Stedenbanden onder Ortega-Murillo, een moeilijk verhaal

De foto is een mooie illustratie van hermanamiento of van twinning tussen twee steden. Twinning is een kenmerkend begrip voor stedenbanden. Volgens het handboek van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) is ‘Een stedenband een officieel en politiek-maatschappelijk gedragen samenwerkingsakkoord tussen twee lokale besturen, waarbij de wederzijdse opbouw van bestuurlijke capaciteit en de versterking van plaatselijke democratiseringsprocessen centraal staan.’

Nadat de sandinisten in 1979 dictator Somoza omver wierpen groeide het aantal stedenbanden tussen steden in Nicaragua en elders in de wereld. ‘Steden­banden moeten bewust werken aan wederkerigheid: beide partijen kunnen leren van elkaars sterke punten en moeten open staan voor elkaars kritiek en streven naar volledige gelijkwaardigheid. De klassie­ke donateur/ontvanger-relatie moet worden doorbroken’. Die stelling hoorde ik op een bijeenkomst in Den Haag van de stedenband Den Haag-Juigalpa, de hoofdplaats van de Nicaraguaanse Vijfde Regio. (1)

Niet alleen Nederlandse, maar ook Belgische vlaggen wapperden er toen in dat Midden-Amerikaanse landje. In 1983 ging Johan ‘Wakke’ Hannes, een vrijwilliger van de Molse Wereldwinkel in België, op verkenning naar Nicaragua. Hij was de klokkenluider in de gemeente en dat leidde in 1985 tot een officiële verzustering met Santo Tomás, waarbij ook de toenmalige Molse SP-politicus Jef Sleeckx betrokken werd.

The founding fathers van de stedenband trokken in het kielzog van de sandinisten naar Nicarugua. Het optreden van die geëngageerde Mollenaars was niet uniek. Dat scenario om de stedelijke overheid bottom up wakker te schudden herhaalde zich op verschillende plaatsen. Het enthousiasme was toen groot in heel de linkse wereld. In België bestonden naast Mol-Santo Tomás banden tussen Dison-Jalapa, Luik-Somoto, Sint-Niklaas-San Nicolás, Harelbeke-Somotillo, Alken-Masaya, Willebroek-Nandasmo en Nieuwpoort-Rama, maar die hebben ondertussen hun spankracht verloren. Alleen Sint-Truiden-Nueva Guinea en Lommel- Ciudad Dario zijn er sinds de convenantformule met de Vlaamse overheid bijgekomen.

In Nederland schoten de stedenbanden met Nicaragua toen als paddenstoelen uit de grond. Het land had in die beginperiode het niet onaardige aantal van 26 stedenbanden met Nicaraguaanse gemeenten. Volgens de Nicaraguaanse ngo Popol-Na waren er in 1991 107 Nicaraguaanse gemeenten die een hermanamiento hadden met 346 steden van over heel de wereld. De (toen nog) West-Duitse, Noord-Amerikaanse, Spaanse, Nederlandse, Engelse en Franse stedenbanden waren het sterkst vertegenwoordigd.

Na de nipte verkiezingsnederlaag van de sandinisten in 1990 kwam er een regering van neoliberale snit aan het bewind waardoor de internationale solidariteit gevoelig afnam. Dat bleef niet zonder gevolg voor het aantal stedenbanden. Een aantal trok zich terug of draaide op een laag pitje verder.

Intussen is er veel veranderd in Nicaragua. Onder Ortega-Murillo is er een regime gegroeid dat nog steeds de naam ‘sandinistisch’ draagt, maar dat almaar repressiever optreedt tegen vermeende tegenstanders. Velen zitten intussen in de gevangenis of zijn naar het buitenland – voornamelijk Costa Rica – gevlucht (zie o.a.https://www.uitpers.be/ngos-waaronder-ook-fos-slachtoffer-van-ortega/, https://www.uitpers.be/het-financieel-imperium-van-de-familie-ortega-murillo/ https://www.uitpers.be/nicaragua-of-hoe-ideologisch-blind-links-kan-zijn-toen-en-nu/ )

Stedenbanden onder druk

Na de fake verkiezingen van november 2021 zit het Ortega-Murillo regime meer dan ooit stevig in het autoritaire zadel. Ruim een tiende van de 6,6 miljoen inwoners van Nicaragua leeft intussen in het buitenland. Sinds 2018, het jaar dat de oppositie tegen het regime bloedig werd onderdrukt, hebben al meer dan 100.000 Nicaraguanen het land verlaten, van wie de meeste naar het buurland Costa Rica – in de hoofdstad San José is er een wijk die nu al little Managua wordt genoemd – en verder ook naar de VS en Spanje. Tussen november 2018 en februari 2022 gingen al 267 nationale en internationale  ngo’s voor de bijl. Wie niet onvoorwaardelijk het Orteguïsme volgt en ook maar enige kritiek durft te uiten wordt als een buitenlandse vijand beschouwd, aangestuurd door de VS. In oktober 2020 trad de Wet ‘Buitenlandse Agenten’ in werking en op 31 maart van dit jaar keurde de Nationale Assemblee de Wet ‘Regulering van en Controle op Organisaties zonder Winstoogmerk’ goed. De 12 artikelen van deze laatste wet hebben betrekking op de wettelijke plicht van organisaties om naar de overheid toe verantwoording af te leggen van hun werkzaamheden, interne organisatie en financiën, het verbod op politieke inmenging en een embargo op persoonlijk en financieel gewin.

Die draconische wetten, die in Nicaragua de juridische basis heten te zijn voor het buiten de wet plaatsen van allerlei maatschappelijke organisaties, raken ook de stedenbanden. Volgens officiële cijfers controleert de regeringspartij FSLN momenteel 137 van de 153 gemeentebesturen. Op lokaal niveau – een soort spiegel van wat er landelijk gebeurt – is er sprake van een sterke continuïteit; 41 burgemeesters zijn al sinds 2007 (het jaar van de terugkeer van Daniel Ortega als president) in functie. De Hoge Kiesraad – geheel onder controle van het regime Ortega-Murillo – heeft onlangs bekend gemaakt dat er op 6 november van dit jaar gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. Volgens de Nica Nieuwsbrief 36  wijst alles er op dat deze stembusgang een getrouwe ‘fotokopie’ gaat worden van de algemene verkiezingen van 7 november vorig jaar, die overschaduwd werden door repressie en fraude. (2)

Moeilijke positie

Vrijwel alle burgemeesters in Nicaragua zijn dus van het FSLN. Bij sommige stedenbanden zijn aan de Nicaraguaanse kant FSLN-leden betrokken. Dat geeft meestal iets meer mogelijkheden om de activiteiten voort te zetten. Maar op andere plaatsen zijn er mensen bij de stedenband betrokken die weinig op hebben met de partij van Daniel Ortega. In die gevallen zijn contacten en transacties via officiële kanalen ondoenlijk en worden die steeds gevaarlijker voor de Nicaraguanen die erbij betrokken zijn.
Stedenbanden met Nicaraguaanse gemeenten die (nog) niet onder controle staan van het FSLN zijn dus niet alleen schaars, ze zullen zeker ook te maken krijgen met die  ‘Wet op de Buitenlandse Agenten’, die iedere vorm van financiële steun aan projecten in Nicaragua tot een bureaucratisch hachelijke zaak maakt. Een onafhankelijke stedenband in stand houden wordt dus steeds moeilijker gemaakt terwijl directe contacten met de gemeenten zouden uitgelegd kunnen worden als steun aan het steeds dictatorialer optredende (landelijke) regime Hoe spring je als stedenband om met die moeilijke politieke situatie? Het is met die vraag dat ik ging aankloppen bij stedenbanden in (Nederlandstalig) België en in Nederland. Voor Nederlandstalig België schreef ik de enige drie overblijvers aan, maar ik ontving geen antwoord, noch vanuit Lommel en Sint-Truiden, maar ook niet vanuit Mol. Alleen maar radiostilte. Voor Franstalig België beschik ik slechts over partiële informatie. (3)

De Nederlandse situatie

Vanuit Nederland kwam er wel een uitvoerige respons vanuit de Nica Nieuwsbrief, bij mijn weten het enige Nederlandstalige initiatief dat kritische aandacht besteedt aan de politieke ontwikkelingen in Nicaragua. (4) JanGeert Van der Post merkt op dat ook in Nederland niet alleen de belangstelling voor Nicaragua, maar ook het fenomeen ‘stedenbanden’ in het algemeen wat naar de achtergrond is verdwenen. Volgens hem hebben gemeenten hun belangstelling voor dergelijke uitwisselingsprogramma’s verloren omdat men enerzijds dit niet langer meer als een taak voor de gemeente beschouwt (internet en reismogelijkheden maken gemeentelijke banden overbodig), maar tevens omdat men internationale samenwerking niet langer erkent als – ook –  een gemeentelijke taak. “Bij veel organisaties die de uitvoering van de stedenbandactiviteiten ter hand nemen (in veel gevallen een lokale stichting, soms een vereniging of werkgroep) treedt ook een vergrijzing van de actieve mensen op. Specifiek voor Nicaragua zijn de politieke omstandigheden met een opbouwende en intensiverende dictatuur natuurlijk ook geen aantrekkelijk uithangbord voor een directe en innige samenwerking op gemeentelijk niveau.”

Ondanks de moeilijke situatie blijven er in Nederland op dit ogenblik toch nog zes stedenbanden met Nicaraguaanse gemeenten actief. JanGeert Van der Post: “De formele betrokkenheid van de gemeente geldt nog voor Groningen-San Carlos, Tilburg-Matagalpa, Zoetermeer-Jinotega (aangekondigde opheffing per 2024), Gennep-San Pedro de Lóvago, Helmond-San Marcos, Doetinchem-La Libertad en Diemen-Nandaime. De stedenbanden die alleen nog via particuliere initiatieven werken zijn: Delft-Estelí, Haarlem-Rivas en nu – in een laatste fase verkerend – Leiden-Juigalpa. (5) De vriendschapsband Utrecht-Leon is min of meer opgegaan in een lokaal initiatief om de Sustainable Development Goals te promoten.”

Ook in een ruimer verband dan Nederland en België staan de stedenbanden voor een moeilijke keuze. JanGeert Van der Post merkt op dat op Europees niveau Duitse organisaties/gemeenten geneigd zijn om op korte termijn te onderzoeken of heropening van de rechtstreekse contacten met de Nicaraguaanse gemeenten mogelijk is. “Onduidelijk is vooralsnog onder welke voorwaarden dat dan zou kunnen plaatsvinden. Tijdens het laatste landelijke overleg begin april tussen vertegenwoordigers van de Nederlandse stedenbandactivisten kwamen we niet tot een eensluidende oplossing hiervoor. Dit is overigens geen uiting van verdeeldheid; eerder van een niet weten hoe dit fatsoenlijk aan te pakken.”

De Nicaraguaanse situatie

In vergelijking met de aandacht die Nicaragua kreeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw kun je zeggen dat Nicaragua vrijwel uit the picture is verdwenen. De grote solidariteitsbeweging van toen is verdwenen. Het sandinisme van de jaren tachtig ook. De huidige president – ex-guerrillero en comandante – Daniel Ortega beroept zich nog wel op Sandino, maar hij heeft er een ander verhaal van gemaakt, met name dat van een cynische machthebber die overal vijanden ziet en die bij de minste kritiek, ook uit eigen gelederen van ex-combatientes, niet aarzelt om zijn repressie-apparaat in te schakelen. Dat is het ‘sandinistische’ Nicaragua anno 2022.

De achterban van vele stedenbanden is klein geworden, actieve mensen haken af en de overblijvers krijgen weinig opbeurende verhalen te horen of te lezen. Desondanks zijn enkele stedenbanden nog druk met activiteiten in Nederland. Die willen de jarenlange band, van vaak meer dan 30-35 jaar, niet zomaar opgeven. Dat is heel goed te begrijpen. Die contacten kun je niet zomaar overboord gooien. Daar zijn goede redenen voor.

Internationale solidariteit

Dat gaat dan over internationale solidariteit met een lange adem. Over Nicaragua en internationale solidariteit schreef ik al in 1998 onder de titel ‘Deuken in Sandino’s hoed’, want – ja – die deuken waren er toen al. (6 Internationale solidariteit die zich beperkt tot een oppervlakkige ontmoeting tussen culturen is geen lang leven beschoren. Daarover waren de Nederlandse en Nederlandstalige Belgen, die lange tijd in Nicaragua hadden geleefd en gewerkt, met wie ik uitvoerig sprak in het toenmalige Nicaragua het roerend eens. Ik had het met hen over engagement, over de verwevenheid tussen het persoonlijke en het politieke, over hooggestemde verwachtingen en ontgoochelingen, maar ook over sprankels concrete utopie. Alle geïnterviewden waren een stukje Nicara­guaan onder de Nicaraguanen geworden. Voor hen was ‘Nicaragua laat je niet los’ meer dan een slogan op een T-shirt. Voor hen ging het om meer dan compañeros, het ging om vrienden, geliefden, kinderen. Hun betrokkenheid was niet alleen politiek geïnspireerd, maar werd ook gevoed vanuit een emotionele diepgang. Dan pas krijgt men de andere in het vizier als een mens van vlees en bloed, niet als het prototype van de held die alleen in poëzie en op graftomben bestaat. In veel gevallen heeft de wederzijdse nieuwsgierigheid om elkaar beter te leren kennen geleid tot zeer duurzame contacten in de strikt persoonlijke levenssfeer. Een Candide-attittude van nieuwsgierigheid naar wat des mensen is, nodigt uit tot het opbouwen van hechtere contacten, die op hun beurt tot een verdieping van inzicht en een vergroting van betrokkenheid kunnen leiden. Al deze mensen hebben zich ten volle gegeven en in ruil daarvoor hebben zij ook veel gekregen: veel vreugde en veel leed en ook mooie vriendschappen voor het leven; dat geldt zowel voor Nicaraguanen als Nederlanders en Belgen. Zij weten dat reciprociteit het cement is voor duurzame solidariteit. Wat de een in dit kader van de ander verwacht, mag de ander in een bepaalde situatie evenzeer van die ene verwachten.

Het zijn vaak die ‘pioniers’ die nu nog altijd de sterkhouders zijn van de resterende stedenbanden. Zij zorgen voor solidariteit met een lange adem. Maar solidariteit met wie? Toch niet met het Ortega-Murillo regime? Maar wat dan wel? Dat is de moeilijke vraag waar Johan ‘Wakke’ Hannes van Mol, de gemeente die al 37 jaar verbroederd is met Santo Tomás, en nog zovele andere stedenbandenpioniers nu te maken krijgen. ‘Steden­banden moeten bewust werken aan wederkerigheid: beide partijen kunnen leren van elkaars sterke punten en moeten open staan voor elkaars kritiek en streven naar volledige gelijkwaardigheid.’ Dat was een van de mooie uitgangspunten van de stedenband Leiden-Juigalpa. Kan dat nu nog opgaan in de huidige politieke situatie in Nicaragua?

 

—-

(1) Zie Walter Lotens, Deuken in Sandino’s hoed, over internationale solidariteit, Borgerhout, 1998

(2) https://mailchi.mp/…/nica-nieuwsbrief-36-corona-houdt.

(3) Over het nog steeds bestaan van stedenbanden in Franstalig België met Nicaraguaanse gemeenten heb ik geen informatie gevonden. Op Facebook is SOS Bélgica-Nicaragua zeer actief met Franstalige berichten over de  situatie in Nicaragua.

(4)De Nica Nieuwsbrief is een gezamenlijke uitgave van onderstaande organisaties: Steungroep Nicaragua: Steunt de volksbeweging in Nicaragua met als uitgangspunten de waarden die ten grondslag lagen aan de Sandinistische volksrevolutie te weten: Nationale soevereiniteit (zelfbeschikking), pluriformiteit en respect voor de mensenrechten. SOSNicaragua-Holanda:  Bestaande uit Nederlanders en Nicaraguanen die de volksbeweging voor gerechtigheid in Nicaragua steunen, vooral middels informatievoorziening en de organisatie van demonstraties in Nederland samen met Nicas en Holanda. Nicas en Holanda: Een groep Nicaraguanen in Nederland die informatie verspreiden over de activiteiten van en voor de Nicaraguaanse gemeenschap in Nederland. Info op  sosnicaragua.holanda@gmail.com. 

(5)Zeer recent opgeheven: Maastricht-El Rama.

(6) Zie Walter Lotens, De ziel reist te voet, excursies over duurzaamheid, hoofdstuk ‘Steden smeden banden tussen Noord en Zuid, Borgerhout, 2008

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Visited 320 Times, 1 Visit today

Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).