Susan Nathan over ‘de andere kant van Israël’

Van de Israëlische Susan Nathan verscheen onlangs in Nederlandse vertaling, ‘De andere kant van Israël. Mijn reis over de joods-Arabische scheidslijn’. wordt in de boekenrubriek besproken. Ter gelegenheid van het andere boek had Wim de Neuter een interview met de auteur (red.).

“Toen ik in 1999 in Israël aankwam om mijn recht op staatsburgerschap op te eisen, zat mijn hoofd nog steeds vol met romantische ideeën over het zionisme en de staat Israël,” schrijft Susan Nathan, de Brits-Zuid-Afrikaans, joodse auteur van het merkwaardige boek ‘De andere kant van Israël. Mijn reis over de joods-Arabische scheidslijn’.

“De joden hadden een onbewoond, onvruchtbaar land betrokken: ‘een land zonder volk, voor een volk zonder land’. Wij hadden de woestijn in bloei gezet, we hadden een onbewoond stukje van het Midden-Oosten gevuld met kibboetsen, de collectieve boerderijen die in de eerste jaren de pionierende ruggengraat van de staat vormden. Op dat moment kwam de gedachte dat het land vol vreemdelingen was, mensen naast wie ik en mijn landgenoten een volkomen gescheiden bestaan hadden, niet in mijn hoofd op. Een miljoen Arabieren die de staat met de joden delen – Palestijnen die na de oorlog van 1948 in het land waren gebleven en dus door toeval, en niet zozeer omdat dat de bedoeling was, Israëlisch staatsburger waren geworden – waren voor mij onzichtbaar, zoals ze voor bijna alle Israëlische joden onzichtbaar zijn. Hun cultuur, hun maatschappij en hun verhaal waren een gesloten boek.”

Inmiddels heeft Susan Nathan dat boek eigenhandig – and with a little help from her friends – geopend. Ze besloot in 2003 van het blitse Tel Aviv te verhuizen naar het grauwe, overbevolkte, op een vluchtelingenkamp lijkende stadje Tamra. Daar leven 25.000 ‘Israëlische Arabieren’, zoals ze officieel heten. Het zijn Palestijnen, net zoals de inwoners van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever, Gaza of de vluchtelingenkampen in Libanon, Syrië, Jordanië. Maar officieel Israël heeft nog altijd de grootste moeite om deze medeburgers bij hun echte naam te noemen.

In uw boek vertelt u dat u naar Israël ging met heel de bagage van uw zionistische opvoeding. Na verloop van tijd merkte u dat die opvoeding niet bestand leek tegen de werkelijkheid die u in de staat Israël elke dag weer ontdekte. Om het even oneerbiedig te stellen: hoe bent u van uw zionistische geloof gevallen?

Susan Nathan: Wat nu precies de doorslag heeft gegeven, kan ik moeilijk achterhalen. Er was zo veel. Eigenlijk heb ik een heel proces doorlopen.

Dat vaak heel confronterend was.

Susan Nathan: Ja, natuurlijk. Ik kende de traditionele zionistische mythe over de staat Israël: “het land zonder volk, voor een volk zonder land”. Op een bepaald ogenblik kreeg ik de autobiografie van de Jeruzalemse dokter Mufid Abdul Hadi in handen. Daarin staat een hele aangrijpende passage over zijn ontsnapping uit Palestina in 1948, samen met een hele groep andere vluchtelingen, nadat de staat Israël was uitgeroepen. Deze Palestijnse dokter eindigde zijn verhaal met een scène op een schip, de al-Malik Fuad, die op weg ging naar Zweden. Toen de boot het anker lichtte, kwam een ander schip deze Palestijnse vluchtelingen tegemoet. Op het dek stonden honderden uitzinnige mensen te zingen. Voor het eerst begroetten ze het “Beloofde Land”. Mufid Abdul Hadi beschreef hoe deze mensen naar hen zwaaiden met de vlag van de joodse staat. Dat was de keerzijde van het verhaal van de Exodus, zoals dat vereeuwigd was in het boek van Leon Uris. Dat verhaal had in mijn jeugd zo’n grote liefde voor Israël in mij opgewekt. Maar, niemand had mij ooit gezegd dat de uitzinnige vreugde van ons volk indertijd ten koste was gegaan van een ander volk.

Was er zoiets als een ‘declic’, een gebeurtenis die je plots op andere gedachten bracht?

Susan Nathan: Nee. Voor mij is het allemaal heel geleidelijk gegaan. Ik heb ook niet plotseling beslist om uit Tel Aviv, uit de joodse sector, weg te gaan en te verhuizen naar de Arabische sector, naar het stadje Tamra. Ik ben me heel geleidelijk bewust geworden van de realiteit van de Israëlische samenleving. Een samenleving, die uit joden bestaat en geen enkel oog heeft voor de Arabieren die er leven. Ik kwam er maar geleidelijk achter dat de zionistische mythologie op één grote leugen berust. Ik kwam in oktober 1999 in Israël aan en eind september 2000 brak de tweede Intifada uit. Op dat ogenblik werd me duidelijk hoe mijn joodse vrienden over de Arabieren dachten. Zij wezen zonder onderscheid de Palestijnen met de vinger. “Kijk naar die Arabieren, kijk hoe ze de boel hier op stelten zetten. Zij zouden ons en de (toenmalige) premier Ehud Barak dankbaar moeten zijn voor ons vredesaanbod.” Geen enkele van mijn vrienden kon begrijpen waarom de Palestijnen zo reageerden. Ik keek geschokt naar de beelden op de televisie en besloot een stap op zij te zetten. Ik wilde te weten komen wat mijn rol moest zijn binnen de maatschappij van mijn nieuw land. Welke bijdrage kon ik leveren? Zo begon dat. Maar, ik had niet het geringste idee van wat mijn rol was in dit land. Ik stelde alleen maar vast dat die rol niet kon samenvallen met die van mijn vrienden met hun beschuldigend vingertje in de lucht.

Het geweld in die dagen woedde niet alleen ver weg, in de bezette Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem. Het was ook vlak bij. In Israël vielen er toen dertien Palestijnse slachtoffers bij betogingen.

Susan Nathan: Voor mij was dat heel choquerend. Ik merkte hoe Israëlische staatsburgers zonder meer werden neergekogeld. Volkomen straffeloos. Ik kende de houding van de Israëlische regering inmiddels al. Ik had gezien hoe op de Westelijke Jordaanoever joodse kolonisten ongestraft Palestijnen kunnen vermoorden, hoe ze Palestijnse grond stelen, hoe ze olijfgaarden vernietigen. Dit was echter iets anders.

In die dagen kwam ik via vrienden in contact met een joods-Arabische niet-gouvernementele organisatie, die zich inzet voor de minderbedeelde gemeenschappen in Israël, vooral dan voor de Arabische bevolking – de minderheid die niettemin 20% van de bevolking uitmaakt – en de mizrahim, de joden die vanuit de Arabische landen naar de joodse staat zijn geïmmigreerd, uit Jemen, Irak, Marokko. Voor iemand die in de luchtbel Tel Aviv leeft, is dit een heel aparte ervaring. Goed opgeleide mensen komen in Tel Aviv absoluut niets te kort. Ze beschikken over alle denkbare comfort, hoeven zich niets aan te trekken van de politiek, stellen zich geen vragen over de manier waarop de Israëlische samenleving in mekaar zit. Vanuit die luchtbel merkt niemand dat er Arabisch gebied bestaat in Israël.

Via deze niet-gouvernementele organisatie ben ik onder meer naar Tamra geweest. Bij mijn eerste reis naar deze Arabische stad in Galilea, de meest noordelijke regio van Israël, had ik al gemerkt dat Arabische steden en dorpen eigenlijk niet bestaan. Overal langs de weg zie je groene borden, die aangeven hoe je naar Haïfa, Akka of Karmiel komt. Zelfs piepkleine joodse gemeenschappen als Shlomi en Misgav zijn netjes aangegeven. Wie op zoek is naar Tamra, vindt helaas geen enkele wegwijzer. Na tien minuten, een kwartier, in een Arabische stad als Tamra, vallen de schellen van je ogen. “Waar heb ik tot nog toe geleefd?” Hoe komt het dat de ellende van deze mensen, de verdrukking waaronder ze gebukt gaan, de onteigening die ze hebben gekend, de sociale onrechtvaardigheid, voor mij verborgen zijn gebleven?

Ik kon niet anders dan de parallel trekken met wat ik in Zuid-Afrika altijd heb gezien. Ik ben ook Zuid-Afrikaans staatsburger. Mijn vader is in Zuid-Afrika geboren, studeerde geneeskunde in Groot-Brittannië waar hij later bleef werken. In 1973, na zij pensionering, ging hij terug naar Zuid-Afrika. Ik ken dat land dus heel goed en ik weet wat apartheid is.

In uw boek maakt u regelmatig vergelijkingen met wat u in Israël beleefde en wat u bijvoorbeeld in Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid heeft gezien…

Susan Nathan: Ik maak geen vergelijkingen, ik trek parallellen. Zeker in Israël moet je geen vergelijkingen maken, want dan krijg je onmiddellijk de typische reactie: “ja, maar wij hebben meer geleden dan de anderen”. Menselijk leed is menselijk leed. Sociale onrechtvaardigheid is sociale onrechtvaardigheid. Wie er het slachtoffer van is, kan bezwaarlijk zeggen: “ik lijd meer dan andere of de andere lijdt minder dan ik”. “En dus ben ik beter dan de andere”.

Eén van die parallellen uit uw boek, is echt heel aangrijpend. U vertelt het verhaal van de Palestijnse Samira, een inwoonster van Tamra, die het huis van haar ouders wil zien in het dorp Ein Hoed. Haar ouders waren daar in 1948 verjaagd. En u vertelt ook het verhaal van de Britse rabbijn John D. Rayner, die ooit naar zijn ouderlijke huis in Berlijn trok.

Susan Nathan: De ouders van Samira woonden tot 1948 in Ein Hoed, een dorp dat in tegenstelling tot de meer dan vierhonderd andere Palestijnse dorpen niet van de kaart is geveegd. Het bestaat nog altijd, maar heet nu Een Hod en het is een kunstenaarskolonie en toeristische trekpleister geworden. Samira vertelde me hoe traumatisch het voor haar was geweest om haar ouderlijke huis opnieuw te gaan opzoeken. Dat huis wordt nu bewoond door een joodse kunstenares. Samira had een Zweedse vriendin meegenomen naar Een Hod. Toen ze aanklopte en zei wie ze was, had de kunstenares het liefst van al de deur weer voor haar neus dichtgeklapt. Pas na aandringen van de Zweedse vriendin mochten ze heel even een blik werpen in het huis en werden dan onmiddellijk gesommeerd om weer weg te gaan. Voor Samira was dat een vreselijke ervaring. Wat zij had meegemaakt stond in schril contrast met het verhaal van John D. Rayner, de voormalige rabbijn van de liberale synagoge in Londen en een oude vriend van mijn ouders. Enkele jaren geleden was hij met zijn dochter teruggegaan naar Berlijn, de stad waar hij was opgegroeid tot zijn familie door het opkomende nazisme uit elkaar werd gerukt. John was als jongetje een van de duizenden kinderen die op de zogenaamde kindertransporten met treinen en boten naar Groot-Brittannië waren gebracht. Zijn ouders bleven in Berlijn en zijn uiteindelijk in handen van de Gestapo gevallen, naar Auschwitz gedeporteerd en omgebracht. John ging met zijn dochter naar het huis van zijn ouders in Berlijn, werd er allerhartelijkst ontvangen door de nieuwe eigenaars. Ze lieten hem het huis zien, dronken koffie in de tuin, ze luisterden naar de herinneringen van de rabbijn aan het huis, aan het Berlijn van zijn jeugd. Bij het vertrekt drukte de Berlijnse gastheer hem op het hart dat hij altijd welkom was. Die parallel of liever het verschil in de manier waarop John en Samira waren behandeld, spreekt boekdelen over het verschil van de twee naties – Duitsland en Israël – om het verleden onder ogen te zien.

Voor rabbijn Rayner was dit bezoek aan Berlijn een absoluut positieve, hartversterkende ervaring. Voor de meeste Palestijnen, die vaak op een steenworp afstand wonen van het huis, waaruit hun ouders of grootouders in 1948 zijn verjaagd, is zo’n terugkeer naar de eigen roots vaak heel vervreemdend, heel deprimerend. Omdat dit alles nog eens onderstreept hoe zij door de Israëlische joden worden behandeld: zonder enig respect voor wat ze hebben meegemaakt. Hoe ze door de joodse staat worden misprezen en aan hun lot worden overgelaten. Kortom hoe hun bestaan wordt ontkend.

En eigenlijk moet ik zeggen dat de meerderheid van de joden in de rest van de wereld precies hetzelfde doet. Deze joden blijven immense bedragen pompen in deze staat Israël

Is de ontkenning van de Palestijnse geschiedenis dan de belangrijkste oorzaak voor het ontstellende gebrek aan empathie, dat de meerderheid van de joden, binnen en buiten de staat Israël blijven tentoonspreiden?

Susan Nathan: Dat mag je zo wel stellen, ja. Vergeet ook niet dat het leven in Israël een dagelijkse strijd is om te overleven. Dat geldt voor de joden en dat geldt des te meer voor de Palestijnse burgers van deze staat. Vergeet niet dat Israël een land is dat constant in staat van oorlog verkeert. Israël is een waanzinnig gemilitariseerde samenleving. De doorsnee burger heeft het hierdoor bijzonder moeilijk om te overleven. Het doet me wel eens denken aan mijn kinderjaren in Groot-Brittannië. De oorlog had de Britse maatschappij en economie grondig ontwricht en ook toen was het voor de bevolking hard om het hoofd boven water te houden.

Ook mede daardoor zien zo weinig joodse Israëli’s in dat hun regering een pervers systeem in stand houdt van verborgen apartheid tegenover de Arabische bevolking. Israël is zo zelfvoldaan over zijn zelfuitgeroepen status van enige democratie in het Midden-Oosten. Slechts weinig joden in Israël stellen zich de vraag in welk soort maatschappij ze leven. Dat Israël geen democratie is, maar een etnocratie, ontgaat hen volkomen. Dat er een fundamentele tegenstrijdigheid bestaat tussen de Israëlische pretentie de enige democratie in de regio en tegelijk een joodse staat te zijn, ziet nagenoeg niemand. Die Israëlische pretentie is echter onhoudbaar. Simpelweg komt het erop neer dat er enerzijds een ‘Wet op Terugkeer’ bestaat voor alle joden, waar ook ter wereld. Door deze wet wordt de joodse migratie naar Israël gestimuleerd. Maar tegelijk bestaat er een verbod voor de Palestijnse vluchtelingen om terug te keren naar de huizen en de dorpen, waar ze in 1948 uit verdreven zijn. Israël is een op maat gemaakte democratie: de meerderheid beslist, maar er wordt wel eerst voor gezorgd dat die meerderheid uit joden bestaat. En aan die meerderheid mag nooit of te nimmer worden getornd. Vandaar ook dat alle Israëlische regeringen zo geobsedeerd zijn door “het joodse karakter” van hun staat.

U schrijft dan ook dat het grote debat in Israël niet langer meer gaat over de bezetting van Palestijns en Arabisch gebied. Het gaat over de toekomst van Israël als joodse staat. “Dat is tegenwoordig iets wat veel meer ter discussie staat dan het idee van een Palestijnse staat,” schrijft u. En: “de meeste Israëli’s begrijpen dat er aan de bezetting een eind moet komen. Wanneer er echter een Palestijnse staat wordt opgericht, zullen we weer geconfronteerd worden met de vraag hoe het verder moet met Israël: moet het een joodse staat zijn, of een staat voor al zijn burgers?”…

Susan Nathan: Het gaat inderdaad over de toekomst van Israël als joodse staat. Het gaat om wat het zionisme als politieke ideologie heeft aangericht. De situatie waarin we vandaag verkeren is niet het gevolg van wat de Palestijnen doen. Ze is het gevolg van de zionistische politieke ideologie. Wij leven in een moderne wereld. Wel, deze ideologie is niet meer van deze wereld. Maar inmiddels blijft de zionistische ideologie wel de belangrijkste oorzaak voor dit conflict en voor heel de onhoudbare situatie van de Palestijnen. Het debat hierover kan men in Israël niet langer uit de weg gaan. Omdat het een aantal levensbelangrijke vragen stelt: in welk soort maatschappij leven we en wat is onze verantwoordelijkheid voor de huidige realiteit?

Het debat is ook dringend nodig binnen de West-Europese en Amerikaanse maatschappij, hoor. Journalisten, opiniemakers en politici kunnen de staat Israël alle denkbare namen geven: Israël is een democratische staat, Israël is een joodse staat, het is de enige staat waar joden zich veilig voelen. Zelden wordt echter gezegd dat de staat Israël een zionistische staat is. En de publieke opinie weet nauwelijks wat het zionisme is.

Susan Nathan: Dat kan veranderen als ze mijn boek lezen (hartelijke lach). Maar u heeft gelijk. De apartheid in Israël is niet dezelfde als die in Zuid-Afrika. Er bestaan geen toiletten voor joden en niet-joden. Er zijn geen aparte bussen voor joden en niet-joden. In Israël wordt de apartheid systematisch verborgen, weggemoffeld. Waarom? In Zuid-Afrika waren de zwarten in de meerderheid. In Israël zijn de Palestijnen een minderheid. Door die verborgen apartheid kan Israël zich blijven promoten in de Westerse wereld als de enige democratie in het Midden-Oosten. Israël kan zichzelf blijven voorstellen als een deel van Europa in het Midden-Oosten. Maar Israël is niet Europees, het is een land van de Levant, van het Midden-Oosten. De Europese staten streven naar goede relaties met hun buurlanden, voeren een politiek van open grenzen. Israël doet dat niet. Je moest eens weten met hoeveel nostalgie oudere Palestijnen en oudere Arabieren (en ook de jonge generatie) terugdenken aan de tijd toen ze ongehinderd van Jeruzalem naar Beiroet konden reizen, naar Damascus of Amman. Allemaal steden die binnen twee à drie uur te bereiken zijn. Ik pleit ervoor om tot een unie te komen in het Midden-Oosten: buurlanden met open grenzen. Een unie van landen, die bovendien allemaal gedemilitariseerd en ontwapend worden. Anders is er voor Israël geen veiligheid en geen economische toekomst. Zo eenvoudig is dat. Ik ben heus niet beschaamd over mijn joodse identiteit en zelfs niet over mijn Israëlisch staatsburgerschap. Ik ben heus geen joodse, die vervuld is van zelfhaat. Ik zeg alleen dat het debat over de zionistische ideologie en alle gevolgen ervan niet langer uit de weg kan worden gegaan.

Ik weet wat er met de joden in Europa is gebeurd. Ik ken het verhaal van de pogroms en de holocaust. En ik begrijp dat de joden een staat wilden voor zichzelf. Maar het blijft onaanvaardbaar dat deze staat er is gekomen door de vernietiging van de Palestijnse samenleving. Israël – net zoals zo vele andere landen in het Westen – kan niet langer de problemen voor zich uitschuiven. Net zoals in Europa, zullen de Israëli’s een antwoord moeten geven op de vraag hoe verschillende etnische groepen, met een eigen identiteit, met eigen aspiraties gelijkwaardig en met volledige gelijke rechten op hetzelfde grondgebied en in dezelfde staat kunnen samenleven. Een staat kan alleen maar democratisch zijn als al zijn burgers gelijke rechten hebben.

In wezen gaat het hierom: hoe aanvaardt de ene mens de andere als gelijke. Dat is de essentie van het democratisch staatsburgerschap. In Israël zal dit nog veel inspanningen vergen – vooral in het onderwijs. Maar dat geldt ook voor de meeste landen in Europa, die een belangrijke immigratie hebben gekend.

Israël erkent de fundamentele rechten van de staatsburgers, die tot de Arabische minderheid behoren, niet.

Wat maar weinigen in Europa willen erkennen is dat deze fundamentele discriminatie van de Palestijnen legaal verankerd is. De apartheid is er bij wet geregeld.

Susan Nathan: Dat is heel duidelijk. Neem de Wet op de Terugkeer. Die laat duidelijk zien dat er twee soorten burgers zijn in de staat Israël. De joden zijn er als staatsburger welkom. De Palestijnen niet. Joden uit heel de wereld kunnen hun recht op terugkeer naar Israël opeisen. Palestijnen hebben geen recht op terugkeer. Dat onderscheid tussen staatsburgers die welkom en niet welkom zijn wordt doorgetrokken naar alle maatschappelijke terreinen. Alle maatschappelijke basisvoorzieningen zijn op dit onderscheid gebaseerd: water, elektriciteit, infrastructuurwerken, scholenbouw, huizenbouw, industriële ontwikkeling, noem maar op. Sinds zevenenvijftig jaar zijn er geen noemenswaardige bouwprojecten geweest voor de Arabische minderheid. Een aanzienlijk deel van de Palestijnse bevolking is dan ook verplicht illegaal te bouwen. Palestijnen moeten vaak meer dan tien jaar op een bouwvergunning wachten. Jonge mensen die een appartement willen bouwen boven op het huis van hun ouders zijn het jarenlange wachten beu en bouwen toch. Ze komen daarmee in de illegaliteit terecht. Er zijn hele Palestijnse dorpen die zogenaamd illegaal zijn gebouwd. Die mensen leven constant in onzekerheid. Want de staat kan op een dag alle huizen komen slopen

Ook op de arbeidsmarkt geldt het onderscheid. De Palestijnen mogen in Israël geen legerdienst vervullen. De discriminatie op het vlak van jobs wordt niet door een formele wet geregeld, die zegt dat een niet-jood niet in aanmerking komt voor bepaalde beroepen. Nee. Arabieren komen niet in aanmerking voor tal van jobs, omdat kandidaten hun legerdienst moeten hebben verricht. Het leeuwenaandeel van de banen in overheidsdienst is op die manier verboden voor de Palestijnen. En de staat is nog steeds de belangrijkste werkgever in Israël.

De legale discriminatie, de apartheid als wettelijk systeem, is het duidelijkst in de Israëlische landpolitiek. 93% van de grond in Israël is in handen van de staat of van het JNF (Joods Nationaal Fonds). Eén van de mensen, die mij al snel op dit fundament van de Israëlische apartheid heeft gewezen, is Uri Davis, die in het Arabische Sakhnin woont, niet ver van mijn stadje Tamra. Hij is een bekend vredesactivist en voorvechter van de mensenrechten. Uri toont al decennialang aan dat Israël een apartheidsstaat is. Met apartheid bedoelt hij dat de regering, het parlement, het rechtssysteem racistische en xenofobe keuzes oplegt aan de bevolking. Sinds de ontmanteling van de juridische apartheidsstructuren in Zuid-Afrika, is Israël de enige lidstaat van de Verenigde Naties met een apartheidssysteem. Uri Davis heeft mij de ogen geopend voor dit totaal versluierde fenomeen. Wat is de kern van apartheid? Het is het geheel aan wetten, dat de kolonisator in staat stelt de hulpbronnen van de staat – in dit geval hoofdzakelijk land en water – te exploiteren ten koste van de inheemse bevolking. In Zuid-Afrika profiteerde de blanke bevolking op buitenproportionele wijze van de rijkdom aan grondstoffen en ertsen – denk maar aan diamant en goud. In Israël is het de joodse bevolking die buitenproportioneel gebruik maakt van de grond en het water, de belangrijkste rijkdom van het land. In Zuid-Afrika was bij wet geregeld dat 87% van het grondgebied exclusief bestemd was voor bevolking, bebouwing en ontwikkeling door blanken en 13% voor niet-blanken. In Israël is in de wet vastgelegd dat 93% van het land alleen gebruikt en bewoond mag worden door joden en de overige 7% is in particuliere handen en dus theoretisch toegankelijk voor niet-joden. De zionistische apartheid is in feite radicaler en destructiever dan haar Zuid-Afrikaanse evenknie. Te meer omdat het JNF nog steeds tracht zo veel mogelijk van die 7% particuliere grond te ‘verjoodsen’. Israël heeft uitdrukkelijk voor de weg van de apartheid gekozen door het Joods Nationaal Fonds en het Joods Agentschap (dat de joodse immigratie promoot en in de meeste landen als een liefdadigheidsorganisatie wordt beschouwd en dus belastingvrije donaties in ontvangst kan nemen) bij het staatsapparaat in te lijven. Echte verandering kan er alleen maar komen als Israël de apartheid afzweert en joden en Arabieren de mogelijkheid geeft zelf te bepalen waar en hoe ze willen wonen, wat dus inhoudt dat ze in een open gemeenschap kunnen leven. Dat is vandaag niet het geval en het kan ook niet zo lang de grote zionistische organisaties, zoals het Joods Nationaal Fonds en het Joods Agentschap, niet ontmanteld worden, want zij bepalen de grondpolitiek in Israël, die alleen de belangen van de joden behartigt en niet die van alle Israëlische staatsburgers.

De Palestijnen hebben geen toegang tot grond – hun grond, die door Israël is geconfisqueerd. Meer nog, een groot deel van hen zijn vluchtelingen in eigen land. En dat geldt heus niet alleen voor inwoners van de troosteloze vluchtelingenkampen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever. Een belangrijk deel van de 25.000 Palestijnen die in mijn stad Tamra wonen zijn vluchtelingen. Tamra zelf lijkt trouwens op een vluchtelingenkamp. Er is zo weinig bebouwbare grond dat elk plekje wordt benut.

Heeft u nog enige hoop op beterschap? Is er op dit ogenblik in Israël een oppositie aan het werk, die deze discriminatie, deze apartheid bij naam durft te noemen. Die de eenvoudige vraag durft te stellen: in welke maatschappij leven wij? En is die maatschappij bereid om de Palestijnen gelijke rechten te garanderen?

Susan Nathan: Die krachten zijn wel degelijk aanwezig binnen de Israëlische maatschappij. Maar het is een bijzonder kleine minderheid. Mensen, die mijn opinies delen, maken hooguit 1% van de Israëlische publieke opinie uit. Het grote probleem is echter dat de linkerzijde in Israël en het vredeskamp niet wil inzien dat je geen democratische staat kan hebben en tegelijk een louter joodse staat. Die joodse staat, met al zijn discriminerende wetten, moet worden ontmanteld. De staat moet de staat van al zijn burgers worden en de Palestijnen moeten met gelijke rechten in deze staat kunnen geïntegreerd worden, net zoals Israël zich op democratische wijze (en dus zonder superioriteitsgevoelens) moet integreren in de rest van de Arabische regio, die het Midden-Oosten is. Een andere weg is er niet.

Maar dat is wellicht niet voor morgen?

Susan Nathan: Op korte termijn zie ik dat niet gebeuren, nee. De Israëlische regering is bereid tot nog meer oorlog, nog meer repressie tegen de Palestijnen. De apartheidsmuur is nagenoeg voltooid. Dit wordt een proces van jaren, twintig, dertig jaar. Ik zal het niet meer meemaken, vrees ik. Maar het is een onomkeerbaar proces. Israël kan hier niet aan ontsnappen.

(Uitpers, nr. 69, 7de jg., november 2005)

In de rubriek boeken vindt u een bespreking van het boek van Susan Nathan onder de titel “Aan de andere kant van de etnische scheidslijn”.

Visited 6 Times, 2 Visits today

Tags :