Ten oorlog. Wat na de eerste Israëlische Nederlaag in het Midden Oosten?

Het Plan

De Israëlische premier Ehud Olmert trad niet alleen fysisch in de voetsporen van Ariel Sharon, toen hij de oorlog tegen Libanon op gang bracht, maar ook politiek, zet hij zijn werk voort. Binnen Likud was er een meningsverschil ontstaan over hoe het nu verder moest met de kolonisatie. De strekking Benjamin Netanyahu wou zoveel mogelijk kolonies bewaren, ook de allerkleinste.

Ariel Sharon wou de kolonisatie consolideren, convergeren (hitkansut), dat is, niet zoals de media meestal vertalen: zich terugtrekken uit bezet gebied, maar wel de grote kolonies en kolonieblokken aandikken, losse kleintjes en de onleefbare opdoeken (oa in Gaza waar enkele honderden kolonisten in een zee van één miljoen Palestijnen verdronken) en die kolonisten verhuizen naar deze geconsolideerde blokken. Verder wou hij af, niet alleen van het internationaal recht maar ook van het ‘vredesproces’.

Hij zou de grenzen van Israël eenzijdig en voor lange tijd vastleggen. Daarom bouwde hij zijn Muur en stichtte hij zijn nieuwe partij, Kadima voor al wie achter dit project stond. De grenzen werden dus Gaza, de Libanese grens en de beruchte Muur, met achter die muur in de Jordaanvallei, een gordel van joodse kolonies als een mes in de rug van de Palestijnse autoriteit in haar Arabostans.

En dit zet Olmert verder, hij wil een totale scheiding tussen Israël en de Palestijnen. Achter die nieuwe grens aanvaardt hij enkel een zwakke entiteit, dus een zwakke Palestijnse Autoriteit. Met de verkiezingsoverwinning van Hamas is dat plan mislukt. Vandaar de aanval van Israël in Gaza, een bolwerk van Hamas, naar aanleiding van een krijgsgevangen genomen Israëlisch soldaat, met de bedoeling de Hamasregering te laten vallen en weer de zwakke en meegaande Abbas aan de macht te brengen.

En dan bleef er de enige officiële grens van Israël, die met Libanon – de rest zijn nog altijd bestandslijnen uit vorige oorlogen, geen internationale erkende grenzen. Ook achter die grens wil Israël een zwakke entiteit. Spelbreker was en is hier Hezbollah, dat Israël in 2000 al eens verplichtte zich terug te trekken. Daarom moet de militaire en politieke macht van Hezbollah gebroken worden. Aanleiding was het krijgsgevangen nemen van twee Israëlische soldaten maar de invasieplannen lagen al maanden klaar.

Met zijn massale bombardementen op de burgerbevolking – 1.071 doden in drienendertig dagen, waarvan eenderde jonger dan twaalf, 3000 gewonden en één miljoen Libanezen op de vlucht, wil Israël de Libanese regering en de publieke opinie daar onder druk zetten om Hezbollah te laten vallen.

Is Libanon ook een beetje Iran?

Het was Israël dat ten oorlog trok. Zoals Shabtai Shavit, vroeger hoofd van de spionnagedienst Mossad en nu militair adviseur bij het Israëlisch Parlement, de Knesseth het uitdrukte: “Wij doen wat wij denken dat ons het best uitkomt, en wanneer dat de Amerikanen goed uitkomt, des te beter, daar is namelijk onze vriendschappelijke relatie op gesteund.” Maar de Amerikanen waren wel geraadpleegd. Ze vertelden de Israëli’s zelfs “Nu liever dan later, hoe langer jullie wachten hoe minder tijd we hebben om de oorlog te evalueren, zolang Bush nog aan de macht is, in functie van onze plannen met Iran.”

In een zeer verhelderend artikel in The New Yorker (21/8/06) vertelt onderzoeksjournalist Seymour Hersch dat vanaf maart 2006 de Bush administratie aandrong bij de Luchtmacht om een plan uit te werken om Iran en zijn kerncentrales aan te vallen. En zoals iemand van de geheime dienst aan de journalist vertelde: “Wie staat het dichtst bij de US Air Force als het om planning gaat? Dat is niet Kongo- Wel, Israël. Iedereen weet dat Iraanse ingenieurs Hezbollah geholpen hebben bij het aanleggen van hun tunnels en hun onderaardse raketlanceerders en daarom vroeg de Luchtmacht aan de Israëli’s om vooral te bombarderen.” Het zou erg nuttige inlichtingen opleveren voor een later bombardement van Iran. De plannen kwamen eerst bij Donald Rumsfeld terecht, dan bij Cheney en Rice en daarna ‘kostte het geen moeite om Bush te overtuigen’, zo bleek.

Nog volgens Hersch waren de staf van de Landmacht en de Vloot tegen, omdat volgens hen elke aanval uit de lucht moest gevolgd worden met grondtroepen. Zowel de Amerikaanse als de Israëlische havikken vonden van niet en daarbij verweest Israël naar de oorlog in Kosovo, waar Nato-troepen onder leiding van de Amerikaanse generaal Wesley de Serviërs op de knieën kreeg met een massaal bommentapijt gedurende zeventig dagen. De Israëli’s zouden er niet zo lang over hoeven te doen, dachten zij. Die oorlog in Kosovo zou zelfs opduiken in de Israëlische propaganda. Toen Europese media de Israëlische premier Olmert op 6 augustus verweten dat er zoveel burgerdoden vielen in Libanon, antwoordde die: “Waar halen jullie het recht om Israël de les te lezen? Europese landen hebben Kosovo aangevallen en daarbij tienduizend mensen gedood. Tien duizend! (in feite 500 volgens Human Rights Watch, nvda) En geen enkel van die landen had Servische raketten op zijn grondgebied gekregen. Dus komen jullie nu niet preken over hoe wij de burgerbevolking behandelen.” De massale bombardementen van alle mogelijke infrastructuur, die niets met Hezbollah te maken had –7.000 huizen, 630 wegen, 73 bruggen, een totale schade geraamd op 2,5 miljard dollar- waren bedoeld om de christelijke en soennitische Libanezen tegen de sjiïtische Hezbollah op te zetten. Het lukte niet. In tegendeel Hezbollah-leider Nasrallah werd een nieuwe Arabische nationale held.

En als Hezbollah niet werd verzwakt, dan betekende dit ook geen verzwakking van het Syrisch regime, zeker geen regimewissel, iets waar de Amerikanen op hadden gehoopt en wat een van hun nevenmotieven was om Israël te steunen. Niets liep zoals verwacht.

Het plan lukt niet zo goed

Het plan lukte niet echt. Een militaire analist in de krant Haaretz (30/7) herinnerde eraan dat de legerleiding de VS beloofd had de klus om Hezbollah te vernietigen binnen de week te klaren. De oorlog eindigde zonder dat Israël zijn doelstellingen kon bewerken. Hezbollah is niet ontwapend en kwam als duidelijke overwinnaar uit de strijd. Dat is het arrogante Israël helemaal niet gewoon. Het won de Zesdaagse Oorlog van 1967 in, jawel, zes dagen. De Yom Kippoer- of Ramadan-Oorlog van 1973 duurde 20 dagen. Nu strijden ze volgens eigen zeggen tegen een guerrillamacht van zo’n duizend man, waarvan ze er na een maand zo’n 2 à 300 hebben uitgeschakeld. Zeggen ze. Het is ook voor het eerst dat in een groot deel van Israël het openbaar leven werd lamgelegd door oorlog. De haven van Haifa lag stil, alle economische activiteit in Noord-Israël viel stil en heel Noord-Israël boog onder de katioesjka-raketten, een traumatische ervaring voor Israël. Een van de technologisch meest performante legers ter wereld was niet in staat om de raketten van Hezbollah te onderscheppen. Omdat de meesten hiervan Katioesjka’s zijn, niet echt raketten, eerder veredelde mortieren en dat ook de Syrische en Iraanse raketten zo ‘primitief’ zijn en op dezelfde wijze als mortieren worden afgevuurd (in een vlak traject onder de 1000 meter hoogte, schrijft een expert in Libération) kon het gesofisticeerde Israelische afweersysteem ze niet onderscheppen.

De geloofwaardigheid van Tsahal, een van de vijf machtigste en best uitgeruste legers ter wereld, staat op het spel. Als je de Israëlische media mag geloven rommelt het bij de generaals: die van de luchtmacht maken verwijten aan die van de landmacht en omgekeerd. Met meer dan 10.000 militairen, krijgt Israël de 1000 verzetsstrijders van Hezbollah niet klein. Het is alsof we terug in de jaren zestig en zeventig zitten, de tijd van Vietnam, Che Guevara en Mao, van de guerrilla en de volksoorlog, waarbij een hoog technologisch leger wordt platgelegd door de ‘primitieve’ middelen van het gewapend verzet. Met zijn gekende arrogantie en koloniale mentaliteit dacht Israël snel komaf te kunnen maken met “moslimfanatici die dromen van maagden in het Paradijs”, maar het blijkt om goed gemotiveerde en voorbereide strijders te gaan, die de steun hebben van de bevolking.

De opkomst van – en ook van Hamas – toont nog een ander aspect. Zoals Rami Khouri, de hoofdredacteur van de Libanese krant Daily Star, schreef: “De Libanezen en de Palestijnen hebben op de herhaalde brutale en massale agressie van Israël tegen een weerloze burgerbevolking gereageerd door een parallel of alternatief leiderschap te verkiezen dat in staat is om hen te beschermen en in hun essentiële sociale behoeften te voorzien.”

Die twee bewegingen zijn niet zozeer een staat in de staat, zoals de westerse media voorhouden, maar een alternatieve staat die de taken overneemt die de officiële staat: Libanon of de PA niet meer kunnen vervullen, omdat ze compleet impotent zijn geworden door hun afhankelijkheid van de VS. Als linkse atheïst, zie ik dit niet graag gebeuren door bewegingen die zich beroepen op een zeer conservatief islamisme, maar waar wel de meerderheid van de bevolking achterstaat. Als marxist kan ik niet naast die feiten kijken.

Al deze nieuwe ontwikkelingen binnen Palestina en Libanon kunnen in de hele Arabische wereld snel een radicalisering voor gevolg hebben, met niet alleen een herwaardering van de gewapende strijd, maar met nog een groter politiek en moreel failliet van de Arabische regimes. Toen Arafat indertijd in het ‘vredesproces’ stapte was dit omdat hij geloofde dat militaire strijd nooit wat zou opleveren, beter speculeren op wat diplomatieke steun en internationale goodwill was zijn redenering. Nu blijkt dat guerrillataktieken wel wat uithalen tegen een regionale supermacht.

Tegelijkertijd gaf Arafat de alternatieve sociale structuren op (hospitalen, scholen, bijstand) die de PLO had ontwikkeld en die Hamas en Hezbollah tot voorbeeld hebben gediend, en droeg die over naar de Palestijnse Autoriteit, die zich ontwikkelde tot een ‘normaal’ Arabisch regime, te weten corrupt, inefficiënt en volledig afhankelijk van het Westen, met alle gevolgen van dien voor de Palestijnse maatschappij. Hamas heeft dit failliet van de PA aangegrepen door op 10 augustus voor te stellen gewoon de PA op te heffen. De PA kan gezien de omstandigheden – meeste van haar ministers aangehouden, alle infrastructuur door Israël verwoest – toch haar taken niet vervullen. Een opheffing van de PA, die in 1994 werd opgericht zou een terugkeer betekenen naar de situatie voor de Oslo-akkoorden, en vooral Israël confronteren met haar internationale verplichtingen als bezettingsmacht. Als bezetter is zij volgens de conventies van Genve verplicht om de salarissen van de ambtenaren te betalen en de basisvoorzieningen (oa onderwijs, geneeskunde, sociale zekerheid etc…) te verstrekken. Iets wat nu in theorie door de PA gebeurt (met vooral Europees geld, zodat Europa in feite de bezetting betaalt), maar in de praktijk niet meer kan.

Bij de Palestijnen is duidelijk een radicalisering aan het gebeuren. Ik gebruik als ‘thermometer’ de reactie van de Palestijnse staatsburgers in Israël, die groep Palestijnen die er, zeker materieel, het minst slecht aan toe is. Ondanks het feit dat zij ook een vijftal doden hadden door Hezbollah-beschietingen, steunen ze Hezbollah en Hamas. Die Israëlische Palestijnen en hun partijen, zoals Balad, betogen niet langer alleen meer in eigen steden (Nazareth, Umm al Fahm…), maar nu ook voor de Knesseth in Tel Aviv. En ze grijpen de oorlog aan om de discriminatie tegen hen aan te klagen. De Arabische steden en dorpen hadden geen schuilkelders, geen sirenes om de bevolking te verwittigen en als er over de radio werd verwittigd gebeurde dit enkel in het Hebreeuws en het Russisch, dat terwijl het Arabisch officieel de tweede nationale taal is. En nu de wederopbouw opgang komt gebeurt die grotendeels door zionistische organisaties, zoals het Jewish Agency, dat volgens zijn statuten enkel de joodse inwoners steunt. Volgens Haaretz van 16/8/06 arriveerde de eerste 60 miljoen dollar en zat er nog 120 miljoen dollar in de pijplijn van het Jewish Agency. En ook het Ministerie van Financiën dat toch voor alle staatsburgers zou moeten werken, discrimineert. Op de lijst van dorpen en steden die in aanmerking komen voor volledige compensatie van oorlogsschade komt geen enkel Arabisch dorp voor (Haaretz22/8/21), dit terwijl meer dan de helft van de bevolking in Noord-Israël Arabisch is en nogal wat dorpen werden getroffen.

Bush wordt ongeduldig

En de Grote Patron in Washington wordt kregelig. Is dit de ongenaakbare Gendarm die ze in 1967 engageerden om het Midden-Oosten te bewaken. Het is niet makkelijk, schreef diezelfde analist in Haaretz: “Israël heeft minstens 80 procent succes nodig om van een overwinning te spreken, Hezbollah heeft genoeg aan 20 procent. Eigenlijk winnen ze als zij het overleven. En dat is wat ook gebeurde.

Waar Israël eerst van geen internationale vredesmacht wou weten, verklaart Olmert nu dat ze in Libanon blijven tot die er komt. Olmert wil 15.000 ‘echte’ soldaten, geen ‘gepensioneerden’. Maar waar gaat zo’n grote troepenmacht met gevechtsopdracht worden bijeengeharkt? Frankrijk stuurt tot nu (25/8) toe 1200 man, dat is veel, en niet veel voor een land dat de leiding neemt voor een eigen Europese politiek. Duitsland is nog erger, dat wil geen troepen aan land, enkel op enkele boten voor de kust. Het gros komt voorlopig van Nepal en Maleisië, soldaten die, in de ogen van Olmert, slechter zijn dan ‘gepensioneerde’.

Israël en de VS in de penarie

In 1996 eindigde een rapport van het “Institute for Advanced Strategic and Political Studies Jeruzalem”, opgesteld door een reeks Amerikaanse neoconservatieven, onder leiding van Richard Perle nog met de doelstelling “Wanneer Israël economisch gezond is, vrij, machtig en intern gezond, dan zal het Arabisch-Israëlisch conflict niet langer beheerd moeten worden, maar dan zal het onder controle zijn.”

Van die interne gezondheid is weinig te merken. De voornaamste politici liggen onder vuur. Zowel aan Peretz als aan Olmert werd al gevraagd om af te treden. De militaire opperbevelhebber Dan Halutz bleek meer aan zijn eigen geldzaken te hebben gedacht dan aan de voorbereiding van de oorlog. Net voor de inval in Libanon verkocht hij gauw nog al zijn aandelen, wetende dat door de oorlog de beurs spectaculair zou zakken. De luchtmacht verweet de opperbevelhebber van de landmacht, Udi Adam onbekwaamheid en nog tijdens de gevechten werd hij vervangen door generaal-majoor Kaplinsky. De interne afrekeningen zijn begonnen.

En in de VS zijn de militairen en de Bush administratie zwaar ontevreden. Richard Armitage, voormalig vice-minister van Bush formuleert het zo aan Seymour Hersch “Als de grootste militaire macht in de regio – het Israëlisch leger – een land als Libanon, met vier miljoen inwoners, niet kan pacifiëren, begin je na te denken over acties tegen Iran, met een grote strategische diepte en zeventig miljoen inwoners. Massale bombardementen zetten de bevolking niet aan tot revolte, maar tot eenheid.”

Op lange termijn wou de VS een nieuw Midden-Oosten, met een sterk Israël en een conservatief Arabisch-Soennietische Bondgenootschap bestaande uit Saoedi-Arabië, Egypte en Jordanië. Oorspronkelijk was daar ook Irak in voorzien, maar daar liep het duidelijk uit de hand. Die landen keerden zich bij het begin van de oorlog tegen Hezbollah. In Saoedi-Arabië spraken trouwens twee hogere geestelijken fatwa’s uit tegen Hezbollah en tegen wie hen steunde. Maar dat keerde snel. De Saoedische minister van Buitenlandse Zaken, Saud al Faisal vertrok, toen duidelijk werd dat niet alles volgens Amerikaans en Israëlisch plan verliep, zelfs naar Washington en vroeg aan Bush een onmiddellijk staakt-het-vuren, toen de VS noch Israël dit al opportuun vonden. Van dat Bondgenootschap komt voorlopig dus niets in huis. Een oorlog tegen Iran belooft een catastrofe te worden. Maar als de pil is doorgeslikt en de kruitdamp weg getrokken zullen neoconservatieven de Israëlische oorlog tegen Hezbollah toch een succes noemen en hun plannen tegen Iran proberen doordrukken. Nu Iran toch wil doorzetten met zijn kernprogramma – en dat mogen ze volgens het NPT (Verdrag tegen de verspreiding van Kernwapens), zelfs Mia Doornaert moest dit in De Standaard toegeven – zullen de Amerikanen tamelijk snel moeten beslissen wat ze zullen doen. Blair doet zeker mee, maar de rest van de wereld ziet het niet zitten.

En ook in Israël klinkt alweer de kreet ‘Ten Oorlog’. Zowel opperbevelhebber Halutz als defensieminister Peretz vragen arrogant om een tweede ronde. Voor sommigen liefst dadelijk, zodat Hezbollah zijn bewapening niet kan aanvullen. Maar de Israëlische politieke opinie is er niet zo happig naar. Waarschijnlijk wacht men daarom op een afstraffing van de huidige regering, door een onderzoekscommissie of na een val van de regering (schandalen genoeg, zelfs seksschandalen waarbij de president en de minister van justitie zijn betrokken, waarover ze kan struikelen) zodat er een nieuwe onder leiding van Likud aan kan treden, die hoopt die tweede ronde wel te winnen. Ten Oorlog!

Toemaatje

En wij, die tegen dit neokoloniale wapengekletter zijn, worden verweten antisemiet te zijn. Ondermeer door ambassadeur Yehudi Kinar. In Israël heeft de Libanon-oorlog alvast een nieuwe definitie van antisemitisme opgeleverd: al wie opkomt voor de Conventies van Genève over de behandeling van de burgerbevolking is antisemiet. Wie eist dat Israël zich aan het oorlogsrecht houdt en de burgerbevolking moet sparen, is volgens de Rabijnen Shmuel Eliyahu en Tzefania Drori (in The Jerusalem Post van 21/8/06) een antisemiet die joden christelijke waarden – blijkbaar bestaan humanistische waarden, of internationaal recht niet voor dat soort rabbijnen – wil opdringen. Ik citeer: “Alle soorten van christelijke moraal hebben de moraal van ons leger en van onze natie ondermijnd met als gevolg veel burger- en militaire doden. Onze corrupte militaire moraal stelt dat onze soldaten hun leven in gevaar moeten brengen om vijandige burgers te beschermen, dat is de reden waarom we de oorlog hebben verloren. Antisemieten vragen ons zich volgens die christelijke moraal te gedragen, terwijl onze vijanden zich gedragen als Barbaren.”

(Uitpers, nr. 78, 8ste jg., september 2006)

(Dit is een herwerkte , aangevulde en geactualiseerde tekst die eerder als opiniestuk in De Morgen verscheen. Van Lucas Catherine veschijnt in oktober bij EPO een pamflet over de Libanonoorlog, onder de titel, Ten Oorlog).

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :