Toespraak op uitvaartplechtigheid van Wim de Neuter

Wim was een begenadigd polyglot, voor wie elke taal weer een ander venster op de wereld opende.

Op zijn ziekbed maakte hij zich behoorlijk boos over de uitvaartplechtigheid van Hugo Claus. Over hoe men een reus van een schrijver dan toch weer eens terugbracht tot het enge statuut van de bekende Vlaming. Onder de toren was hij geboren, onder de toren moest en zou hij rusten. De man werd tientallen malen vertaald. De enige buitenlander voor een ode: een Nederlander. Een man uit het eigen taalgebied. Waar was de nieuwe in Londen schrijvende generatie Pakistaanse auteurs en al die andere hedendaagse talenten uit de wereldliteratuur, waartoe Claus behoorde?

Uit eerbied voor Wim en zijn talrijke Franstalige vrienden hier aanwezig, breng ik mijn getuigenis in het Frans (hier vertaald door J.O)

Mijn beste Wim,

Bij jou, zoals bij velen onder ons is de droom voor een betere wereld en de kwaadheid om zoveel sociaal en planetair onrecht op een bepaald ogenblik tot ideologie verbogen.

Jij hebt, zoals wij allen in die periode dingen gezegd en geschreven, die soms getuigden van monumentale verstarring. Ik herinner me je boek over Polen. Wij zaten er allen pardoes naast. Maar jij had ongelijk met stijl, voetnoten en bronvermelding! In Polen dezelfde reactionairen steunen, die wij hier in Vlaanderen bevochten……Je moest het maar doen. En we deden het.

Bizar genoeg is het de moraal die ons op het verkeerde been gezet heeft. Wij koesterden en propageerden onze revolutionaire moraal tegen de hunne, Flamingant, katholiek en reactionair.

De moraal, ja de moraal, die kan ten prooi vallen aan demoralisatie. Je kunt ontwaken uit een illusie, maar nooit uit de realiteit. Daarenboven is het onmogelijk positie te nemen links of rechts van de realiteit.

De realiteit, de staat van zaken. Heel vroeg is het jouw keuze geweest die te begrijpen, ze te leren kennen aan zoveel mogelijk mensen, die het daar soms moeilijk mee hebben.

Tot op het laatste ogenblik, toen je die mooie pen niet meer kon vasthouden, was je steeds bezig zuurstof te brengen in de verdorde geesten, en goede argumenten te leveren aan de mensen die de zaak van de verandering dienden. Je volharding in het analyseren van de realiteit, in het uitleggen en argumenteren van “de waarheid”, verklaart ook waarom je nooit je vest hebt gekeerd. De harde werkelijkheid, leidt dikwijls naar een gedegen engagement, ver weg van tijdsgebonden romantische en ideologische aanstellerij.

We hebben elkaar goed leren kennen vanaf 1989. Jij en ik hebben toen “het geloven” in betere dagen als hoofdactiviteit gebannen, en beslist er op een rationele manier beter aan te werken.

Jouw manier van werken was het woord. Vooral het geschreven woord. Je beukte met talentvol geweld de waarheid in op het klavier, trouw aan de geest van de man uit Trier. Het woord was je beste wapen.

Ontelbaar waren onze ontmoetingen in de Gildenstraat. Niet één keer vond ik je elders dan aan je schrijftafel. Een zoveelste artikel of recensie. Ik kon er mijn hoofd op verwedden dat het artikel over Palestina ging. Wat er ook van zij: één zaak was duidelijk: je deed het gratis en voor niets anders dan het ondersteunen van mensen die vochten voor “de goede zaak”. Dat was jouw moraal: geven.

Palestina. Je grote liefdesgeschiedenis met de geschiedenis…. Vandaag nog word je op het internet beklad en voor anti- Semiet uitgemaakt.

Je kende beter dan wie dan ook het primitieve en met opzet verwarren van anti –zionisme en antisemitisme. Naar aanleiding van één van je laatste artikels in “Le Monde Diplomatique”, word je voor “individu met naziestandpunten” gescholden “als zodanig erkend door het Internationaal Instituut Simon Wiesenthal.

Grootsprakerige laster. Maar ik weet, omdat je me het vertelde een paar dagen voor je heengaan, dat het je toch pijn deed.

Laat ons daar nu maar definitief een punt achter zetten door een voorval te verhalen, dat daarenboven zo typisch “Wim” is.

In de naoorlogse periode hebben een groep Belgische linkse joden een netwerk opgezet om vanuit Europa de Algerijnse revolutie te helpen. Het was één van de cellen, die gekend zijn onder de naam ” les porteurs de valises du FLN”.

Na de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 werd deze clandestiene organisatie niet ontbonden. De geharde joodse activisten hebben hun structuur operationeel gehouden en zijn, vele jaren later, opnieuw aan de slag gegaan, ditmaal voor het steunen van het Palestijnse verzet. De geschiedenis wordt zelden in zwart–wit geschreven.

Op een dag zaten onze joodse activisten behoorlijk in moeilijkheden. Door het verlies van hun contact zaten ze opgescheept met een grote lading, laat ons het “een valies” noemen.

Dit valies was bestemd voor de Moedjahedien van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (het FPLP). In die jaren steunden Wims en mijn maoïstische organisatie uitsluitend de Fatah van Yasser Arafat. We beschouwden het FPLP als een terroristisch agentschap van de Sovjet-Unie. Daarenboven was “het valies” door de sector gekomen. De sector was een een spinnenweb structuur van import en export bedrijfjes die handelden met de landen van het Warschaupact. De “sector” financierde met name de toenmalige Communistische Partij van België, in die jaren onze “hoofdvijand”. Die zaak zat dus politiek gezien grondig mis.

Maar de reactie van Wim illustreert heel mooi Wims algemene houding. Naar de verdommenis met al die opwerpingen. Men laat geen kameraden in de moeilijkheden. Men helpt. Punt aan de lijn.

En dat was Wim deed, discreet zoals steeds. Enkele weken geleden hadden we met ons tweetjes die oude historie nog eens opgerakeld en Wim zei me: “Jeroen, zolang er dat soort kerels bestaan, hoe kan een mens nu in godsnaam antisemiet zijn…”

Zo was Wim. Dertig jaar geleden al: een vrije geest, een man die ageert in de realiteit, een moreel man.

Misschien vraagt U zich af: waarom spreek je ons over politiek? Je toespraak is toch verondersteld de ” intieme Wim” te vertellen?

Inderdaad. Maar dat was juist wat Wim bezighield en zorgen baarde. Ook nog in de laatste dagen voor zijn dood. De toestand in de wereld, daar had hij het over. Het is alsof hij nog eens voor het allerlaatst de inventaris wilde maken, voor het definitieve sluiten van de deuren.

Eerst over ons kleine landje en ons klein links. Wim was speels cynisch over het opnieuw opduiken van een aantal “oude kameraden”, toen zij wisten dat hij er het bijltje ging bij neerleggen. Slecht geweten, vermoedelijk. Wim was daar niet bitter over. Wel was hij zwaar verontrust over de draai die de zaken nemen in onze oude organisatie. Is het “imperialisme” een dogmatisch of taboe woord geworden?

We spraken over Afrika. Zeer geïntrigeerd was hij door de vraag of er nieuwe revolutionaire krachten aan het werk waren.

Wim vond dat onze naoorlogse generaties van Belgische revolutionairen er maar een boeltje van gemaakt hadden. Maar hij was overtuigd dat de volgende generaties het alleen maar beter konden doen.

Wij hebben vanzelfsprekend gesproken over het Midden-Oosten, de Hamas…de Koran. Ja, Wim heeft in zijn laatste levensjaar de Koran gelezen. Hij zei me, heel respectvol zoals steeds: “Jeroen, de godsdienst, dat heeft nog nooit zoden aan de dijk gebracht…”

Edoch, mijn beste vriend, sta me toe voor één keer een kleine inbreuk te maken op je eis tot rationaliteit, voor een laatste metafysische gedachte. Voor één keer komt dat mij ook goed uit.

De woorden zijn van Georges Habache, de grote Palestijnse strijder die ons enkele maanden geleden verliet:

“Een revolutionair sterft niet!”.

Adieu, mijn vriend, mijn kameraad. Rust in vrede.

Jeroen Ooms

Antwerpen 11 oktober 2008

(Uitpers, nr 103, 10de jg., november 2008)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 55 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook