Succes voor links in Duitse deelstaatverkiezingen

De deelstaatverkiezingen op 30 augustus in Saarland, Saksen en Thuringen waren een succes voor Die Linke. We spraken daarover met Gabi Zimmer, Europees Parlementslid voor Die Linke en afkomstig uit Thuringen.

Gabi Zimmer was in de oude DDR (Deutsche Demokratische Republik) al actief in de toenmalige eenheidspartij SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands). Zij werd onmiddellijk na de val van de muur verkozen in het parlement van Thuringen, één van de “nieuwe” deelstaten van het verenigde Duitsland, op de lijsten van de PDS (Partei des Demokratischen Sozialismus), de opvolger van de SED. Tot 1998 was zij in Thuringen voorzitter van de PDS. Sinds 2004 zetelt zij in het Europees Parlement, nu voor Die Linke, de partij ontstaan uit de fusie van de PDS en de West-Duitse WASG (Arbeit & soziale Gerechtigkeit – Die Wahlalternative), met ondermeer Oskar Lafontaine. Sociale kwesties en de werkloosheid waren voor haar steeds belangrijke aandachtspunten. Wij interviewden haar over het resultaat van de deelstaatverkiezingen in Thuringen op 30 augustus.

De verkiezingen in Thuringen waren opnieuw een succes voor Die Linke.

Wij haalden 27,4 procent, een vooruitgang van 1,2 procent. Wij hebben sinds 1990 in Thuringen altijd goede resultaten gehaald. In elke verkiezing zijn we opnieuw vooruit gegaan. Ik was daar ditmaal niet zo zeker van, ik vreesde dat we onze limiet hadden bereikt. Toch gingen we opnieuw 25.000 stemmen vooruit.

Wat verklaart deze nieuwe vooruitgang?

Het is een combinatie van factoren. Tot rond 2000 waren de resultaten goed, maar leek de toekomst toch minder rooskleurig. Onze leden en verkozenen waren van een oude generatie. De fusie met de WASG en de oprichting in Duitsland van een nieuwe linkse partij in Duitsland heeft dit veranderd. Ook in Thuringen worden we sindsdien anders bekeken, als een normale partij in het Duitse politieke landschap: we hebben nu ook verkozenen in deelstaten in het Westen van Duitsland.

Maar niet alleen nationale factoren speelden mee. We hadden in Thuringen een duidelijk politiek programma voor verandering en een nieuwe regering, na meer dan 19 jaar conservatieve CDU-regeringen. We legden de nadruk op een nieuwe onderwijspolitiek, en de noodzaak van een actieve politiek tegen werkloosheid en armoede. Op het niveau van de deelstaat is op die gebieden veel mogelijk.

We kwamen ook op voor meer directe democratie, met meer plaats voor volksraadplegingen.

Het belangrijkste resultaat van de verkiezingen was dat de CDU voor het eerst haar absolute meerderheid kwijt is, zodat een politieke koerswijziging nu binnen de mogelijkheden ligt.

SPD en Die Linke kunnen nu samen een meerderheid vormen?

Ja, maar met maar één zetel overschot. Daarom willen we ook de groenen erbij.

Deelnemen aan een regering is niet zo eenvoudig. Kijk naar Rifondazione in Italië, of hier in Duitsland jullie deelname aan de senaat in Berlijn. Hoe kan je deelnemen aan regeringen zonder de energie voor alternatieven kwijt te raken?

Het is een groot probleem. We hebben het in Berlijn meegemaakt, maar ook in Mekclenburg-Vorpommern, waar de PDS ook samen met de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) in de regering zat. We maakten daar heel wat fouten, vooral tijdens de eerste legislatuur.

Onze politiek was niet open en transparant genoeg. Als je als kleine partij in een regering gaat moet je duidelijk zeggen dat je alleen niet in staat bent een politieke koerswijziging af te dwingen. Je vecht voor je politiek in het kader van een coalitie. Dus als je toegevingen moet doen waar je niet achter staat, moet je duidelijk zeggen dat dit niet het beleid is dat je wilt voeren, en dat je het anders zal doen als je van de samenleving meer macht toegeschoven krijgt.

Persoonlijk denk ik dat je alleen in een regering mag stappen met stevige steun in de samenleving van politieke en sociale krachten die breder zijn dan je partij: vakbonden, sociale bewegingen, kleine bedrijven, enz., alle lagen in de bevolking die strijden voor een beter leven. Dan sta je sterk in de regering.

Voor een linkse partij blijft het altijd moeilijk een balans te vinden tussen wat je doet in de regering en buiten de regering. Je moet verschillende rollen opnemen. Daartoe heb je een sterke partijleiding nodig naast je vertegenwoordigers in parlement en regering, en een sterk ontwikkelde democratie in de schoot van je partij. Partijleden moeten de activiteit van de regeringsleden van je partij kunnen bekritiseren. Je mag je leden niet het zwijgen opleggen omdat je lid bent van de regering.

Onze rol in een regering bestaat er niet simpelweg uit het beleid uit te voeren, maar ook te blijven uitkijken naar alternatieven. De regeringsleden zijn beperkt in wat ze kunnen doen, dus je moet dat weten en daar rekening mee houden. Je moet een solidaire maar ook kritische relatie ontwikkelen tussen je leden in de regering en in de partij.

In Thuringen zouden jullie wel de grootste regeringspartij zijn, geen junior partner.

Om in de regering te gaan met de sociaaldemocraten en de groenen zal hoe dan ook een compromis nodig zijn, een machtsdeling op gelijke basis met de anderen, tenminste indien we inderdaad denken dat het ogenblik gekomen is om verantwoordelijkheid in de regering op te nemen. Veel van onze kiezers duwen in die richting.

De sociaaldemocraten zeggen echter dat het voor hen onaanvaardbaar is te werken onder een minister-president van Die Linke. Wij hebben 10 % meer dan zij, en sinds 1949 is het in Duitsland altijd zo geweest dat de grootste partij de minister-president levert. Wij kunnen niet aanvaarden dat voor ons in Duitsland de normale politieke regels niet zouden gelden. Sommigen bij ons willen toegeven, anderen denken dat dit een precedent voor de komende jaren zou worden ook in de rest van Duitsland.

Volgens sommige media is er in de schoot van Die Linke een debat tussen Oskar Lafontaine en Bodo Ramelow, de partijleider in Thuringen. Die zou moeite hebben met de radicale aanpak van Lafontaine.

Ramelow heeft de achtergrond van een sterke vakbondsman, dus hij kan ook radicaal uit de hoek komen. Hij heeft misschien een andere benadering van concrete politiek, maar Lafontaine weet ook wel wat concrete politiek is. Vergeet niet dat hij jarenlang voor de SPD minister-president van Saarland is geweest. Dus hij heeft ervaring zat met een linkse partij die aan de macht is.

Die Linke heeft in Saarland een goed resultaat gehaald, en dat was vooral het werk van de figuur Lafontaine. In Thuringen was ons goed resultaat niet alleen het werk van Ramelow. Dat zie je aan het hoge aantal rechtstreeks verkozenen in de kiesdistricten. We hebben een brede basis van goede mensen. Als er een al een verschil is tussen Lafontaine en Ramelow, dan is dat het.

Ramelow komt oorspronkelijk uit het Westen, en is nu partijleider in een deelstaat in het Oosten. Is de tegenstelling tussen Oost en West in Die Linke overwonnen?

Er zijn echt nog wel grote verschillen van geschiedenis, cultuur en manier om aan politiek te doen. Maar je hebt aan beide kanten ook onderling vele verschillen en tendensen, en die tegenstellingen zijn groter dan die tussen Oost en West.

Nu, Ramelow is een apart verhaal. Hij kwam kort na de val van de muur naar Thuringen samen met andere vakbondsleiders. Hij is hier als syndicalist begonnen. Hij was zeer actief en bekend, en één van de trekkers van het Erfurter Signal, een brede beweging voor verandering van vakbonden, sociale bewegingen en kerken,. Daarna begon hij zich ook te investeren in politiek. Het engagement van Ramelow in Die Linke in Thuringen was dus een natuurlijke ontwikkeling.

In de deelstaatverkiezingen in Thuringen haalden de partijen het volgende percentage (tussen haakjes winst of verlies) : CDU 31,2% (- 11,8%), Die Linke 27,4% (+ 1,%), SPD 18,5% (+ 4,0%), FDP 7,6% (+ 4,0 %), Alliantie90/Die Grüne 6,2% (+ 1,7%).

In Saarland haalde Die Linke 21,3 %.

(Uitpers, nr. 113, 11de jg., oktober 2009)

Deel dit artikel

Visited 118 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook