The Shia Awakening (deel1)

Sedert de inval van de Amerikanen en de Britten in Irak, kon de wereld kennis maken met de ingewikkelde en gewelddadige politiek van Irak. Maar het allerbelangrijkste waarmee de wereld geconfronteerd werd, zijn de sjiieten. Vóór de inval in Irak wist de grote meerderheid van de mensen, ook van de intellectuelen, niet wie de sjiieten waren.

De wereld telt ongeveer 190 miljoen sjiieten waarover men niet zoveel wist. Ongeveer 12% van de moslims is sjiiet. Wie wist dat er in India 12 miljoenen sjiieten wonen? Wie kende de sjiitische herdenkingsdag Ashoera, die jaarlijks drie miljoen mensen aantrekt in Karbala (evenveel als de Hadj in Mekka)? Wie wist dat er twee grote stromingen waren in de Islam, namelijk het sjiisme en het soennisme? De meeste mensen zagen de Islam altijd als één godsdienst, zonder diversiteit. Op de westerse televisie werd zelfs vaak de term ayatollah gebruikt voor soennitische geleerden, alhoewel ze die term zelfs niet kennen. Zelfs de islamitische revolutie van 1979 in Iran werd nooit bestempeld als een sjiitische revolutie. De mensen zagen de revolutie van ayatollah Khomeiny eerder als een fundamentalistische islamitische coup tegen een “democratisch regime”. Zelfs de Amerikaanse president Bush dacht dat Irak alleen door moslims werd bewoond (het verschil tussen soennieten en sjiieten kende hij niet). Zelfs de informatie die de Amerikanen kregen over Irak getuigde van weinig kennis over Irak en de sjiieten. Ahmed Chalabi maakte de Amerikanen wijs dat de Irakezen seculiere mensen zijn en helemaal niet gelovig, in het bijzonder de sjiieten. Alhoewel je in het Engels(1) paar inleidingwerken hebt die over het sjiisme gaan en natuurlijk ook in het Arabisch, kan men zeggen dat de grootste supermacht in de wereld weinig van de sjiieten afwist. Ook de alom bekende ayatollah Ali al-Sistani was voor de intellectuelen en de gewone mensen in het Westen onbekend voor de inval in Irak.

Als je tegenwoordig een discussie wil houden over het Midden-Oosten kan je niet meer zonder de sjiieten. In Libanon zijn ze een grote factor in het politiek bestel. Iran is voor 95% sjiitisch. In Bahrein bestaat de democratische oppositie uitsluitend uit sjiitische partijen. Hetzelfde geldt voor Saudi-Arabië. Men kan zonder nadenken zeggen, dat de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten door de bezetting in Irak voorgoed is veranderd. Mijn centrale stelling in dit artikel is dat de inval in Irak en de verkiezingen die daarop volgden, een grotere invloed hebben gehad op de sjiieten wereldwijd dan welke gebeurtenis ook. Ik zal in dit artikel de politieke situatie schetsen van sjiieten door de eeuwen heen. Ik zal natuurlijk niet alles kunnen behandelen. Ik heb de keuze gemaakt om het tot de Arabische landen te beperken. In het bijzonder Irak, Libanon, Bahrein en Saudi-Arabië maar dat neemt niet weg dat ik zal soms zal refereren naar andere landen. Ik kan ook niet alle gebeurtenissen weergeven in dit artikel maar ik zal de belangrijkste schetsen en nuanceren.

De andere islam

Zo als ik eerder heb vermeld in de inleiding, weet men eigenlijk niet veel over de sjiitische Islam in het Nederlands taalgebied. Er bestaat maar één wetenschappelijke inleiding(2) over het sjiisme en nog een ander, geschiedkundig werk(3) in het Nederlands. Voor de rest is de sjiitische Islam in het Nederlands nooit benaderd geweest, ook niet na de inval in Irak. Op het internet heb je maar één echte sjiitische website in het Nederlands (www.ahlalbait.nl). Ik hoop dat dit hoofdstuk zal bijdragen tot het begrip van de sjiitische Islam in het Nederlands taalgebied.

Volgens de meeste bronnen, wetenschappelijke of theologische, die tot ons gekomen zijn, is het profeetschap van Mohammed in het jaar 610 gedeclareerd in Mekka. De profeet Mohammed had niet direct zoveel aanhangers. Tot zijn eerste volgelingen wordt Ali, zijn neef en latere schoonzoon, gerekend; Abu Bakr zijn beste vriend; Zayd zijn adoptiezoon en ten slotte Khadiyyah zijn vrouw. Dit onderwerp is ook het eerste discussieonderwerp tussen soennieten en sjiieten. De soennieten houden eraan vast dat Abu Bakr als tweede moslim werd (na Khadiyyah). De sjiieten geloven dat Ali als tweede moslim werd. Ali was op het moment van zijn bekering nog maar zeven jaar. Professor Reze Aslan houdt het b.v op Ali. Iemand als Ahmed Ibn Hanbal (soennitische rechtsgeleerde en oprichter van één van de vier rechtsscholen) citeert in zijn boek Musnad dat er geen enkele persoon na de Profeet Mohammed zoveel goedheden bezit(4). In ieder geval zal dit onderwerp altijd voor discussie zorgen.

De vader van Ali was ook de beschermheer van de profeet Mohammed. Zolang hij dat was moest de profeet Mohammed zich niet veel zorgen maken. Abu Talib (de vader van Ali) was immers het stamhoofd van de Banu Hachem, waartoe ook de profeet Mohammed behoorde. Dit is het tweede discussiepunt tussen soennieten en sjiieten. De soennieten beweren dat Abu Talib nooit moslim is geweest en dat hij zijn steun aan de profeet Mohammed eerder uit stamloyaliteit gaf. De sjiieten beweren het tegendeel en zeggen dat Abu Talib altijd een zeer gelovig iemand was. Ik kan blijven doorgaan met discussiepunten op te sommen tussen sjiieten en soennieten. Ik citeer deze theologische verschilpunten, zodat u kan zien hoe diep de moslims verdeeld zijn over zaken, die zich in het begin van de Islam hebben afgespeeld. Om dan nog te spreken over zaken die nog zullen gebeuren in de toekomst.

Toen Abu Talib stierf verloor de profeet Mohammed zijn beschermheer in Mekka en moest hij noodgedwongen vluchten naar Medina (toen nog Yathrib genoemd). Tijdens de nacht dat de profeet Mohammed vluchtte, gebruikte Ali zijn bed zodat hij de belagers van de profeet op een vals spoor kon brengen. De profeet reisde met Abu Bakr en een gids. In 622 had de profeet een basis in de nieuwe stad die haar naam veranderde van Yathrib naar Medina. De profeet gaf ook zijn belangrijkste dochter, namelijk Fatima, als vrouw aan Ali. Uit hun huwelijk kwamen Hassan en Hoessein voort, die een heel belangrijke positie zullen innemen in de sjiitische Islam.

Naarmate de moslimgemeenschap in Medina groter werd, werd ook de positie van Ali belangrijker. Toen de profeet op militaire expeditie naar Taboek ging, liet hij Ali achter in Medina als leider. Tijdens de laatste bedevaart van de profeet Mohammed,stopte hij in een oase tussen Mekka en Medina, genaamd Ghadeer. De profeet proclameerde in het bijzijn van 10.000 mensen dat al wie erkende dat ik zijn heer ben, dan is ook Ali zijn heer en wie Ali’s vriend is, is ook de vriend van Allah en wie zijn vijand is, is Allah’s vijand. De soennieten erkennen dat deze gebeurtenis ook werkelijk is gebeurd, maar er wordt wel getwijfeld aan de betekenis. De soennieten nemen de betekenis eerder literair. Dat wil zeggen dat de profeet alleen bedoelde dat Ali een belangrijk iemand was. De sjiieten zien het als uiterst bewijs dat Ali de opvolger van de profeet moest worden. Het soennitisch standpunt(5) verschilt alleen over de invulling van de opvolger van de profeet en de persoon. Het sjiitisch standpunt(6) daartegen legt een hele basis voor een nieuwe politieke en religieuze ideologie.

Enige tijd na deze gebeurtenis werd de profeet Mohammed ziek en stierf in het jaar 632. De interne perikelen begonnen al tijdens de eerste dag na de dood van de profeet. Ali ging de profeet ritueel wassen waarbij ook Aisha (de jonge vrouw van de profeet) en andere vrienden aanwezig waren. Sommigen gingen naar Saqifa om de opvolging te bespreken. De discussie is zeer ingewikkeld, maar om het kort te houden is het volgende gebeurd: een deel van de Moehajiroen (immigranten van Mekka, zo werden de moslims uit Mekka genoemd in Medina),de Ansar (de moslims uit Medina) en Abu Bakr en Omar Ibn Khatab namen deel aan het opvolgingsdebat. Na hevige discussie werd Abu Bakr gekozen als de kalief (opvolger van de profeet). De grote meerderheid van de mensen legden zich bij de keuze neer, maar Ali weigerde om Abu Bakr trouw te zweren. Pas na 6maanden gaf Ali zijn eed, maar nadat zijn vrouw Fatima onder verdachte omstandigheden was gestorven. De sjiieten zien de benoeming van Abu Bakr als een soort coup die tegen Ali werd georganiseerd. De soennieten zagen het als een noodzakelijkheid om de eenheid van gemeenschap te behouden.

Abu Bakr regeerde maar twee jaar en werd in 634 opgevolgd door Omar Ibn Khatab. In 644 werd Omar vermoord door één van zijn slaven (een Pers). In 644 werd Othman kalief en dit zet de toon voor de ontwikkeling van het sjiisme. Othman was afkomstig uit de Banu Oemmaya-stam. De rivaal van de Banu Hachem-stam. Banoe Oemmaya was de stam die het meeste de profeet had bestreden. De aanhangers van Ali waren het allerminst blij met Othman. De kalief benoemde zijn familieleden tot gouverneurs. Hij liet mensen terugkomen die de profeet had laten deporteren. Dit allemaal zorgde voor veel onrust bij de bevolking. Uiteindelijk werd het huis van Othman belegerd. Na talloze onderhandelingen die mislukten werd het huis bestormd en werd Othman vermoord. De stam van Banoe Oemmaya beschuldigde direct Ali van ophitsing tegen Othman en ook dat Ali dit allemaal gepland had. Het tegendeel was waar. Ali had zijn twee zonen, Hassan en Hoessein, gestuurd om Othman te beschermen en heeft zelfs gezegd tegen zijn zonen dat het beter was geweest dat jullie daar ook gestorven waren.

In 656 begon de turbulente heerschappij van Ali. Na 20 jaar kon Ali eindelijk kalief worden. Het leiderschap van Ali werd niet zomaar aanvaard. Aisha de jonge vrouw van de profeet Mohammed, die nooit een goede relatie heeft gehad met Ali, verzamelde een troepenmacht om te vechten tegen Ali. Deze periode staat in de islamitische geschiedenis bekend als de eerste burgeroorlog. De reden voor de oorlog van Aisha’s kant was dat Ali verantwoordelijk was voor de moord op Othman en dat Ali incompetent was als leider. Het werd ook een zeer emotionele strijd, b.v de broer van Aisha vocht aan de kant van Ali. De slag waar de twee partijen elkaar vonden werd Jamal (kameel) genoemd, omdat Aisha op een kameel zat tijdens de slag. De slag werd gewonnen door Ali en Aisha mocht terug keren naar Medina op voorwaarde dat ze zich nooit meer zou inlaten met de politiek.

De tweede burgeroorlog vond plaats tussen Moeawiya (de gouverneur van Damascus) en Ali. Moeawiya de neef van de vermoorde Kalief Othman weigerde Ali te erkennen als leider tenzij hij de moordenaars zou uitleveren aan hem. Ali weigerde en daarop vond de tweede burgeroorlog plaats in 657. Deze slag staat bekend als Siffin(7) en deze werd door geen enkele van de partijen gewonnen. De strijd werd beslecht met een verdrag dat verklaarde dat er twee “onafhankelijke” personen zouden oordelen wie het bij het rechte eind had. Uiteindelijk viel dat niet in goeie aard bij een deel van de achterban van Ali. Deze mensen splitsten zich af van Ali en werden bekend onder de naam Kharijieten(8). Uiteindelijk werd Ali vermoord door één van hen. Een heel belangrijk feit in deze periode is dat de aanhangers van Ali sjiieten werden genoemd. Diegenen die partij kozen voor Ali in de strijd tegen Moeawiya werden Sijat Ali genoemd (Partij van Ali).

Na de dood van Ali (661) keken vele mensen in de richting van zijn oudste zoon namelijk Hassan. Uiteindelijk tekende Hassan een verdrag met Moeawiya dat de macht gaf aan Moeawiya. Na diens dood zou het overgaan naar Hassan ofwel naar zijn broer Hoessein. Hassan (669) stierf voor Moeawiya, volgens de sjiieten door een opdracht van Moeawiya om Hassan te vergiftigen. Na de dood van Moeawiya werd zijn zoon Yazid kalief. Hoessein de broer van Hassan was vast besloten om zijn rechten op te eisen. Onder impuls van mensen in Koefa begon hij aan een reis die hem fataal zal worden. Hoessein, die zich als de rechtmatige heerser zag van het islamitische rijk, werd gedurende 10 dagen belegerd in Karbala(9). Praktisch heel zijn familie werd bijna uitgemoord en uiteindelijk viel Hoessein(680) zelf op de dag Ashoera. Elk jaar herdenken de sjiieten over heel de wereld deze gebeurtenis. Deze gebeurtenis, die elk jaar drie miljoen mensen aantrekt in Karbala waar Hoessein ook begraven ligt, is het grootste evenement in de islam en ook het grootste ter wereld (omdat het elk jaar wordt gedaan). De sjiieten houden vast dat alle Imams onfeilbaar zijn en dat het een plicht is om twaalf imams (de sjiitische versie van de soennitische kaliefs) te volgen.

Na de dood van Hoessein kwam het leiderschap van de sjiieten bij de enige overlevende zoon van Hoessein, Ali Ibn Hoessein(714)(10). Na hem werd de leiding waargenomen door zijn zoon Mohammed Baqir sommigen aanvaardden zijn leiderschap niet maar wel dat van zijn andere broer Zayd(11). Maar het grootste deel van de sjiieten bleef Mohamed Baqir(731) trouw. Na zijn dood ging de leiding over op zijn zoon Dyafar Sadiq. Dyafar Sadiq(765) gaf het sjiisme een intellectueel kader en systematiseerde het sjiisme in grote lijnen. Na zijn dood vond een deel van de aanhangers van Dyafar Sadiq dat Ismaël, een overleden zoon, de ware imam was en dat hij niet echt gestorven was, maar in verborgenheid was gegaan en op het einde van de wereld zal terugkeren en rechtvaardigheid zal stichten. Die stroming, het ismaëlisme, heeft het messiaans denken geïntroduceerd in de Islam, in het bijzonder in de sjiitische islam.

Het grootste deel van de sjiieten ging niet akkoord met deze argumentatie en zette gewoon de lijn van de imams voort. De andere zoon van Dyafar Sadiq, Moesa Kadhim(799), nam de leiding over. Na hem werd zijn zoon Ali Rida de imam van de sjiitische gemeenschap. Hij werd door de kalief benoemd als zijn opvolger. Vele sjiieten zagen de tijd van Ali terugkeren, waarin rechtvaardigheid heerste. Maar Ali Rida stierf vóór de kalief. Volgens de sjiieten werd hij vergiftigd door de kalief. Na de dood van Ali Rida(818) nam diens zoon Mohamed Jawad de leiding over. Na de dood van Mohamed Jawad(835) werd zijn zoon Ali Hadi(868) de imam en na hem zijn zoon Hassan Askari(873). Al de imams zijn volgens de overtuiging van de sjiieten vermoord geweest. Sommige door vergif, sommige door het zwaard. Ze zijn gestorven als martelaars voor hun geloof en overtuiging. Daarom wordt het martelaarschap bij de sjiieten zo hoog gewaardeerd.

Na de dood van de 11de imam, Hassan Askari, werd hij opgevolgd door zijn zesjarige zoon. Deze zoon bleef communiceren met zijn aanhangers, via vertegenwoordigers, tot het jaar 940. Volgens de sjiieten is dat het jaar waarin hij in verborgenheid is gegaan en zal hij op het einde van de wereld terugkomen en rechtvaardigheid stichten. De sjiitische islam had altijd een meer volkse inslag dan het soennisme. Het soennisme was altijd verbonden met de staat en de heersende elite. Het sjiisme heeft nooit rekening gehouden met wat de politiek of andere stromingen over haar vonden. Ze ontwikkelden een hele unieke leer rond Hoessein die centraal werd gesteld in het sjiisme. De sjiieten zagen ook de staat als een zonde want de enige rechtmatige heerser was immers de 12de Imam en niet gewone mensen.

Het sjiisme volop in politieke ontwikkeling

Na de verdwijning van de 12de Imam verkeerden de sjiieten in een soort crisissituatie. Aan wie moesten ze hun religieuze belasting betalen aangezien de 12de imam in de verborgenheid leeft. Aan wie moeten ze religieuze bijstand vragen? In 945 kwamen de Buyidieten aan de macht in Bagdad. Het waren oorspronkelijk Zaydieten maar ze bekeerden zich al snel tot de stroming van de 12de imam. Dit is de eerste keer in de geschiedenis dat de stroming van de 12de imam ook politieke macht zal hebben. De ismaëlieten waren al aan de macht gekomen in 909 onder de naam Fatimieden in Egypte. De Buyidieten ondersteunden de ontwikkeling van het sjiisme actief en zorgden er voor dat Bagdad het centrum werd van het sjiisme. De sjiieten mochten openlijk Ashoera herdenken. Maar al gauw keerde de situatie in sektarisch geweld. De sjiieten vierden elk jaar de dag van Ghadeer (zie boven) dat is de dag waarop Ali werd aangeduid als opvolger van de profeet Mohammed (volgens de sjiieten). Er vonden rellen plaats in het jaar 1007 tussen soennieten en sjiieten. En in het jaar 1019 waren er weeral rellen maar deze keer vielen er doden en werd de belangrijkste sjiitische geleerde werd voor een tijd gedeporteerd uit Bagdad. De sjiitische gemeenschap zag deze tijd als een gouden tijd voor het sjiisme. In deze periode kwamen er talloze sjiitische geleerden tevoorschijn die een grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het sjiisme, b.v Sjeich Mufid. In 1055 kwam er een eind aan hun heerschappij en viel de sjiitische gemeenschap terug op haar eigen.

De sjiieten hadden natuurlijk ook op andere plekken de macht gegrepen b.v in Syrië(944). De Hamdanieden verspreiden samen met de Buyidieten het sjiisme in het Midden-Oosten. Na hun heerschappij is het lang wachten voor de sjiieten in het Midden-Oosten weer politieke macht kunnen uitoefenen. In het jaar 1512 veroverde sjah Ismaël Perzië en maakte het sjiisme tot staatsgodsdienst Al snel veroverde hij andere gebieden en kwam aan het hoofd te staan van een groot gebied(12). Iran was destijds soennitisch. Ongeveer 70% van de mensen hing het soennisme aan. Ismaël maakte al snel het sjiisme verplicht voor iedereen. De sjah haalde hiervoor sjiitische geleerden uit Zuid-Libanon, Zuid-Irak en Bahrein. De mensen die niet overgingen tot het sjiisme werden met het zwaard op hun keel gedwongen zich toch tot het sjiisme te bekeren. Dankzij Ismaël werd het sjiisme de staatsgodsdienst in de landen die we vandaag kennen als Iran, Irak en Azerbeidzjan. In die landen is ook de meerderheid van de mensen sjiiet. De sjah begon ook de sjiitische leiders te patroneren. Er werd een afspraak gemaakt tussen de sjah en de geleerden. De geleerden zouden het nieuwe regime legitimiteit bezorgen en als tegenprestatie mochten de geleerden rechtbanken inrichten. Ook erkenden ze het concept van de ayatollah. De ayatollah is op de dag van vandaag een soort plaatsvervanger van de 12de, verborgen imam. Elke sjiiet moet een ayatollah volgen op het vlak van religieuze edicten enz… De gelovige is wel vrij om de ayatollah te kiezen die hij/zij wenst te volgen.

In 1923 kwam Reza Khan aan de macht in Iran onder de naam Reza Shah Pahlavi. Je kan hem vergelijken met Atatürk van Turkije. Hij wilde een vergaande secularisatie bewerkstelligen in zijn land. Hij vaardigde tal van maatregelen uit, die de macht van de sjiitische geleerden verminderden. Ook de plaats van het sjiisme in het openbaar leven werd beperkt. In 1941 werd hij afgezet en kwam zijn zoon Mohamed Reza Sjah aan de macht. Vanaf dan gingen de sjiitische geleerden de confrontatie aan met de sjah. Uiteindelijk kwam de confrontatie tot een hoogtepunt in 1979 en moest de sjah het land ontvluchten. De leider van de oppositie was niemand minder dan ayatollah Khomeiny. Ayatollah Khomeiny had een heel innovatief idee gelanceerd in het sjiisme. Namelijk de Wilayet El Faqih (de heerschappij van de rechtsgeleerde), dit wil zeggen dat de staat moet worden geleid door een islamitische rechtsgeleerde. Op basis van die doctrine kwam voor het eerst in de geschiedenis van het sjiisme een religieuze geleerde aan het hoofd van een moderne staat. De revolutie werd bestempeld als een islamitische revolutie in de hoop dat het concept van Khomeiny sympathie zou krijgen bij de soennieten. Uiteindelijk heeft de Islamitische revolutie voor een revival gezorgd bij de sjiieten. De Dawa-partij (13) in Irak kreeg daarom te maken met repressie van Saddam Hoessein. Deze was bang dat de islamitische revolutie ook in zijn land kon worden geïmporteerd. Daarom ook begon Saddam een oorlog begon met Iran, die acht jaar zou duren. De Dawa-partij exporteerde op haar beurt de islamitische revolutie naar Libanon door middel van Libanese studenten die lid waren van de partij. De islamitische revolutie resulteerde in Libanon in de oprichting van Hizbollah (de Partij van God). In Bahrein in steun aan de Organisatie van Islamitische Actie. In Koeweit leidde ze tot radicaal militantisme. In Saudi-Arabië resulteerde ze in een nieuwe, door Hassan Saffar geleide politieke beweging. De meest succesvolle creatie was de Hizbollah.

(Uitpers, nr. 84, 8ste jg., maart 2007)

Noten:

De cijfers tussen haakjes bij elke Imam zijn,de jaren waarin ze zijn overleden.

De linken werkten allemaal op 20/02/2007

1) Yitzhak Nakash The Shi’is of Iraq, Princeton University Press 1995, p.340. Dit boek werd geschreven in 1995 (dus 8jaar voor de inval in Irak) en gaat exclusief over de sjiieten in Irak. Het geeft een zeer helder en gedetailleerd beeld over de sjiitische Irakezen. Maar blijkbaar deed niemand de moeite om het werk te raadplegen voor de inval in Irak.

(2) J.G.J. ter Haar, (1995) Volgelingen van de Imam. Een kennismaking met de sji’itische islam. Amsterdam: Bulaaq, 160 pp

(3) Konzelmann, Gerhard (1989) Allah’s zwaard: De wrekende hand der Sjiieten. Baarn: Trion , 336 p.

(4) Op basis van de werken van Ibn Kathier, At-Tabari, As-soeyoeti en andere Geschiedkundigen (2005) Biografie van de rechtgeleide kaliefen Delft:Noer, p396-397.

(5) http://www.ansar.org/english/gadeer.htm

(6) http://home.swipnet.se/islam/articles/Ghadeer_Khumm.htm

(7) http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Siffin

(8) Bestaan nog vandaag onder de naam Ibadieten, ze zijn gevestigd in Oman en een kleine minderheid in Algerije

(9) http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Karbala

(10) Staat ook bekend onder de naam Sajjad

(11) Zaydieten maken ongeveer 50% van de bevolking uit in Jemen. Alleen in Jemen hebben ze kunnen overleven tot de dag van vandaag.

(12) http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/2/20/LocationSafavid.PNG

(13) Shanahan ,Rodger (2004)’The Islamic Da’wa Party : Past development and future prospects’ Middle East Review of International Affairs 8,2, p.16-26.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 75 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook