Terugblik op de gloriedagen van het Vlaams SS-Blok.

Patrick Nefors. Breendonk 1940-1945. Standaard Uitgeverij, 2004, ISBN 90 02 21438 3, info@standaarduitgeverij.be

WO II ligt meer dan 60 jaar achter ons, maar deze tot nu toe donkerste periode uit de menselijke geschiedenis blijft aanzetten tot boeken, films, tv-series … In eigen land draaide Frans Buyens in 1970 de nog steeds boeiende discussiedocumentaire ‘Breendonk Open Dialoog’. Jong en oud wisselen daarin vrijuit van gedachten over de wereldproblemen.

In ‘Open Dialoog’ wordt echter niet getoond wat ‘Breendonk’ tijdens W.O. II was. Nu het filmoeuvre van Frans op DVD heruitgebracht wordt, vond hij het zelf nodig dat er een korte informatieve documentaire over het fort gemaakt werd die samen met ‘Open Dialoog’ kon uitgebracht worden. Kort voor zijn dood begin 2004 beloofde ik Frans zo’n documentaire te maken. De twee programma’s komen begin 2005 uit op DVD en dat dankzij het doorzettingsvermogen van Frans’ levensgezellin Lydia Chagoll, die dan een tweede reeks films van Frans op DVD uitbrengt.

Voor het 17 minuten durende ‘Breendonk, naziterreur in België’ bezochten Sacha Kullberg en ik zomer 2004 herhaaldelijk het fort van Breendonk. Daarbij maakten we kennis met de historicus die in de documentaire uitgebreid aan het woord komt: Patrick Nefors. Van zijn hand verscheen eind 2004 een nieuw boek over Breendonk: “1940-1945 Breendonk, de geschiedenis”. Een kanjer van 400 bladzijden, sober maar mooi vormgegeven, met veel illustraties en een uitgebreide bibliografie en namenindex. Een boek dat hét standaardwerk over het ‘kamp’ van Breendonk genoemd mag worden. Of zoals op de achterflap te lezen staat: “Het eerste wetenschappelijk gefundeerde overzicht van de geschiedenis van Breendonk voor een groot publiek, gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek in binnen- en buitenland.”

Breendonk niet voor herhaling vatbaar? Waarom niet?

Nefors kent zijn onderwerp door en door én is een Pietje Precies als het op details aankomt. Getuigenissen van overlevenden van ‘Breendonk’ neemt hij nooit zomaar voor ‘waar’ want de menselijke herinnering is o zo feilbaar. Cijfers, datums … alles moet altijd gecheckt worden. In het begin van onze samenwerking aan de documentaire had ik het met die precisiedrang van Nefors soms moeilijk. Was het niet duidelijk: de nazi’s waren de monsters, de kampgevangenen de onschuldige slachtoffers? Gaandeweg kreeg ik voor Nefors’ opstelling meer begrip. Je doet de ‘goede zaak’ geen goed als je met de historische waarheid begint te smossen.

Ook in een ‘concentratiekamp’ (juister: een ‘Auffanglager’, een ‘transitkamp’) als Breendonk, was er niet alleen maar wit en zwart. Sommige gevangenen gedroegen zich als ‘kameroverste’ al even rot als de nazi’s en bij die nazi’s waren er toch ook gradaties in slechtheid. Naarmate je zo’n ‘hel’ als Breendonk beter leert kennen, wordt het een stuk ingewikkelder maar ook ‘bevattelijker’. Dan besef je dat zo’n kampen wel degelijk voor herhaling vatbaar zijn. In de tijd van het draaien van de documentaire sprak ik met enkele mensen over de jongste verkiezingsoverwinning van het Vlaams Belang/Blok en over hoe Vlaamse SS’ers destijds in Breendonk de ergste beulen waren; met name het sinistere duo Wyss/De Bodt. De opmerking die dan vaak kwam was: “Ik denk niet dat zo’n gruwel als die van Breendonk nu nog mogelijk is, zeker niet binnen Europa.”

Misschien denkt u dat ook beste lezer, maar kunt u daar zeker van zijn? Waren het niet de Vlaamse SS’ers die mee aan de wieg van het Blok stonden? Staan de oud-SS’ers niet nog steeds achter het ‘Belang’? Steunt het Blok niet de buitenlandpolitiek van George Bush? Is diens regime niet verantwoordelijk voor gruwelkampen als Guantánamo en Abou Ghraib? Zijn er in de V.S. geen (door de ‘privé’ gerunde) gevangenissen waar gevangenen minder kosten dan de honden die hen bewaken? Apen wij in Europa niet met enige vertraging de V.S. in heel veel na? Zijn er binnen de Europese Unie geen landen waar extreem-rechts (én de maffia) aan de macht zijn (Oostenrijk, Italië …)?

De geschiedenis blijft zich maar herhalen en daarom zijn zo’n boeken als dat van Patrick Nefors over Breendonk de moeite waard. Nefors’ boek is overigens vlot geschreven, wat voor zo’n ‘dode materie’ als die van Breendonk een ‘tour de force’ is. Het boek is niet alleen vlot leesbaar, het motiveert ook om er in te blijven lezen. Zelf heb ik het haast in één ruk uitgelezen en als ik daarbij terugdacht aan de lectuur over Breendonk die ik voordien verorberd had, bleek dit boek echt een verademing. Nochtans gaat het wel degelijk om zware kost.

“Wie niet in Breendonk gezeten heeft, weet niet wat honger is”

Nefors schetst eerst de geschiedenis van het Fort van Breendonk in vogelvlucht, van de bouw ervan vanaf 1909, de militaire functie van het fort tijdens de wereldoorlogen, het gebruik als ‘Auffanglager’, de oprichting van ‘het Nationaal Gedenkteken’ in 1947 tot en met de renovatie die in 2003 werd afgerond.

In hoofdstuk 2 onderzoekt Nefors de belangrijkste facetten van het leven in het nazi-‘Auffanglager’: de honger (“Niets kenmerkt het regime van Breendonk zozeer als de honger”), de dwangarbeid, de mishandeling en de straffen (“Honger, dwangarbeid en mishandeling zijn de drie vaste bestanddelen van het kampregime van Breendonk”), het folteren, de executies … Breendonk werd niet voor niets een ‘hel’ genoemd waar de gevangenen geen enkele beproeving bespaard bleven. Velen bezweken er dan ook onder. En wie niet bezweek was voor zijn leven getekend. In totaal overleden 84 mensen in het ‘Auffanglager Breendonk’ en werden er 164 gevangenen gefusilleerd. Een groot aantal Breendonk-gevangenen stierf elders, in de concentratiekampen oostwaarts in het ‘Derde Rijk’. Van degenen die Breendonk en/of de andere kampen overleefden leden velen levenslang aan allerlei lichamelijke kwalen ten gevolge van de doorstane ontberingen en mishandelingen.

Verplichte kost voor alle Vlaams Belang-stemmers

In hoofdstuk 3 stelt Nefors ons het Duitse én het Vlaamse kamppersoneel, hun handlangers en collaborateurs voor. Eerst maken we uitgebreid kennis met de Duitse SS’ers maar wat je van de lectuur vooral zal bijblijven is het verhaal van ‘les boches d’honneurs’: de Vlaamse SS’ers. Zij werden al snel de wreedaardigste beulen in Breendonk, onder andere om zich te bewijzen tegen hun Duitse meesters.

Het hoofdstuk over de Vlaamse SS’ers zou verplichte lectuur moeten zijn op alle Vlaamse scholen, verplichte kost ook voor wie het in zijn hoofd haalt om op de racistische club die zich nu Vlaams Belang noemt, te stemmen.

Nog een serie merkwaardige verhalen in Nefors boek krijgen we wanneer hij de ‘collaborerende kameroversten’ voorstelt. Om de rol van de ‘kameroversten’ te begrijpen, moet je weten dat de gevangenen in Breendonk opgesloten zaten in vroegere ‘kazematten’ van het Belgisch leger. Per kamer verbleven er enkele tientallen personen (afhankelijk van het aantal gestapelde bedden). Per kamer stelden de nazi’s een kameroverste aan. Vaak gingen die oversten (waaronder ook joden) zeer ver in hun collaboratie met de nazi’s. De ene keer deden ze dat puur uit opportunisme; een andere keer speelde er ook wrok mee tegenover de samenleving.

“Geen ijdele snoeverij”

Wie kwam er in Breendonk terecht als gevangene? Over die “geraamten in lompen gekleed” brengt Nefors “een geschiedenis in 21 portretten”. Nefors schrijft over heel ‘gewone’ mensen die toevallig bij razzia’s werden opgepakt alsook over willekeurig opgepakte Belgische notabelen en politici die in Breendonk terecht kwamen als ‘gijzelaars’ nadat er een aanslag tegen de Duitsers gepleegd was. Een aantal van die gijzelaars werden in Breendonk uit vergelding doodgeschoten.

Verder waren er bv. ook voor de Sovjet-kommunisten gevluchte Russen (…), veel joodse mensen ‘natuurlijk’ alsook verzetsmensen waarvan de communist Jacques Grippa (chef-staf van de Gewapende Partizanen) het meest tot de verbeelding spreekt, onder andere omdat hij de folteringen in Breendonk doorstond zonder te klikken én nadien in Buchenwald mee het verzet tegen de nazi-kampleiding organiseerde.

Nefors: “Naar eigen zeggen bleef hij” (tijdens de folteringen) “‘geestelijk en moreel volledig ontspannen en meester van mezelf, mijn gedachten, mijn gedrag”. Dat was geen ijdele snoeverij, want Grippa heeft wel degelijk standgehouden – op een moment dat andere leiders van de communistische partij door de knieën zijn gegaan.” In het museum in het Fort van Breendonk dat nu gewijd is aan het verzet – en er was heel wat verzet in bezet België – ziet men hoe Grippa ook na WO II een communistische ‘hardliner’ bleef die onder andere bij Mao Zedong op visite ging (nog later zou hij het maoïsme veroordelen als een ‘contrarevolutionair complot’). Andere communisten die in Breendonk gefolterd werden, gingen er wel onderdoor en dat leidde bv. in 1943 tot de arrestatie van de top van de KP en van haar gewapende arm, de Gewapende Partizanen.

Breendonk II

Nefors wijdt ook een hoofdstuk aan “Breendonk na de bevrijding”. Al snel na de bevrijding van België – terwijl de oorlog oostwaarts verder woedde – werd Breendonk opnieuw gebruikt om mensen op te sluiten: collaborateurs. Ook in dat ‘Breendonk II’ dat onder de leiding stond van verzetsgroeperingen, werden wreedheden begaan, maar op kleinere schaal. Aan de nieuwe wantoestanden kwam overigens snel een einde – in oktober 1944 wordt ‘Breendonk II’ reeds ontruimd – maar de verhalen erover bleven jarenlang ‘gefundenes Fressen’ voor de rancuneuze subcultuur (zoals die o.a. in ‘Pallieterke’ verschijnt) van ex-collaborateurs.

Eind december 44 werden er in Breendonk opnieuw gevangenen opgesloten, nu door de Belgische overheden. Breendonk bleef een officieel interneringscentrum tot begin 1947. Pas in dat jaar krijgt het Fort de bestemming van ‘Nationaal Gedenkteken’ dat de herinnering aan de nazigruwel levendig moet houden. De belangstelling voor het Fort taande vervolgens geleidelijk tot de kentering kwam in de jaren 90. In 2003 werd het Fort na een renovatie, opnieuw geopend met een verlengd bezoekersparcours en een volledig vernieuwd museum.

“Totaalbeeld”

Over heel die zware materie schreef Patrick Nefors dus een boek dat zich zelfs door wie over de materie al één en ander weet, laat lezen als een trein. Hoe slaagt de auteur daar in? Vooreerst door zijn schrijfstijl: vaak korte zinnen met beeldrijk taalgebruik en ‘dubbele bodems’ in de stijl van dit zinnetje over Grippa: “Jacques Grippa sterft in hetzelfde jaar als de Sovjet-Unie aan de gevolgen van een slepende ziekte.”

Belangrijk is ook dat Nefors de geschiedenis een gezicht geeft door in te zoomen op de mensen die Breendonk maakten tot de hel die het werd én op hun slachtoffers. Nefors zoekt naar de drijfveren van de beulen en die drijfveren waren vaak van ontzettend laag allooi. Zo keert steeds weer terug hoe de leden van het ‘Herrenvolk’ die de SS’ers dachten te zijn, zich inlieten met gesjoemel van het ergste soort. Zelfs met de door hen verfoeide joden deden ze ‘zaakjes’. In de pagina’s waarin Nefors de afkomst van de Duitse beulen in Breendonk beschrijft, krijg je meer inzicht in zowel de opkomst van het nazisme als van het soort volk dat er zich toe aangetrokken voelde (niet zelden mensen die het in de ‘gewone’ maatschappij niet wisten ‘te maken’).

Nefors laat uiteraard ook de gevangenen aan het woord maar bv. ook de Duitse soldaten die in Breendonk voor executies werden ingezet. Eén en ander resulteert in een totaalbeeld, waarin je het hele ‘Breendonk-gebeuren’ vanuit verschillende invalshoeken te zien krijgt.

Verder doorspekt Nefors zijn boek met merkwaardige details. Voorbeeldje: als bij het begin van WO II de Franse troepen zware tegenslagen beginnen incasseren, noteert Nefors hoe “de Britten” (in de omgeving van koning Leopold III) “de ommezwaai in de Belgische moraal met verwondering aanzien: ‘het gevoel van verslagenheid in de Franse missie” (bij Leopold III) “is intens, maar om één of andere curieuze reden heeft het nieuws van de Franse tegenslagen een opbeurend effect op de Belgen'” …

Een boek dat geen moment te laat komt

Nefors maakt ook vergelijkingen met de ‘grote concentratiekampen’ zoals Buchenwald waar hij ook weer merkwaardige details over geeft. Zo liet men in Buchenwald eens alle gevangenen 19 uur in de nachtelijke vrieskou van -15 C op de appelplaats staan. Resultaat? 70 doden …

Enige ironie is Nefors niet vreemd, ook in de omgang met de boosaardige terminologie van de nazi-kampbewakers die bv. spraken over de gevangenen als ‘opgewarmde lijken’. Historicus Nefors schrijft dan wel een wetenschappelijk verantwoord werk, maar dat verhindert hem niet om ‘voordehangliggende’ termen kritisch in vraag te stellen. In volgend zinnetje, staat niet zonder betekenis het woord ‘repressie’ tussen aanhalingstekens. Het gaat over het feit dat een homogene CVP-regering begin jaren vijftig de doodstraf voor zware collaborateurs in levenslang liet omzetten: “De CVP is immers voorstander van de matiging van de zogenaamde ‘repressie'”. Was er sprake van repressie? Hoe dan ook, door deze houding van de CVP ontsnapte één van de ergste beulen van Breendonk, de Vlaamse SS’er Richard De Bodt, aan de doodstraf.

Hier en daar doorprikt Nefors mythes, zoals die bv. over ‘de gaskamer van Breendonk’. “Overdrijven is menselijk” schrijft Nefors maar met liegen dient men de geschiedenis niet en daarom onderzoekt hij alle gegevens met voorzichtigheid.

Al met al een uiterst waardevol boek dus dat geen moment te laat komt. Nu zelfs ‘gematigde’ ‘democraten’ beginnen pleiten voor het collaboreren met de rechtstreekse erfgenamen van het 20ste eeuws nazisme en fascisme, is het bijzonder nuttig om in herinnering te brengen tot welke menselijke ellende, de rassenhaat en allerlei übermensch/eigenvolkeerst-theorieën leiden kunnen. Misschien moet iemand het nu maar eens organiseren dat het boek van Nefors bij zowat alle leidende Vlaamse politieke én economische topfiguren terecht komt zodat ze achteraf niet (weer) kunnen beweren “Wir haben es nicht gewüst”.

(Uitpers, nr. 62, 6de jg., maart 2005)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel