Status VS als supermacht zwaar aangetast

Wie er intussen ook president van de Verenigde Staten is geworden, hij zal aankijken tegen een wereld die ingrijpend is veranderd sinds George W. Bush (op twijfelachtige manier) president werd. In 2000 leek de positie van de VS als enige overblijvende supermogendheid voor lange tijd onaantastbaar. Er was geen enkele ernstige rivaal meer. De ganse wereld onderwierp zich aan de politieke, economische, financiële, militaire, ideologische suprematie van de VS. Zelfs culturele suprematie in de vorm van tv-formats, popcultuur enz. Was dit tevens niet “het einde van de geschiedenis”, want voor eens en voor altijd was uitgemaakt dat er geen alternatief was voor de neoliberale ideologie van Reagan en Thatcher.

De wereld nam de Verenigde Staten in 2000 al wat minder ernstig, toen iedereen er getuige van was hoe ze in Florida zaten te knoeien met het tellen van de stemmen. Een supermacht waar men nog met archaïsche ponskaarten zat te prutsen, het werkte op de lachspieren. De talrijke blunders van Bush vraten verder aan het positieve imago.

Maar na de aanslagen van 11 september 2001 luidde het bijna wereldwijd “wij zijn allen Amerikanen”, niemand mocht ontbreken in de grote oorlog tegen het internationaal terrorisme. De oorlog die daarop volgde in Afghanistan om de Taliban te verdrijven en Ben Laden op te pakken, kreeg bijna algemene instemming. Zeven jaar later is Ben Laden nog niet gepakt en doet president Karzai van Afghanistan met Amerikaanse zegen een oproep aan de Taliban om mee te regeren.

Wall Street

De implosie van de Sovjet-Unie en het Sovjetsysteem liet de Verenigde Staten een machtsmonopolie. Met de implosie van het casinokapitalisme van Wall Street wordt dat monopolie zwaar aangetast.

Op louter financieel vlak heeft de voorlopige redding van het systeem enorme overheidskapitalen gevergd, rond 2.000 miljard dollar. Die Amerikaanse overheid is al jaren financieel afhankelijk van buitenlands kapitaal, vooral vanuit Japan, China en de Arabische emirs en sjeiks. Vooral wat men “soevereine fondsen” (China, de Arabische emiraten) noemt, hebben op grote schaal hun overschotten op de balans in Amerikaanse staatsschuld gestoken of kopen Amerikaanse bedrijven op – het Japanse Mitsubishi heeft de prestigieuze bank Morgan & Stanley overgenomen. Daarmee is Washington erg afhankelijk geworden van die buitenlandse kapitalen. De keerzijde van de medaille is wel dat die Japanners, Chinezen, Arabieren er alle belang bij hebben dat de dollar niet te zwak wordt, anders verliezen ze mee.

De gevolgen van de financiële crisis zullen doorwerken in wat ze tegenwoordig “de echte economie” noemen. De VS zijn zeker geen economische reus op lemen voeten, hun economisch gewicht blijft zeer groot, de positie van nummer één is niet bedreigd. We moeten echter op iets langere termijn kijken: anderen groeien sneller en de kans is groot dat dit zo een tijdlang blijft, het relatief gewicht van de VS (en van de landen van de EU) daalt hoe dan ook. Dat is voor de burgers niet erg, Europeanen hebben er eigenbelang bij dat anderen veel beter worden. Maar het wijzigt wel de krachtsverhoudingen in de wereld. Chinese overheden en gewone burgers laten zich vaak ontvallen dat zij geduld hebben, de tijd speelt in ons voordeel om nummer één van de wereld te worden, luidt het. De implosie van Wall Street versnelt natuurlijk dat proces, de volgende president van de VS zal daar niet omheen kunnen.

Zwakke plekken

Economische en financiële verzwakking betekent ook aantasting van het politiek gewicht. Meer en meer Amerikaanse politici beseffen dat Washington rekening moet houden met de “opkomende mogendheden” zoals China, Rusland (heropkomend), India, Brazilië… Met de huidige financiële crisis hebben we ook gezien dat een onvoorwaardelijke bondgenoot als Groot-Brittannië toch meer dan vroeger de richting van Europa uitkwam, dat iemand als premier Gordon Brown op de foto van de Eurogroep ging staan, de man die mee belette dat de Britten op de euro zouden zijn overgeschakeld.

Washington doet wel al het mogelijke om zijn invloed in de Europese Unie veilig te stellen, rekenend op de Britten en de nieuwe lidstaten die meer opkijken naar Washington dan naar Brussel. De Amerikanen hebben alle belang bij een weinig coherente Europese Unie, vandaar ook hun sterke steun aan uitbreiding van de EU naar Oekraïne, Turkije enzovoort. Want verdere uitbreiding zou ook een verdere verzwakking van de samenhang betekenen. De beste bondgenoot van Washington voor een zwakkere EU zijn echter de lidstaten van de EU zelf.

De zwakste plekken van de VS liggen evenwel elders. In de Amerikaanse optiek op lange termijn zijn de twee belangrijkste regio’s op aarde Zuidwest-Azië (het Midden Oosten, Iran, Afghanistan, Centraal-Azië) en Oost-Azië.

Vooral in het eerste geval krijgen de VS bittere pillen te slikken. In Irak waarschuwen de Amerikaanse generaals niet te vroeg te doen alsof het ergste voorbij is. Het land is feitelijk opgesplitst, de interne tegenstellingen zijn licht bevroren maar niet verdwenen, allerlei groepen (etnische, religieuze, clans) hebben hun wapens klaar liggen om bij de eerste de beste gelegenheid hun slag te slaan. Zo vernemen we tussendoor dat in de stad Mossoel in het noorden, een van de belangrijkste steden van Irak, volop 12 christenen worden vermoord en duizenden op de vlucht zijn uit wat een “bolwerk van Al Qaeda” wordt genoemd. Terwijl de officiële propaganda het voorstelt alsof Al Qaeda op de knieën zit. De aanval op een Syrisch grensdorp kwam eveneens illustreren hoe voorbarig de zegebulletins zijn.

Washington kan er niet omheen dat de sjiïetische leiders van Irak erg nauwe banden hebben met hun collega’s van wat de Amerikanen een schurkenstaat noemen, Iran. De afdreigingspolitiek tegenover Iran heeft duidelijk niet gewerkt, de volgende Amerikaanse president zal wellicht een “verbindingsbureau” openen in Teheran,als Bush het al niet doet. De VS hebben zich ook moeten neerleggen bij de opmars van de Hezbollah in Libanon, bondgenoten van Iran die Israël een militaire nederlaag toebrachten.

Harde noot

De hardste noot om kraken is echter Afghanistan. De topleiders van de Amerikaanse strijdkrachten geven toe dat ze de opmars van de Taliban niet kunnen stuiten. Washington zet het licht op groen voor onderhandelingen met de zogenaamde “gematigden” onder de Taliban, maar president Karzai gaat verder en roept mollah Omar, zowat de tweelingbroer van Ben Laden, op tot onderhandelingen om gezamenlijk het land te besturen. Dit is een formidabele bekentenis van onmacht.

De Amerikanen trachten nog het tij te keren door de strijd beetje bij beetje uit te breiden tot Pakistan waar die Taliban basissen hebben. Maar daarmee verzwakken ze nog verder hun toch al wankele positie in Pakistan zelf. De politieke en militaire leiders van Pakistan staan onder zware druk van de eigen bevolking om met Washington te breken. Het enige waar de Amerikanen zich kunnen mee troosten zijn de verbeterde betrekkingen met India, het enige grote succes van Bush’ diplomatie.

Achtertuin

In de eigen “achtertuin”, Centraal- en Zuid-Amerika, gaat het de VS ook niet voor de wind. In het zog van Venezuela gaan steeds meer landen van deze regio zich tegen de Amerikaanse invloed afzetten, al dan niet radicaal (Ecuador, Bolivia) of iets gematigder (naar Braziliaans voorbeeld). Washington heeft hier vooral af te rekenen met het failliet van het neoliberale model dat het samen met het IMF end e Wereldbank jarenlang aan al die landen opdrong, met rampzalige sociale gevolgen.

Nu dat “model” in de VS zelf zwaar aan krediet heeft ingeboet, is de kans kleind at het tij in dit deel van de wereld snel zal keren. De tijd is allicht voorbij dat VS-gezinde generaals met een staatsgreep konden beletten dat progressieve politici een ander beleid voerden – Guatemala, Chili, Brazilië, Argentinië en zo verder, allemaal landen waar lang militaire dictators een schrikbewind voerden met de zegen van Washington.

Zuidelijk Amerika toont aan hoe de crisis van de Angelsaksische neoliberale ideologie al langer bezig was vooraleer ze de thuishavens trof. Bijna dertig jaar lang hielden de Amerikaanse leiders de wereld voor dat er buiten die ideologie geen heil was. Het failliet van het Sovjetsysteem sterkte hen in hun overtuiging en overtuigde vele anderen dat dit inderdaad zo was. Vandaag houden de ideologen nog altijd wel vol dat er niets mis is met hun systeem en dat de fout voor de crisis zowaar bij de overheid ligt die zich nog teveel met de zaken bezig hield. Maar daar geloven noch de meeste Amerikanen noch het grootste deel van de rest van de wereld nog één woord van.

Militaire vuist

Washington is ondanks die tanende invloed toch nog wel een supermacht, het volstaat naar zijn militaire macht te kijken. De tientallen megabasissen alom in de wereld, zijn kernwapenarsenaal, zijn vliegdekschepen en zo verder. Maar de Sovjet-Unie was ook een militaire supermogendheid, het heeft niet belet dat ze uit elkaar spatte. En de grote militaire middelen leveren in Irak en Afghanistan geen successen op. Hoe dan ook, militair overwicht is op zichzelf niet in staat de relatieve neergang af te remmen. Moderne oorlogen worden trouwens vooral economisch uitgevochten.

De neergang van de Amerikaanse invloed, vooral ten gunste van Oost-Azië, is op economisch vlak al jaren bezig. De volgende Amerikaanse president zal die trend moeilijk kunnen ombuigen. Hij kan er wel voor zorgen dat het imago van de VS in de wereld niet verder wordt gehavend, zoals onder de acht jaar van Bush is gebeurd. Want dat de rest van de wereld een zo negatieve kijk heeft op “Amerika” (de VS) is voor een heel groot deel te wijten aan Bush en compagnie.

(Uitpers, nr 103, 10de jg., november 2008)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 24 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook