Tsoenami 12-12: Waarvoor dient liefdadigheid en wat is het alternatief?

De operatie ‘Tsoenami 12-12’ waarmee in België fondsen worden verzameld voor humanitaire hulp, kende vrijdag 14 januari een hoogtepunt in de media. Alle radio- en televisiezenders van het land stonden sinds 6 uur ’s morgens paraat met uitgebreide reportages vanuit de gebieden die het hardst werden getroffen door de vernietigende vloedgolf drie weken geleden.

Niemand kan ontkennen dat een groot gedeelte van de wereldbevolking werd aangegrepen als zelden tevoren door de onmetelijke menselijke ellende. Deze werd zichtbaar na het terugtrekken van de dodelijke waters. Sommige beelden deden ons denken aan de vergeelde foto’s van Hiroshima en Nagasaki na de ontploffing van de atoombom.

Een macabere boekhouding vertelt ons dat er zeker 160.000 mensen zijn omgekomen in een paar minuten tijd, minstens evenveel zijn gewond en miljoenen anderen hebben vriend(in), echtgenoot of kinderen verloren. De weinige infrastructuur is weggespoeld. In het noorden van Indonesië, in Aceh, werd zo bijvoorbeeld 6000 km aan wegen vernield en moeten er 500 bruggen herbouwd worden.

Geen wonder dus dat de tsoenami gevolgd werd door een nog grotere golf van solidariteit onder gewone mensen overal ter wereld. Miljoenen mensen gaven spontaan geld of andere materiële hulp aan humanitaire verenigingen. Een bewijs dat mensen grote solidariteit kunnen opbrengen voor mensen aan de andere kant van de wereld, met andere cultuur en huidskleur.

Regeringen zoals deze van Bush werden verplicht hun belofte tot steun te verhogen, te verdriedubbelen zelfs, onder druk van deze vloedgolf aan solidariteit.

De politieke gevolgen van de tsoenami

Eigenlijk heeft de gevestigde orde schrik van de wereldwijde politieke gevolgen van deze tsoenami. Daarom wordt al dat medeleven, die spontane solidariteit van onderuit, misbruikt. Het ordewoord bij regeringen en andere instellingen is: indijken, kanaliseren, toedekken, afleiden en vooral de mensen ‘apolitiek’ houden. “De problemen zijn humanitair en hebben niets met politiek te maken”, vertellen ze. Vandaar die plotse opwelling van georganiseerde liefdadigheid. Emoties worden op een kunstmatige wijze onderhouden, ja zelfs versterkt.

Even toch iets verduidelijken: wij zijn geen koele kikkers. Ons bloed kolkt ook van verontwaardiging als we die vreselijke beelden zien. Emotie en gevoel zijn ons niet vreemd. Gevoelens kunnen een zeer goede rol spelen als ze het denken stimuleren. Het doel echter van al dit handelen vandaag bestaat erin de kritische geest af te stompen en ons, ja ons, de gewone mensen een schuldgevoel aan te praten. Maar hier zullen ze slechts gedeeltelijk in slagen.

Natuurrampen leggen zeer dikwijls de maatschappelijke structuren bloot die ofwel de catastrofe niet hebben kunnen verhinderen ofwel de gevolgen niet hebben kunnen beperken – of beide. Een natuurramp zorgt voor een extreme uitvergroting van de relaties tussen arm en rijk tussen de landen en werelddelen maar hoofdzakelijk in de landen zelf. Laten we een kat een kat noemen: de overgrote meerderheid van de slachtoffers tijdens en na de tsoenami waren en zijn arme mensen. Niet enkel omdat er nu eenmaal meer arme mensen zijn dan rijken, maar omdat de kustgebieden bewoond worden door arme vissers of omdat de zwak gebouwde huizen het contact met het krachtige water niet hebben weerstaan terwijl grote villa’s uit steen en beton het wel hebben overleefd.

Het scherpe besef bij de getroffen bevolking van die ongelijkheid van arm en rijk tegenover de natuur en de dood kan revolutionaire gevolgen hebben. Zodra in het meest noodzakelijke is voorzien kunnen er zich grote protestbewegingen aftekenen, opstanden en revolutionaire explosies tegen de heersende klassen, tegen de rijke oligarchieën en de corrupte ambtenarij. Het begin van zo’n protest hebben we de laatste twee jaar steeds opnieuw zien oplaaien bij de aardbevingen in Algerije, in Turkije of Iran. In het begin van het vorige jaar konden we zien hoe in Marokko de politie het protest van mensen in de Rifstreek onderdrukte na de aardbeving. Zij kwamen protesteren tegen de corruptie van de ambtenarij die samen heulde met de plaatselijke georganiseerde misdaad en tegen de onverschilligheid van de regeringsleiders voor hun lot.

Het bewustzijn aanscherpen

Met de hulp van de media wordt er vandaag een muur voor onze ogen opgetrokken. Een muur die ons moet verhinderen de maatschappelijke werkelijkheid te zien. Er wordt verteld dat de steun van de regeringen in Europa, de VS, Canada, Japan enzovoort nooit zo groot is geweest in de geschiedenis. Tijdens shows komen bedrijven ‘genereus’ hun steentje bijdragen, terwijl ze constant de naam van hun bedrijf herhalen en zo eigenlijk voor miljoenen kijkers goedkope reclame maken. Regeringen en bedrijfsleiders willen de indruk wekken dat het kapitalisme echt wel bezorgd is om de belangen van de gewone mensen. Hun bedoelingen zouden dezelfde zijn als de onze. Niets is minder waar. Laten we de muur voor onze ogen slopen.

Een waarschuwing: de cijfers die volgen zijn bedoeld om uw kritische geest aan te scherpen. De gevolgen voor uw bewustzijn kunnen onomkeerbaar zijn.

Wist je dat de belofte van steun van Bush en Blair aan de slachtoffers van de tsoenami kleiner is dan wat ze uitgeven aan nauwelijks één week bloedige militaire bezetting in Irak? Deze som is ook kleiner dan de kostprijs van één Stealth-bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht.

Met het geld dat Washington gaat uitgeven aan het inhuldigingsfeest voor het tweede presidentschap van Bush kan de kust van Sri Lanka worden heropgebouwd.

Hun hulp is gelijk aan één zestiende van wat Blair heeft uitgegeven aan bommen voor de inval van Irak. Of één twintigste van de zachte lening van 1 miljard £ die de Britse regering heeft toegestaan aan het Indonesische leger opdat ze de Hawk-gevechtsvliegtuigen van Britse makelij zou kopen. Met die Hawks terroriseert het Indonesische leger al jaren de bevolking van Aceh, een situatie vergelijkbaar met de Israëlische oorlog tegen de Palestijnen.

De sommen waarmee de regeringen onze oren doen tuiten worden echter nooit volledig uitbetaald. Zo wordt er geschat dat nauwelijks één derde van het beloofde geld wordt overgeschreven. Beschouw de internationale hulp aan Afghanistan. Slechts 3 procent diende voor heropbouw. Het militaire bondgenootschap slorpte 84 procent van het geld op en de rest ging naar dringende hulp (1). Tijdens de aardbeving in Iran in december 2003 werd er 115 miljoen dollar beloofd. Teheran heeft hiervan tot nu toe slechts 17 miljoen dollar gezien (2).

Wat voor liefdadigheid doorgaat is eigenlijk schijnheilig kapitalistisch eigenbelang. Zo heeft Australië 1 miljard dollar beloofd aan Indonesië. De helft daarvan gaat naar investeringen in het Australische leger dat humanitaire hulp moet brengen. De andere 500 miljoen gaan naar renteloze leningen voor de heropbouw. Ervaring leert ons dat 75 procent van deze leningen ten goede komen van Australische ondernemingen die ter plaatse een aantal herstellingswerken gaan uitvoeren.

Schaf de schuld af

En het wordt nog erger. Veel van de giften die mensen vandaag storten in allerlei humanitaire fondsen, zullen dienen om de buitenlandse schuld van die landen terug te betalen. Denk je dat dit overdreven is? Let dan goed op de volgende uitleg van het Comité voor de Opheffing van de Derde Wereldschuld (3).

Vandaag zijn elf landen getroffen door de tsoenami namelijk India, Indonesië, Sri Lanka, Thailand, Somalië, de Malediven, Maleisië, Birma, Tanzania, Bangladesh en Kenia. In 2003 bedroeg de gemeenschappelijke buitenlandse schuld van deze landen 406 miljard dollar. De aard van deze schuld verschilt van land tot land. Soms zijn de schuldeisers de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, soms zijn het leningen gedaan op de internationale kapitaalmarkt. In datzelfde jaar hebben ze 68 miljard terugbetaald aan hun buitenlandse schuldeisers. Het jaar tevoren bedroeg de terugbetaling 60 miljard, waarvan 38 miljard door de overheid zelf. Tussen 1980 en 2003 vertegenwoordigden hun terugbetalingen elf keer hun oorspronkelijke schuld. Over diezelfde tijdspanne is hun schuld toch met vijf vermenigvuldigd!

Vergelijk dat met de totale som van ongeveer 6 miljard dollar die beloofd wordt door de internationale gemeenschap. Elk jaar betalen de overheden van deze 11 landen meer dan zes keer deze som terug aan de banken en regeringen. Het Comité besluit dat achter die uitvergrote vrijgevigheid van regeringen en banken een subtiel mechanisme schuilgaat dat de rijkdommen van deze bevolkingen leegzuigt ten voordele van de rijke schuldeisers. Het geld dat de regeringen van de getroffen landen niet kunnen of willen investeren in noodhulp of in de heropbouw wordt gebruikt om de onrechtvaardige schuld terug te betalen. Onze giften zullen dus voor een groot deel niet de noodhulp en de heropbouw financieren, maar wel de vette rekeningen van grote banken. Is dat niet pervers?

Solidariteit met de Tsoenami-slachtoffers vereist daarom de onmiddellijke en onvoorwaardelijke afschaffing van de buitenlandse schuld van de getroffen landen.

Geen liefdadigheid maar politieke solidariteit tegen het kapitalisme

Ondanks – of is het dankzij – het mediabombardement voor Tsoenami 12-12 groeit er een gevoel van twijfel bij de bevolking. Uit een onderzoek van PanelWizzard dat 700 landgenoten heeft ondervraagd, blijkt dat 45 procent er niet op vertrouwt dat hun financiële bijdrage de juiste bestemming zal bereiken. Ze denken dat de meeste bedrijven, organisaties en politici uit deze natuurramp persoonlijk voordeel willen halen. De helft van de Belgische bevolking leidt daarom ook aan ‘Tsoenami 12-12’-vermoeidheid volgens datzelfde onderzoek (4).

De slachtoffers van de tsoenami verdienen veel meer dan liefdadigheid. Zij verdienen onze solidariteit en onze politieke steun. De beste steun blijft echter de strijd voor een structurele verandering van deze maatschappij. We moeten een einde te stellen aan de door de kapitalisten gemaakte tsoenami’s van de armoede die dagelijks 24.000 kinderen doen sterven. We moeten een einde stellen aan een systeem waarbij stinkend rijke banken samen met de plaatselijke regeringen de meerderheid van de mensen in de Derde Wereld uitzuigt en in armoede laat leven. Het grootste deel van de slachtoffers had gespaard kunnen blijven. In het kapitalisme gaat geld echter niet naar de veiligheid van de meerderheid maar wel naar de overvolle zakken van een machtige minderheid.

(Uitpers, nr. 61, 6de jg., februari 2005)

Bron : www.vonk.org / info@vonk.org

Voetnoten

(1) Deze cijfers komen uit het artikel ‘The other man-made Tsoenami’ van John Pilger, verschenen in The New Statesman op 6 januari 2005 en te lezen op www.johnpilger.com.
(2) Libération, 5 januari 2005
(3) Opiniestuk van het Comité voor de Opheffing van de Derde Wereldschuld, in Le Soir op 11 januari 2005
(4) Metro, 13 januari 2005

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :