Tourism in Southeast Asia

Michael Hitchcock, Victor King and Michael Parnwell, Tourism in Southeast Asia, challenges and new directions, Nordic Institute of Asian Studies,Kopenhagen, 2009,358 blz. ISBN9788776940348

Het moet je maar overkomen: je reist rond in het noorden van Thailand en je vindt toevallig in een boekhandel in Chiang-Mai een uitstekend boek met beschouwingen over reizen in de regio. Dat laat je niet liggen. Tourism in Southeast Asia, challenges and new directions, een uitgave van 2009, ging mee in mijn rugzak. Reizen en lezen over reizen. Dat gaat uitstekend samen.

 

Internationaal toerisme is een gigantisch socio-economisch fenomeen. Volgens de World Tourism Organization trekken er jaarlijks bijna één miljard reizigers met toeristische doeleinden voorbij de eigen nationale grenzen. Tegen 2020 verwacht de organisatie dat het er al 1,6 miljard zullen zijn. We leven in de eeuw van het globale toerisme en dat doet de kassa rinkelen, zeker van de grote travel agencies.

Het wetenschappelijk onderzoek rond dit fenomeen is enkele decennia geleden met mondjesmaat op gang gekomen – voornamelijk dan vanuit de studie naar de economische impact van het reizen – en wordt nu veel meer en vanuit verschillende disciplines bestudeerd.

Van 1993 tot 2009

De Engelse professoren Michael Hitchock, Victor King en Michael Parnwell, verbonden aan de universiteiten van Leeds en Londen, waren op dat vlak pioniers, want in 1993 pakten zij uit met een reader onder de titel Tourism in Southeast Asia. Zestien jaar later doen zij, onder dezelfde titel, dat werk nog eens over. Van de zeventien oorspronkelijke auteurs hebben er zes in 2009 opnieuw een bijdrage geleverd. Zij benadrukken uitdrukkelijk in hun inleiding dat Zuid-Oost Azië een kunstmatig begrip is dat het de landen omvat tussen het oosten van India en het zuiden van China.

Een aantal bijdragen handelt over heel de regio, maar daarnaast zijn er ook aparte case studies over enkele eilandjes van het onmetelijke Indonesia. Ook Thailand komt uitvoerig aan bod in de nieuwe versie van 2009, waarin ook recentere nieuwkomers China, Laos, Cambodja, Vietnam en Birma (Myanmar) weren opgenomen. In vrijwel alle bijdragen worden de schokgolven vermeld die tussen 1993 en 2009 de toeristische bewegingen hebben beïnvloed. De financiële crisis van het einde van de jaren negentig, nine eleven, maar ook de twee toeristische aanslagen op Bali (2002 en 2005), de SARS- crisis van 2003 en de tsunami van 2004 hebben een zware tol geëist.

Multidisciplinair terrein

Vrijwel alle auteurs verwijzen naar het werk van de Canadese socioloog Erik Cohen die vanaf de jaren zeventig, voornamelijk dan in Thailand, uitvoerig onderzoek heeft verricht. De antropoloog Victor King vermeldt in zijn bijdrage dat cultureel antropologen vanaf de jaren zeventig aandacht zijn gaan besteden aan het fenomeen reizen. Dat deden ze vanuit hun eigen discipline. Wat blijkt nu? Enkele antropologen die in 1993 verbonden waren aan departementen antropologie doen nu onderzoek vanuit managements- en businessopleidingen. De studie rond de reissector wordt niet langer geclaimd door één discipline. Er doen zich ‘overvloeiers’ voor, waardoor het meer en meer een multidisciplinair onderzoeksterrein wordt.

Zuid-Zuid

Zeker ook een recent fenomeen is de grote toename van het intra Azië-effect, waarmee bedoeld wordt dat de toeristische stroom niet langer een uitsluitende Noord-Zuid beweging is, maar ook meer en meer een Zuid-Zuid-richting kent. De onderzoeker Krishna Ghimire geeft in haar uitstekend boek The native Tourist enkele cijfers. In 1998 al kwamen 55 procent van de toeristen in ASEAN-landen uit Azië en de Pacific. De Japanners, maar ook de Chinezen die het zich kunnen permitteren, beginnen de regio te verkennen. De Japanse antropologe Shinji Yamashita onderzoekt het toerisme naar Zuid-Oost Azië vanuit een Japans perspectief. Alleen in 2006 gingen er zo maar eventjes 17,5 miljoen Japanners overzees op reis. In 2005 bezochten 3,6 miljoen Japanners een land van Zuid-Oost Azië. Thailand is hun voorkeurbestemming. 1,2 miljoen Japanners trokken er in 2005 naartoe, 622.000 naar Indonesië, 589.000 naar Singapore, 415.000 naar de Philippijnen, 340.000 naar Maleisië en 320.000 naar Vietnam.

Etniseren van ruimte

Ook Bali is een topper voor Japanners. Zij verdringen duidelijk de westerling. Dit last paradise, gecreëerd door het Westen, wordt nu ‘gejapanniseerd’. Yamasita merkt op dat men de toeristische ruimte op Bali etniseert. Van het ogenblik dat er meer Japanners arriveerden, trokken een groot aantal westerse toeristen naar meer ‘maagdelijke’ gebieden, met andere woorden naar plaatsen waar geen Japanners kwamen. Wanneer Japanners Ubud in het zuiden van het eiland begonnen plat te lopen, trokken de westerlingen naar het noorden, naar de stranden van Candidasa of naar het verder gelegen eiland Lombok. De conclusie van Yamasita is dan ook vlijmscherp: “Internationaal toerisme is een domein waarop verschillende nationaliteiten elkaar kunnen ontmoeten, maar in de werkelijkheid doet zich ook daar segregatie voor. Er bestaan niet alleen socioculturele verschillen tussen gasten en lokale gastheren, maar ook tussen de toeristen onderling.”

Gili Trawagan

Dat opschuifgedrag, het steeds maar op zoek zijn naar het ongerepte en het natuurlijke – en de gevolgen daarvan voor het lokaal toerisme – wordt zeer mooi geïllustreerd in de bijdrage van Mark en Johanna Hampton. Zij maakten een case study over het zeer kleine eilandje Gili Trawagan voor de centrale westkust van het Indonesische eiland Lombok. In 1990 bezochten wij ook, samen met enkele andere backpackers, dat eilandje dat niet meer dan een stipje is omgeven door prachtige koralen. Je kon alleen met een gammel bootje op dat eilandje van zes vierkante kilometers met ongeveer vierhonderd inwoners geraken. Het had een locatie voor de cultfilm On the beach kunnen zijn. In 1997 waren Mark en Johanna Hampton daar. Het blijkt dat er heel wat veranderd is. Het kleinschalige toerisme dat de lokale mensen voor weinig geld aanboden aan rugzaktoeristen, met name eenvoudige voorzieningen (een hutje met zicht op een prachtige vulkaan en blauwe koraal) werd stilaan verdrongen door een strengere regelgeving van de overheid. Er werd een nieuwe pier gebouw met ruimte voor toeristische winkeltjes en er kwamen enkele grote hotels met alle westerse voorzieningen. Wat bleek nu? Vele lokale mensen waren helemaal niet opgezet met die nieuwlichterij, want zij vreesden, niet ten onrechte, dat zij op termijn het veld zouden moeten ruimen voor de grote hotelbusiness. Hun bottom up initiatief waarmee zij enkele rouphia meer konden verdienen, dreigde hun ontnomen te worden. Het blijkt wel vaker dat nationale plannen om het toerisme te ontwikkelen heel erg top down gebeuren en weinig oog hebben voor de noden van de kleine man.

Global mélange

Het proces van hybridisering of vermenging is ook heel erg aan de orde in de wereld van het toerisme. De Amerikaanse Kathleen Adams deed onderzoek naar de herkomst van souvenirs in Indonesië en zij komt tot de slotsom dat global mélange zeer sterk aanwezig is wat toeristen voor ‘authentiek’, als een materialisering van de andere mee naar huis slepen. De bekende Toraja longhouses en de tau-tau-beeldjes, die de dood voorstellen werden van oudsher in opper Sulawesi gemaakt. Toen men in het zuiden zag dat deze beeldjes zeer in trek waren bij de toeristen, begon men er ook een eigen versie van te maken. Nu kun je in Oost-Azië niet alleen voorwerpen kopen uit de regio, maar je vindt er ook Peruaanse poppetjes die je onder je hoofdkussen kunt stoppen om er je zorgen aan toe te vertrouwen. En andersom kun je tegenwoordig op Cuba ook batieken sarongs vinden, die in Indonesië werden gemaakt. Dit is global mélange met een zeer commercieel kantje aan.

Balinese identiteit

Zeer interessant is ook de bijdrage van de Franse antropoloog en Bali-kenner Michel Picard, die het heeft over de Balinese identiteit na de bomaanslagen in Kuta. De Balinezen vormen een buitenbeentje in Indonesië door hun godsdienst, de agama Hindu Bali. Daarin drukte de Balinees zijn eigenheid uit. Jarenlang hebben de Balinezen geijverd om hun godsdienst erkend te krijgen en toen dat eindelijk gebeurde, ontstond er een probleem, want de Indonesische overheid verplichtte de agama Hindu godsdienst te nationaliseren. Dat gebeurde ook waardoor de Balinese identiteit haar belangrijkste eigen kenmerk, namelijk haar specifieke godsdienst, kwijt was.

Nieuwe uitdagingen

Tourism in Southeast Asia is een zeer belangrijk boek. Er worden niet alleen heldere lijnen getrokken van 1993 naar 2009, er worden ook een aantal suggesties gedaan en bedenkingen gemaakt, die nieuwe onderzoeksterreinen kunnen openen van challenges and new directions. Zo constateren de auteurs dat tot nu toe research naar toerisme en migratie volledig van elkaar gescheiden werd. Ook hier zijn er ‘overvloeiers’ die niet onder de aandacht van onderzoekers komen. Steeds meer mensen gaan voor long-stay tourism of, anders gezegd, voor een lifestyle migratie. Die in between positie is vrijwel blanco onderzoeksterrein. Het zou ons nochtans heel wat inzicht kunnen bijbrengen over het transnationale leven in de eeuw van globale mobiliteit zowel in Azië als in heel de wereld.

(Uitpers nr. 128, 12de jg., februari 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).