The Balfour Declaration

In de Paperback Edition van Chaim WEIZMANNs TRIAL AND ERROR, hoofdstuk 18 – The Balfour Declaration, zegt W. dat hij op 13 juni 1917 aan sir Ronald Graham schreef: "It appears desirable from every point of view that the British Government should give expression to its sympathy and support of the Zionist claims on Palestine… etc."

Vervolgens gingen Weizmann, Graham en Lord Rothschild op bezoek bij minister van Buitenlandse Zaken, Lord Arthur James Balfour, waar Weizmann zijn opdringerige standpunt van hierboven nog eens aandikte, door Balfour voor te houden dat voor de Britse Regering de tijd was aangebroken, ons een duidelijke verklaring tot steun en bemoediging te bezorgen. [Met ‘ons’ bedoelt Weizmann natuurlijk de politiek-zionistische beweging.] Balfour beloofde dit te zullen doen, en vroeg aan Weizmann hem een verklaring te verstrekken, die tot tevredenheid van de politiek-zionistische beweging zou zijn, en die hij, Balfour, aan het Oorlogs Kabinet zou voorhouden. Met Weizmann in Gibraltar, ging het Politieke Comité onder Nahum Sokolov aan de slag, waarbij een aantal formules werden opgesteld. Ik bespaar u graag deze ‘uiteindelijke’ formule – bestaande uit maar liefst honderdvierenveertig woorden, die Rothschild – althans volgens Weizmann – op 18 juli 1917 aan Balfour overhandigde – omdat er geen spaan van heel bleef. Op 17 augustus 1917 deelde Weizmann, in een telegram aan Felix Frankfurter in de Verenigde Staten, mee dat de blauwprint aan Buitenlandse Zaken was overhandigd en dat deze daar was goedgekeurd en dat ook de premier [Lloyd George] ermee akkoord was gegaan.

PALESTINE PAPERS, 1917-1922, SEEDS OF CONFLICT, van Mrs Doreen INGRAMS, verstrekt een ander beeld. Mede omdat Ingrams officiële relevante stukken aanhaalt, hecht ik meer waarde aan haar verslag. Volgens haar luidde de tekst van de formule, die Rothschild op 18 juli 1917 aan Balfour deed toekomen, als volgt:

  1. His Majesty’s Government accepts the principle that Palestine should be reconstituted as the National Home for the Jewish people.
  2. His Majesty’s Government will use its best endeavors to secure the achievement of this object and will discuss the necessary methods and means with the Zionist Organization.

[Uit ‘accepts’, in de eerste clausule, en ‘its’, in de tweede clausule, blijkt dat deze tekst niet van een ontwikkelde Engelsman afkomstig kan zijn. Na ‘Government’ moet een meervoudig werkwoord en persoonlijk voornaamwoord volgen. Respectievelijk had er moeten staan: ‘accept’ en ‘their’. Ook ‘endeavors’ verraadt dat een Amerikaanse Jood verantwoordelijk moet worden gehouden voor dit epistel. Omdat deze taalkundige missers niet voorkomen in ‘the final formula’ (144 woorden-tekst) mag gesteld worden dat déze door iemand anders is opgesteld.]

Er bestond veel verzet tegen deze formule, voornamelijk vanuit … Joodse kringen in Engeland, schrijft een verbitterde Weizmann. Maar als minister zonder portefeuille Lord Milner geen bezwaren zou hebben geuit tegen deze tekst, die bijna honderd woorden korter is dan die in Trial and Error op pag. 203, dan zou Balfour, die ‘the formula’ reeds had goedgekeurd, maar al te naïef hebben toegegeven aan de listen en streken van de politieke zionisten in ook deze kortere versie. Immers, vergeleken met de (uiteindelijke) Balfour Declaration van 2 november 1917, moet het toch wel opvallen dat met geen woord gerept wordt over énige bescherming van (de) rechten van (de) niet-joodse gemeenschappen in Palestina, noch over de rechten en politieke status van Joden in enig ander land. Van die ‘bescherming’ – in bedriegelijke vorm, vandaar ‘…’ – is in de uiteindelijke versie van de BD wél sprake. Dit toont aan dat over vorm en inhoud van de allerlaatste formule – de BD van 2 november 1917 – waarin aan genoemde ‘bescherming’, op het eerste oog, handen en voeten lijkt te worden gegeven, stevig is gedebatteerd.

Nog een zijdelingse opmerking. Op pag. 204 van Trial and Error vermeldt Weizmann een tekst die vokomen identiek is aan die in Palestine Papers, alleen is de datum die hij noemt in tegenspraak met die van Ingrams. Volgens Weizmann stuurde hij deze tekst op 19 september 1917 in een telegram aan Louis D. Brandeis, in de VS. Uit Trial and Error valt niet anders op te maken, dan dat het wijzigen van de oorspronkelijke tekst (144 woorden) rond 18 augustus 1917 heeft plaats gevonden, waarna die identieke tekst de dag erna naar Brandeis gaat. Met geen woord rept Weizmann over het feit dat een volstrekt andere formule tot stand kwam, en (uiteraard nog minder) hóe en door wie dit gebeurde.

Om een en ander duidelijk te maken, volgt nu eerst die uiteindelijke versie van de Balfour Declaratie, van 2 november 1917. Dat Weizmann c.s. tegen zijn zin heeft moeten toegeven aan het bijstellen van hun oorspronkelijke formule, hoeft geen betoog.

The Balfour Declaration:

‘His Majesty’s Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country"

[Het enkelvoudige aanhalingsteken ‘ aan het begin, en het dubbele aanhalingsteken " aan het eind, is géén vergissing mijnerzijds. Een facsimile van de BD toont deze tekens onmiskenbaar aan. Het werkwoord ‘view’ – een meervoudsvorm, dus – betekent een welkome correctie van het oorspronkelijke ‘accepts’, evenals het ‘their’ bij ‘best endeavours’, dit laatste woord nu in Engelse transcriptie.]

Om mijn uitleg van dit opmerkelijke document, helder proberen te krijgen, deel ik de BD in, in de volgende drie clausules, a, b en c:

  1. ‘His Majesty’s Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object,
  2. it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine,
  3. or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country"

Tussen het indienen van de (of een) eerste formula (18 juli 1917) en de uiteindelijke tekst van de Balfour Declaratie (2 november 1917) zijn er in verband mét die BD uitvoerige discussies gevoerd over wenselijkheden, juistheden, mogelijkheden, noodzakelijkheden of over de bekende tegenstellingen daarvan. Persoonlijk acht ik drie zaken van eminent belang, waarvan één niet inhoudelijk. Deze laatste betreft het feit dat het Verenigd Koninkrijk zich voor het karretje van de politieke zionisten heeft laten spannen en in volkenrechtelijke zin als zodanig een zware verantwoordelijkheid op zich heeft geladen, waar het de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten betreft. Tot op de huidige dag werkt dit door in de spanningen die deze regio teisteren. En het Westen volgde het UK maar al te slaafs met een tweeslachtige houding en een hypocriete instelling, die nog ver tot in het derde millennium zijn tol zal eisen. Deze zaak is hier nu niet aan de orde, dus ga ik over naar de overige twee, die wel inhoudelijk bepaald zijn.

Uit de onderlinge samenhang van de drie clausules komt tot uiting dat de politieke belangen van het Joodse volk volledig beschermd dienen te worden, terwijl de belangen van (de) bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina afgedaan worden als ‘civiele en godsdienstige rechten’. Daarnaast wordt met de tweede clausule impliciet uitgedrukt dat er geen ‘Palestijns’ volk bestaat, met alle gevolgen vandien.

Met de termen ‘nationaal’, bij tehuis (clausule a), en ‘political status’, bij Joden in enig ander land (clausule c), wordt expliciet tot uitdrukking gebracht dat het Joodse volk een natie is, dat als zodanig recht heeft op politieke aanspraken c.q. rechten. De genoemde debatten in de aanloop naar de Balfour Declaratie gingen over de betekenis die bepaalde woorden hebben in een bepaalde context. De politieke zionisten wilden in de verklaring tot uitdrukking brengen dat restitutie van Palestina tot nationaal tehuis van het Joodse volk de Joodse aspiraties recht zou doen. Zelfs kwam de term ‘het Joodse ras’ aan de orde, van de zijde van de politieke zionisten, notabene. Daarvan kwamen ze snel terug. Maar ook restitutie redde het niet. En zoals reeds gesteld, de clausules b en c zouden, als het aan de politieke zionisten had gelegen, helemaal niet aan de orde zijn gekomen. Vooral door toedoen van Edwin Montagu, staatssecretaris voor India en, hoewel een Jood, een anti-zionist, werd clausule c uiteindelijk een feit. Clausule b moet worden toegeschreven aan mannen als Lord [President of the Concil] Curzon en Lord Milner.

Joden zoals Montagu zagen de bui al hangen, zou in Palestina het nationale tehuis voor de Joden eenmaal zijn gerealiseerd. Met dit project zouden Joden elders geconfronteerd kunnen worden, met alle schadelijke gevolgen – antisemitisme – vandien. En ook zou hun politieke status gevaar kunnen lopen. Vandaar dat Montagu vocht als een leeuw voor een clausule in de BD die deze gevaren zou ondervangen.

Wie deze benadering mijnerzijds overdreven vindt, zou ik willen voorhouden dat in de huidige anomalie met betrekking tot Israël en de Palestijnen, van Israëlische kant gepoogd wordt, de ‘N’ in PNA van tafel te krijgen. Volgens Israël hebben de Palestijnen voldoende aan Palestijnse Autoriteit. Die ‘N’ van Nationaal zou de valse indruk kunnen wekken dat ook de Palestijnen een volk met nationale aspiraties zou zijn. Het merkwaardige hierbij is, dat men van Joodse kant met een dubbele mentaliteit te werk gaat. Omdat het woord ‘Jood(s)’ op zích al een nationale connotatie heeft. In feite houdt dit in dat de term ‘Joods Nationaal Tehuis’ de nationale component in tweeledige zin in zich draagt. Waakzaamheid is dus geboden, als het om politieke uitspraken van Israëlische kant gaat. Zoals bij het nu volgende punt.

‘… that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, … Clausule b, dus. Het is niet toevallig dat nu ineens van civiele en godsdienstige rechten wordt gesproken. Voor de Joden – in Palestina en elders – doen politieke rechten ertoe, voor niet-joden (in Palestina) gelden géén politieke rechten. Anders zou toch eenvoudig van ‘political rights’ sprake hebben kunnen zijn? Daarmee zouden de civiele en godsdienstige rechten in een keer zijn ondergebracht. Maar er zit nóg een ander geniepigheidje in clausule b. Bij ‘existing non-Jeiwsh communities’ ontbreekt het bepalend lidwoord ‘the’. Zó onopvallend dat in de hiervoorgenoemde boeken, Trial and Error en Palestine Papers, de uiteindelijke tekst van de BD vermeld wordt mét het lidwoord ‘the’. Maar de facsimile van de BD laat hierover geen enkele twijfel bestaan, vandaar ‘existing non-Jewish communities’ en níet: de bestaande niet-joodse gemeenschappen…

Overdreven? Met de kennis van het beruchte touwtrekken over het ontbrekende lidwoord ‘the’ bij ‘occupied territories – in Veiligheidsraad-resolutie 242 – durf ik te stellen dat mijn uitleg geenszins overdreven is. Sterker, met clausule b kan Israël nog altijd vasthouden aan de opvatting dat niet alle niet-Joodse gemeenschappen in Palestina gevrijwaard hoefden te blijven van maatregelen die noodzakelijk waren om de veiligheid van de Jóódse Staat te garanderen. Want verdrijving, transfer of deportatie van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina, stond al vanaf 1895 in de boeken. Zelfs probeerden de politieke zionisten in 1901 (vergeefs) een Charter te krijgen van de Hoge Porte (in Istanbul) waarmee in artikel III de Joden het recht zouden krijgen de bestaande niet-joodse landsbevolking te deporteren. Tussen november 1947 en december 1948 verdrijven de zionistische, en na 14 mei de Israëlische strijdkrachten, metterdaad circa 750.000 Palestijnen. Daarbij werden christelijke Palestijnse gemeenschappen, zoals in Nazareth en Bethlehem, grotendeels ontzien, om niet de christelijke instanties elders in de wereld tegen zich in het harnas te jagen. Door (in 1917!) het relevante lidwoord ‘the’ weg te laten, lag voor de politieke zionisten de weg open tot het verdrijven van grote groepen ongewenste Palestijnen.

Nog een enkele opmerking om af te sluiten. De formulering ‘it being … understood’ is van oudere datum dan de BD zelf. Deze komt voor in een Joods manifest in de VS, waarmee voor Joden waar ook ter wereld, ‘full rights‘ worden opgeëist met de volgende woorden: "it being understood that the phrase ‘full rights’ is deemed to include civil, religious and political rights." Omdat het hier en nu om rechten voor Jóden gaat, wordt niet aan het toeval overgelaten dat de uitdrukking ‘volledige rechten’ wel eens beperkt zou kunnen worden tot civiele en godsdienstige rechten. In de BD, waar het om rechten voor Arabieren (in Palestina) gaat, is ‘politieke’ uit den boze.

Joodse groeperingen, zowel ten westen als ten oosten van de Atlantische oceaan, zijn minstens twee jaar vóór dat de onderhandelingen over de BD met de Britse regering begonnen, gestart met het formuleren van de Joodse rechten inPalestina. Uit Weizmanns autobiografie valt dit niet op te maken. Maar Weizmann heeft op nog veel meer manieren de ware bedoelingen van het politieke zionisme weten te verhullen. Vandaar mijn voorkeur voor Doreen Ingrams.

Dit artikel mag dan als een lang verhaal worden beschouwd, in feite heb ik in samenhang met de tot-stand-koming van de Balfour Declaratie een fors aantal zeer interessante benaderingen nog buiten beschouwing gelaten.

(Uitpers, nr. 51, 5de jg., maart 2004)

Egbert Talens is voormalig vrijwilliger van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers, SNV

Visited 13 Times, 1 Visit today

Tags :