Turkije zit nog lang niet op Europese lijn

Op 6 oktober publiceert de Europese Commissie het volgende rapport van Uitbreidingscommissaris Günter Verheugen over de hervormingen in Turkije. Twee maanden later, op 12 december, moeten de Europese staats- en regeringsleiders beslissen of Turkije een datum kan krijgen voor het begin van onderhandelingen over zijn toetreding tot de Europese Unie. Hoe positief sommigenook mogen oordelen over de Turkse hervormingen, feit blijft dat Ankara nog enorm veel werk te doen heeft. Het zit nog lang niet op de Europese lijn.

Even recapituleren: Turkije zit stevig in het westerse kamp sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen het zich door de Sovjet-Unie bedreigd voelde. Tekenen van die aanhorigheid waren het lidmaatschap van de Raad van Europa in 1949 en van de NAVO in 1952. Sedert 1963, vier jaar na de aanvraag, heeft het een associatieakkoord met de (toenmalige) Europese Economische Gemeenschap (EEG), die in 1967 fusioneerde met enkele andere Europese instellingen onder de naam Europese Gemeenschap (EG). Onder het Verdrag van Maastricht (1991) werd het nogmaals herdoopt tot Europese Unie.

In 1987 stelde Turkije officieel zijn kandidatuur tot toetreding, die pas in 1999 officieel werd aanvaard. De kwestie van het begin van de onderhandelingen werd in 2002 door de top van staats- en regeringsleiders doorgeschoven naar 2004. Inmiddels waren op de top van 1993 in Kopenhagen ook een reeks economische en politieke criteria opgesteld, waaraan kandidaat-leden moeten voldoen. Dit zijn de zgn. "Criteria van Kopenhagen".

Toen Turkije zich kandidaat stelde telde de EU 12 leden, vandaag zijn dat er al 25. Van de meeste nieuwe leden stelden de meeste hun kandidatuur (lang) na Turkije, dat dus duidelijk achterop bleef. Waarom? Wegens de enorme financieel-economische problemen, zijn grote maar arme bevolking, de kwestie-Cyprus, de ruzies met Griekenland over de Egeïsche Zee, de achtereenvolgende militaire staatsgrepen van 1960, 1971 en 1980, de massale schendingen van de mensenrechten, van de rechten van de minderheden en de vijftienjarige oorlog tegen de Koerden van de Koerdische Arbeiderspartij PKK (1985-2000).

Kortom: Turkije had heel wat "huiswerk" te doen vooraleer het zou kunnen toetreden. En het begon pas te werken aan de politieke "criteria van Kopenhagen" bij het begin van het derde millennium. Vooral sedert de islamist Recep Tayyip Erdogan van de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) in 2003 eerste minister werd, werden er in hoog tempo reeksen hervormingen doorgedrukt. Wat heel wat bewondering wekte. Maar er is echter een maar: de hervormingen werden niet van harte doorgevoerd, maar enkel onder zware druk van de Europese Unie. Met als gevolg dat er allerlei achterpoortjes werden open gelaten en dat van de hervormingen op het terrein te weinig te merken valt. Voor alle duidelijkheid: er is verbetering, maar in te beperkte mate.

Gebruik Koerdisch nog strafbaar

Er wordt nogal eens aangenomen dat er geen problemen meer zijn met het gebruik van het Koerdisch, dat na de militaire staatsgreep van 1980 zelfs privé, in de huiskring, officieel werd verboden! Die bepaling werd al enkele jaren geleden formeel geschrapt, maar de dag van vandaag kan iemand nog altijd vervolgd worden voor het publiek gebruik van de Koerdische taal: de wet verbiedt immers dat politici in het openbaar Koerdisch spreken! Met als gevolg dat de Koerdische politica Leyla Zana, die tien jaar in de gevangenis zat omdat ze in het Turkse parlement enkele woorden Koerdisch sprak (en daarvoor opnieuw moet terechtstaan), nog een aantal nieuwe processen riskeert.

Het is ook een misvatting dat er nu Koerdisch onderwijs bestaat: het enige onderwijs in Turkije is in het Turks. Koerdische kinderen worden in het Turks onderwezen. Wel werd in 2002 toegestaan dat er Koerdische taalcursussen zouden worden georganiseerd. Privé wel te verstaan, en zonder enige staatssubsidie. Het duurde wegens allerlei administratieve pesterijen tot halfweg dit jaar eer de eerste paar scholen hun deuren konden openen. En dan nog: de Koerdische kleuren op de gebouwen werden verboden.

Ook in 2002 werden radio- en tv-uitzendingen in "minderheidstalen" toegestaan. Maar ook die zijn er pas dit jaar gekomen en in zeer beperkte mate: zo zendt de officiële radio éénmaal per week om zes uur ’s ochtends gedurende een goed half uur een programma in, volgens de Koerden, slecht Koerdisch uit. Publicaties in het Koerdisch en culturele Koerdische manifestaties worden nog steeds geregeld verboden, auteurs, journalisten en uitgevers vevolgd. Van de door Europa geëiste naleving van de minderheidsrechten is maar weinig te merken. Meer nog de bewoners van de tijdens de oorlog tegen de PKK vernielde 3.600 dorpen en gehuchten – 350.000 volgens de autoriteiten, 2 tot 3 miljoen volgens de Koerden – kunnen maar met mondjesmaat terug. Laat staan dat ze vergoed zouden worden voor de schade of voor de confiscatie van huizen en grond door de zgn. "dorpswachters", een uit Koerden bestaande militie die de regering hielp tegen de PKK.

Folteraars gaan nog vrijuit

Het zijn niet alleen de Koerden die te lijden hebben onder allerlei verbodsbepalingen. Ondanks de opheffing van een aantal beperkingen, ligt de vrijheid van meningsuiting nog altijd sterk aan banden(1) in Turkije. Artikel 8 van de antiterreurwet betreffende de "propaganda tegen de ondeelbare eenheid van de staat" werd wel afgeschaft, maar onder de strafwet blijft belediging van de staat en zijn instellingen en bedreiging van de eenheid van de republiek nog altijd strafbaar, zij het wel dat de straf van één jaar op zes maanden gevangenisstraf is gebracht. Volgens de Turkse mensenrechtenorganisatie IHD begonnen er tussen januari en juni van dit jaar 35 processen tegen 218 mensen wegens gebruik van de vrijheid van mening. Er zitten ook nog altijd 20 journalisten achter de tralies. Verder beschikt de staat nog over administratieve maatregelen om audiovisuele uitzendingen of kranten, tijdschriften en boeken te verbieden.

"Zero tolerance" is officieel de politiek van premier Erdogan tegen foltering en folteraars. Maar volgens de IHD is het aantal gevallen van foltering wel verminderd, maar wordt er nog systematisch gefolterd. In de eerste zes maanden van het jaar werden er 692 gevallen gesignaleerd. Toen EU-commissaris Verheugen daarvan op de hoogte werd gebracht door de IHD, stuurde hij in allerijl enkele onderzoekers naar Turkije. Die spraken de cijfers niet tegen, maar vonden dat er geen sprake was van "systematische" foltering. Bijna 700 gevallen, 1400 op jaarbasis is klaarblijkelijk niet genoeg om er een systeem in te zien. Dus, aldus Verheugen, is er niets aan de hand dat het begin van onderhandelingen over Turkijes toetreding in de weg zou kunnen staan…

De procedures om folteraars te kunnen vervolgen werden vereenvoudigd, maar volgens de Internationale Federatie voor de Mensenrechten (FIHD), is er nog altijd een feitelijke straffeloosheid. Als ze al worden vervolgd, kunnen folteraars tijdens de hele procedure aan het "werk" blijven. En als er al straffen worden uitgesproken zijn ze uiterst licht. De onderzoekers en de rechters tonen zich weinig ijverig zodat de feiten, als het proces moet beginnen, dikwijls "verjaard" zijn.

De nieuwe strafwet die op 26 september werd goedgekeurd – zonder het door de EU verketterde artikel over strafbaar maken van overspel – bevat volgens de Vereniging van Turkse Journalisten (TGC) nog altijd een hele reeks antidemocratische artikelen(2).Zo is er nog altijd een artikel in te vinden die "propaganda voor een verboden organisatie, die opgericht is om misdaden te plegen", bestraft met straffen tot drie jaar (als het delict gepleegd werd door de media komt er nog een half jaar extra bij). Dit is één van de artikelen die nog steeds worden gebruikt om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen: als een journalist, intellectueel of politicus bv. begrip vraagt voor de Koerdische kwestie of culturele rechten voor de Koerden eist, wordt dat door het gerecht beschouwd als steun aan de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK)!

Moskee en staat

Het is dus best mogelijk dat de overspel-kwestie, gewoon een afleidingsmaneuver was. Als het zo was, is het schitterend geslaagd. Verheugen & Co waren blij dat het artikel niet in de wet werd opgenomen. En dus waren de hinderpalen voor EU-lidmaatschap nogmaals opgeruimd…

Maar men mag niet vergeten dat Erdogan een islamist is en af en toe islamiserende maatregelen probeert door te drukken. Ook soms via reglementering. Zo hebben de politiediensten aan de Turkse kust taken van "zedenmeester" gekregen: ze moeten Turkse jongeren aanpakken die hand en hand lopen of elkaar publiekelijk kussen.

De premier riep de "bescherming van de familie" in ter verdediging van zijn overspel-artikel en toonde zich op een bepaald ogenblik vergramd over de Europese kritiek. Hij is niet de enige die vindt dat Europa moet zwijgen: zijn minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül zei ooit dat de "Criteria van Kopenhagen" moeten worden omgebogen tot de "Criteria van Ankara".

Maar de bescherming van de familie ligt nog altijd problematisch in Turkije – tenzij men polygame families als normaal beschouwt. De polygamie werd officieel afgeschaft door president Atatürk, maar in feite is ze altijd blijven bestaan. Vele Turken (en ook Koerden) trouwen éénmaal voor de staat en voor bijkomende vrouwen voor een imam. Vrouwen, die afhankelijk zijn van hun man voor onderhoud en huisvesting, hebben daar weinig of geen verweer tegen. Meer, de regering staat schriftvervalsing toe door alle kinderen van de man op naam van de wettige vrouw te zetten.

Ook de scheiding van moskee en staat/kerk en staat is één van de kemalistische mythen. De staat heeft van bij de stichting van de republiek in 1923 de soennitische islam gesteund en gepropageerd(3). Ten gevolge daarvan werd en wordt de alevitische minderheid (van sjiitische origine) gediscrimineerd. En werd ook alles gedaan om de christenen uit het land te krijgen. De kerken hadden ook geen eigendomsrechten (dat is pas nu officieel rechtgezet, maar moet nog worden uitgevoerd), mochten geen godsdienstonderricht noch priesteropleidingen organiseren (nu is er wel sprake van heropening van een Grieks-orthodox seminarie) en alle kerkelijke benoemingen moesten door de staat worden goedgekeurd. Ondanks die volledige controle worden de bedienaars van de christelijke eredienst, in tegenstelling tot de soennitische imams, niet door de staat betaald. En het Grieks-orthodox patriarchaat in Istanboel had er 44 jaar voor nodig om toestemming te krijgen om zijn gebouwen te restaureren… Van "goede wil" gesproken! Turkije is duidelijk een anti-christelijke staat. Toch verwijt het Europa een "anti-islamitische club" te zijn.

Raad van Europa

Turkije heeft dus nog een lange weg af te leggen vooraleer het op de Europese lijn zal zitten. Men kan zich afvragen waarom het zich absoluut als Europees beschouwt en bij de EU wil terwijl het daarvan maar weinig waarden aanvaardt(4). Het land tot de EU toelaten zonder dat het echt aan alle "criteria" voldoet is in elk geval onaanvaardbaar. Eens Turkije lid is, is het binnen en kan het doorgaan zoals voorheen. Eventueel kan het via "reglementeringen" zelfs vroegere toegevingen (audiovisuele uitzendingen in het Koerdisch en taalcursussen bv.) terugschroeven;

In dit verband kan worden gewezen op het falen van twee instellingen waarvan Turkije lid is. Al 55 jaar maakt Turkije deel uit van de Raad van Europa, waarvan het één van de stichtende leden is. Ironisch genoeg is de Raad van Europa juist bedoeld om de individuele mensenrechten te beschermen, die tot de dag van vandaag in Turkije nog altijd worden geschonden (zij het in iets mindere mate). In het bevorderen van de mensnerechten in Turkije heeft de Raad jammerlijk gefaald wat Turkije betreft. Het enige dat werd bereikt is dat Turken zich sedert een vijftal jaren tot het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatburg kunnen wenden, waar Turkije de ene veroordeling na de andere oploopt.

Werd Griekenlands lidmaatschap van de Raad geschorst tijdens de militaire dictatuur (1967-1974), dergelijke maatregel werd nooit genomen tegen Turkije tijdens de militaire dictaturen in dat land. Wel werd in 1996 een speciale monitoring ingesteld, maar die werd dit jaar opgeheven omdat alles ongeveer in orde zou zijn…

Ook de Navo, waarvan Turkije sedert 1952 lid is, heeft gefaald. Tenzij de Navo, in tegenstelling tot wat het beweert gewoon een oorlogsorganisatie is en geen organisatie die opkomt voor "waarden" en voor "democratie". Ze heeft in elk niets gedaan voor de democratisering van Turkije. Integendeel: elke militaire staatsgreep werd door de Navo toegejuicht.

Men zou zelfs kunnen stellen dat het Turkse lidmaatschap van de Raad van Europa en de Navo, een rem is (geweest?) op de democratisering van Turkije en op een evolutie naar steeds grotere eerbied voor de mensenrechten. Turkije was immers een "strategische" partner tegen het communisme. Dat was belangrijker dan "waarden" en "mensenrechten". Daarom mocht het land niet worden bekritiseerd en werd bijna alles getolereerd.

(Uitpers, nr. 57, 6de jg., oktober 2004)

(1) Gegevens over wat er in Turkije aan de hand is, kan men in overvloed vinden in Info-Türk, dat al meer dan een kwarteeuw informatie verzamelt over het land. Het verschijnt maandelijks op internet: www.info-turk.be

(2) De hele reeks is te vinden op de website van Info-Türk.

(3) Als wapen tegen het Koerdisch nationalisme bv., werden in de jaren 1960 de moslimbroederschappen en andere moslimnetwerken in Koerdistan gestimuleerd en gesubsidieerd.

(4) Het is duidelijk dat Turkije van de "vleespotten van Europa" wil genieten. Volgens The Times (05.03.04) zou de EU jaarlijks 40 miljard euro in Turkije moeten pompen om het land tot ontwikkeling te brengen. Le Monde (25.09.04) meldde dat Turkije aan landbouwfondsen onder het huidige systeem jaarlijks recht op 11,3 miljard euro zou hebben en daarnaast nog eens op 10 miljard euro voor regionale ontwikkeling. Dit aspect werd in dit artikel niet uitgediept, evenmin als het aspect van het verzet in Europa, tot in de Europese Commissie tegen Turks lidmaatschap.

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).