Stille revolutie in Turkije?<br>Machtsstrijd tussen leger en regering over politieke hervormingen

Is er deze zomer een stille revolutie begonnen in Turkije? Op het eerste gezicht lijkt het daarop. Nog voor het zomerreces keurde het Turkse parlement een omvangrijk hervormingspakket goed, met daarin maatregelen die er moeten voor zorgen dat de macht van het Turkse leger over politiek en maatschappij sterk wordt teruggeschroefd.

De regering Erdogan waagt zich daarmee op glad ijs, want met drie openlijke en een verborgen coup op het palmares is het lang niet zeker of de generaals zich tevreden zullen stellen met een tweederangspositie. Bovendien moeten de maatregelen nog in de praktijk worden opgezet. De mensenrechtensituatie is er alvast in de eerste helft sterk op achteruitgegaan.

Sinds het aantreden van de regering van premier Recep Tayyip Erdogan is er een groeiende machtsstrijd aan de gang met het Turkse leger. Inzet zijn ten eerste de politieke hervormingen die Turkije het ticket moeten verschaffen voor toetredingsgesprekken met de Europese Unie. De EU heeft immers bepaald dat die er pas kunnen komen als Ankara zich schikt naar de criteria van Kopenhagen, zoals die voor alle kandidaat-leden zijn vastgelegd tijdens de EU-top van juni 1993. Meer bepaald gaat het om een vijftal politieke hervormingen die Turkije zou moeten doorvoeren, namelijk de afschaffing van de doodstraf, respect voor mensenrechten, de onderwerping van het Turkse leger aan het burgerlijk gezag, de rechten van de minderheden (de Koerden) en toenadering met Griekenland (en de kwestie Noord-Cyprus).

Een aantal van die hervormingen was al doorgevoerd onder de vorige regering Bülent Ecevit, maar dikwijls ging het vooral om cosmetica en bleef vooral het Turkse leger op de rem staan. Dat neemt niet weg dat er ook onder de vorige regeringen wrijvingen waren tussen de generaals en een aantal regeringsleden, waaronder Mesut Yilmaz, de leider van de inmiddels van de kaart geveegde Moederlandpartij (ANAP). Eind vorig jaar kwam echter de koude douche, met de beslissing van de EU-top, dat Ankara zijn huiswerk moest overdoen.

Politieke islam aan de macht

De huidige machtsstrijd heeft ook te maken met het aan de macht komen van de Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) na de verkiezingen van november vorig jaar. Dankzij de absurd hoge kiesdrempel van 10 procent rijfde AKP met goed een derde van de stemmen de absolute meerderheid binnen in het parlement. Met 368 zetels op 550 (er is maar één oppositiepartij, namelijk de ‘republikeinse’ CHP) zit de AKP stevig in het zadel.

Het Turkse leger, dat zich als vanouds de behoeder ziet van het Seculaire Kemalisme, staat erg wantrouwend tegenover de AKP. De AKP is een van de politieke erfgenamen van de Islamitische politieke beweging in Turkije, waarvan oud-premier Necmettin Erbakan de mentor is. Het is diezelfde Necmettin Erbakan die in 1997 door een verborgen machtsgreep van het leger verplicht werd tot aftreden omdat de generaals oordeelden dat hij een bedreiging vormde voor het seculier karakter van de staat. Het Turkse leger heeft ook geprobeerd om huidig premier Erdogan van de politiek uit te sluiten – wat effectief ook een tijd gebeurde – maar de immense populariteit van Erdogan heeft daar een stokje voor gestoken. Samen met zijn vriend, de minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gul, vormt hij een charismatisch duo dat het in de peilingen (42 procent) nog beter doet dan tijdens de verkiezingen.

Al kort na de installatie van de AKP-regering kwam het tot botsingen met het leger. Het leger zuivert met de regelmaat van de klok officieren die verdacht worden van ‘integrisme’. Het voorzichtig protest daarover vanuit de AKP-regering lokte ongemeen felle reacties uit van de legertop. Begin dit jaar verweet de stafchef van het Turkse leger, Hilmi Özkok, de regering dat ze de integristen ‘aanmoedigt’. Een ander dossier dat erg gevoelig ligt is dat van de hoofddoek. Het verbod op het dragen daarvan werd in 1997 nog door het Turkse leger strenger gemaakt, kort na de coup tegen de regering Erbakan. De voorzitter van het parlement, Bulent Arinc krijgt het regelmatig aan de stok met de generaals omdat zijn echtgenote bij officiële aangelegenheden ostentatief haar hoofddoek blijft dragen.

Het zevende hervormingspakket

Maar echt redenen voor ongerustheid kwamen er voor de generaals eind juli, toen het parlement op aanstichten van de EU het zevende hervormingspakket goedkeurde dat de traditionele invloed van het leger in politiek en maatschappij drastisch moet terugschroeven. De politieke rol van het leger werd grondwettelijk vastgelegd tijdens de staatsgrepen van 1960 en 1980. Tijdens de eerste coup (1960) werd ook de Nationale Veiligheidsraad (MGK) opgericht om de politieke macht van het leger structureel vast te leggen. De MGK is een paramilitair orgaan onder voorzitterschap van de president waarin de premier en een aantal ministers gezamenlijk zetelen met de stafchef en de belangrijkste generaals. De MGK is een soort schaduwregering, waarin het leger als het ware instructies geeft aan de regering over wat kan of niet kan. In de door de toenmalige junta van coupleider Kenan Evren nieuw opgestelde grondwet heette het dat de aanbevelingen van de MGK prioriteit krijgen en dat de voorstellen van de stafchef van het leger moeten behandeld worden (G.W. art. 118 ). In een eerste serie hervormingen veranderde een amendement van 17 oktober 2001 weliswaar al de ‘prioritaire overweging’ van MGK-beslissingen in ‘evalueren’, maar in de praktijk veranderde er weinig en ook de EU oordeelde zo.

De onlangs goedgekeurde hervormingen lijken ditmaal wel degelijk de politieke macht van de MGK te kortwieken. Zo krijgt de MGK alleen nog maar adviserende bevoegdheid en niet langer executieve bevoegdheden en wordt ook het vergaderritme van 12 naar 6 keer per jaar gebracht. Het legerbudget mag nu door het rekenhof worden gecontroleerd waarbij de MGK niet langer meer de almacht heeft over de budgettering van defensieprogramma’s. Daarnaast zijn er andere onderwerpen die traditioneel gevoelig liggen bij het leger: kritiek aan staatsinstellingen, waaronder het leger, wordt heel wat gemakkelijker en niet langer zonder meer als een misdaad beschouwd; burgers mogen niet meer voor militaire rechtbanken verschijnen; Koerdische taallessen (weliswaar in privé) worden toegestaan; de straffen op beledigen van staat of leger worden gereduceerd; de antiterrorismewet wordt bijgestuurd; etc.

Niet onbelangrijk ook is ook de bepaling dat het secretariaat van de MGK met zijn honderden militaire en burgermedewerkers voortaan onder de leiding moet komen van een burger. Meteen een serieuze test over hoe ernstig het leger de hervormingen neemt. Een week nadat het hervormingspakket door het parlement werd goedgekeurd was er immers jaarlijkse vergadering van de Hoge Militaire Raad (YAS), het orgaan waar benoemingen, ontslagen en pensioneringen worden beslist. De bijeenkomst werd met iets meer aandacht gevolgd omdat de secretaris-generaal van de MGK, generaal Tuncer Kilinc, met pensioen ging en er verwacht werd dat de post naar een burger zou gaan. In plaats daarvan werd opnieuw een generaal – voormalig hoofd van het vijfde legerkorps, Sukru Sariisk – op de post benoemd. De YAS besliste bovendien om 18 ‘pro-islamitische’ officieren te ontslaan hoewel premier Erdogan zijn bezwaren daarover had geuit. Dat neemt niet weg dat premier Erdogan de confrontatie niet schuwt, wat te maken heeft met de populariteit van zijn persoon en regime, maar ook de rugdekking die hij krijgt van de EU. Zo trapte hij deze zomer al op de tenen van de militairen door bekend te maken het zogenoemde ‘Rode Boek’ of de ‘geheime grondwet’ – Turkijes ‘Document voor Nationale Veiligheidspolitiek’ waarin de binnen- en buitenlandse politieke doelstellingen staan omschreven – te willen herschrijven, meer bepaald het luik met het concept en de lijst van ‘bedreigingen’ waaraan het land zou blootstaan (zie kader).

Mensenrechten gaan er op achteruit

De komende maanden zullen duidelijk maken in hoeverre de goedgekeurde hervormingen ernstig genomen moeten worden. De regering krijgt daarvoor goed een jaar wil ze eind 2004 ernstig kans maken op het fiat van de EU voor toetredingsgesprekken. Alvast op vlak van de mensenrechten gaapt er een kloof tussen theorie en praktijk. Ondanks de reeds doorgevoerde hervormingen openbaarde het jongste rapport van de Turkse Mensenrechtenassociatie (IHD) dat in de periode januari tot juni 2003 de mensenrechtenschendingen zijn toegenomen in plaats van afgenomen. Dat is o.m. geval voor het aantal buitengerechtelijke executies en het aantal botsingen tussen veiligheidstroepen en ‘illegale organisaties’. Idem voor folteringen. In de eerste helft van dit jaar bedroeg het aantal folteringen en mishandelingen 715, tegenover 413 in dezelfde periode van vorig jaar. Het aantal personen dat voorwerp was van gewelddadige aanvallen door veiligheidstroepen tijdens betogingen is gestegen van 44 in de eerste 6 maanden van 2002 naar 241 in de eerste periode zes maanden van dit jaar (zie het rapport met de cijfers op www.info-turk.be) !

Een rapport van een missie van de Internationale Federatie van de Liga voor Mensenrechten spreekt zelfs van een ‘alarmerende situatie’ in de Koerdische gebieden. Nochtans is daar vorig jaar de noodtoestand opgeheven en werd algemeen aangenomen dat dit de situatie van de mensenrechten zou verbeteren. Het tegendeel blijkt nu waar (zie: FIDH. International Investigative Mission. Turkey: Torture still a routine practice, nr 361, mei 2003)

 

Het Rode Boek

Neen, we hebben het niet over Mao’s berucht pamflet, maar over wat in Turkije de ‘geheime grondwet’ wordt genoemd en officieel ‘Document voor Nationale Veiligheidspolitiek’ als titel draagt.

Er is weinig bekend of geschreven over dit ‘Rode Boek’. Het Engelstalige Turkse Magazine, Turkish Probe (bijlage bij de ‘Turkish Daily News’) van 27 juli 2003, schrijft dat de regering zinnens is om het document, dat de binnen- en buitenlandse doelstellingen definieert, te herschrijven. Dat zou vooral gelden voor het hoofdstuk over de ‘bedreigingen’. Wellicht omdat daar ook een passage in staat die de politieke islam als een bedreiging voor Turkije formuleert. Daarnaast stelt het document dat het leger de volle autoriteit heeft over de Turkse politiek in Noord-Irak. Ook dat wil de regering nu veranderen. Voldoende stof voor een nieuw conflict met de legertop.

In 1997 geraakte het bestaan van het document door een aantal perslekken bekend. Een bericht van 6 november 1997 in de Turkish Daily News spreekt over het bestaan van een speciale denktank in het hoofdkwartier van de Generale staf, die als het brein wordt gezien van de politieke koers van de hele binnen- en buitenlandse politiek. Een legerbron zei toen daarover het volgende: "Dit orgaan werd opgericht in 1983, maar op bevel van de adjunct stafchef, generaal Cevik Bir, werd het gezag van de denktank eind 1995 sterk uitgebreid om hem meer actief te maken. Nu werkt hij op volle capaciteit". Het is dit orgaan dat het ‘Rode Boek’ opstelde. Daarin gaat veel aandacht naar het ‘terrorisme’ en de gevaren uit het ‘zuidoosten’ (twee begrippen die traditioneel in Turkije gemakkelijk aan elkaar gelinkt worden), de bedreigingen door islam en extreemlinks. Sinds 1997 wordt ook het misbruik dat de ‘extreemrechtse maffia’ van het Turkse nationalisme zou maken, als bedreiging genoemd.

Op buitenlands vlak voerde de Sovjetunie (Rusland) jarenlang de lijst aan van belangrijke bedreigingen. In 1992 werd Rusland uit de lijst verwijderd. Veranderingen in 1997 en 1999 plaatsen achtereenvolgens Griekenland en Syrië als belangrijkste bedreiging.

De Koerdische Nieuwszender Medya-TV, die de militairen ook als een ernstige bedreiging voor Turkijes veiligheid zien, citeerde destijds op de website het volgende uit het document: "alle mogelijke politieke maatregelen moeten genomen worden tegen pogingen om de staat te laten veroordelen onder de concepten van mensenrechten en democratie omwille van onze internationale verplichtingen." Verder is er nog een luikje media-activiteiten met volgend citaat: "Overwegende de effecten die de media kunnen hebben op de mensen, zou moeten verzekerd worden dat ze op efficiënte wijze worden gebruikt in overeenstemming met onze doelstellingen".

(Uitpers, nr. 45, 5de jg., september 2003)

Dit artikel verschijnt binnenkort ook in ‘De Koerden’. Vraag een proefnummer bij het Koerdisch Instituut, 02/230.89.30 of mail naar lieve.driesen@kurdishinstitute.be

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 46 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook