP), de Partij van Democratisch Links (DSP) en de Koerdische afgevaardigden aanwezig waren en deelnamen aan de stemming. Enkel de door Atatürk nog opgerichte Republikeinse Volkspartij (CHP) bleef weg.

Net voor de beslissende derde ronde, waarbij een gewone meerderheid voldoende is, haalde de legerbevelhebber, generaal Yasar Büyükanit, nog eens fel uit naar de AKP. Volgens hem ligt het seculiere karakter van Turkije onder vuur vanuit “centra van het kwaad”. Maar het kon niet baten.

Er is in Turkije een grens overschreden. Voor het eerst heeft het land een president die niet behoort tot de traditionele kemalistisch-republikeinse kliek. En generaal Büyükanit weet dat de meerderheid van de bevolking niet achter hem staat. Wat het hem uiterst moeilijk maakt een staatsgreep uit te voeren.

Is er nu een dreigende islamisering van Turkije op komst? Zowel premier Erdogan als president Gül ontkennen dat zij islamisten zijn en van Turkije een islamistische staat – een islamitische is het al lang, zij het zonder veel uiterlijke tekenen daarvan – willen maken. Voor hen zal de officiële scheiding tussen moskee en staat er blijven. Natuurlijk zouden ze een verborgen agenda van verdere islamisering kunnen hebben, maar Erdogan heeft al in de jaren 1990 gebroken met zijn geestelijke vader Necmettin Erbakan, die er duidelijk wel op uit was om Turkije volledig op islamitische leest te schoeien.

Het ziet er uit dat er zich in Turkije een uiterst interessante evolutie aan het voltrekken is. De islamitische partij is zich er, naar het voorbeeld van de christelijke partijen in Europa destijds, aan het ontwikkelen tot een democratische partij. Als die trend zich doorzet wordt de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) een islamitisch-democratische partij, zoals de christelijke partijen, die in de 19de en nog een stuk van de 20ste eeuw hun ideologie en waarden aan de staten wilden opleggen, uiteindelijk christen-democratische partijen zijn geworden.

Die democratisering zal verregaande gevolgen hebben voor het Turkse politieke bestel, dat totnogtoe gedomineerd werd door generaals, hoge ambtenaren en uiterst-rechtse, nationalistische politici. Die zien zichzelf als de behoeders van de erfenis van Atatürk, maar in feite is het hen om de poen te doen en om de controle over het land, die daar noodzakelijk voor is. Er bestaat nu een kans dat dit patroon kan worden doorbroken en dat Turkije een echte democratie gaat worden.

Voor het zover is moet echter eerst de macht van het leger worden gebroken, moet het terug naar de kazernes worden gedreven en moet het, zoals men het leger in Frankrijk noemt, “la grande muette” worden, die zich strikt buiten de politiek houdt. Officieel is dat één van de voorwaarden van Europa voor toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

Maar er zijn ook tegenkrachten. Een aantal EU-landen willen alles wat Turkije doet – schendingen van de mensenrechten en van de minderheidsrechten bv. – door de vingers zien, en het land zelfs zonder democratie in de EU opnemen omwille van het vermeende strategisch belang van het land. Dat Turkije nog altijd geen echte democratie is, is voor een belangrijk deel te wijten aan de NAVO, die de generaals, ook als ze via staatsgrepen alle macht aan zich hadden getrokken, koesterde omwille van de Koude Oorlog.

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)

(1) Zie hierover: Paul Vanden Bavière, De mythe van de scheiding tussen moskee en staat in Turkije, in Uitpers, nr. 87, juni 2007.

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook