Niet iedereen is opgezet met de ondoordachte dadendrang van Donald Trump en zijn kwade genius Bibi Netanyahu. Tegen alle internationale rechtsregels Iran (net als Gaza) terug naar de Middeleeuwen willen bombarderen en doodknijpen lijkt op het even kortzichtige en stugge beleid van het ook al even onbetrouwbare en verblinde ayatollahbewind. Beiden roepen “God met ons”. Ze bedoelen eigenlijk “Pecunia non olet, geld stinkt niet”. Dat was zo in de kruistochten, dat was zo in de oorlog om het Suezkanaal, de soennitisch-sjiitische machtsstrijd tussen Irak en Iran, de Russische en Amerikaanse déconfiture in Afghanistan, de twee invasies van Irak, het uitputtend gevecht tegen de IS-jihadisten in Syrië en Irak, de uitholling van de tweestatenregeling Palestina-Israël, de Koerdische kwestie, de Oekraïneoorlog, ik kan zo doorgaan. Bart vander Plaetse die in Oost-Jeruzalem woont en werkt nam het onzegbare moeiteloos in de mond: “Wanneer god het slagveld betreedt, sterft de moraal” (De Standaard, 9 maart 2026).
Furie
Trump en Netanyahu ontbonden dus een nieuwe “desert storm” die ze zeer oudtestamentisch en grootsprakerig de naam “Epic Fury” meegaven. Dat er verwarring en tegenstand zou komen was hun zorg niet. Wel die van Europa en die van de Arabische bondgenoten van Trump. Europa omdat het gekluisterd zit aan de NAVO, de rijke Arabieren omdat ze in het schootsveld liggen. Europa mort zoals gewoonlijk, maar voelt zich verdeeld en ongemakkelijk, onder meer omdat ook Turkije en Cyprus al onder vuur lagen, en omdat de onvoorspelbaarheid van Trump alle internationale afspraken en houvasten wegrukt (de onwettige overmeestering van Venezuela, de pingpong met Rusland en China, de ridicule want vernederende grootheidswaan over de heropbouw van Palestina, de minachting voor de bondgenoten, de opeising van Groenland, straks de invasie van Cuba, de walgelijke behandeling van Oekraïne, de uitzuiging van de wereld om alleen het eigen MAGA met zijn afdreiging, zijn bewapeningslobby, zijn zelfzuchtige rijkdomsafscherming en zijn blote machtshonger te stillen).
Dat Hongarije en Slowakije intussen vrolijk doorgaan met het jennen van Oekraïne en de invoer van Russische olie en gas, viel te verwachten. Dat Britten en Fransen hun oude imperiale verzuchtingen weer zouden bovenhalen, mag niet verbazen: delen van Cyprus zijn niet alleen door Turkije bezet, ook de Engelse bases op het eiland zijn afgesloten gebied; dat Parijs het verlies van Libanon nooit heeft verteerd is al even markant. Ook typisch, beide landen zitten al jaren in een politieke en economische crisis.
Pedro
Het moet nu zijn dat Pedro Sánchez, de eerste minister van Spanje, al dan niet bewust in een kramp is geschoten in het besef dat Spaanse troepen niet bepaald als zachtzinnig de geschiedenis zijn ingegaan, in Amerika, maar ook in zijn eigen territoria. Misschien heeft hij zelfs een visioen gehad van wat ruim 3.000 Spanjaarden en Duitsers in Antwerpen hebben aangericht juist 450 jaar geleden, met de “Spaanse Furie” (1576). Kroniekschrijver Adriaan Van Meerbeeck (1560-1643) noteert nuchter in zijn magnum opus van 1.300 foliën Chroniicke vande gantsche werelt, ende sonderlinghe vande seventhien Nederlanden (1620) dat dik zeshonderd huizen in brand werden gestoken, ook het fiere stadhuis, en wie vluchtte werd over de kling gejaagd of levend verbrand. De moordzucht bleek uit hun luid geroepen mantra: “Santiago! España! A sangre, a carne, a fuego, a sacco! – Bij Sint Jakob! Spanje! Moord, verkracht, verbrand, plunder!”. En Van Meerbeeck tekent aan: “Men zegt dat er in totaal ongeveer 7.000 stierven, zowel soldaten als burgers. De hele opbrengst van de plunderingen liep in de miljoenen, allemaal geld dat naar de Spaanse soldaten ging” (Bram De Ridder & Joost Van Meerbeeck, Oproep en Omwenteling, 2025: 112).
Allicht heeft Sánchez de oude roep van de Groote Oorlog bij ons, “Nooit meer oorlog”, gemakshalve overgenomen, en zijn politiek beleid afgestemd op “No a la guerra” waarmee hij zich vierkant keerde tegen de voortvarendheid van Trump. Kwatongen – met name uiterst rechts (Vox) en de oude partij van Franco, de Partido Popular (PP) – beweren dat de afwijzing van gewapende tussenkomst uitsluitend electorale bedoelingen heeft, om het middenveld aan te trekken. Sánchez’ PSOE hinkt namelijk achterop in de peilingen, en nieuwe verkiezingen moeten ten laatste in juli 2027 plaatsvinden. Regionale stembusgangen bevestigen die trend: in Extremadura (PP verliest stemmen, blijft 4 zetels verwijderd van de absolute meerderheid; een dieptepunt voor PSOE dat 36 jaar lang de regio regeerde) en in Aragón. Ook daar kreeg de PSOE klappen (24 %, min 5%, 18 zetels op 67). Er dreigt een moeizaam overleg om een rechtse regering te vormen tussen PP (34,3%, 2 zetels verlies) en Vox (verdubbelt zijn zetels tot 14) – Vox had geweigerd de begroting goed te keuren, en de PP hoopte nu op genoeg zetels om alleen te regeren. Quod non. Net als in Extremadura. De verwachtingen liggen in dezelfde lijn voor de verkiezingen in Castilië en Leon op 15 maart. Dat Remy Armcreutz in De Morgen (7 maart 2026) beweert dat “de PSOE nu bij verkiezingen bijna 10 procent boven (…) de Partido Popular, (zou) eindigen”, is ofwel wishfull thinking ofwel een slechte interpretatie van het Centro de Investigaciones Sociológicas. Het is namelijk de enige week (van 18 januari) dat er een ongewone omkering van voorkeuren was – allang achterhaald dus.
Slijtage
De achteruitgang van de PSOE heeft verschillende oorzaken. Er is de slijtage van bestuur, maar ook de noodzaak voor Sánchez om de macht te behouden door samenwerking met en steun van Baskische en vooral nationalistische Catalaanse partijen. Dat zit de conservatieven erg hoog. De verzoening na de mislukte afscheidingsverklaring door Carles Puigdemont, en het intussen opgedoekte gewapend verzet van de ETA blijven voor hen onverteerbaar. Zelfs voor oude socialisten als Felipe González, nu 84 en oud-premier van 1982 tot 1996, gaat de toenadering tot “separatisten” te ver. González weigert nog rood te stemmen zolang Sánchez aanblijft. Even fnuikend zijn de schandalen waarmee de omgeving van Sánchez kampt, reden waarom The Economist hem de weinig vleiende titel “Wobbly Idol”, het “krakkemikkig idool” meegeeft (7 maart 2026). Twee nauwe medewerkers zitten verwikkeld in een zaak van steekpenningen. Ook de hoogste aanklager is veroordeeld omdat hij vertrouwelijke informatie zou gelekt hebben naar de pers – daar was geen bewijs voor. En ook Sánchez’ vrouw wordt zwart gemaakt als corrupt, net als zijn broer voor een betwiste benoeming bij de overheid. Veel zou’s, dat zeker.
Ten slotte liggen ook zijn beleidsdaden onder vuur. “Vele conservatieven verafschuwen dat hij het minimumloon verhoogt, dat hij vecht tegen de ‘techno-oligarchen’ zoals Telegram-oprichter Pavel Durov en Elon Musk, illegalen die al een tijd in het land verblijven [het gaat om 800.000 inwijkelingen] regulariseert, en Trump tegen de haren strijkt”, somt Corry Hancké op (De Standaard, 9 maart 2026).
Vredesdividend
Maar net dát beleid is de kracht van de inhaalstrategie die Sánchez beoogt. De wekelijkse peilingen van PolitPro wijzen op een stabilisering van de achteruitgang en groeiende sympathie voor het vredesdividend. Op 9 maart stond de PP op 30,2 % (in vergelijking met de verkiezingen van 23 juli 2023 een achteruitgang met 2,9 %), PSOE op 27,7 % (min 4 %; dat wordt eigenlijk goedgemaakt door Unidas Podemos, 3,9 %) en Vox op 18,3 % (plus 5,09 %). Die ruk naar rechts versterkt merkwaardigerwijs de aanpak van Sánchez. De ondoordachte coup die Trump uitprobeert op Iran roept als vanzelf de tweede poging tot staatsgreep op die kolonel Antonio Tejero van de Guardia Civil in 1981 ondernam om na vijf jaar democratie opnieuw een fascistisch bewind te installeren in Spanje. Toeval of niet, net op zijn 93e sterfdag, 25 februari 2026, gaf de regering Sánchez geheime documenten vrij die toenmalig koning Juan Carlos volledig vrijpleitte van mogelijke betrokkenheid. Koningsgezinden vormen een vijver waarin Sánchez naar stemmen kan hengelen. Tegelijk waarschuwt het voor autoritaire tendensen in de Europese Unie, en hoe faliekant die kunnen uitvallen. Alberto Núñez Feijóo, PP-leider, was meteen in het defensief gedrongen. Zijn zwaktebod was een voorstel om de ex-koning opnieuw naar Spanje te laten terugkomen. Hij leeft als vrijwillige balling in Aboe Dhabi, want hij heeft destijds belastingen ontdoken en geknoeid met speculaties. Een oplichter wil eigenlijk niemand terug. Sánchez voelt zich gesteund door opiniepeilingen die uitwijzen dat zowat zes op de tien Spanjaarden niet moeten weten van zijn terugkeer, maar houdt beleefd de deur open, net zoals het koningshuis: zolang Juan Carlos niet meer zijn residentie bewoont en zoals elke burger eerlijke belastingen betaalt.
Veel sterker is Sánchez’ afkeer van Trump en zijn grove politiek. Hij weet zich ook hier gesteund door het volk. In zijn februaribarometer gaf het Centre for Investigaciones Sociológicas aan dat drievierde van de Spanjaarden gruwden van Trump (76,6 procent beoordeelde hem als slecht tot heel slecht). Nog meer, 80%, vinden hem een gevaar voor de wereldvrede. Sánchez werpt zich nu op als de verzoener. Hij wees de eis van Trump af om de marinebasis Rota en de luchtmachtbasis Morón de la Frontera in Andaloesië als tussenstops te (mogen) gebruiken om bij te tanken naar het Nabije Oosten. “Zo ontstaan de grote rampen van de mensheid”, zei Sánchez op TV over de drieste aanval op Iran. “Je kunt geen Russische roulette spelen met het lot van miljoenen mensen” (L’Express, 4 maart 2026). En ook: “Je kunt onwettig gedrag niet met onwettige maatregelen bekampen” (Le Monde, 4 maart 2026). Trump ziedend. Hij moest 15 toestellen, vooral bijtankers, overbrengen naar Rammstein en elders.
Dreigementen
Hoffelijk reageerde Trump niet: “Spanje is een afschuwelijke staat”, liet hij zich ontvallen bij het bezoek van de – onderdanige – Duitse Bondskanselier Merz, die niet eens aandurfde het Europese voorbehoud aan te snijden. Trump: “Ik wil niks meer te maken hebben met Spanje en ik ga embargo’s opleggen. Ik doe wat ik wil, dus ook tegen Spanje”. Trump ging helemaal loos toen hij aandikte: “We kunnen Spanje uit de NAVO gooien. En wij hebben geen toestemming nodig om onze bases in Spanje te gebruiken als wij dat willen”. Onbekend als hij is met het verdrag over Rota en Morón dat dictator Franco in 1953 met de VS tekende. Daarin staat uitdrukkelijk dat Spanje dat recht wel heeft (Politico, 3 maart 2026).
Veel geblaat en weinig wol, denkt Madrid, goed wetende dat de handel met Amerika amper 5 % van het totaal bedraagt. Sanchez liet niet na Trump erop te wijzen dat hij de vrijheid van privébedrijven moet respecteren, zich moet houden aan internationale verdragen, en de overeenkomsten met Europa moet nakomen. Daar komt bij dat Washington meer te verliezen heeft dan Spanje – het heeft een onderling overschot van bijna 5 miljard dollar, Spanje een tekort van 14 miljard. Dat is wel een tweesnijdend zwaard: een Amerikaanse boycot zou nefast zijn voor de uitvoer van olijfolie, wijn, auto-onderdelen, en scheikundige producten. Het zou vooral het geïndustrialiseerde Baskenland zijn dat dan het gelag betaalt – tot 1 miljard euro, schat gouverneur Imanol Pradales – want 8 % van de uitvoer gaat recht naar de VS. Maar zelfs The Economist erkent Sánchez’ sterkte: “He speaks with the authority of an economy that has grown twice as fast as the euro-area average since 2023; last year it grew 2,8%” (7 maart 2026).
Daarbij dreigen evenwel, bij een lang conflict, inflatie en energietekorten, zeker nu Qatar al de gasleveringen heeft stopgezet. Vervelend voor Spanje is zijn afhankelijkheid van de VS voor zijn energiebevoorrading: meer dan 15% voor de olie, 44% voor vloeibaar gas (Politico, 8 maart 2026). Maar ook hier scoort Sánchez. Toen Feijóo aandrong op steun voor de oorlog, zij hij recht voor de raap: “Het is niet Feijóo die gaat betalen voor de verwarming van de burgers, of Ascabal [de partijvoorzitter van Vox] voor de benzine van onze tractoren als je oorlog steunt” (El Boletìn, 7 maart 2026).
Feijóo probeerde ook juridisch een fout te vinden: hij verweet Sánchez het fregat Cristóbal Colón naar Cyprus te sturen zonder toestemming van de Cortes. Maar de zeemacht kan middelen sowieso in een ruimer kader voor veiligheidsopdrachten in het oosten van de Middellandse Zee laten opereren. Sánchez zet daarmee ook een neus naar Trump, die nog altijd fulmineert dat Spanje het enige land is dat geweigerd heeft de defensie-uitgaven voor de NAVO te verhogen tot 3,5 % en zeker tot 5% van het BBP. Niet dat Spanje tegen een sterkere verdediging van Europa is, wat vooral de noordelijke lidstaten bepleiten: Sánchez ligt binnenlands zelfs onder vuur omdat hij de budgetten voor landsverdediging met 40 % heeft opgetrokken. Anderzijds heeft hij alle wapenaanvoer naar Israël vanuit Spaanse havens aan de ketting gelegd. Die schepen kregen een aanlegverbod.
De onvrede van Trump groeit natuurlijk nog hoger, omdat Spanje de aankoop van jachtvliegtuigen in augustus vorig jaar heeft opgezegd – een streep door de Amerikaanse rekening van 6,25 miljard euro. In september werden ook al alle vliegtuigen en schepen in transit geweerd als ze wapens, munitie of uitrusting naar Israël vervoerden. Het land heeft overigens amper banden met de joodse staat, en Sánchez weekt ook oud-franquisten los omdat hij net als de lepe Caudillo te werk gaat. Die liet zich destijds nooit meeslepen in avonturen van Mussolini of Hitler. Natuurlijk aanvaardde hij hulp toen de nazi’s luchtmachtversterkingen zonden voor het Condorlegioen, maar zij mochten niet over Spaans grondgebied Gibraltar aanvallen. Franco liet wel de Blauwe Divisie vertrekken naar het Oostfront, maar riep haar terug zodra de kansen keerden in 1943. Met Mussolini was er amper contact, met het Vaticaan des te meer.
Ten slotte trok Sánchez ook lering uit de gretigheid van PP-premier José Maria Aznar om deel te nemen aan de – door de VN nooit onderschreven – invasie van Irak, dat zogenaamd massavernietigingswapens bezat (een leugentje van Busch en Blair om Barroso en Aznar op de Azoren over de streep te trekken). Aznar verloor vrij snel alle aanhang in Spanje, zeker toen in maart 2004 radicale moslims drie dagen voor de parlementsverkiezingen een bloedbad aanrichtten bij een treinaanslag in Madrid. Er vielen 193 doden en 2.500 gewonden. Ergst van al was nog dat de PP toen bij hoog en laag volhield dat de Baskische ETA de verantwoordelijke was. De kiezer rangeerde Aznar uit.
Sánchez heeft intussen de banden met China aangehaald. Dat is Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies in Leiden, niet ontgaan. Die wijst Europa erop dat er een heel nieuwe ontwikkeling aan de gang is, waarbij de VN buitenspel wordt gezet, en de internationale verdragen van generlei waarden meer worden. De nieuwe tegenstander heet BRINK, en staat voor het viermanschap Wit-Rusland (de B van Belarus), Rusland, Iran en Noord-Korea, dat nauwe banden onderhoudt met China, en al decennia bezig is met van dekoloniseringsmilities bevriende maar strak autoritaire regeringen te maken, vooral in Afrika. “De gemene deler is, naast een afkeer van Amerikaanse werelddominantie, de centraliteit van onvrijheid in de eigen staat. Dit is een cruciaal punt, niet alleen voor de eigen inwoners, maar ook voor andere – vrije – staten die zaken willen doen, wat voor zaken dan ook, met deze staten” (De Wereld volgens Noord-Korea, 2025: 53). Juist daarom moet Europa op zijn zaak letten. “España lidera un bloque de rechazo a la intervención junto a países como Irlanda y Bélgica – Spanje leidt het blok van niet-interventie met landen als Ierland en België” (La Razón, 8 maart 2026). Misschien is Spanje zelfs de kanarie in de mijngang.

