Stakingen in Duitsland in openbare diensten en metaal

De “grote coalitie” van christen-democraten en sociaal-democraten in Duitsland is 100 dagen oud. Tot nog toe volgt ze een eerder voorzichtige koers. Maar toch wordt ze geconfronteerd met stakingen, ondermeer in de openbare diensten en in de metaal.

De nieuwe bondskanselier Angela Merkel (CDU) was amper geïnstalleerd, of het reisvirus kreeg haar te pakken. Dat was goed bekeken, want door meteen te scoren op de internationale scène verhoogde zij haar populariteit op het thuisfront. Ondertussen kon zij zich binnenlands afwachtender opstellen. Een neoliberale blitzkrieg zat er inderdaad niet in. De kiezer had duidelijk gemaakt dat hij niet zat te wachten op neoliberale scherpslijpers. De “grote coalitie” van de twee traditionele volkspartijen beschikt bovendien in het parlement weliswaar over een verpletterende meerderheid, maar vertegenwoordigt toch maar 53% van de kiezers. Dat is ooit anders geweest: de vorige uitgave van een grote coalitie kon nog bogen op 80% van het kiezerskorps. En op haar linkerflank tenslotte heeft de regering voor het eerst sinds lang een challenger in de vorm van de Linkspartij, mede gedragen door syndicale tussenkaders die de sociaal-democratische SPD de rug hebben toegekeerd.

De regering heeft de grote ingrepen voor zich uit geschoven. Zij hoopt dat ondertussen de Duitse economische motor eindelijk weer op gang komt. Pas volgend jaar, in 2007, staat de hervorming van de gezondheidssector op de agenda, en moet de overheidsbegroting uit de rode cijfers (dan wordt de BTW verhoogt met 2%). Met de broze economische heropleving in het achterhoofd lijken voor het lopend jaar nieuwe aanvallen op de koopkracht niet verstandig.

Müntefering

Dat wil niet zeggen dat het allemaal rozengeur en maneschijn is. Maar de meeste antisociale ingrepen zijn de uitvoering van maatregelen van de vorige regering van sociaal-democraten en groenen. Zo komt de hervorming van de langdurige werkloosheid vanaf 1 februari op toerental.

Nieuwe antisociale maatregelen zijn vooral het werk van de sociaal-democraten in de regering, meer bepaald van Minister van Arbeid Müntefering. Tot verwarring van zijn eigen partij stelde hij voor de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar vervroegd in te voeren. Omdat de hervormde werkloosheid duurder uitvalt dan verwacht wil hij 20% korten op de uitkering van langdurig werklozen jonger dan 25 jaar. Die krijgen ook geen huursubsidie meer. Ze moeten maar bij mama en papa blijven wonen. Zelfstandig gaan wonen met huursubsidie mag enkel nog mits toelating van de overheid!

Müntefering was voor hij minister werd, voorzitter van de SPD. Hij was daar als voorzitter bondskanselier Schröder opgevolgd, in de hoop dat zijn image van klassieke sociaal-democraat het ongenoegen over het neoliberale beleid (en de electorale klappen) van Schröder tot bedaren zou brengen. Toen hij op zijn beurt in botsing kwam met de achterban werd hij als voorzitter opgevolgd door de “linksere” Platzeck. Die heeft als burgemeester van Potsdam ondermeer de Filharmonie op straat gezet om het gemeentebudget in evenwicht te brengen…

De opeenvolging van “linkse” voorzitters om de partij samen te houden is symptomatisch voor de crisis van de SPD. Dat is nog een reden waarom de “grote coalitie” het voorlopig rustig aan moet doen. Eerst moet de SPD opnieuw gestabiliseerd worden.

Stakingen

De regering moet er ook rekening mee houden dat de vakbeweging zich roert. Niet dat de grote vakbondsfederatie DGB plots besloten heeft het neoliberalisme frontaal te bekampen. Integendeel, voorzitter Sommer blijft zweren bij syndicale begeleiding van de “modernisering” van het kapitalisme. Maar er hangen wel stakingen in de lucht.

Op woensdag 1 maart, precies op de dag waarop de “grote coalitie” haar 100ste dag aan de macht viert, breken de eerste stakingen uit in de metaal en in de elektrotechnische industrie. De vakbonden eisen er 5% loonsverhoging, de werkgevers willen niet verder gaan dan 1,2%. De cao’s die daar worden afgesloten zijn richtinggevend voor gans Duitsland, en zelfs daarbuiten. De eerste waarschuwingsstakingen zullen in de Zuid-Duitse deelstaat Baden-Württemberg bedrijven stilleggen zoals Daimler, Porsche en Bosch. Eind maart zouden er over gans Duitsland stakingen volgen.

Openbare diensten

De meest opvallende stakingsbeweging brak los in de openbare diensten, en is gericht tegen arbeidsduurverlenging. De gemeentebesturen willen hun ambtenaren 40 uren doen werken, in plaats van 38,5. Deze arbeidsduurverlenging is ongehoord, als men weet dat Duitsland nu al 5 miljoen werklozen telt. De arbeidsduurverlenging komt omgerekend neer op het verlies van 250.000 jobs. De werknemers zijn er niet gerust in, omdat in vele sectoren de “vaste benoeming” een sprookje is. In kinderkribben en ziekenhuizen zijn 50 tot soms 75% van de contracten van bepaalde duur. Bovendien willen de gemeentebesturen de bijkomende uren niet betalen.

De aanloop naar de staking situeert zich in februari 2005, toen een arbeidsovereenkomst werd afgesloten voor gans de openbare sector in Duitsland. Die hield ondermeer een ander verloningsbeleid in: leeftijd en gezinstoestand gaan minder spelen, “prestaties” meer. Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden vervalt. De arbeidsduur wordt voor de federale ambtenaren verlengd tot 39 uur, wat door de dienstenvakbond Ver.di min of meer officieel aanvaard werd.

Het openbaar bestuur in Duitsland is echter al zo ingewikkeld als in België. Eenmaal het raamakkoord afgesloten, moest over de toepassing ervan onderhandeld worden met de overheden van enerzijds de deelstaten, en anderzijds de gemeentebesturen. Wat er op die niveaus moest gebeuren met de arbeidsduur was in het federaal akkoord open gelaten. De gemeentebesturen namen het initiatief om de bestaande overeenkomsten op te zeggen om een verlenging van de wekelijkse arbeidsduur tot 40 uur af te dwingen. De regeringen van de deelstaten van hun kant talmden om de federale overeenkomst ook op hun ambtenaren toe te passen. De deelstaatregeringen zijn natuurlijk niet tegen de federaal afgesproken arbeidsduurverlenging tot 39 uur, maar willen andere voordelen schrappen, zoals de eindejaarspremie.

De staking wordt in de publieke opinie vooral gezien als verzet tegen de eenzijdig besliste verlenging van de arbeidsduur door de gemeentebesturen, en meer in het algemeen als protest tegen het eigengereide optreden van de overheden.

Ver.di

Het is ook een test om te zien hoe het zit met de weerbaarheid van de vakbonden. De betrokken vakbond Ver.di is ontstaan uit de fusie van de verschillende dienstenvakbonden (publiek en privé), en is de grootste vakbondscentrale ter wereld. Voorzitter Frank Bsirske heeft een eerder links en onafhankelijk imago. Hij zegt dat de staking aanhoudt tot “de werkgevers inzien dat zij die werknemers niet eenvoudigweg kunnen bevelen hoelang er gewerkt wordt”. Het gaat dus niet enkel om de inhoud, maar ook om de rol van de vakbonden. De stakingskas zou volgens Bsirske voldoende gespekt zijn om “het weken vol te houden”.

De staking wordt georganiseerd als een “flexibele staking”. Zij begon op maandag 6 februari in de deelstaat Baden-Württemberg. De eerste week staakten dagelijks 10.000 tot 30.000 werknemers van universiteitsklinieken, wegenwerken, vuilophaaldiensten en scholen. Met meer dan 95% van de stemmen werd dan beslist de staking vanaf de tweede week uit te breiden. Stakingen braken uit in tien deelstaten. Allerlei sectoren worden getroffen: vuilophaaldiensten, kinderkribben, ziekenhuizen, sociale diensten, … Onderhandelingen in de derde week leidden tot niets, zodat de stakingsbeweging nu haar vierde week ingaat.

De strijd om de publieke opinie is belangrijk, en niet gemakkelijk. Veel werknemers in de privé-sector moesten reeds arbeidsduurverlengingen slikken. In de “nieuwe bondsstaten”, het oude Oost-Duitsland, werken ambtenaren wekelijks 40 tot 42 uur. Dat dreigt het geloof in de mogelijkheid tot winnen te ondermijnen, en dus het begrip aan te tasten voor de ongemakken die de staking met zich meebrengt.

Een netwerk van linkse syndicalisten in Ver.di vraagt zich af of een “flexibele staking”, die wekelijks slechts enkele tienduizenden stakers op de been brengt, in die omstandigheden het juiste strijdmiddel is. Deze actievorm staat toe het lang vol te houden, maar haalt zelden de voorpagina’s van de kranten. Voortdurend wordt herhaald dat dit de eerste grote stakingsbeweging in de openbare diensten is sinds 1992. Toen werd echter niet “flexibel” gestaakt, maar hebben 400.000 ambtenaren in gans Duitsland 11 dagen lang gestaakt en zo de overheid op de knieën gedwongen. Het netwerk merkt ook op dat Ver.di door het aanvaarden van een arbeidsduurverlenging op federaal vlak zichzelf in de voet heeft geschoten, en vraagt zich af hoe hoog de leiding van Ver.di de lat voor zichzelf met deze staking werkelijk heeft gelegd.

(Uitpers, nr. 73, 7de jg., maart 2006)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :