Tegen evolutie en de duivel. Het creationisme als religieus-politiek project.

In 2004 kwam het stadje Dover in Pennsylvania, een staat in het noordoosten van de Verenigde Staten, volop in de mediabelangstelling. Een aantal leden van de plaatselijke schoolraad toonde zich erg verontrust over de hoeveelheid evolutietheorie dat ze aantrof in het leerboek biologie van Kenneth Miller en Joe Levine, het meest gebruikte biologieboek in de Verenigde Staten.

Schoolraden zijn in de Verenigde Staten belast met de keuze voor de schoolboeken die de leerlingen in de klas moeten gebruiken. Eén van de leden van de raad in Dover had het biologieboek van Miller en Levine doorgenomen. Hij had vastgesteld dat it was laced with Darwinism (zoals een drankje, laced with poison). Als overtuigd creationist, had hij het er ontzettend moeilijk mee dat het boek kritiekloos aan de leerlingen zou worden gedoceerd. Andere leden van de schoolraad sloten zich aan bij zijn verzet.

Uiteindelijk besloot de schoolraad dat er voor de aanvang van de les biologie een mededeling zou worden gelezen dat evolutietheorie slechts een theorie (just a theory) was en geen feit. Leerlingen dienden zich er eveneens bewust van te zijn dat er nog een andere theorie bestond over het ontstaan van het leven, Intelligent Design. Deze maatregel veroorzaakte heel wat ophef. Een paar leden van de schoolraad stapten meteen op en de leerkrachten wetenschap weigerden eensgezind de opgelegde boodschap te lezen. Ook ouders waren verontwaardigd over de beslissing. Onder leiding van Tammy Kitzmiller, een moeder van een leerling in Dover, legden ze klacht neer bij de rechtbank. Het proces Kitzmiller v. Dover Area School District was een feit.

Op dat proces stond de vraag centraal of Intelligent Design een wetenschap dan wel een religie is. Het antwoord op deze vraag speelde een uitermate belangrijke rol. De aanklagers beweerden immers dat de maatregel die de schoolraad had afgekondigd een schending was van de scheiding tussen Kerk en Staat, die werd beschermd door het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet. Ze wilden aantonen dat Intelligent Design niets met wetenschap te maken had, en slechts een nieuwe vorm van creationisme, en dus religie, was. Het voorlezen van de mededeling was simpelweg ongrondwettelijk. Voorstanders van Intelligent Design verdedigden zich door erop te wijzen dat hun theorie wel degelijk wetenschappelijke waarde had en als een valabel alternatief voor darwinisme in de klas aan bod kon komen. Verschillende wetenschappelijke experts, waaronder Kenneth Miller, co-auteur van het betwiste leerboek, getuigden over de verklarende kracht van evolutietheorie. Anderen, zoals Barbara Forrest, ontblootten de creationistische wortels van de Intelligent Design beweging. Zich baserend op deze overtuigende verklaringen, besliste rechter John E. Jones III dat Intelligent Design, ondanks zijn wetenschappelijk cachet, wel degelijk religie was en geen plaats had in de lessen wetenschap. De mededeling van de schoolraad mocht dan ook niet meer worden voorgelezen.

Een kleine geschiedenis van het creationisme.

Het verdict betekende een zoveelste juridische nederlaag voor creationisten. Ook Intelligent Design was er niet in geslaagd een doorbraak te forceren in het verkrijgen van equal time in het staatsonderwijs. Nochtans is Intelligent Design de eerste creationistische ideologie die erin slaagt een heleboel mensen van haar wetenschappelijk karakter te overtuigen. De mensen die designideeën verkondigen zijn geen achterlijke hillbillies, maar wetenschappers met een doctoraatstitel (weliswaar bijna nooit in de biologie). Ze publiceren boeken in de stijl van wetenschappelijke literatuur (voetnoten, bibliografie, etc.), organiseren congressen en hanteren een academisch en wetenschappelijk (en dus ernstig klinkend) vocabularium. Wat meer: elke verwijzing naar God en de Bijbel wordt zorgvuldig vermeden. Ze spreken enkel over een intelligent agent, die verantwoordelijk is voor bepaalde complexe vormen van ontwerp (design) in de natuur. Daarbij leggen ze er expliciet de nadruk op niks te maken te hebben met de jonge aarde creationisten. Creationisme is geloof, Intelligent Design is zuiver wetenschap. Maar rechter John E. Jones III oordeelde er dus anders over en dit geheel terecht.

Intelligent Design vormt slechts de zoveelste adaptatie van het creationisme aan de specifieke juridische omgeving van het Amerikaanse rechtssysteem. Daarbij springt meteen één specifieke tendens in het oog. Om in de lessen biologie een plaats te kunnen verwerven naast evolutietheorie heeft het creationisme zich steeds meer in een wetenschappelijke jas gehuld. Eerst veranderde Bijbels creationisme in wetenschappelijk creationisme (scientific creationism of creation science), en later stak Intelligent Design de kop op. Niet ontoevallig traden deze mutaties op na een rechterlijke uitspraak in het nadeel van het creationisme.

Het wetenschappelijk creationisme is een product van de jaren zestig en zeventig. Na het beruchte Scopes proces in 1925, waar evolutionisten tevergeefs de anti-evolutiewet van Tennessee aan de kaak wilden stellen, was evolutie nagenoeg volledig uit de schoolboeken verdwenen. Pas een goede dertig jaar later kwam daar verandering in. De Sovjets waren er in 1957 als eersten in geslaagd een satelliet, de Sputnik, in een baan om de aarde te krijgen. In de Verenigde Staten kwam deze nederlaag in de ruimtestrijd hard aan. Een zondebok werd gevonden in het Amerikaanse onderwijs, dat niet voor een degelijke wetenschappelijke opleiding zou kunnen zorgen. Een grondige hervorming diende zich aan. De leerboeken werden herschreven en in de lessen biologie was het onvermijdelijk dat de evolutietheorie aan bod kwam.

Een creationistische reactie bleef niet lang uit en het verzet tegen evolutietheorie groeide. In 1968 oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof echter dat anti-evolutiewetten, zoals die van Tennessee, ongrondwettelijk waren. Daarenboven verbood het hof het Bijbelse scheppingsverhaal als alternatief voor evolutie in de lessen biologie. Dit betekende een ernstige kaakslag voor creationisten. Daarop ontwikkelden ze een nieuwe strategie. Ze stelden de schepping, zoals die was beschreven in Genesis, niet langer voor als een louter Bijbelse waarheid, maar als een wetenschappelijke waarheid, die kon worden ondersteund met wetenschappelijke feiten. Tegelijkertijd stelden ze de wetenschappelijkheid van evolutietheorie in vraag, waardoor ze beide ‘theorieën’ minstens als evenwaardige alternatieven naar voren konden schuiven. Als evolutie in de lessen aan bod kwam, dan zou ook creation science aan bod moeten komen.

Begin jaren tachtig wierp deze strategie vruchten af. In een tweetal staten, Arkansas en Louisiana, werden equal time wetten goedgekeurd. Maar het succes was maar van korte duur. In 1987 besliste het Amerikaanse Hooggerechtshof dat deze wetten ongrondwettelijk waren omdat ze de scheiding tussen kerk en staat niet respecteerden. De creationisten zagen zich geconfronteerd met een nieuwe tegenslag, maar al snel diende een nieuwe variant zich aan. Dat was Intelligent Design. Misschien kon deze versie wel door de mazen van het juridische net glippen. Het proces van Dover stelde echter abrupt een einde aan de hooggespannen verwachtingen.

Waarom tegen evolutie?

Deze geschiedenis leert ons dat het creationisme niet zozeer bekommerd is om de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. De aanpassingen die het creationisme een wetenschappelijk uiterlijk moeten geven, gebeuren pas nadat juridische beslissingen ze noodzakelijk maken. Daarbij is het ironisch dat het creationisme steeds meer de vorm aanneemt van de maatschappelijke autoriteit die ze tracht te bestrijden. Maar als creationisten er niet zozeer op uit zijn om wetenschap te verbeteren, wat willen ze dan wel? Waarom stellen ze keer op keer evolutietheorie in vraag en zouden ze die het liefst van al uit de onderwijscurricula zien verdwijnen? Om hierop een antwoord te kunnen geven, keren we nog wat verder terug in de tijd, naar de periode vóór het Scopes proces. Tussen 1910 en 1920 groeide immers voor het eerst sterk verzet tegen evolutie in het onderwijs.

Een aantal factoren speelden hierin een rol, maar voornamelijk een drastische hervorming van het Amerikaanse onderwijssysteem zorgde voor de aanzet. Veel meer kinderen kregen toegang tot het onderwijs en bijgevolg kwamen er ook steeds meer kinderen in aanraking met evolutie. Evolutie had immers sinds de eeuwwisseling een prominente plaats verworven in de handboeken biologie. Vooral fundamentalistische christenen, die zich sowieso al stoorden aan de gevolgen van een moderniserende samenleving , toonden zich erg ongerust over de impact die evolutie kon hebben op de morele gezondheid van hun kinderen. Ze vreesden dat als je kinderen leert dat ze dieren zijn, ze zich ook als dieren zullen gedragen. Tegelijkertijd bracht evolutie volgens hen hun kinderen van het rechte pad van het geloof, waardoor evolutie niets minder was dan een bedreiging voor hun zielenheil. Ook geloofden ze dat evolutie God uit de maatschappij verdreef, waardoor er een dog eat dog samenleving zou ontstaan waarin alleen de wet van de sterkste geldt.

Begin jaren twintig vond deze beweging zijn voornaamste vertegenwoordiger en spreekbuis in de persoon van William Jennings Bryan. Bryan was een vooraanstaand lid van de Democratische partij en één van de laatste politici die we de ‘progressieven’ noemen. De progressieven probeerden morele normen in wetteksten vast te leggen en op die manier morele vooruitgang te realiseren. Ze lagen aan de basis van de wettelijke afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten. Daarna ijverden ze succesvol voor prohibitiewetten die de verkoop van alcohol verboden. In evolutie erkenden de progressieven een nieuwe vijand van het morele heil van Amerika. Met de fundamentalistische christenen deelden ze de angst voor de vermeende sociale gevolgen van het Darwinisme. Hierdoor geraakten de progressieven echter steeds meer in traditioneel conservatieve hoek verzeild. Doordat net Bryan, die zich bij het begin van de twintigste eeuw driemaal kandidaat had gesteld voor de presidentsverkiezingen, de anti-evolutionistische draad opnam kregen de fundamentalisten een stevige politieke schwung en groeide de beweging uit tot een politieke factor van formaat. Slechts een vijftal staten kondigden anti-evolutionistische maatregelen af, maar de impact was enorm. Na het proces Scopes, waar Bryan de belangen van de staat Tennessee (en dus de door haar goedgekeurde wet) met succes had verdedigd, verdween evolutie geleidelijk aan van het toneel. Onder commerciële druk schrapten uitgeverijen evolutie steeds meer uit hun handboeken biologie. Hierdoor verdween evolutie in de jaren dertig nagenoeg volledig uit het curriculum. De anti-evolutionistische beweging had haar doel bereikt en kon op haar lauweren rusten, meer dan dertig jaar lang.

Het feit dat evolutie uit de klas was verdwenen betekende echter niet dat leerlingen het Bijbelse scheppingsverhaal werd ingepeperd. In het stilzwijgen werden zowel het creationisme als evolutie evenwaardig behandeld. Vandaag is die optie echter volledig uitgesloten. Evolutie kan niet langer uit het onderwijs worden geweerd. Daarom proberen creationisten sinds de jaren zestig hun verhaal door allerlei aanpassingen naast evolutie in de klas te krijgen. Tegelijkertijd bewegen ze hemel en aarde om evolutie in het onderwijs te beperken. Daarbij is de drijfveer steeds dezelfde gebleven: het bestrijden van de atheïstische evolutietheorie, en al het maatschappelijke kwaad dat deze “religie zonder god” volgens hen met zich meebrengt.

Het creationisme als beweging vandaag.

Hedendaagse creationisten maken graag en gretig gebruik van het internet. Talloze websites van creationistische organisaties zoals het Institute for Creation Research (ICR) van Henry Morris of Answers in Genesis (AiG) van Ken ‘where U there’ Ham, dienen als forum om de anti-evolutionistische boodschap te verspreiden. Tevens kan je er artikelen lezen over het onnatuurlijke, en dus zondige karakter van homoseksualiteit, over het extreme feminisme dat de vrouw boven de man plaatst, over de duivelse gevolgen van het secularisme, enz. Heel expliciet zijn afbeeldingen van Bomen van het Kwaad. Daarbij wordt de evolutietheorie voorgesteld als de wortel van diverse moderne plagen: drugsgebruik, criminaliteit, nazisme, communisme en terrorisme, alsook verschrikkingen zoals secularisme, humanisme, feminisme, hard rock, seksuele opvoeding en New Age. In de vorm van een bijl of een houthakker is het creationisme de boom reeds aan het vellen. De prenten maken meteen duidelijk waar het creationisten om te doen is: een einde stellen aan de moderne vrije, pluralistische samenleving om plaats te maken voor een traditionele samenleving waar de bijbel (of althans hun interpretatie ervan) de wetten stelt. De wetenschap is hier ver, héél ver, te zoeken.

Het internet is niet het enige forum waar creationisten actief zijn. Je kan hun fundamentalistische boodschap ook horen op radioprogramma’s of lezen in een van hun talloze tijdschriften of boeken. En als je nog meer wilt weten kan je een bezoekje brengen aan creationistische musea van het ICR en AiG waar je mensen naast dinosaurussen kunt zien lopen. Of wat dacht je van een rondleiding in de Grand Canyon om er de bewijzen van de zondvloed te zien? En dan zijn er nog de leerboeken, de kinderboekjes, de dvd’s, enz. Geld noch moeite wordt gespaard om je te overtuigen van het grote gelijk van het creationisme. En creationisten hebben veel geld. Zowel het ICR als AiG kunnen elk beschikken over een jaarlijks budget van vier miljoen Amerikaanse dollar. Ter vergelijking: American Humanist Association, de grootste Amerikaanse humanistische organisatie, werkt met een jaarlijks budget van één miljoen dollar.

Intelligent Design, de vorm van creationisme die halsstarrig volhoudt geen creationisme te zijn, is in hetzelfde ideologische bedje ziek. Dit blijkt onder meer uit het Wedge-document dat eind jaren negentig op het internet terecht kwam. Niet alleen wil Intelligent Design plaats maken voor God in de wetenschap, maar ook, en vooral, in de samenleving. Georganiseerd in onder meer de Center for Science and Culture (CSC, het vroegere Center for the Renewal of Science and Culture), dromen voorstanders van Intelligent Design van een heuse culturele revolutie. Ze kregen daarvoor onder meer al geld van Howard Fielstead Ahmanson, voorzitter van het bedrijf Fielstead and Co., dat in 1997 goed was voor een omzet van 47 miljard dollar. Ahmanson wordt in nauw verband gebracht met extreemrechtse, christelijke ‘reconstructionistische’ bewegingen, die dromen van een theocratische maatschappij.

Verontrustend is dat creationisten niet moeten bedelen om steun bij de Amerikaanse bevolking. Uit een Gallup bevraging van juni 2007 bleek dat 41 (eenenveertig!) percent van de Amerikanen geloofde dat de aarde tienduizend jaar geleden door God was geschapen en dat er helemaal geen evolutie heeft plaatsgevonden. Slechts 28 percent aanvaardde evolutie en verwierp creationisme. Intelligent Design kan zo mogelijk een nog groter publiek aanspreken.

Nog verontrustender, voor ons althans, is dat creationisme niet binnen de grenzen van de Verenigde Staten beperkt blijft. Zo toont een bevraging in Canada van eind juli 2008 aan dat slechts 58 percent van de bevolking evolutie aanvaardt en dat 22 percent creationist is. Ook in Europa toont men zich niet ongevoelig voor het creationisme, en zeker niet voor Intelligent Design. In Nederland bijvoorbeeld zijn er reeds een aantal academici die menen dat ID een kans moet krijgen. Als reactie op dergelijke initiatieven ondertekende de Raad van Europa in 2007 een document waarin de gevaren van het creationisme voor het onderwijs op een rijtje werden gezet. Ook binnen de islam lijkt het creationisme toe te nemen (of extremere vormen aan te nemen). De boeken van de Turkse schrijver Harun Yahya, een alias voor Adnan Oktar, staan bol van de afkeer tegen de evolutietheorie en haar verbeelde perfide gevolgen voor de mens en de samenleving. Yahya’s argumenten komen rechtstreeks overgewaaid uit de Verenigde Staten en worden door hem (en zijn schrijverscollectief) handig binnen een islamitische context geplaatst. Bij moslimjongeren in Europa, die op zoek zijn naar een eigen identiteit binnen een westerse maatschappij, vinden zijn boeken gretig afname. Ze herhalen zijn argumenten maar al te graag in de klas, tot grote wanhoop van de leerkrachten.

Besluit

Iedereen mag geloven wat hij wil. Je kan niemand verplichten om zijn geloof in een jonge aarde of een bovennatuurlijke, knutselende intelligentie af te zweren, gelukkig maar. Maar in hun rabiate strijd tegen de evolutietheorie, viseren creationisten in de Verenigde Staten de principes van een open, democratische samenleving. Het liefst zouden ze hun rigide geloof willen opleggen aan anderen, waardoor niet alleen vrijzinnigen maar ook gelovigen van andere strekking in hun overtuiging belemmerd worden. Mochten creationisten hun zin krijgen, dan zouden homoseksuelen worden vervolgd, abortus en euthanasie verboden worden, en de vrouw terug aan de haard geplaatst. Denk Taliban… Daarom volstaat het niet creationisten louter met argumenten te bekampen, maar moeten ze van antwoord worden gediend op alle niveaus, in de wetenschappen en in de theologie, in de politiek en in rechtbanken, op scholen en campussen, enz. Het is een eindeloze strijd: onlangs nog werd in Louisiana een creationistisch geïnspireerde wet goedgekeurd. Maar het is een strijd die niet mag worden verloren.

(Uitpers, nr 103, 10de jg., november 2008)

Dit artikel verscheen eerder in Aktief, het ledenblad van het Masereelfonds, nr. 2008 september-oktober-november

Print Friendly, PDF & Email

Visited 168 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook