Turkije breidt invloed in Afrika uit

Economische motieven vormen een belangrijke drijfveer, maar daar blijft het zeker niet toe beperkt. In toenemende mate vertaalt de Turkse aanwezigheid zich in Afrika ook vanuit militair-strategische motieven waardoor de rivaliteit met landen als Egypte, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) zoals die in verschillende delen van het Midden-Oosten plaatsvindt ook een Afrikaans verlengstuk krijgt.

De Turkse Afrikapolitiek is al meer dan twee decennia oud. In 1998 stelde Ankara een Actieplan op om de economische relaties met het continent met zijn nog talrijke onontgonnen natuurlijke rijkdommen te ontwikkelen. De Turkse regering riep 2005 uit tot het ‘jaar van Afrika’. Datzelfde jaar verwierf Turkije het statuut van waarnemer bij de Afrikaanse Unie (AU). De AU riep Turkije daarop uit tot een belangrijke strategische partner. In 2008 (Istanboel) en 2014 (Malabo) werden twee grote Turks-Afrikaanse topbijeenkomsten gehouden. Op de website van de Turkse regering krijg je te lezen dat de relaties met Afrika een van de belangrijkste prioriteiten vormt van het Turkse buitenlands beleid. Niet helemaal toevallig valt dat samen met het dichtblijven van de deur tot EU-lidmaatschap en het ontstaan van een ‘neo-Ottomaanse’ visie op het buitenlands beleid zoals in 2001 bepleit door de latere premier Ahmet Davutoglu: het uitbreiden van de Turkse mondiale invloed, vooral in de gebieden in en rond het voormalige Ottomaanse rijk.

Het gevolg van die oriëntatie op Afrika is dat het handelsvolume van Turkije met Afrika tussen 2003 en 2019 bijna vervijfvoudigde van 5,4 miljard naar 26 miljard dollar. Het aantal Turkse ambassades op het continent steeg in dezelfde periode van 12 naar 42. Turkish Airlines vliegt er inmiddels op een kleine zestig bestemmingen (komende van 14 in 2011).

Afrikaanse leiders zien in die Turkse aandacht een belangrijke opportuniteit om alternatieve investeringen aan te trekken en zo minder afhankelijk te zijn van het Westen of China. Turks president Erdogan laat niet na om dat te benadrukken met een ‘antikoloniaal’ discours dat Afrikaanse oren gevoelig moet maken: “We gaan niet naar Afrika voor hun goud en natuurlijke rijkdommen zoals westerlingen in het verleden hebben gedaan, we gaan om werk te maken van een stevig en duurzaam partnerschap gebaseerd op wederzijdse voordelen”.

Somalië

Zo altruïstisch als de Turkse president het wil voorstellen is het evenwel niet. Wat begon als een project voor humanitaire steun aan het door oorlog en honger getroffen Somalië in 2011, zou geleidelijk evolueren naar grootschalige economische investeringen, een zoektocht naar toegang tot grondstoffen en het uitbouwen van militaire relaties eerst in de Hoorn van Afrika, later over het hele continent.

De Turkse steun aan Somalië was tegelijk ook een PR-stunt. Erdogan was de eerste niet-Afrikaanse leider die een bezoek bracht aan het land waarna diplomatieke betrekkingen werden aangeknoopt. De humanitaire hulp evolueerde er naar een grootschalig project voor de wederopbouw van het land. Vandaag beheren Turkse bedrijven de maritieme en luchthavenfaciliteiten in Mogadishu, vinden Turkse goederen op grote schaal hun weg naar Somalische markten en is Turkish Airlines de eerste belangrijke luchtvaartmaatschappij die direct op de hoofdstad begon te vliegen. In 2017 opent Turkije er de grootste militaire basis buiten het land met onder meer het oog op de training van 10.000 Somalische militairen. De strategische ligging van Somalië aan de Rode Zee is niet vreemd aan die militaire belangstelling.

Soedan

Later dat jaar laat Ankara zijn oog vallen op Soedan en tekent het een overeenkomst met de toenmalige door het Internationaal Strafhof aangeklaagde dictator Omar al-Bashir voor de huur van Suakin Eiland met een looptijd van 99 jaar. Turkije wil er niet alleen de historische Ottomaanse gebouwen restaureren, maar plant er ook de constructie van een haven voor economische en militaire doeleinden.

Ethiopië

Ethiopië is het derde land in de Hoorn dat op korte termijn op grote economische en militaire belangstelling van Ankara kan rekenen. In 2016 tekenden Turkije en Ethiopië een samenwerkingsovereenkomst voor de exploratie van olie en gas in het Afrikaanse land. Begin 2020 hechtte de Turkse parlementaire Commissie Buitenlandse Zaken zijn goedkeuring aan olie- en gasovereenkomsten met zowel Ethiopië als Somalië. Turkije is een netto-importeur van fossiele brandstoffen en dat blijkt vooral de jongste jaren een groeiende factor te zijn in de buitenlandse politieke doelstellingen zoals we dat recentelijk ook konden vaststellen in Libië en het Grieks-Turkse dispuut over energievoorraden in het Middellandse Zeegebied. Ook in Ethiopië werd een militair verlengstuk aan de onderlinge relaties gehecht, gebaseerd op de ondertekening van een gezamenlijk defensie-akkoord in 2013. Dat voorziet onder meer in de overdracht van defensietechnologie, de verkoop van Turkse wapens en steun in de verdediging van de Ethiopische Renaissancedam op de Blauwe Nijl, in de vorm van een radar- en een raketsysteem. De bouw van die dam zorgde voor heel wat spanningen voor het stroomafwaarts gelegen Egypte, dat vreesde voor de watervoorziening.

Spanningen met Egypte

De Turkse steun aan Ethiopië staat niet los van de vijandschap tussen beide landen die ontstaan is nadat de Egyptische opperbevelhebber al-Sisi de Moslimbroeders – de natuurlijke bondgenoten van Turkije – in 2013 van de macht verdreef. De Turkse pro-regeringskrant Yeni Safak stelde recent in een commentaar dat Turkije al een strategische alliantie heeft met Somalië in de Hoorn van Afrika en dat het “ontwikkelen van een gelijkaardige relatie met Ethiopië een duidelijke boodschap is aan de VAE en Egypte”.

Sinds enkele jaren is het Midden-Oosten en Noord-Afrika ten prooi aan spanningen tussen de as Egypte-Qatar enerzijds en Egypte, Saoedi-Arabië en de VAE anderzijds. Dat laatste land beschikt sinds 2015 over een militaire basis in Eritrea en plande aanvankelijk ook een militaire basis in Somaliland, dat zich in 1991 van Somalië afscheurde. Deze zomer verschenen berichten dat ook Egypte een militaire basis plant in Somaliland, tot groot ongenoegen van Ethiopië.

Libië

De spanningen tussen beide regionale blokken zijn vooral zichtbaar in Libië, een land dat na de NAVO-interventie van 2011 verwikkeld zit in een burgeroorlog en verdeeld is in twee kampen. De Regering van het Nationaal Akkoord (RNA) – dat politiek dicht aanleunt bij de moslimbroeders – in Tripoli kan rekenen op de actieve steun van Turkije en in mindere mate Qatar. Ze geniet nog steeds de officiële erkenning van de Verenigde Naties. De sterke man in het andere kamp – hoewel zijn positie na een paar militaire nederlagen dit voorjaar behoorlijk is verzwakt – is Khalifa Haftar die aan het hoofd staat van het Libische Nationale Leger. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, gaat het over een bonte verzameling van milities en buitenlandse huurlingen (uit Soedan en Tsjaad) die de militaire arm vormen van het Huis van Vertegenwoordigers gebaseerd in het oostelijke Tobruk. Ze genieten de (militaire) steun van Egypte, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, alsook Frankrijk en Rusland. De recente Turkse militaire aanwezigheid in Libië aan de zijde van de RNA is niet vreemd aan die rivaliteit, maar kan uiteraard ook niet worden losgezien van de energiebehoefte van Ankara. In november 2019 sloten Ankara en de regering van Fayez al-Sarraj van de RNA een akkoord over de onderlinge verdeling van een zeestrook als exclusieve economische zone tussen de Libische en Turkse kust, zonder rekening te houden met het protesterende Griekenland en Cyprus. Erdogan lijkt dergelijke confrontaties niet te schuwen, ook niet als het op ramkoers komt met Parijs, dat openlijk de zijde van Haftar, en later ook Griekenland en Cyprus kiest. Integendeel, de Turkse president wil zich in zijn land dat gebukt gaat onder een economische en politieke crisis, tonen als de sterke leider van een ambitieuze grootmacht. Zoals zijn spreekbuis, de Turkse krant Yeni Akit, in 2018 stelde: “Turkije keert terug naar zijn Ottomaanse gebieden”.

In Noord-Afrika spaart hij dan ook kosten noch moeite voor de Turkse verankering. Ankara verscheepte duizenden Syrische islamistische strijders naar Libië, alsook eigen Turkse troepen en wapens. Ze zorgden ervoor dat het offensief van Haftar niet alleen werd gestopt, maar heroverden ook heel wat terrein. Een in juni afgekondigde wapenstilstand hindert niet dat Turkije streeft naar een langdurige militaire aanwezigheid met de bouw van een marinebasis in Misrata en een luchtmachtbasis (al-Watiya) vanwaar voornamelijk Turkse drones zullen opereren. In juni zouden Ankara en Tripoli ook een akkoord hebben gesloten voor de ontginning van oliebronnen door Turkse bedrijven. Het Egyptische antwoord bleef niet uit. De Egyptische president al-Sissi verklaarde dat de strategische belangrijke stad Sirte met zijn olievelden een ‘rode lijn’ vormt. Als die wordt overschreden door de milities uit Tripoli (en de Syrische huurlingen), dan ziet Cairo dat als een ernstige bedreiging van de veiligheid wat betekent dat het dan militair kan tussenbeide komen. Dat zou kunnen uitmonden in een gevaarlijke rechtstreekse confrontatie met Turkije. Ankara lijkt niet helemaal onder de indruk en werkt stevig verder aan de militaire verankering in het gebied. Deze zomer raakte bekend dat Turkije een militair pact sloot met Niger, dat in het noorden aan Libië grenst. Dat akkoord wordt gezien als een voorbereiding op een mogelijke militaire confrontatie met Egypte. Maar het dreigt hier eveneens met Franse belangen te botsen rond de belangrijke uraniummijnen van Niger. Ook met Tsjaad, een ander buurland van Libië, wil Turkije militaire banden smeden.

Aan de recente militarisering van de Turkse Afrikapolitiek zijn heel wat risico’s verbonden. De vraag is of Turkije naast Syrië en Libië nog andere grote militaire avonturen aankan zeker als het tot zware confrontaties met grote spelers waaronder ook Rusland (zowel in Syrië als Libië militair aanwezig) kan komen.

Visited 26 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ik ben redactielid en medeoprichter van Uitpers. Je kan me ook vinden als woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van mijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Ik ben co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).