Turkije reglementeert hervormingen weg

DIYARBAKIR/QANDIL-GEBERGTE – Krijgt Turkije op 17 december van de Europese ministerraad een datum voor het begin van onderhandelingen voor toetreding tot de Europese Unie? Het blijft afwachten, ondanks het positieve advies van Günter Verheugen, tot voor kort EU-commissaris belast met de uitbreiding van de unie. Er is in Europa veel verzet. En ter plekke, met name in Turks-Koerdistan is er heel wat scepticisme over de gerapporteerde “grote vooruitgang” van Turkije.

Dat er vooruitgang is op het vlak van mensenrechten en vrijheden betwist niemand in Diyarbakir, de Koerdische ‘hoofdstad’ van Turkije. Ook het klimaat in de stad en de regio is duidelijk verbeterd: geen alom tegenwoordige politie meer die journalisten op de voet volgt. Nog maar weinig controlepunten van het leger op de wegen. Niemand wil terug naar de periode 1985-2000, toen er een ware oorlog woedde tussen het Turkse leger en de guerrillero’s van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), tijdens dewelke de Koerdische bevolking het zeer hard te verduren kreeg..

Maar de uitvoering van de in de loop van de laatste twee jaar in het Turkse parlement onder druk van Europa goedgekeurde hervormingen laat op zich wachten, wordt zelfs op vele mogelijke manieren gesaboteerd door het Turkse staatsapparaat. “Telkens als er een goede maatregel wordt goedgekeurd, volgt er een omzendbrief die de maatregel ongedaan maakt”, zegt advocate Reyhan Yalçindag ons in haar kantoor in Diyarbakir.

Ze kan het weten: ze is ondervoorzitter van de Turkse Vereniging voor de Mensenrechten (IHD) en is als advocate geregeld in Straatsburg, waar het Europees Hof voor de Mensenrechten is gevestigd, in verband met klachten van Turken tegen de Turkse staat. “We verwelkomen de positieve stappen van de regering, want het is niet gemakkelijk de zaken te veranderen. In de bureaucratie en het leger is er veel weerstand tegen verandering”, zegt ze.

Om haar verklaring te controleren moet je niet ver lopen. In Diyarbakir, de oude omwalde stad, die in de loop van de oorlog door gedwongen migratie haar aantal inwoners ruim zag verdrievoudigen van 300.000 tot ongeveer 1 miljoen mensen, liggen de voorbeelden voor het grijpen.

Een Koerdische zender in het Turks

Neem bv. Gün-tv (gün betekent dag in het Turks, zon in het Koerdisch), de lokale radio- en tv-zender. Op de dag van ons bezoek aan zijn kantoren boven een nieuw shopping centrum aan een brede laan net buiten de wallen, vlakbij het stadhuis, had hij net een schorsing van één maand achter de rug. De reden: in een live-uitzending van een panelgesprek hadden twee politici gepleit voor de erkenning van de Koerdische taal en identiteit. Bovendien hadden de twee ook enkele woorden Koerdisch gesproken. Nochtans heet het officieel dat het Koerdisch sedert twee jaar niet meer verboden is en zou er een grotere vrijheid van meningsuiting zijn.

Niets daarvan, want de wetten zijn zo opgesteld dat de vrijheden in zeer grote mate aan banden zijn gelegd. Zo is het politici verboden in het openbaar Koerdisch te spreken. Wat al heeft geleid tot verschillende klachten tegen de eerder dit jaar vrijgelaten Koerdische politica Leyla Zana. Zij kwam eerder dit jaar onder zware Europese druk voorlopig vrij in afwachting van een nieuw proces, na tien jaar te hebben uitgezeten van de vijftien jaar gevangenisstraf die ze opliep omdat ze zo vermetel was geweest een paar zinnen in het Koerdisch te spreken in het Turkse parlement in Ankara.

Alhoewel Gün-tv een lokale zender is, en zijn publiek in overgrote meerderheid Koerden zijn, mag er niet in het Koerdisch worden uitgezonden. Enkel Koerdische muziek is toegelaten, voor de rest is het Turks verplicht. Er is een vergunning aangevraagd voor programma’s in het Koerdisch, maar daar is nog geen antwoord op gekomen. De directie van de zender vreest dat de toestemming nooit zal komen.

De radio- en tv-uitzendingen in het Koerdisch worden via de regelgeving van de Hoge Raad voor Turkse Radio en TV (RTUK) nog altijd voorbehouden aan de officiële staatszender TRT. Die verzorgt in het kader van uitzendingen in minderheidstalen één keer per week een tv- en een radioprogramma van telkens 30 tot 40 minuten in het Koerdisch. Je moet wel de tijd en de gelegenheid hebben om te kijken en te luisteren: het radioprogramma begint om 6u10 ’s ochtends en het tv-programma start om 10u in de voormiddag, als iedereen normaal aan het werk is. Als dat niet het geval is, dan moet je de programma’s nog begrijpen, want volgens de Koerden in Diyarbakir gebruikt TRT een eigen, vrijwel onverstaanbare versie van het Koerdisch. Wat de tv betreft, zo wordt gezegd, wordt er bovendien nauwelijks 10 minuten gesproken en bestaat de rest van het programma uit beelden uit heel Anatolië. Een echt Koerdisch programma is het dus niet.

Koerdische “taal”cursussen

 

De school voor Koerdische taalcurussen in Diyarbakir met het betwist opschrift. Volgens de politie mag het woord ‘dili’ (taal) er niet op staan en zijn ook de Koerdische kleuren geel, rood en groen onaanvaardbaar. (foto Paul Vanden Bavière)

Wat verder buiten het stadscentrum hebben bemiddelde Koerden een spiksplinternieuwe school gebouwd voor cursussen Koerdisch. Officieel werden die al tweeëneenhalf jaar geleden toegelaten, maar totnogtoe zijn er nog maar vijf scholen in geslaagd dit jaar de administratieve hordeloop te nemen. De school in Diyarbakir is de vijfde en voorlopig laatste die in gebruik is. De cursussen begonnen op 14 september jl. met 240 leerlingen. Alles is nog nagelnieuw en mooi opgeverfd. Elke cursus duurt drie maanden, legt directeur Soeleiman Yilmaz uit. Daar de Turkse staat geen cent subsidie geeft, ligt de inschrijvingsprijs vrij hoog: 100 miljoen Turkse lira (ongeveer 50 euro).

Om problemen te vermijden hangt in elke klas een Turkse vlag en een portret van de stichter van de Turkse Republiek, Kemal Pasha Atatürk. Tegen de gevel aan de straatkant is een plakkaat aangebracht met een Turkse tekst die laat weten dat er Koerdische taalcursussen te volgen zijn. Ondanks die omzichtigheid blijven de problemen niet uit. In de eerste weken gebeurde het geregeld dat de politie met veel machtsvertoon – pantserwagens inbegrepen – zich in de omgeving van de school opstelde in een poging de cursisten te intimideren. En het plakkaat aan de gevel zal tot gerechtelijke procedures leiden. Volgens de autoriteiten mag het woord “taal” er niet opstaan. Wat de oude opvatting weerspiegelt dat het Koerdisch geen taal is, maar een “Turks dialect”. Ook de kleuren van het plakkaat – gele achtergrond, rode letters en het geheel groen omlijnd – staan de politie niet aan, want het zijn niet toevallig de Koerdische kleuren. De eerste aanmaningen zijn al gegeven om het plakkaat te verwijderen.

Daar stopt het niet mee. Alhoewel het om een louter privé-initiatief gaat zonder enige vorm van staatssteun, moet de schooldirectie 30% van het inschrijvingsgeld afdragen aan de autoriteiten. Het lijkt er wel op dat de school moet betalen voor het loon van de ambtenaren die voortdurend alles en nog wat komen controleren. Soeleiman Yilmaz is nog maar enkele weken directeur en toen hij aantrad, moest er een “waarborg” van 6,518 miljard lira (zowat 3.250 euro) worden gestort. Alhoewel de lessen door onbezoldigde vrijwilligers worden gegeven gaan de ambtenaren zorgvuldig na of ze wel over de juiste getuigschriften beschikken – ook al wordt er nergens in Turkije Koerdisch gedoceerd om leerkrachten te vormen. Er wordt ook bezwaar gemaakt over de schoolboeken omdat die niet “officieel” zijn, maar “officiële” boeken voor Koerdische taalcursussen bestaan er niet…

Dezelfde verhalen over voortdurende intimidatie en controle zijn te horen in het uitsluitend met privé-geld werkende nieuwe Koerdische cultureel centrum in een van de oude, voormalige herenwoningen in de smalle straatjes van de oude stad, niet ver van de bazaar. Ook dit centrum heeft volgens de directeur voortdurend te maken met politie-intimidatie en pesterijen allerhande. Sluiting dreigt wegens vermeende “steun aan het terrorisme”.

De Koerden in Diyarbakir zijn fier over hun realisaties, maar zijn alles behalve tevreden. “Het separatistisch syndroom duurt voort in Turkije. Maar er zijn nu eenmaal 24 miljoen Koerden, die hun democratische rechten opeisen en ze ook in praktijk willen uitoefenen. Dit wil zeggen dat er Koerdisch onderwijs in de openbare scholen moet komen, dat er departementen Koerdologie moeten worden opgericht aan de universiteiten en dat de regering zou zorgen voor Koerdische leerboeken. Er zou op zijn minst aanmoediging moeten komen”, meent schooldirecteur Yilmaz.

Zo ver is het nog lang niet. De Turkse autoriteiten mogen dan wel goede hervormingen hebben doorgevoerd, ze weg reglementeren is niet de goede manier om geloofwaardig over te komen. Zoals men dikwijls hoort, in Europa en in Turks-Koerdistan, zijn de hervormingen slechts het beginpunt en moet er nu worden gewerkt aan een grondige verandering van de mentaliteit om ze te doen uitvoeren. De bureaucratie en het leger houden nog in grote mate vast aan het principe van één land, één volk, één taal, één godsdienst (de soennitische islam), en zelfs van één leider. Alhoewel Atatürk al in 1938 overleed, doen bureaucratie en leger beroep op zijn principes om hun machtsposities en bijhorende privilegies te handhaven. De EU zal nog harde noten moeten kraken om Turkije de Europese principes van culturele en religieuze diversiteit, eerbied voor mensen- en minderheidsrechten, niet-inmenging van het leger in de politiek enz. in praktijk te doen aanvaarden. Nauwkeurige monitoring blijft noodzakelijk, ook al meende de Raad van Europa, die er in 55 jaar (Turkije was in 1949  stichtend lid van de Raad) niet in geslaagd is de individuele mensenrechen te doen naleven door Turkije, eerder dit jaar dat dit niet meer nodig was…

Vernielde dorpen

 

Een heropgebouwd huis in het dorp çeper. (foto Paul Vanden Bavière)

Een ander uiterst zeer punt in Turks Koerdistan is de kwestie van de Koerden die in de periode 1985-2000 uit hun dorpen werden verdreven omdat ze ervan verdacht werden steun te geven aan de guerrillero’s van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Volgens de Vereniging voor Sociale Solidariteit en Cultuur met de Immigranten (Goç-Der), die zich het lot van de migranten aantrekt, gaat het om 3 miljoen mensen. De mensenrechtenvereniging IHD spreekt van 4 miljoen, de regering van 350.000. Ook het aantal vernielde dorpen en gehuchten varieert: er worden getallen genoemd van 3.000, 3.500 en zelfs 4.000.

Dat er massaal is gemigreerd is overduidelijk in Diyarbakir, dat wordt bestuurd door Osman Baydemir van de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (DEHAP, de opvolger van de vorig jaar verboden partij HADEP – wat eveneens Democratische Volkspartij betekent). In en rond Diyarbakir zijn er heel wat krottenwijken en overal op straat proberen kleine kinderen met bedelen of verkoop van papieren zakdoekjes, snoepjes en dergelijks iets te verdienen. Ook hier schiet de Turkse regering tekort. Enkel het stadsbestuur en privépersonen helpen om de ergste noden bij de allerarmsten te lenigen. Vooral via de vrouwenorganisatie Dikasum. De directrice ervan, Handan Coskun kan uren lang vertellen over de ellende. Ze heeft weet van 118 vrouwen die wegens hun problemen zelfmoord pleegden. Zo hebben vele vrouwen uit afgelegen dorpen nooit officiële papieren gehad, zodat ze niet wettelijk in het huwelijk konden treden. Velen zijn enkel “kerkelijk” getrouwd voor een imam. Geboortebeperking is hen onbekend en vrouwen van 35 jaar hebben gemiddeld acht kinderen. In Diyarbakir hebben ze geen middelen van bestaan. Als de man zijn geluk elders probeert staan ze er helemaal alleen voor en kunnen ze geen enkel recht laten gelden. Ook polygamie komt nog voor op het platteland, alhoewel die officieel door Atatürk is afgeschaft.

Terugkeer naar de vernielde dorpen blijft problematisch, ook al heeft het Turkse parlement afgelopen zomer een wet goedgekeurd over “compensatie voor verliezen ten gevolge van het terrorisme en antiterroristische operaties”. In het kantoor van Goç-Der in Diyarbakir krijgen we te horen er verschillende factoren zijn die de terugkeer verhinderen. Gebrek aan geld om te kunnen terugkeren, het huis erop te bouwen en nieuwe dieren te kopen. Vele huizen en gronden zijn ingepalmd door zgn. “dorpswachters”, een Koerdische pro-regeringsmilitie die tijdens de oorlog tegen de PKK werd opgericht. En die zijn niet bereid tot restitutie: ze kregen dikwijls de huizen en gronden als beloning voor hun inzet aan regeringszijde. Ze verjagen dan ook dorpelingen die proberen hun bezittingen te recupereren. Ook gebeurt het dikwijls dat de provinciegouverneurs en het leger een terugkeer niet toelaten. En er is het probleem van de landmijnen die er werden gelegd tegen de guerrillero’s. EU-commissaris Verheugen kent het probleem. Hij bezocht in september het dorp Tuzla in de provincie Diyarbakir, waarvan de verdreven inwoners klacht hebben ingediend bij het Europees Hof voor de Mensenrechten, en drong er bij de Turkse regering op aan de terugkeer toe te laten.

Evenals in Tuzla hebben in çeper, een dorpje op een tiental km van de stad Lice, op zo’n 90 km ten noorden van Diyarbakir, een aantal verdreven bewoners de stap gezet om terug te keren. Volgens gegevens van Goç-Der woonden er 750 mensen en waren er 130 huizen, plus een schooltje en een hospitaaltje tot het leger in 1993 alles opblies. De reden is duidelijk: het dorp ligt aan voet van bergen waarop PKK-guerrillero’s zich schuilhielden. Geregeld kwamen die ook in het dorp om levensmiddelen te kopen. Nu zijn er, ondanks alle problemen al 300 mensen teruggekeerd en 60 huizen werden “herbouwd”. Meestal zijn het echter krotten in afwachting tot de regering of familie in het westen van Turkije of in Europa over de brug komen. Er werd een nieuwe school gebouwd, maar het hospitaaltje is nog altijd en ruïne. In de hele provincie Lice werden volgens Goç-Der in totaal 54 dorpen met hun 5.590 huizen vernield en 35.440 mensen verjaagd. Van hen zijn er inmiddels 10.310 teruggekeerd.

Bij de guerrilla in de bergen

Inwoners van çeper vertellen open over hun problemen met het leger én met de guerrilla tot ze werden verjaagd. Verscheidene dorpelingen zeggen dat ze door legerpatrouilles als levend schild werden meegenomen tijdens zoektochten naar guerrillero’s in de bergen. Ze spreken ook over hun ballingschap en over het geld dat ze elders konden gaan verdienen met het oog op hun terugkeer. Zoiets willen ze niet meer opnieuw meemaken. En dat is de opinie van de meeste Koerden: geen nieuwe oorlogsronde. Ze verwachten nog altijd dat de regering zich redelijk zal tonen en onder een politiek akkoord de Koerdische identiteit zal erkennen.

Ook de PKK – die nu opereert onder de naam Kongra-Gel, wat staat voor Volkscongres van Koerdistan, en die de “Volksverdedigingsstrijdkrachten” (HPG) als gewapende arm heeft – onderstreept telkens weer dat ze geen oorlog wil. Dit alhoewel ze begin juni haar eenzijdig bestand met het Turkse leger opschortte, waardoor het aantal incidenten tussen guerrillero’s en soldaten n Turkije weer aan het toenemen is.

Sedert 1984 heeft de PKK basissen in het Qandil-gebergte in Irak, in een gebied ten oosten van de stad Rania, aan de grens met Iran. Hier op relatief veilige afstand van de Turkse grens heeft ze een hele infrastructuur van verspreide kampen uitgebouwd als basis achter het front. Met bij een kamp van de Partij van Vrije Vrouwen (PASK, een onderdeel van Kongra-Gel), zelfs een kleine krachtcentrale op een riviertje in een schilderachtige vallei. Elders in dezelfde vallei is er ook een kleine kliniek gebouwd, die ook ter beschikking staat van de lokale bevolking.

Het gebied aan het begin van de vallei, op zo wat anderhalf uur stappen van het vrouwenkamp, wordt Martelaar Haroen genoemd. Kongra-Gel heeft er een klein kerkhof met een 50-tal graven. De meeste graven zijn van guerrillero’s die in het jaar 2000 gesneuveld zijn. Niet in de strijd tegen Turkije, maar tijdens een poging van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), één van de twee grote Iraaks-Koerdische partijen, om de PKK te verdrijven uit gebied dat de PUK als haar eigendom ziet. De poging mislukte. Sedertdien zijn de relaties relatief goed: de PKK-leden hebben speciale passen, waarmee ze zonder problemen de talrijke controlepunten van de PUK kunnen passeren.

Van dit jaar zijn er enkele graven van guerrillero’s die gevallen zijn aan de andere kant van de bergen, in Iran, als gevolg van het feit dat Teheran zijn beleid ten overstaan van de PKK en de Koerden heeft herzien in het kader van de wereldwijde “terrorismebestrijding”. Opvallend is ook de herkomst van de gesneuvelden: niet alleen uit Turkije, maar ook uit Iran, Irak en Syrië. Hetzelfde valt op in de verspreide kampen. Ook daar Koerden uit heel Koerdistan, en uit de diaspora (Australië, Frankrijk, Duitsland…).

Alhoewel PKK, en ook Kongra-Gel, zowel door de VS als Europa als “terroristische organisaties” worden beschouwd, maken de Amerikanen in Irak geen aanstalten hen daar aan te vallen. Turkije daarentegen dreigt al enige tijd met een grootscheepse aanval, die eventueel tot het Qandil-gebergte zou kunnen reiken.

Opvallend in de kampen is de nog steeds grote verering voor Abdullah Öcalan, de leider van de PKK, die in 1999 in Kenia werd ontvoerd tijdens een Turks-Amerikaans-Israëlische operatie en momenteel een levenslange gevangenisstraf uitzit op het Turkse gevangeniseiland Imrali in de Zee van Marmara. Overal zijn zijn portretten te zien, worden zijn werken ijverig bestudeerd. Vele gebouwen hebben een soort “huisaltaartje”, gewijd aan de chef. In het PASK-kamp werd ons fier een in een ijzeren koffertje bewaard stuk zeep getoond dat ooit in Syrië door Öcalan werd gebruikt…

 

De militaire bevelhebber van de Volksstrijdkrachten (HPG) van Kongra-Gel, Murt Karayilan. (foto Paul Vanden Bavière).

Tijdens het bezoek aan diverse kampen en basissen in het Qandil-gebergte, hadden we een gesprek met Murat Karayilan, alias Camal Bayik, de militaire bevelhebber van Kongra-Gel en enkele leden van zijn militaire raad. Hij onderstreept daarbij onmiddellijk dat Kongra-Gel bereid is tot een vreedzame oplossing en licht de beslissing van Kongra-Gel toe om het eenzijdig wapenbestand op te schorten. Hij betwist ook de stelling dat als de guerrilla in Turkije stopt, dat de hervormingen daar zal vergemakkelijken.

“Dat is niet de juiste benadering”, zegt hij. “Er was al een bestand in 1998, dat vernieuwd werd in 1999. De voorbije zes jaren had Turkije de kans tot democratische hervormingen. Maar die kwamen er niet. Enkel omdat Turkije in de EU wil, werden er kleine politieke stappen gezet, maar geen concrete stappen voor de oplossing van de Koerdische kwestie. Ze nemen de Koerdische kwestie niet ernstig, ze blijven het bestaan en de identiteit van het Koerdische volk ontkennen. Ze proberen alleen de Koerden aan te zetten hun wapens op te geven, zodat ze zich niet meer kunnen verdedigen en kunnen doorgaan met de verdrukking”.

Maar hij blijft hopen dat er vreedzame oplossing zal komen en citeert daarbij Abdullah Öcalan die de hoop uitsprak dat 2005 het jaar zal worden van de democratie en van de vreedzame oplossing van de Koerdische kwestie zodat de guerrilla de bergen kan verlaten.

“Het resultaat (van die uitspraak) was echter een verklaring van een Turkse generaal dat er een grootscheepse aanval op de guerrilla in Irak staat aan te komen. Het zijn wij die opkomen voor een democratische oplossing en vrede. Het is Turkije dat het tegengestelde doet”, aldus Karayilan. “En guerrilla is geen hinderpaal voor een oplossing, wel de mentaliteit van de Turkse regering en van het leger”, voegt één van zijn medewerkers eraan toe.

Op de vraag of het wel realistisch is op een echte verandering te hopen omdat alle Turkse partijen zich steeds tegen de Koerden hebben uitgesproken, antwoordt Karayilan dat “het de partijen niet toegelaten is hun eigen standpunten te verkondigen. Enkel de hoogste beleidsinstanties leggen het beleid vast. Zo was er onlangs een rapport van de overheid over de minderheidsrechten, maar daar kan niet vrij over worden gediscussieerd. De partijen mogen enkel het regeringsstandpunt dat iedereen die in Turkije woont een Turk is herhalen. Als ze een andere mening hebben, dan mogen ze die niet publiek verkondigen”.

Het is uit frustratie dat een periode van zes jaar bestand tot geen enkele ernstige reactie leidde dat Kongra-Gel vanaf 1 juni het einde van zijn bestand afkondigde. Dat houdt niet in dat er opnieuw oorlog komt, zoals vroeger. “Onze strategie is wettige zelfverdediging. Als we worden aangevallen, mogen we ons volgens het internationaal recht verdedigen. Er is geen oorlog, er is enkel zelfverdediging. We willen geen oorlog, wel een garantie voor vrede. We geloven niet dat de kwestie door geweld van beide partijen kan worden opgelost.”, aldus Karayilan die wel vreest dat “als de aanvallen toenemen het tot een oorlog op grote schaal kan uitgroeien”.

Inmiddels zijn van de 7.000 guerrillero’s, waarover Kongra-Gel volgens Karayilan beschikt, er een aantal teruggekeerd naar Turkije. Dat blijkt uit de berichten over een toenemend aantal incidenten. Bij de mensenrechtenorganisatie IHD in Diyarbakir toont men zich althans zeer bezorgd. “Het gevolg van het einde van het bestand is dat de schendingen van de mensenrechten weer toenemen. Het aantal operaties van het Turkse leger neemt toe, evenals het aantal folteringen, arrestaties, executies. We zijn daar zeer bezorgd over”, zegt advocate en IHD-ondervoorzitter Reyhan Yalçindag. En de cijfers van IHD over de provincie Diyarbakir liegen er niet om. In de eerste zes maanden van dit jaar vielen er 76 doden te betreuren, tegenover 14 in 2002 en 104 in 2003.

(Uitpers, nr. 59, 6de jg., december 2004)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 58 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook