Syrië, het kruitvat van het Midden-Oosten

Al anderhalve maand staat het regime van de Syrische president Bashar al-Assad onder druk van niet aflatend straatprotest, dat hard wordt aangepakt. Er zouden sedert 15 maart al 453 mensen zijn gedood. Hoe het zal aflopen met de president is nog alles behalve duidelijk. Maar de situatie is vanuit internationaal perspectief gezien uiterst delicaat. Het land is immers een zowel intern als extern een kruitvat, dat bij ontploffing het Midden-Oosten in een nieuwe grote oorlog kan storten.

Dat de familie Assad niet erg populair meer is, is te begrijpen. Syrië behoort tot de armere broertjes van de Arabische wereld en het wordt autoritair, om niet te zeggen dictatoriaal, geregeerd. Ooit was het echter anders. Vader Hafez al-Assad was populair toen hij als minister van Defensie in 1970 een staatsgreep pleegde nadat hij geweigerd had de luchtmacht in te zetten in Jordanië waar Jordaanse troepen de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), met succes, probeerde te verdrijven. Dat gebeurde in de maand september, die door de Palestijnen sedertdien “zwarte september” werd genoemd. Het werd ook de naam van een Palestijnse terreurgroep, die onder meer de Jordaanse premier Wasfi Tal, de man die de repressie leidde, in 1971 in Cairo vermoordde.

Syrië was sedert zijn onafhankelijkheid na de Tweede Wereldoorlog een woelig en onstabiel land, met geregeld staatsgrepen en strijd tussen strekkingen allerhande. In 1963 kwam de Baath-partij er aan de macht, maar dat bracht geen rust. De linker- en de rechtervleugel van de partij leefden op voet van oorlog. Daarbij was er rivaliteit tussen burgers en militairen. Inmenging en intriges van het Westen en buurlanden als Irak en Saudi-Arabië maakten het alleen maar erger.

Hafez al-Assad was een pragmaticus en schiep, na de burgerlijk-linkse fractie in de partij te hebben uitgeschakeld, voor het eerst in jaren orde en rust. Het maakte hem enorm populair. In 1971 werd hij met overweldigende meerderheid tot president gekozen. In die eerste jaren was hij gemakkelijk te benaderen en bij ontmoetingen, zelfs in gemakkelijk binnen te dringen plaatsen, was er nauwelijks politie in de buurt. Maar de ontgoocheling werd des te groter. Syrië bleef socialistisch, sterk op Moskou gericht en – vooral -arm. Plannen om de teugels te vieren op economisch vlak leverden, tot de dag van vandaag, nog niet veel op.

Libanese burgeroorlog

Daarbij kwam dan de burgeroorlog in Libanon (1975-1990), waar Assad om pragmatische redenen tussenbeide kwam om de ondergang van de christenen tegen de coalitie van Palestijnen en Libanese soennieten te verhinderen. Dat wakkerde het al aanwezige moslim-fundamentalisme aan. De Baath mag dan al in principe een niet-religieuze partij zijn, de meerderheid van de Syriërs is vrij religieus. Zelfs in de hoofdstad Damascus zijn er vele restaurants die weigeren alcohol te schenken, al vloeit de whisky en arak (anijsdrank) op andere plaatsen met beken. Komt daarbij dat Assad een alawiet is, een tak van het sjiisme, die in Syrië zowat 10% van de bevolking telt. De soennieten maken zowat 75% uit, terwijl er nog andere religieuze minderheden zijn zoals de christenen, ook ongeveer 10%, en druzen. Met daarnaast nog een roerige etnische minderheid van Koerden.

De soennieten beschouwen de alawieten als ketters, namen het niet dat ze door een minderheid worden geregeerd, die bovendien christenen ging steunen tegen moslims. Na een reeks guerrilla-acties, kwamen ze in 1982 openlijk in opstand in de stad Hama, een opstand die zonder pardon en met de zware middelen door de broer van de president, Rifaat al-Assad, de kop werd neergeslagen. Officieel kwamen daarbij een 700-tal mensen om, die zich in een aantal appartementsgebouwen hadden verschanst. Daarbij heeft de mythevorming het aantal slachtoffers tot zelfs 50.000 doden opgedreven. Wie de stad heeft bezocht, en het plein, waar ooit de appartementsblokken stonden, heeft gezien, weet dat er inderdaad heel wat overdrijving is gebeurd. Syriërs die er wonen weten dat zeer goed. Het regime sprak die hoge cijfers echter nooit echt tegen omdat ze potentiële opposanten wou afschrikken.

Ook Assad kon, zoals Hosni Mobarak in Egypte en Ali Abdullah Saleh in Jemen, niet weerstaan aan de verleiding van de macht en de financiële voordelen ervan. Hij versmalde zijn machtsbasis door zijn eigen alawitische aanhang te bevoordelen, ten nadele van rivaliserende alawitische clans. Dat verklaart waarom in de havenstad Latakia, niet ver van Turkije, één van de bolwerken van de alawieten, ook dezer dagen geregeld wordt gemanifesteerd. De gecoöpteerde soennieten, christenen en druzen mochten mee genieten van de vetpotten van Damascus. Abdel Halim al-Khaddam, een soenniet, die van 1970 tot 1984 minister van Buitenlandse Zaken was, en van 1984 tot 2005 vice-president, wist dankzij zijn positie een mooi fortuin te vergaren. Hij kreeg echter ruzie met Bashar al-Assad, die in 2000 zijn aan een hartaanval overleden vader had opgevolgd, en vestigde zich als balling in Parijs, waar hij vergeefs probeerde een “democratische” oppositie achter zich te krijgen.

Bashar al-Assad zelf was, zoals zijn vader, populair bij zijn aantreden. Hij vierde immers de teugels, liet politieke gevangenen vrij, stond meer vrijheid van spreken toe en probeerde kuis te houden onder de oude garde. Die “Damasceense lente” duurde echter niet lang. Na enkele maanden keerde alles terug naar het oude. De oude garde was niet klein te krijgen. Oppositionele politici, journalisten, intellectuelen verdwenen opnieuw in de gevangenis. Evenals Koerden die protesteerden tegen de discriminatie waarvan ze het voorwerp zijn.

Splijtstof genoeg dus, evenals redenen om op straat te komen. De “Arabische lente” in Tunesië en Egypte zette ook de Syriërs dat ook te gaan doen vanaf 15 maart. Dit tot grote verontrusting van de “internationale gemeenschap”. Rusland is bang zijn enige nog overblijvende bondgenoot in de regio, met wie het sterke handelsbanden en militaire samenwerking heeft, te verliezen. De westerse landen weten dat Syrië in de Arabische landen, althans bij de bevolking ervan, een groot prestige geniet vanwege zijn sterke Arabisch-nationalistische standpunten.

Het land eist nog altijd de door Israël in 1967 veroverde en geannexeerde Golan-hoogten terug. Iets waar Israël niets van wil weten – en in deze de steun krijgt van het Westen, dat in deze kwestie een middel ziet om Damascus onder druk te zetten. Maar wat het Westen kan, kan ook Syrië. Het heeft een netwerk van allianties opgebouwd, met onder meer de Palestijnse beweging Hamas, met Hezbollah (Partij van God) in Libanon en vooral met Iran.

Eerder, na de verovering van Irak door de VS en Groot-Brittannië, stond Syrië, evenals Libië, vooraan op de lijst van landen, waar een “regimewissel” moest komen. Kolonel Kadhafi dacht dat hij op de eerste plaats stond. Daarom gaf hij nog in 2003 zijn massavernietigingswapens op en ging nauw samenwerken met het Westen. Het heeft niet mogen baten. Syrië van zijn kant ging volop het soennitische verzet in Irak tegen de bezetting steunen. Met succes, het Westen wilde, na de fiasco’s in Afghanistan en Irak, geen derde oorlog meer wegens het risico dat het ook in Syrië zou vastlopen in het zand. En Damascus heeft nog troeven achter de hand als het te veel onder druk komt of dreigt ten onder te gaan. Het kan zijn netwerken activeren en er voor zorgen dat Israël sombere dagen tegemoet kan zien als het van alle kanten met raketten wordt bestookt. Waardoor Israël zich verplicht zal voelen nogmaals ten strijd te trekken, wat kan uitlopen op een algemene oorlog in het Midden-Oosten, waarbij Iran, wellicht ook Irak en en vermoedelijk ook Egypte, als het een democratisch verkozen regering heeft, niet aan de zijlijn zullen blijven staan.

(Uitpers nr. 131, 12de jg., mei 2011)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 95 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook