Turkije blijft uitgestoken Koerdische hand afwijzen

Tot voor enkele maanden zag het er naar uit dat de AKP-regering (Rechtvaardigheids- en Ontwikkelingspartij) in Ankara van plan was om het over een andere boeg zou gooien. In de aanloop naar de lokale verkiezingen van 29 maart 2009 putte de regeringspartij van premier Erdogan zich uit in het paaien van de Koerdische kiezers in het zuidoosten van het land. In de lente van 2008 kondigde Erdogan een investeringsplan aan ter waarde van 12 miljard $ om de economische belabberde toestand in de regio aan te pakken. Dat was echter vooral een poging om de wijdverbreide Koerdische steun voor de PKK-guerrilla (PKK: Koerdische Arbeiderspartij) te ondergraven.

Begin dit jaar kwam daar een ‘cultureel offensief’ bovenop met onder meer de primeur van een nieuw openbaar TV-kanaal (TRT 6) dat in het Koerdisch zou uitzenden. De sfeer leek goed te zitten toen de Turkse president, Abdullah Gül, beloofde dat er ‘zeer goede dingen’ stonden te gebeuren. De berichten dat er contacten waren tussen Ankara, het Iraaks-Koerdische Erbil en Washington waarbij gezocht werd naar een onderhandelde oplossing voor het ‘Koerdische probleem’ waren bemoedigend. Er zou zelfs sprake zijn geweest van amnestie voor PKK-strijders, een onderwerp dat zeer gevoelig ligt in nationalistisch Turkije.

De ontnuchtering liet niet lang op zich wachten. Dat hield verband met de uitslag van de lokale verkiezingen. De AKP haalde met 39% een ontgoochelende score. Hoewel het resultaat nog altijd meer dan behoorlijk was, tekende de islamitische partij redelijk zwaar verlies op (7,5%) ten opzicht van de nationale verkiezingen van 2007. Vooral in de Koerdische regio kreeg de AKP een opdoffer te verwerken. Daar ging de pro-Koerdische DTP (Partij voor een Democratische Samenleving) met een pak stemmen lopen en liet het in een aantal steden monsterscores optekenen, zoals in Diyarbakir (65,5%), Batman (65,5%), Hakkari (79%), Sirnak (53,75%) en Van (53,5%). Het brak de AKP ook zuur op dat het aantal DTP-gemeenten in vergelijking met 2004 steeg van 56 naar 98. En dat was op veel plaatsen ten koste van de AKP.

Velen interpreteerden het resultaat van de lokale verkiezingen als een plebisciet waarbij de Koerdische bevolking de DTP naar voor schoof als de partij – en dus niet de AKP – die het best in staat is om de Koerdische belangen te verdedigen. Erdogan die niet genoeg kon herhalen dat hij Diyarbakir wilde binnenhalen, kon de buitenwereld nu niet aantonen dat de plaatselijke bevolking zijn beleid apprecieerde en dat zijn economische en culturele politiek vruchten afwierp. Een overwinning zou het ook gemakkelijker hebben gemaakt om de PKK definitief als een terroristisch fenomeen af te schilderen.

Nieuwe golf van repressie

De AKP kon op twee manier reageren. Het kon een einde maken aan haar politiek om geen ‘handen te schudden’ met de DTP en ze als een noodzakelijke partij zien voor de oplossing van het Koerdische vraagstuk. Ofwel kon ze het resultaat negeren en kiezen voor een strategie die moet leiden tot de vernietiging van de DTP. Het regime koos voor het laatste en zette alle registers open voor een nieuwe golf van repressie. Die begon amper twee weken na de verkiezingen, toen de politie een grote gelijktijdige raid uitvoerde in een 15-tal steden, meestal in de Koerdische regio. Tientallen DTP-mandatarissen en militanten werden opgepakt en beschuldigd van banden met de PKK. Enkele weken later verspreidde de DTP het bericht dat het aantal gearresteerde DTP-ers opgelopen was tot 222. De burgemeesters van Diyarbakir en Batman werden veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf omdat ze de PKK als een ‘guerrillabeweging’ omschreven in plaats van ‘terroristen’. Als het Hof van Beroep de uitspraak bevestigt verliezen ze ook de burgemeestersjerp.

Ook de nationale DTP-mandatarissen werden niet gespaard. Tegen hen werd een aanklacht ingediend omwille van een aantal toespraken met pleidooien voor een politieke oplossing en onderhandelingen met de PKK. In Turkije is dat voldoende om de parlementaire immuniteit op te heffen, wat volgens de grondwet kan wanneer activiteiten de bedoeling hebben “de ondeelbare eenheid van het land en de natie en de democratische en laïcistische Republiek gebaseerd op mensenrechten te vernietigen”. Het is klassiek dat deze definitie in Turkije zeer ruim wordt geïnterpreteerd. Zo vroeg de procureur van Diyarbakir de opheffing van de parlementaire immuniteit van de voorzitter van DTP, Ahmet Turk, omdat hij propaganda zou hebben gemaakt voor de PKK. Turk, die al meermaals aanbood om als bemiddelaar op te treden tussen de Turkse regering en de PKK, had in een toespraak de opgesloten Abdullah Öcalan vergeleken met de voormalige Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela.

De AKP neemt duidelijk weerwraak voor het opgelopen electorale verlies en kan zo bovendien nieuw krediet verdienen in nationalistisch Turkije en in legerkringen. Daarmee vervoegt de partij van de politieke islamisten de rangen van het kemalistische staatsapparaat dat maar al te graag meehelpt om de DTP-leiders te criminaliseren en dat er zelf al een tijd op uit is om de DTP te verbieden.

Ook op het terrein zorgden de verkiezingen voor een shockeffect en voerde het Turkse leger zijn militair offensief op. Nochtans had de PKK-leiding een staakt-het-vuren afgekondigd behalve in het geval het nodig was zich tegen aanvallen te verdedigen. Tijdens enkele confrontaties vielen op korte tijd 14 Turkse soldaten. En dat is niet van aard om de gemoederen te bedaren. Begin juni verklaarde de stafchef van het Turkse leger, Ilker Basbug, dat het Turkse leger vastbesloten is om de PKK te elimineren.

Uitgestoken hand

Hoewel de repressie sterk is opgevoerd, blijven van zowel de DTP als de PKK verzoenende geluiden komen. Eind mei 2009 verklaarde Ahmet Turk tijdens een receptie in de Britse ambassade van Ankara, dat zijn partij “gelooft dat er nood is aan dialoog voor de toekomst van het land, voor vrede en om een einde te maken aan het bloedvergieten”. Turk weet zich ook gesterkt door het feit dat hij een – zij het kort – onderhoud kreeg met de Amerikaanse president Obama tijdens diens bezoek aan Turkije in april. Het gaat om een belangrijke politieke erkenning die de AKP confronteert met haar politiek om zelf elk contact met de DTP te weigeren.

Ook de PKK doet er alles aan om uit het internationaal isolement te treden. In een interview met de Britse krant The Times (26 mei 2009) zei Murat Karayilan, de voorzitter van de Bestuurlijke Commissie van de KCK (Vereniging van de Gemeenschappen van Koerdistan, de overkoepelende PKK-organisatie) dat de PKK bereid is om het streven naar een onafhankelijke staat te laten vallen in ruil voor een onderhandelde oplossing die een einde maakt aan de oorlog met Turkije. “We zijn klaar voor een vreedzame en democratische oplossing binnen de Turkse grenzen”, aldus Karayilan. Hij maakte de vergelijking met Schotland toen de Britten uiteindelijk instemden met een afzonderlijk schots parlement. Eerder had Karayilan de 6.000 sterke guerrillamacht in een positie van ‘passieve defensie’ geplaatst. Dat is inmiddels verlengd tot midden juli met als argument Turkije voldoende tijd te gunnen het PKK-voorstel te overwegen.

Voorlopig zit alles in een patstelling. De Turkse nationalistische partijen veroordeelden het aanbod van de PKK en ook het leger ziet er vooralsnog geen brood in. De Koerdische Nationale Regering in Noord-Irak, waar de PKK haar bases heeft, sprak daarentegen van een “belangrijk besluit om de vrede te handhaven in de regio”. De komende maanden moet blijken in welke mate Washington bereid is te helpen een einde te maken aan de politieke impasse en de confrontatie. De VS hebben belang in een oplossing vooraleer ze Irak militair grotendeels hebben verlaten. Zij tonen zich immers bezorgd dat de PKK-aanwezigheid en de Turkse militaire operaties in Noord-Irak kunnen leiden tot nieuwe zware confrontaties met alle gevolgen voor het regime in Irak en de stabiliteit in de regio.

(Uitpers, nr. 111, 10de jg., juli-augustus 2009)

Deel dit artikel

Visited 119 Times, 1 Visit today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook