“Tot waar de beide zeeën samenkomen”

Marc Colpaert, Tot waar de beide zeeën samenkomen, Verbeelding, een sleutel tot intercultureel opvoeden, Lannoo Campus, CANON, Heverlee, 2007, 159 blz met DVD,ISBN 978-90-209-6939-9, prijs: 27,50 euro

Een passage uit de Koran als titel voor een boek? Wat zit daarachter? Vooral als het geschreven is door Marc Colpaert die al heel wat interculturele excursies heeft afgelegd.

Colpaert gaat via de taal van de mythos op zoektocht naar de gelijkenissen-in-de verschillen tussen culturen. En daarvoor hebben mensen verbeelding nodig, niet alleen de ratio. Dat is de grondstelling van dit boek dat zich vooral richt naar leraren, die de mythische en muzische vorming in hun onderwijspraktijk niet uit het oog willen verliezen.

Marc Colpaert is cultuurfilosoof, journalist en medeoprichter van het Mechelse Centrum voor Intercultureel Management en Internationale Communicatie (CIMIC). Hij was ook betrokken bij een vorming van leraren, schooldirecteurs en pedagogisch begeleiders over interculturaliteit en verbeelding waarvan de Cultuurcel CANON van het Ministerie van Vorming en Onderwijs de initiërende kracht was.

De ondertitel van dit boek luidt: verbeelding, een sleutel tot intercultureel opvoeden. De achterliggende idee is dat je de werkelijkheid niet alleen kunt vatten met de taal van de rede. Volgens Colpaert geeft elke cultuur aan dat zingeving gerealiseerd wordt vanuit een ander taalgebruik, vanuit de taal van de mythos, van de symboliek of, zoals Van Dale het prozaïscher zegt, ‘vanuit de verhalende overlevering die betrekking heeft op de godsdienst en de wereldbeschouwing van een volk’. Volgens Colpaert is het duidelijk dat we die taal nodig hebben om tot een geslaagde interculturele dialoog te kunnen komen.

Op vraag van een aantal leerkrachten die aan het CANON vormingstraject deelnamen, zette Colpaert zijn ideeën op papier. Het resultaat is een zeer verzorgde publicatie geworden die vanuit de overheid ondersteund werd. De poëtische titel van het boek is een mooie illustratie van Colpaerts benadering. “Tot waar de beide zeeën samenkomen” is een citaat uit de Koran waarnaar Colpaert opvallend vaak verwijst. Een miljard mensen noemt zich vandaag moslims. Twaalf miljoen ervan wonen in Europa. Enige kennis van de Koran is dus zeker op zijn plaats.

“Als we vandaag geen enkele inspanning willen doen om de taal van de Koran te begrijpen, zal dat later grote gevolgen hebben voor de nieuw samengestelde gemeenschappen in Europa. Want je kunt de ander niet ‘kennen’, als je niet tot zijn betekenisverleningssysteem probeert te door te dringen.” (p. 95) In zijn symbolische lezing (vanuit het soefisme, de mystieke richting van de islam) constateert Colpaert dat ‘de twee zeeën’ (tussen het letterlijke en het mystieke, tussen buiten en binnen, tussen extern zichtbaar en innerlijk onzichtbaar) uiteindelijk samenkomen in het hart van elke mens. Hij betoogt uitvoerig dat deze Koranpassage een universele waarde heeft, want dat ook in de joodse, christelijke en Mesopotamische tradities gelijkaardige verhalen en mythes opduiken. Colpaert gaat via de taal van de mythos op zoektocht naar de gelijkenissen-in-de verschillen tussen culturen. En daarvoor hebben mensen verbeelding nodig, niet alleen de ratio. Dat is zijn grondstelling.

In een eerste hoofdstuk “Mappy road” doet Colpaert een poging om de culturele context te schetsen van de weg die hij zelf – geboren in 1945 – heeft afgelegd. Het is een invitation à la danse aan de lezer om de eigen blik op de werkelijkheid te expliciteren. In “De queeste naar de ander” verwijst Colpaert uitvoerig naar het werk van de filosofen Martin Buber en Emmanuel Lévinas die hem in zijn zoektocht naar de ander sterk geïnspireerd hebben. Van de Duitse filosoof en chassidim kan de leraar leren dat in de vorming van de menselijke persoon niet alleen de klemtoon mag worden gelegd op het individuele en autonome ik, maar ook op de drang naar verbondenheid en het vertrouwen tot de wereld. ‘Wat is de betekenis van de andere in het eigen leven? Hoe breekt die andere binnen, hoe doorbreekt hij je drang tot zelf-behoud? Wat gebeurt er met je zelf nadat je bent ingegaan op het appel, op de blik van de andere? Dat zijn de vragen die Levinas zich stelt in zijn filosofisch denken en waarop Colpaert via een aantal zeer uiteenlopende voorbeelden ingaat (o.a. een gedicht van Rilke, een Tibetaanse ervaring en een jongen van tien met het syndroom van Down).

In een volgend hoofdstuk “Vertrekken uit Troje” introduceert hij de ideeën van de familietherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy om leraren een instrument aan te reiken waarmee zij hun leerlingen kunnen helpen hun eigen verhaal te maken. Nagy tracht familiale relaties te begrijpen vanuit het concept van loyaliteit. Hij gaat er van uit dat mensen altijd vanuit hun eigen (familiale) bedding spreken en handelen. Daarom, zo stelt Colpaert, is een interculturele dialoog zinloos en onmogelijk zonder intergenerationele dialoog.

In hoofdstuk vier benadrukt Colpaert dat cultuur ‘de grootste narratieve identiteit is die betekenis geeft. Om die complexe betekenisgeving en symbolische processen die daarbij te pas komen, te kunnen kaderen gaat hij te rade bij de Gentse psycholanaliticus en Lacan-kenner Paul Verhaeghe, maar ook bij de schrijver Kader Abdolah en bij theaterdirecteur Chokri Ben Chikha van o.m. het controversiële stuk O.L.V. van Vlaanderen.

In hoofdstuk vijf situeert Colpaert de tao (de weg) van de mens tussen mythos en logos. Volgens hem zijn de taal van de logos en de taal van de mythos complementaire en geen tegengestelde begrippen. Alleen, zo stelt hij, heeft het westerse denken de taal van de mythos die ook de taal van de verbeelding en van de droom is, verwaarloosd.

In het langere zesde hoofdstuk trekt Colpaert op excursie om mensen te ontmoeten die op een eigen manier en vanuit hun verbeelding op zoek zijn naar de plaats “waar de beide zeeën elkaar samenkomen.” Daarvoor trekt hij naar de abdij van Chevetogne waar de musicus en monnik van Vlaamse origine leeft, naar Amsterdam waar de Iraans-Nederlandse schrijver woont en werkt, hij trekt rond in Vlaanderen met de Pakistaanse psychologe en auteur Durre Achmad en gaat uitvoerig op bezoek bij de Vlaamse, theatermaker,danser en acteur met Tunesische roots Chokri Ben Chikha. Naast het boek is er ook een dvd gemaakt door de visueel antropoloog Laurent Van Lancker die samen met Colpaert op pad trok om Kader Abdolah, Durre Ahmad en Cyrille Vael in beeld te brengen.

In “Is er dan geen smid in het land” haalt de auteur alle draadjes die hij gesponnen heeft nog eens naar elkaar toe. Hij gebruikt de tekst van dit oude kinderliedje om te zeggen dat er volgens hem overal smeden aan het werk zijn “waar het verstand het hart ontmoet, waar leven en dood aan dezelfde bron ontspringen, waar mythos en logos in balans zijn, waar nieuwe en oude gemeenschappen in vrede samenleven, waar zwarte zwanen en witte zwanen het met elkaar kunnen stellen.” (p. 10).

“Tot waar de beide zeeën samenkomen” richt zich in de eerste plaats tot leraren die de mythische en muzische vorming in hun onderwijspraktijk niet uit het oog willen verliezen. Het boek is een aaneenschakeling van Colpaerts excursies naar creatieve ‘tussenfiguren’ (tussen twee culturen én tussen logos en mythos) – vaak van literaire en/of filosofische origine – die inspiratie kunnen bieden om een evenwichtige interculturele dialoog op gang te brengen. Misschien ligt de grote verdienste van Colpaert wel in zijn universalistische benadering. Hij onderzoekt wat mensen bindt eerder dan wat mensen scheidt en zo komt hij terecht op het terrein van de mythos. De lijn van het boek en de enthousiasmerende aanpak van Colpaert zijn zeer duidelijk, maar misschien heeft de auteur in zijn enthousiasme wel te veel voorbeelden willen aandragen waardoor het geheel geen voldragen, uitgebalanceerde tekst is geworden, maar bij momenten een ‘kip-kap’ indruk maakt. “Tot waar de beide zeeën samenkomen” kan in elk geval een nuttig en inspirerend instrument zijn voor leessessies van leerkrachten met filosofische interesse die bereid zijn om zich open te stellen voor de taal van de mythos en die bereid zijn het soms toch wel wat cryptisch taalgebruik van Colpaert erbij te nemen.

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=481382&refsource=uitpers

Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).