Terrorismebestrijding

De vraag die tegenwoordig op vele lippen brandt is: hoe pakken we het terrorisme aan? Daar is geen simpel antwoord op te geven. Het begint al bij: wat is terrorisme? Is de politiek van Israël tegen de Palestijnen terreur? Wat met economische terreur? Zijn bepaalde vormen van ‘terrorisme’ daarop geen tegenantwoord?

Hoeveel vragen ook, een ding is duidelijk. Er bestaan geen mirakeloplossingen, zeker in een context waar men blijft kiezen voor een politieke en economische koers die aan de basis ligt van veel problemen. Ook is zeker dat bepaalde zogenaamde oplossingen in werkelijkheid een omgekeerd effect hebben en escalerend werken. In de huidige crisis valt te vrezen dat dit inderdaad zo is. De logica zegt dan eigenlijk dat het dan nog altijd beter is om niets te doen. Maar zover willen we het hier niet drijven. Er kan wel degelijk een en ander bewerkstelligd worden, maar dat vereist een heel andere ingesteldheid t.a.v. het concept veiligheid. Zo een alternatief veiligheidsconcept is ondermeer in 1994 uitvoerig beschreven in het jaarrapport van het ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP). Hierna enkele uitgangspunten van een andere aanpak

  1. Stop het militaire antwoord
  2. Een belangrijke maatregel is tegelijk ook de meest simpele: vermijd oorlog om politieke (en hier criminele) problemen op te lossen. Waarom? Ten eerste omdat interveniëren zonder een formeel VN-mandaat (VN-resolutie 1386 is dat duidelijk niet) een uiterst gevaarlijke politiek is en de huidige unilaterale politiek precedenten schept met consequenties voor de toekomst. Het blijft trouwens de vraag waarom met de huidige consensus in de Veiligheidsraad voor een militaire actie, toch niet gekozen werd voor een duidelijk VN-mandaat. Het antwoord daarop is vermoedelijk de volgende: de VS, die hoe dan ook niet warm lopen voor de VN, wilden hun handen zoveel mogelijk vrijhouden. Het hoeft geen betoog dat dit de VN alleen maar verder de afgrond in duwt.

    Dat is een principiële discussie die wel iets zegt over de legitimiteit, maar niets over de zogenaamde doeltreffendheid van bombardementen om het geformuleerde doel te bereiken, namelijk het bestraffen van de schuldigen en meer algemeen de bestrijding van het terrorisme.

    De geschiedenis leert ons dat een vredespolitiek zelden uit de loop van een geweer komt. Zeker bij interventies is de remedie nagenoeg bijna altijd erger dan de kwaal. Er zijn weinig voorbeelden te vinden van succesvolle militaire interventies. Tenminste als we onder succesvol begrijpen dat er een politieke oplossing uit voortkomt. In het geval van Afghanistan zijn de gevolgen ronduit pervers. Datgene wat men pretendeert te bestrijden, het terrorisme, dreigt integendeel versterkt te worden. De politiek van de VS tegen Afghanistan vertoont in dat opzicht opvallende gelijkenissen met de zogenaamde strijd van Israël tegen het terrorisme. De ‘oplossing’ die Tel Aviv in stelling brengt is weinig meer dan blinde staatsterreur die frustratie en woede doet toenemen. De wortels van het conflict, zoals het niet uitvoeren van VN-resoluties en de kolonisatiepolitiek blijven inmiddels onaangeroerd. Zo langzamerhand is iedereen in diplomatieke en militaire kringen het er over eens dat de Israëlische aanpak bij voorbaat een verloren zaak is en alleen maar nieuw voedsel geeft aan nieuw geweld. Waarom kiest men dan in het Afghanistanconflict (dat voor het overige in niets te vergelijken valt met de Palestijnse kwestie) voor dezelfde contraproductieve aanpak? Wellicht omdat er veel meer achter schuilt, maar daar willen we hier nu niet over hebben.

    Uit het voorbeeld van Somalië zouden we moeten begrepen hebben dat militaire interventies misschien simpel op te zetten zijn, maar ook tal van nieuwe problemen en gevaren met zich mee brengen. Los van het feit dat het doorbreken van de soevereiniteit van naties in strijd is met het VN-Handvest, is het hoe dan ook weinig zinvol om een regime te verwijderen als er geen alternatief voor handen is. Door het bestaan van verschillende fracties in de ‘Noordelijke Alliantie’ – dikwijls gewoonweg warlords die zichzelf willen verrijken – dreigt de ‘Somalisering’ van het conflict. Er zijn ook de destabiliserende effecten in de regio. Wat we in Pakistan zagen, is wellicht slechts een voorproefje van wat nog te verwachten valt. Dictator Musharaf mag het vermoedelijk wel vergeten. Afghanistan ligt in een enorm conflictgevoelige regio. Kazakstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan behoorden tot 11 september in een diplomatiek vergeten regio. Deze landen lopen niet meteen warm voor democratie of mensenrechten. Nu behoren ze paradoxaal genoeg tot een internationale coalitie die beweert het terrorisme te bekampen in naam van ‘westerse democratische waarden’.

    Hoe dan ook. Wat zullen de gevolgen zijn voor Tadzjikistan, dat nog maar net een burgeroorlog te verwerken kreeg? Of voor Oezbekistan, waar president Karimov met ijzeren hand regeert en het moslimradicalisme is toegenomen. Gareth Evans van de eerder conservatieve ‘International Crisis Group’ schrijft in de International Herald Tribune (3 oktober 2001) dat de Islamitische Beweging van Oezbekistan radicaliseerde als gevolg van de harde repressie. Was het overigens niet de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, verdediger van de Amerikaanse militaire campagne en de ontplooiing van Duitse troepen, die tijdens zijn bezoek aan Tasjkent in mei 2001 zei dat de problemen in Oezbekistan op democratische wijze opgelost moesten worden? Hij zal er nu wel geen punt meer van maken. Tenslotte, wat blijft er nog over van de ‘harde maatregelen’ waarmee het Gemenebest op 20 maart 2001 dreigde wanneer Pakistan niet voor oktober 2001 een tijdsschema zou hebben opgezet die zou leiden tot democratisch herstel?

    Conclusie, een eerste maatregel om erger te voorkomen is het militaire pad onmiddellijk verlaten en de diplomatieke molen laten spelen, waarbij nadruk gelegd wordt op de democratische krachten. De conferentie die in Bonn wordt opgezet, kan daarin passen, maar is bij voorbaat zwaar gehypothekeerd omdat ze te laat komt en slechts als aanvullend wordt gezien bij militaire operaties.

  3. Respecteer de principes van een rechtsstaat
  4. Het uitblijven van een oplossing voor het Palestijnse probleem (beter: het Israëlische probleem) is natuurlijk een goede voedingsbodem voor veel ongenoegen en frustratie in de Arabische wereld. Een eenvoudige toepassing van de VN-resoluties terzake, zou meer ellende kunnen voorkomen. Bin Laden zelf gebruikt immers de Palestijnse kwestie als legitimatie voor zijn strijd tegen het Westen. Er zijn genoeg middelen om Israël er toe te bewegen om de bezetting van Palestijns gebied stop te zetten en de vluchtelingenkwestie op te lossen. Een opschorten van het voor Israël voordelige EU-associatie-akkoord is een evidentie, temeer omdat een aantal clausules in dat akkoord (o.a. verbod op uitvoer van producten uit de joodse kolonies) overtreden worden. Maar om de een of andere duistere (?) redenen komt me er maar niet eindelijk eens de eigen wetgeving te respecteren. Een wapenembargo en het stopzetten van de jaarlijkse militaire VS-steun van 1,8 miljard dollar zal ongetwijfeld Israël tot ‘nadenken’ zetten, etc… M.a.w. dit conflict moet eindelijk eens ‘evenwichtig’ aangepakt worden met de daarbij horende diplomatieke instrumenten. Een echt (en geloofwaardig) vredesproces zou effectief ontmijnend kunnen werken en een belangrijke voedingsbodem van terrorisme wegnemen.

    Nu Afghanistan zelf. "We want Bin Laden dead or alive" zei president Bush. "Kennelijk is hij niet geïnteresseerd in rechtspraak" zo reageerde de Britse journalist Robert Fisk (Volkskrant 6 oktober 2001). Het is eigenaardig dat een coalitie die zich beroept op democratische waarden zelf die waarden met de voeten treedt. In een normale rechtstaat is iemand slechts schuldig na een geëigende rechtsprocedure waarin een veroordeling wordt uitgesproken. Het begint met het verzamelen van de bewijzen. Waar blijven die bewijzen, waarover men beweert te beschikken? Vele jaren na de Vietnam oorlog bleken de Pentagon Papers ook vervalst te zijn. Hoe zit het met de verdediging? Men is immers gauw gaan bombarderen terwijl daar pertinente vragen over konden worden gesteld. Strafor Corporation (www.stratfor.com), een soort inlichtingendienst van militairen, journalisten en academici, stelt dat Bin Laden niet achter de aanslagen kon zitten, omdat de VS zijn netwerk al sinds 1997 in kaart hebben. Er zijn ook denkpistes die naar Saudi-Arabië wijzen, zoals de na de Golfoorlog opgerichte Beweging voor Islamitische Heropstanding, die een einde wil maken aan de Amerikaanse aanwezigheid in hun land (zie JP Everaerts in Diogenes nr 3).

    Op een gegeven ogenblik leken de Taliban bereid om Bin Laden uit te leveren. Zij vroegen duidelijke bewijzen en de garantie voor een eerlijk proces. De VS wilden daar niets over horen en zelfs van geen onderhandelingen weten. Net als in eerdere conflictsituaties verkiezen de VS een dictaat. Een gemiste kans, want onderhandelingen hadden een oorlog kunnen doen vermijden.

    President Bush is overigens helemaal niet te vinden voor een normale justitie. In de VS heeft hij onlangs met een ‘Executive Order’ speciale militaire rechtbanken geïnstalleerd zonder rekening te houden met de grondwettelijke scheiding der machten en het Congress. De rechtbanken moeten oordelen over buitenlanders en legaal in het land verblijvende niet-Amerikanen die verdacht worden van terrorisme. Volgens de nieuwe wet, kan deze rechtspraak ook om het even waar in het buitenland tot stand komen, bijvoorbeeld op een marineschip van de VS. Critici stellen heel veel vragen rond de mogelijkheden van een goede verdediging.

    Voor het overige hanteren de VS ook elders hun ‘dead or alive’ politiek in Afghanistan. De VS-minister van Defensie, Donald Rumsfeld, stelde m.b.t. tot de belegering van Kunduz door de Noordelijke Alliantie: "de VS zijn niet van plan om over capitulaties te onderhandelen en met ons relatief beperkte aantal troepen op de grond zijn we ook niet in staat om krijgsgevangenen te maken. Ik hoop dat er helemaal geen onderhandelingen komen over het vertrek van deze mensen (de duizenden Al-Qaeda-troepen, nvdr)” en hij voegde er aan toe dat de VS alles zullen doen wat mogelijk is om te beletten dat de geestelijke leider van de Taliban, mullah Omar “levend uit Afghanistan zal geraken”. Dat soort uitspraken zijn een flagrante overtreding van het internationaal oorlogsrecht, meer bepaald met het aanvullend protocol (I) van de Conventie van Génève, aldus Human Rights Watch in een reactie. Art 40 stelt: “It is prohibited to order that there shall be no survivors, to threaten an adversary therewith or to conduct hostilities on this basis.” (Het is verboden bevelen te geven dat er geen overlevenden mogen zijn, de tegenstander daarmee te bedreigen of op die basis vijandelijkheden uit te voeren.)

    Het internationaal recht is er gekomen om willekeur te vermijden. Wanneer dat nu wordt uitgehold creëert men gevaarlijke precedenten voor de toekomst. Daarom dat het altijd gegarandeerd moet worden en verder uitgewerkt.

    Meer en meer wordt een Internationaal Strafhof als middel naar voor geschoven om het fenomeen terrorisme te bekampen. Het effect daarvan moet natuurlijk niet overdreven worden en het is lang nog niet zeker of de onafhankelijkheid daarvan groot genoeg zal zijn. Maar onder bepaalde voorwaarden kan het landen ertoe aanzetten om effectief werk te maken van uitleveringen en kan het vandaag gehanteerde argument van gevaar op bevooroordeelde rechtspraak vervallen. De Conventie van Rome over de installatie van zo een Internationaal Strafhof ligt al sinds 1998 op uitvoering te wachten. In totaal moeten 60 landen het verdrag tekenen. Er ontbreken nog 22 landen. Hoewel het een ontzettend belangrijk instrument kan zijn voor de strijd tegen het terrorisme, hebben de VS al beslist om het niet te ratificeren.

  5. Geef de VN waar het recht op heeft (met alle zijn zwaktes).
  6. Er is een groeiende tendens tot unilateralisme van de kant van het Westen door instituten als het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de EU of de NAVO. Dikwijls gaan daar andere (vb. economische belangen) achter schuil. Om dezelfde redenen wordt er trouwens ook niet opgetreden (Koerden in Turkije, Palestijnen, Saudi-Arabië) of sterker nog, krijgen dictatoriale regimes zelfs ondersteuning. Twee maten, twee gewichten, een bijna normaal gegeven in de internationale politiek.

    Dat ervaren de Koerden al jaren. Toen Servië m.b.t. Kosovo aan de schandpaal werd genageld en vervolgens gebombardeerd, vielen er op hetzelfde ogenblik tienduizenden doden in Angola. Daar woedt al jaren een conflict mede dankzij de steun destijds die de VS (en het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime) gaven aan de UNITA-rebellen van Jonas Savimbi.

    De VN is gebaseerd op een Handvest waarin een aantal principes en instrumenten staan om met conflicten om te gaan. Boutros-Boutros Ghali, de vorige Secretaris-Generaal van de VN heeft in 1992 zijn ‘agenda for peace’ gepubliceerd: vol concrete elementen (zoals permanente blauwhelmen), alleen is er blijkbaar niemand in geïnteresseerd en ligt het onder het stof in een of ander VN-kantoor. Nochtans bevat het juist concrete voorstellen om de VN slagkrachtiger te maken. Maar het zijn juist zij die de VN onmacht e.d. verwijten, die weigeren de voorstellen te bestuderen en om te zetten in instrumenten voor conflicthantering en geweldbeheersing.

  7. Leg de wapenhandel aan banden
  8. De Raad van de Europese Unie heeft op 5 november 2001 beslist om het wapenembargo tegen de Noordelijke Alliantie in Afghanistan op te heffen. De Noordelijk Alliantie is een allegaartje van krijgsheren die bijna allen met elkaar gemeen hebben dat ze het niet zo nauw nemen met mensenrechten of democratie. De meeste waarnemers vrezen bovendien dat ze na de val van de Taliban aan een onderlinge machtsstrijd zullen beginnen. Als de EU-landen het wapenembargo opheffen wordt daarvoor letterlijk de munitie geleverd. Maar er is meer.

    Het wapenembargo werd ingesteld met de VN-resolutie 1076 (1996) en bevestigd door resolutie 1333 (2000) en wel degelijk ten aanzien van “alle partijen in het conflict in Afghanistan”. Het embargo is o.m. gekomen omwille van de zware mensenrechtenschendingen die bij nagenoeg alle betrokken partijen zijn vastgesteld. Volgens diverse rapporten van Amnesty International zijn de fracties binnen de Noordelijke Alliantie al diverse keren betrokken geweest bij zware mensenrechtenschendingen, zoals grootschalige buitenrechterlijke executies, wraakacties op etnische basis, folteringen en schendingen van vrouwenrechten, etc.

    De EU overtreedt met deze beslissing niet alleen VN-resoluties, maar ook de Europese gedragscode inzake wapenhandel. Daarin staat dat sancties uitgevaardigd door de VN-Veiligheidsraad dienen gerespecteerd te worden. Bovendien maakt de gedragscode wapenleveringen afhankelijk van het respect voor mensenrechten en mag er niet geleverd worden ingeval er in het land van eindbestemming spanningen of gewapende binnenlandse conflicten bestaan.

    Het blijft een algemeen probleem. Met wapens, zeker in de VS, valt veel geld te verdienen en daarvoor neemt men het niet altijd nauw met zelf geformuleerde principes of uitgevaardigde wetten. Dezelfde landen die ‘humanitair’ willen optreden of de leiding op zich hebben genomen van de ‘strijd tegen het terrorisme’, beheersen rond de 80 procent van de wereldwijde wapenmarkt (VS en EU-landen samen) en zorgen ervoor dat conflicten aan de gang blijven. Het wapenarsenaal van Bin Laden bijvoorbeeld is grotendeels afkomstig van het Westen en Rusland.

  9. De strijd tegen de financiering van terroristische netwerken.
  10. Dit staat nu plots hoog op de agenda, maar de vraag is of men deze strijd niet al te selectief opvat. Wanneer worden ‘vrijheidsstrijders’ ‘terroristen’ en omgekeerd. Het is ondertussen al voldoende geweten dat niemand minder dan Bin Laden zelf heel zijn militaire capaciteit te danken heeft aan de VS zelf. In tal van Latijns-Amerikaanse landen weet men hoe zeer de VS paramilitaire (terroristische) groepen financierden om op die manier regime in moeilijkheden te brengen. Gezien de praktijken van de VS zijn er dan ook velen die de wenkbrauwen fronsen wanneer president Bush de oorlog verklaart aan het terrorisme. In elk geval is het een delicaat thema, omdat veel afhangt van hoe de term terrorisme zal worden ingevuld. Turkije en Israël bijvoorbeeld doen beide verwoede pogingen om respectievelijk de PKK (de Koerdische Arbeiderspartij) en de PLO op een lijn te plaatsen met het alom verguisde Al Qaeda netwerk van Bin Laden en co. De PKK en de PLO spreken dan weer over staatsterreur – of –terrorisme, een fenomeen waar de ‘internationale gemeenschap’ tot nu toe veel minder aandacht voor heeft.

    Het ‘terroristisch netwerk’ dat men nu wil bevechten, is geen internationale waarvan het volstaat om het hoofd af te hakken om het te doen ophouden te bestaan. Het is een complexe structuur, met vertakkingen in verschillende landen en tal van financieringsbronnen. Uiteraard is het netwerk niet opgerold als Bin Ladens fortuin wordt aangepakt. Dergelijke netwerken zijn professioneel bezig met witwaspraktijken van geld afkomstig van illegale wapenhandel of drugs, maar ook door dezelfde praktijken van financiële speculatie te hanteren die binnen het kapitalistische systeem volstrekt legaal en even lonend zijn. Zij profiteren mee van de fiscale paradijzen en het bankgeheim. M.a.w. een efficiënte aanpak van het terrorisme betekent meteen ook tal van voorstellen van organisaties als Attac uitvoeren, maar dat is wellicht toch iets te verregaand.

  11. Het terrorisme bestrijden
  12. Zo zijn er nog wel een aantal maatregelen, waarvan vele eigenlijk al oude voorstellen zijn die nooit ernstig werden opgenomen of uitgevoerd. Niet in het minst door de VS zelf. Een voorstel om de Conventie over Biologische wapens (1972) te verbeteren, door o.m. enquêtes op het terrein en controles op technologische transfers is afgewezen door… de VS. Geweldpreventie is een ander terrein dat Westerse landen blijkbaar niet ernstig willen uitbouwen, hoewel veel alternatieven toekomstig geweld (ook terroristisch geweld) kunnen vermijden: de waarde van terreindiplomatie, knipperlichtsystemen e.d. meer. De EU steekt momenteel echter alle energie in de uitbouw van een Europees interventieleger dat evenwel meer dient om dure illusies te voeden dan werkelijk veiligheidsproblemen op te lossen. Dan zijn er nog de media, die in toenemende mate door hun impact ook macht en verantwoordelijkheid krijgen in tijden van conflict (die er altijd en overal zijn).

    Zoals reeds in het begin van dit artikel gesteld, we moeten geen mirakels verwachten. We kunnen niet met een vingerknip jarenlang verrottingsprocessen ongedaan maken. Dat wil evenwel niet zeggen dat we op lange termijn geen werk kunnen maken van een andere politiek. Bin Laden mag dan zelf geen armoezaaier zijn, zijn populariteit bij een aantal dikwijls jonge mensen is gebaseerd op (politieke) frustratie en armoede. Het volstaat dan dat enkelen de islam tot vehikel van die problemen maken om op ruime schaal te rekruteren. We kunnen er niet meer naast kijken dat de relaties tussen het Westen en wat we de Derde Wereld plachten te noemen (een nochtans alles behalve homogene wereld) behoorlijk scheef zijn gegroeid. In de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds weegt en beschikt een minderheid van rijke landen (via het systeem van stemrecht a rato van financiële inbreng, allesbehalve een reflectie van ‘onze’ democratische waarden) over hoe arme en minder machtige landen hun economische politiek moeten voeren. Een van de nefaste gevolgen van die politiek is de uitverkoop van essentiële sectoren ( denk aan de waterdistributie) aan private ondernemingen. Dat werkt zogezegd beter, maar ondertussen profiteren de grote bedrijven wel handig. Hoeft het dan te verwonderen dat de gedupeerden, zoals de boeren in Bolivië, op straat komen om zich daartegen te verzetten… of zoals de VS sinds 11 september zeggen: zich te verdedigen.

    Veel van wat wij terrorisme noemen is immers niets anders dan een reactie op een systeem. De lui die de vliegtuigen richting WTC stuurden, zelfmoordden zich niet uit plezier, maar omdat ze er (letterlijk) heilig van overtuigd waren te vechten tegen al het onrecht dat ‘duivel’ VS hen of hun bevolking werd aangedaan: de onvoorwaardelijke steun aan het Israëlische regime, waardoor zoveel Palestijnen de dood vonden of in armoede moeten leven, de olie-oorlog tegen Irak, de steun aan dictatoriale of autocratische regimes (Pakistan, Saudi-Arabië, Koeweit,…), de armoede in de Algerijnse en Pakistaanse steden,… dat alles is voor een volk dat over een trotse en rijpe godsdienst beschikt, een onaanvaardbare vernedering. Genoeg in elk geval om de voedingsbodem te zijn voor fanatiek geweld.

    Het terrorisme wordt dan ook het best bestreden door de wortels van het fenomeen uit te roeien. Het wegwerken van de armoede en een evenwichtige verdeling van de economische en politieke macht tussen beschavingen, volkeren, landen, groepen, vrouwen en mannen

Eigenaardig toch dat de eerste militaire macht in de wereld – de VS zijn goed voor 35 procent van alle militaire uitgaven in de wereld – die les niet begrepen heeft en verder blijft denken dat veiligheid in de eerste plaats een verhaal is van militair machtsvertoon. Eigenaardig ook dat de EU als makke lammeren maar met veel humanitair geblaat, zich volop terug kunnen vinden in een politiek die erin bestaat de terroristen te bestrijden door het huis waarin deze zich bevinden met inwoners en al te bombarderen of mensenrechten te verdedigen door toe te staan dat een aantal potentiële eigenaars van deze rechten noodzakelijkerwijs geofferd worden.

Maar de Taliban zijn toch verfoeilijk? Klopt, maar dat zijn de Pakistaanse dictatuur, de Israelische regering van genocidair Sharon, het Saudische vrouwonvriendelijk regime, enz. ook. Onze politici en media zijn nogal selectief in hun verontwaardiging en laten dikwijls veel conflicten juist ‘links’ liggen tot… er plots eigen belangen van welke aard ook in het geding zijn.

(Uitpers, december 2001)

(Visited 8 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 91 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook