Tous au Larzac (3)

Wat doen het vreemdelingenlegioen … en José Bové op het plateau?

Eigenlijk eindigt de militarisering van het plateau van Larzac niet in 1981 wanneer de uitbreiding van het kamp van La Cavalerie wordt teruggedraaid. Vanaf 2015 zijn er opnieuw militaire uniformen te zien op het plateau: in dat jaar arriveerde namelijk de 13de brigade van het Franse Vreemdelingenlegioen die tot dan toe hun basis hadden in de Verenigde Arabische Emiraten. In dat jaar nam François Hollande, die andere socialistische Franse president, geflankeerd door zijn premier Manuel Valls, de beslissing om het legioen te transfereren en dit uitgerekend naar het kamp van La Cavalerie op het plateau van de Larzac waar tussen 1971 en 1981 de bewoners zich zo hevig verzet hebben tegen de uitbreiding van het militair kamp met 14000 ha. (zie kaart).

Veertig jaar nadat dit project gecounterd werd door een  massaal niet gewelddadig protest wordt het sociaal rustig geworden plateau opgeschrikt door de aankomst van 1200 (jawel!) legionnaires. Tja, hoe gingen de Larzaciens daarmee omspringen? Zouden die vreedzame schapen weer ten aanval moeten trekken? Werden die khaki uniformen een tikkende tijdbom of zouden die twee tegengestelde werelden die noodgedwongen buren werden samen een modus vivendi vinden? Zes jaar leven het legioen en kudden schapen nu al samen. Hoe is dat verlopen? Romain Gruffaz van Mediapart trok op pad en hij ontmoette tegenstanders, maar ook voorstanders. (1)

Tegenstanders

‘Wij hadden liever gehad dat ze er niet waren geweest,’ geeft Léon Maillé toe. Deze landbouwer is nu gepensioneerd, maar was in de jaren 1970 een van de belangrijkste actoren van het verzet. De légionnaires zijn inderdaad de dwarsliggers in dit verhaal, hoewel minder  uitgesproken dan vroeger. Toch hebben wij er de kolonel moeten op wijzen dat wij niet opgezet zijn met hun aanwezigheid buiten het kamp. Misschien is de vergelijking wat vergezocht maar ik heb hem gezegd dat je toch ook geen motorcross gaat doen in de loopgraven van Verdun.’

François Giacobbi, nu een gepensioneerd schaapherder, was ook een van de rebellen uit de jaren 1970: ‘Ik ben aanwezig geweest op informatievergaderingen, georganiseerd door het ministerie van Defensie. Niemand durfde er zijn mond opentrekken. Ik was de enige. Ik heb de LPO, de liga van vogelbeschermers, zien slijmen bij het leger omdat zij binnen de zone van het kamp observatieposten hadden. Maar hoe kun je nu met een leger praten over vogelreservaten? Haar rol is vernietigen, niet beschermen. Iedereen die het leger als een gevaar voor de democratie beschouwt zag het niet graag terugkomen. Daarvoor hebben we niet gestreden. En als ik dan zie dat buiten de burgemeesters van La Bastide-Pradines en Saint-Affrique, geen enkele verkozene gereageerd heeft op videobeelden van légionnaires die een  nazigroet brachten dan breekt mijn klomp. Voor die feiten had die jongen van nog geen 25 jaar dadelijk moeten worden weggestuurd.’

Deze beslissing van de regering-Valls veroorzaakte veel onrust op het plateau, te meer omdat ze genomen werd op een ogenblik dat de geruchten van een algehele sluiting van het kamp almaar groter werd. Op een bepaald ogenblik waren er nog slechts een 200 militairen aanwezig.

‘Het is mijn diepste overtuiging dat er nooit sprake is geweest van een definitieve sluiting,’ voegt schaapherder Laurent Reversat van Égalières eraan toe. Het is zeer ongewoon dat het leger zou plooien voor civiele acties. Het is juist daarom dat het militair kamp daar moest openblijven al was het dan ook maar symbolisch. Het leger heeft een groot ego…’

Voorstanders

Niet iedereen op het plateau kijkt echter zo kritisch aan tegen de komst van de 1200 witte baretten. Solveig Letort van de Franse Groenen (EELV) woont in La Couvertoirade. Deze toeristische natuurgids zit met een dubbel gevoel. Haar verontwaardiging bij het vernemen dat het kamp niet gesloten werd en zelfs bevolkt zou worden door het eerder ongunstig aangeschreven legioen werd echter verzacht door persoonlijk contact met sommige jonge militairen. ‘Het gaat in veel gevallen om buitenlandse jongeren die als légionnaire  een behoorlijk loon verdienen waardoor ze hun familie in Servië, Brazilië of andere landen kunnen helpen. Geen slechte jongens, geen sabelvreters dus.

Er zijn intussen ook contacten van vertegenwoordigers van de APAL (Association pour la Promotion de l’Agriculture sur le Larzac) die al vanaf 1973 actief is op het plateau en het hoge militaire kader. ‘We hebben hun uitgelegd dat dit een zone is met een zeer eigen geschiedenis waaruit gegroeid is dat de militairen hun kamp niet mogen verlaten. Tot nu toe is die mondelinge afspraak gerespecteerd geworden. Dat zeggen ook eerder antimilitaristen die er vandaag van overtuigd zijn dat er niks ongewoons is aan het feit dat een militair terrein door militairen wordt gebruikt. Ik zie dat de wereld uit elkaar valt en dat zij allicht bereid zijn ons te helpen wanneer wij in moeilijkheden verkeren. Daarom zeg ik nu dat we maar een beetje water in onze wijn moeten doen.’

Vooralsnog is er echter op het plateau geen sprake van een echte toenadering. De inbreuken op het zogenoemd moreel contract blijven talrijk en wekken verontwaardiging op. ‘Verschillende keren vlogen hier ’s nachts al helikopters over de boerderij zeker wanneer bij manoeuvres de militairen het kamp verlaten.’ Dat vertelt Marion Renoud-Lias, die samen met haar partner een kruidenboerderij runt die dichtbij het kamp ligt. Wij hebben de indruk dat zij alles mogen doen en dat kunnen we maar moeilijk aanvaarden. Hoewel het niets uithaalt, heb ik een keer de rijkswacht daarvoor opgebeld.’

‘Op een nacht kwam ik met mijn auto terecht tussen een dozijn militairen die over de weg liepen, vertelt Morgane Blanc van Montredon. ‘Ze deden me stoppen, richtten hun zaklampen op mij en een van hen eiste dat ik mijn raam open deed. Hij zei me dat ze aan een oriëntatie-oefening bezig waren, dat ze verloren gelopen waren en … hij stak zijn wapen naar binnen… Een andere keer, tijdens de nacht, vloog hun helikopter over de boerderij, zo dicht bij dat ik hen toeschreeuwde om te verdwijnen want dat zij mijn dieren afschrikten.’

En wat zeggen de verkozen politici? Volgens Laurent Reversat vinden de meesten onder hen dat een uitstekende maatregel. ‘Wij die de strijd hebben meegemaakt bekijken het zo, maar ik betwijfel of de huidige politici daar ook zo over denken.’ Dat zegt Solveig Letort die zeven was toen haar ouders in 1971 streden tegen de uitbreiding van het kamp. Vanuit een neoliberale instelling willen zij de streek economisch laten heropleven. Ze willen samengaan met wie de centen heeft en dat zijn de militairen. Dat is een goeie gelegenheid. Dus: vooruit maar! Ook José Bové, nochtans een strijder van het eerste uur – waarover verder meer – is er tamelijk gerust in. Hij vergelijkt de twee tijdperken met elkaar: ‘Vandaag gaat het niet langer over een uitbreiding van het kamp. Dat zou trouwens niet kunnen want alle terreinen daaromheen zijn in niet-militaire handen. Het zou wel een zeer gek idee zijn om daaraan nu te beginnen.’

En hoe reageert het legioen? ‘Het ministerie van defensie is een belangrijke speler geworden in de economische ontwikkeling van de streek.’ Dat zei bevelhebber Jean-Yves Le Drian, op 21 oktober 2016 toen het legioen in La Cavalerie arriveerde. ‘Ik weet dat er grote inspanningen zullen geleverd worden op het vlak van tewerkstelling en van economische ontwikkeling van de lokale bedrijven.’

Toch is niet iedereen bereid om te gaan werken voor het militair kamp. De SCTL produceert sinds 2014 brandhout voor verschillende boerderijen en collectieve bedrijven uit de omgeving. Nadat de militairen een grote bestelling van brandhout geplaatst hadden, kwam de algemene vergadering van de SCTL bij elkaar om te beraadslagen over die vraag en het antwoord van een twee derde meerderheid was negatief.

De handelaars van La Cavalerie keken daar anders tegen aan. Zij constateren dat er de laatste vijf jaar veel meer economische activiteit is hun gemeente die nu 2200 inwoners telt tegen slechts 1000 in 2015. ‘Er beweegt allerlei en dat is te danken aan de legioensoldaten en aan de arbeiders die het kamp aan het opknappen zijn.’ Dat benadrukken Dylan en Dimitri Graille die dit jaar L’îlot hebben overgenomen van hun ouders, een bar die op slechts enkele honderden meters van het kamp ligt. ‘De soldaten zijn goed geïntegreerd. Zij komen bij ons hun koffietje drinken. Dat heeft een fameuze economische boost gegeven, ook merkbaar op het vlak van huisvesting. Er zijn hier in de buurt dorpen zonder toekomst, maar daar behoort La Cavalerie niet meer bij.

‘Er zijn hier soldaten die alleen komen of met hun familie en er werkelijk alles aan doen om zich goed te integreren.’ Dat zegt Sophie Valat, die met haar man in de zomer van 2020 Le fournil des Cardabelles heeft overgenomen. ‘Hiervoor werkten wij in Orange in de Vaucluse. Daar was het vreemdelingenlegioen aanwezig tot 2013, maar toen ze, na 46 jaar, vertrokken uit het kamp van Carpiagne is heel veel dynamiek uit de stad verdwenen.’

Vanuit zijn kantoor in het gemeentehuis onderschrijft schepen François Rodriguez de voordelen die de komst van het legioen voor de gemeente betekent: met de financiële hulp van de regio en van de staat werd de school uitgebreid en werd er een medische hulppost opgetrokken. ‘De verwoestijning van de rurale wereld is ook hier aan de orde,’ zegt hij. Zonder het legioen zou de gemeente achteruit boeren en minder subsidie ontvangen. De komst van het legioen heeft gezorgd voor nieuwe banen in de industriezone. Voor grote aankopen gaan de militairen naar Millau of Lodève, maar hier kopen ze alles wat aanwezig is.’

De laatste jaren is het uitzicht van de gemeente fel veranderd, vooral langs de D-999 die langs een groot deel van het kamp loopt. Er zijn ook geen muren of prikkeldraad meer, alleen nog maar informatieborden en hier en daar wat roestige barrières. Die sporen van het verleden contrasteren zeer met de contouren van een nieuw college dat in 2023 zal opgaan waardoor de scholieren niet langer naar Millau moeten uitwijken. ‘Ik heb dit project gelanceerd en de verkozenen hebben ervoor gestemd zeggende dat de komst van het legioen voor geld heeft gezorgd. Dat is nu al zo lang dat wij aandringen om die school voor 250 leerlingen van het plateau op te richten. Uiteindelijk zal het college er voor altijd zijn, ook al wanneer het legioen zou vertrekken.’

‘Het zijn niet de kinderen van de legioensoldaten die de noodzaak van een college hebben aangetoond,’ onderstreept Laurent Reversat. ‘Een college was er nodig voor de streek. Ik kan niet ontkennen dat de komst van het legioen een economische relance met zich meegebracht heeft, maar het had nog beter geweest mocht al dat geld aan het bouwen van een brandweerkazerne besteed zijn.’

Het plateau blijft voorlopig gekenmerkt door een moeizaam samenleven van twee parallelle werelden met dat verschil dat er minder vijandigheid is dan 50 jaar geleden. Misschien kunnen de toekomstige generaties die samen de school en het college van La Cavalerie volgen die kloof overbruggen. ‘Misschien zijn die kinderen uit verschillende werelden verstandiger dan hun ouders en zijn ze in staat om zich te vermengen onder elkaar,’ eindigt Solveig Letort hoopvol.

 

Het project voor de uitbreiding van het kamp zoals het getoond werd in de boekhandel van Montredon ( © RG / Mediapart)

 

José Bové, de dwarsligger

 José Bové is 68 jaar én soixante-huitard. Hij was een dwarsligger en is dat nog steeds in zijn manier om naar de ontwikkelingen op het plateau van de Larzac te kijken. Hij is niet langer zo geliefd, noch op het plateau noch in het departement. Zeer recent ontstond er protest om naar aanleiding van de 50-jarige herdenking van het begin van de strijd om het plateau van de Larzac een standbeeld in Montredon op te richten voor … José Bové. Dat vonden velen  overbodig en te duur.

‘Bové is tijdens de strijd zeker een inspirerende figuur geweest – hij heeft enorm veel werk verricht als syndicalist en militant tegen genetisch gemanipuleerde gewassen – maar op het ogenblik dat hij zich in de politiek gelanceerd heeft, ging het mis,’ zegt Jordi Soulié die Bové goed gekend heeft via de vriendschap met zijn vader. Hij verwijt hem dat hij stokken in de wielen gestoken heeft van de Amassada, een collectief waarvan hij deel uitmaakt en dat zich de laatste jaren verzet heeft tegen de constructie van een megatransformator in Saint-Victor-et-Melvieu. ‘José Bové verdedigt het standpunt dat er absoluut windmolens moeten gebouwd worden ter vervanging van  kernenergie en daarom verzet hij zich tegen onze acties.’ Daarmee verwijst Soulié naar een pijnpunt binnen de landbouwconfederatie. Sommige leden ervan hebben in 2017 effectief deelgenomen aan een protestbetoging tegen de installatie van die megatransformator. Drie piñatapoppen van drie politici waarvan één José Bové voorstelde werden er stuk geslagen. Bové zou in 2015 de komst van het vreemdelingenlegioen aanvaard hebben op voorwaarde dat de erfpacht van de gronden, beheerd door de SCTL, verlengd werd.

Hoe reageert José Bové himself nu op al die verwijten? ‘Je moet er mijn boek ‘Hold-up in Brussel’ waarin ik mijn strijd beschrijf met al die lobbyisten maar eens op nalezen. Ik ben steeds én radicaal én pragmatisch geweest, ook in mijn optreden in het Europees parlement.’

 

(1)Romain Gruffaz, Sur le plateau, la longue vie du camp militaire. In : Mediapart van 2 augustus 2021

 

José Bové gedurende de regionale verkiezingen in Occitanie van mei 2021
(Visited 56 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 147 Times, 3 Visits today

Tags :
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

zie ook