Terreurbestrijding of terroristenkweek?

Sinds 11 september 2001 is de strijd tegen het internationaal terrorisme officieel de absolute prioriteit van de Amerikaanse regering en bij uitbreiding van de Nato. In naam van die strijd voerden ze oorlog in Afghanistan, terwijl George Bush jr. die strijd zelfs inriep tegen Saddam Hoessein – dankzij de Amerikaanse media geloven de meeste Amerikanen immers dat Saddam te maken had met de aanslagen van 11 september. Wat heeft die zogenaamde "strijd tegen het international terrorisme" echter in de praktijk met terreurbestrijding te maken? Gaat het hier wel om terreurbestrijding?

Uit intussen openbaar geworden documenten blijkt nu overduidelijk dat Bush jr. de aanslagen van 11 september heeft aangegrepen om zijn eigen agenda te volgen. En in die agenda stond bovenaan de val van Saddam Hoessein, met daaropvolgend de instelling van de democratie in Irak als lichtend voorbeeld voor het Grote Midden Oosten. Met democratie en welvaart in die regio zou het terrorisme vanzelf schaakmat worden gezet. Het gros van de Amerikaanse media hielp Bush een handje om de eigen publieke opinie ervan te overtuigen dat Saddam een van de grote architecten van de grote vijand, het internationaal terrorisme, was.

Tussendoor was er wel de oorlog in Afghanistan geweest om er de top van al Qaeda aan te pakken. Het regime van de Taliban werd verdreven, maar Osama bin Laden en compagnie werden niet gevat.

Half maart van dit jaar kwamen uit Pakistan ophefmakende berichten en beelden over de omsingeling van een eenheid al Qaeda-strijders met aan het hoofd ‘een belangrijk kopstuk’ van de beweging. Dagenlang werd de spanning erin gehouden, maar eind maart bleek dat het veel geblaat voor geen wol was, dat de operatie een volledig fiasco was. De meeste media waren toen al de sensatie van de eerste dagen vergeten, het fiasco werd zeer profijtig vermeld. Intussen bleek nog maar eens pijnlijk hoe grote militaire middelen weinig uithalen in de zogenaamde terreurbestrijding. De Britse schrijver John Le Carré herinnerde er terloops aan hoe de Amerikanen zich in de jaren 1980 in Afghanistan bedienden van de meest radicale modjaheddin in de strijd tegen het communisme.

Washington drijft in naam van de strijd tegen het terrorisme zijn militaire budgetten op tot astronomische hoogten. Dat gaat gepaard met steeds meer controles op het doen en laten van de burgers uit de hele wereld, tot en met de eis dat luchtvaartmaatschappijen het menu van hun passagiers melden. Er worden wereldwijd stocks van vingerafdrukken aangelegd, toiletzakken met schaartjes en mesjes in beslag genomen, vrijheden ingeperkt. Ook op Europees vlak lijken de geesten van de bewindvoerders zwaar door de eigen propaganda te zijn beneveld, want verder dan repressieve maatregelen komen ze niet.

Naar de bron

Nochtans geven Europese leiders in lucide momenten toe dat het noodzakelijk is naar de bron van terrorisme te gaan en eindelijk een oplossing te bereiken voor de Palestijnse kwestie die niet bestaat uit een nieuwe vernedering voor de Palestijnen. Maar als Bush zijn zegen geeft aan de feitelijke annexatie van het nuttige deel van de bezette westelijke Jordaanoever, krijgen de leiders van de EU het niet over hun lippen om hier over aan schandelijke provocatie te spreken die massa’s gefrustreerde jongeren in de armen drijft van organisaties die terreurmethodes voorstaan. Als alle pogingen om tot normaal overleg the komen keer op keer uitdraaien op nieuwe vernederingen, is het gebruik van terreurmethodes in de ogen van velen nog de enige uitweg uit de permanente vernedering.

Er is vooral de woede over de Amerikaanse steun aan en de Europese stilzwijgendheid over het Israëlische staatsterrorisme dat dagelijks slachtoffers maakt onder burgers, een ‘collateral damage’ die in de duizenden slachtoffers loopt. Het is wraakroepend om te zien hoe Washington bewegingen die de Amerikaanse belangen hinderen, zoals Koerdische groepen in Turkije of de Nepalese maoïsten, op hun lijst van terreurbewegingen plaatsen, maar tegelijk wapens leveren aan staatsterroristen. Het is bijzonder ergerlijk dat de EU in Brussel Washington daarin al te vaak volgt.

Le Carré, die een persoonlijke campagne voert tegen het Amerikaans en Brits beleid in de wereld, benadrukt ook dat strijd tegen het terrorisme oorlog tegen miserie en uitbuiting impliceert. Maar de nadruk leggen op vrije markt en belangen van commerciële ondernemingen gaat daar tegen in… Nochtans zegden de wereldleiders na 11 september dat strijd tegen het terrorisme ook inhield dat de wereld rechtvaardiger moest worden. Daar is in de praktijk – WTO, G8, EU-topvergaderingen – bijzonder weinig werk van gemaakt. Ook op dat vlak is er dus niets gebeurd.

In de portefeuille

Na 11 september decreteerde Washington ook dat er een ernstige internationale inspanning nodig was om de financiële netwerken van terreurbewegingen bloot te leggen en op te doeken. De Financial Action Task Group, op het einde van de jaren 1980 opgericht om internationaal de strijd met de grote financiële delinquentie aan te binden, hoopte dat Washington nu het voorstel zou steunen om sancties te treffen tegen de tientallen witwasparadijzen die wereldwijd zwart, misdaad- en terreurgeld laten circuleren.

Zo ver kwam het niet. Er kwam wel een nieuwe VN-instantie om terreurgelden op te sporen, maar die instantie kon alleen vaststellen hoe groot de weerstand is. Het stelsel van de fiscale paradijzen komt ook te veel andere kringen ten goede. Met andere woorden, na 11 september wisten Bush, Blair, Chirac en anderen wel te vertellen wat er op dat vlak moest gebeuren, maar in de praktijk deden ze weinig.

Zelfs in Afghanistan niet. De VN meldden eind vorig jaar dat er in Afghanistan een zeer goede opiumoogst was geweest die naar schatting 1,2 miljard dollar winst opleverde. Het grootste deel van die winst gaat nu wel naar "onze bondgenoten", bevriende krijgsheren. Maar ook netwerken verbonden aan al Qaeda bouwen daarmee fondsen op. Toen, eind vorig jaar, hadden ook nog 48 landen de internationale conventie tegen de financiering van het terrorisme niet bekrachtigd. Waaronder Luxemburg.

De balans is dus snel opgemaakt. In plaats van het terrorisme te bestrijden, hebben Washington, Londen – en door zijn lijdzaamheid ook Brussel- de wereld na 11 september nog stukken onveiliger gemaakt. De situatie van de Palestijnen is uitzichtlozer dan ooit, de oorlog in Irak drijft de spanningen in het Midden Oosten verder op, van rechtvaardiger wereldverhoudingen is niets in huis gekomen, de fiscale paradijzen zijn niet aangepakt. Wat er wel kwam zijn grotere militaire budgetten en inperking van de vrijheden.

(Uitpers, nr. 53, 5de jg., mei 2004)

Visited 11 Times, 1 Visit today

Tags :