Top van de Amerika’s: Vrijhandel als wapen

In Quebec wordt van 20 tot 22 april de Derde Top van de Amerika’s gehouden. De leiders van vierendertig landen van het Amerikaans continent bespreken er een Vrijhandelsovereenkomst van de Amerika’s (FTAA). Dat project ging onder Amerikaans impuls in 1994 van start, en wil tegen 2005 een vrijhandelszone instellen van Alaska tot Vuurland. Brazilië neemt het voortouw om Washington duidelijk te maken dat vrijhandel geen éénrichtingsverkeer mag zijn. Het speelt ook de kaart van nauwere banden met Europa uit.

Méér dan op de voorgaande topconferenties van de Amerika’s (in 1994 in Miami, in 1998 in Santiago de Chile) zal Washington op de top van Quebec het gewicht van Brazilië voelen. Het grootste land van Latijns-Amerika bekleedt er een positie van waaruit het zelfs wereldwijd invloed kan uitoefenen. Amerikaanse regeringskringen vergelijken het met de positie van Frankrijk. Dat land heeft door zijn gewicht in de Europese Unie de handelsliberalisering, vooral in de landbouw, afgeremd, en daardoor internationale handelsonderhandelingen beïnvloed. Brazilië, met een economie die tweemaal groter is dan die van Rusland, kan zijn gewicht in Latijns-Amerika gebruiken om vrijhandel langs FTAA-lijnen af te remmen. Zijn vermogen om van Quebec een succes of een mislukking te maken, is daardoor aanzienlijk.

De Amerikaanse president George Bush wil nu juist de FTAA een nieuwe impuls geven in Quebec, het is zijn eerste grote handelsinitiatief. Als hij daar niet in slaagt, zal hij minder geneigd zijn veel aandacht te besteden aan een nog breder handelsproject: de nieuwe multilaterale onderhandelingsronde in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarover later dit jaar wordt beslist.

Brazilië staat niet afkerig van vrijhandel, als die op grond van gelijkwaardigheid en wederzijds voordeel gebeurt. Maar het is erg wantrouwig als de oproep tot vrijhandel uitgaat van een grootmacht die zich tot zwakkere partners richt. Het vermoedt dat de strategie van Washington niet anders is dan die van vroegere grootmachten die om vrijhandel riepen: de eigen belangen uitbreiden, die van zwakkere partners daar aan onderwerpen, en die van rivaliserende grootmachten tegengaan.

Alleen als de zwakkere Latijns-Amerikaanse broertjes de krachten bundelen, maken zij een kans om te voorkomen dat meer vrijhandel tot een groter overwicht van de Verenigde Staten op het continent leidt, redeneert Brasilia. Bij de FTAA-onderhandelingen moeten de Latijns-Amerikanen liefst als blok optreden. De gemeenschappelijke Markt van het Zuiden (MERCOSUR, de onvolmaakte douane-unie van Brazilië, Argentinië, Paraguay en Urugugay) is daar een aanzet voor. Eerst dié regionale integratie versterken, luidt het motto van Brazilië, de FTAA-onderhandelingen moeten daar ondergeschikt aan blijven.

De versterking van de regionale integratie in Latijns-Amerika vergt nog veel tijd. Daarom heeft Brasilia minder haast met de FTAA, terwijl Washington juist op een snellere gang van zaken aandringt. De Amerikanen hopen dat de FTAA er vroeger komt dan in 2005, mogelijk al in 2003. Maar voor de Brazilianen is zelfs 2005 te vroeg; de FTAA moet er volgens hen komen een jaar nadat de onderhandelingen zijn afgerond – en als er niet over alles een akkoord is, is er géén akkoord.

Ondertussen is Brazilië wel bang dat de Verenigde Staten met elk Latijns-Amerikaans land afzonderlijk over vrijhandelsakkoorden onderhandelen. Het was woedend toen Chili, geassocieerd lid van Mercosur, in december de besprekingen over volwaardig lidmaatschap opschortte en aankondigde dat het met de VS over een bilateraal vrijhandelsakkoord wilde onderhandelen.

Omdat Chili al bilaterale vrijhandelsakkoorden met Mexico en Canada heeft, zou dit zijn neergekomen op aansluiting van het land bij NAFTA, de Vrijhandelsovereenkomst van Noord-Amerika die de VS, Canada en Mexico in 1994 hebben gesloten. Kortom, het zou een stap zijn in de ,,NAFTA-plus” -strategie die vader Bush nauw aan het hart lag, de Amerikaanse optie om NAFTA stap voor stap met Latijns-Amerikaanse landen uit te breiden. Een recept voor Amerikaanse overheersing, volgens Brasilia, dat Chili verweet de regionale integratie ,"een dolkstoot in de rug” te geven.

Onduidelijk bleef in welke mate Chili druk had willen uitoefenen op Brazilië en MERCOSUR bij de besprekingen over volwaardig Chileens lidmaatschap – de gemeenschappelijke invoertarieven van MERCOSUR waren daar een ernstig knelpunt bij. In elk geval kwamen er in ijltempo Braziliaans-Chileense verzoeningsgesprekken. Onder Braziliaanse druk kwam MERCOSUR in de tarievenkwestie wat aan Chili tegemoet. Chili gaf een steuntje aan de Braziliaanse strategie door te beklemtonen dat voor de FTAA de "inhoud” belangrijker is dan de streefdatum. "Inhoud” is een codewoord voor de Braziliaanse eis dat de VS hun markt meer moeten openstellen, vooral voor landbouwproducten, en moeten afzien van anti-dumpingpraktijken die Latijns-Amerikaanse producten weren.

De Amerikaans-Europese rivaliteit om invloed in Latijns-Amerika speelt een grote rol. De EU heeft een zware prijs betaald door niet tijdig een vrijhandelsakkoord met Mexico te sluiten, nog voordat dit land in de NAFTA werd opgenomen. Ze deed dit pas vorig jaar, maar toen was haar handelspositie in Mexico al gevoelig achteruitgegaan ten gunste van die van de VS. Een vrijhandelsakkoord tussen de EU en MERCOSUR is er nog niet, onderhandelingen zijn nog bezig. De EU heeft er dan ook belang bij dat Brazilië, het leidende land van MERCOSUR, de FTAA-boot nog wat afhoudt. De Brazilianen zullen zich daardoor in Quebec ongetwijfeld gesteund voelen.

(Uitpers, april 2001)

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :