Staakt-het-vuren van de ETA brengt Baskenland een stap dichter bij de vrede

De aankondiging van de Baskische afscheidingsbeweging ETA om met ingang van 24 maart de terroristische activiteiten te staken is in het Baskenland en de rest van Spanje op gematigd enthousiasme onthaald. Enerzijds wakkert het nieuws de hoop aan om binnen een redelijke termijn een vredesproces op te starten dat de vaak tegenstrijdige belangen van de betrokkenen kan verzoenen. Anderzijds is de argwaan bij bevolking en politici niet gering. Het is immers niet de eerste keer dat de ETA een bestand tekent, al is de manier waarop het ditmaal gebeurde alleszins uniek te noemen.

Voorzichtig optimisme

Het communiqué dat de ETA de wereld instuurde – overigens voor het eerst bij monde van een vrouwelijk lid van de organisatie – kwam er op een moment dat de terreurgroep aan een nieuwe bommencampagne leek te zijn begonnen. Hoewel de terroristische groepering al 3 jaar geen slachtoffers meer gemaakt had en door de keiharde aanpak van Spaanse en Franse autoriteiten danig was verzwakt, was er de laatste weken namelijk weer een opflakkering van het geweld merkbaar, voornamelijk in de vorm van – vooraf bekendgemaakte – aanslagen op bedrijven en openbare gebouwen. De video waarin de ETA te kennen gaf de wapens neer te leggen “om het democratische proces in Euskal Herria (Baskenland) een duw in de rug te geven” veroorzaakte dan ook een ongeziene schokgolf in Spanje.

In de loop der jaren heeft de ETA al een vijftal keren een wapenstilstand afgekondigd, maar toch zijn er belangrijke verschillen merkbaar. Zo is er deze keer niet sprake van een “bestand van onbepaalde duur”, maar wel van een “permanent staakt-het-vuren”, een belangrijke nuance. Of “permanent” zoveel betekent als “definitief” daar zijn de politieke analisten en linguïsten het evenwel nog niet over eens. Frappant is hierbij dat de exacte terminologie van het Iers Republikeins Leger (IRA) gebruikt werd toen die in augustus 1994 aankondigde de wapens definitief te laten zwijgen, wat vier jaar later resulteerde in het Goede Vrijdag-vredesakkoord.

Dat de boodschap er komt nu de sociaal-democraten van premier José Luis Rodríguez Zapatero de plak zwaaien in Spanje is allerminst toevallig. Zapatero verkondigde meermaals “reële verwachtingen” te koesteren omtrent het einde van het gewapende conflict dat de afgelopen 38 jaar 851 dodelijke slachtoffers gekost heeft, waarvan bijna de helft onschuldige burgers. Zapatero maakte er de afgelopen maanden geen geheim van dat zijn partij, de Partido Socialista Obrero Español (PSOE), contacten onderhield met de Baskische terreurorganisatie. De PSOE behield dan wel de harde lijn van diens voorganger, de conservatieve Partido Popular (PP) van ex-premier José María Aznar, met betrekking tot de politieke en propaganda-activiteiten van de ETA, de nieuwe politieke wind liet ongetwijfeld meer ruimte voor dialoog. De traditionele Madrileense navelstaarderij van weleer werd gedeeltelijk ingeruild voor een klimaat waarin ook de specifieke belangen van de Spaanse perifirie besproken kunnen worden; het Catalaanse voorbeeld indachtig is nu ook in Euskadi (Baskenland) de tijd rijp om het kluwen van de invulling van de lokale autonomie te ontrafelen.

Ten slotte hebben ook de aanslagen op Madrid van 2003 wellicht een rol gespeeld bij de huidige gang van zaken, al is die invloed iets subtieler en komt het dan ook veel minder ter sprake in de politieke debatten die de Spaanse televisiekanalen dezer dagen overspoelen: de aanslagen waren dan wel het werk van islamitische extremisten, het bloedbad veroorzaakte een absolute degout voor geweld in de Spaanse samenleving zodat ook de Baskische terreur ontdaan werd van zijn vermeende romantisch-revolutionaire aura. De tijd dat sommigen de ETA zagen als een dappere David die streed tegen de Goliath van het fascisme (dictatuur van Franco) en daarna tegen het verstikkende Spaanse centralisme (vanaf de invoering van de democratie in 1977), met de talrijke onschuldige slachtoffers als collateral damage, is voorgoed voorbij.

Baskisch routeplan

Tussen de wirwar van vragen die het communiqué oproept is er een die de bovenhand haalt: wat nu? Het bericht luidt niet alleen het mogelijke einde in van het ETA-geweld, het is bovenal het startpunt voor een lang vredesproces dat zich erg moeilijk en moeizaam aankondigt. De verstandhouding tussen de twee grootste nationale politieke formaties, de regeringspartij PSOE en de voornaamste oppositiepartij PP, is daarbij fundamenteel. De PP heeft nog steeds ontzaglijk veel macht, niet het minst in de vorm van media-invloeden, en kan stevig roet in het eten gooien als het niet actief betrokken wordt bij de onderhandelingen.

De leider van de oppositiepartij, Mariano Rajoy, heeft alvast laten weten dat zijn partij actief zal meewerken aan de vrede in Euskadi, zolang het bestand van de ETA geen “politieke prijs” impliceert. De PP is als de dood voor het uiteenvallen van het Grote Spaanse Rijk, of het nu via geweld gebeurt of via democratische weg ( b.v. referendum). 

Naast de twee hoofdrolspelers op nationaal niveau is uiteraard ook de inbreng van de Baskische politieke (en economische) machthebbers cruciaal. Zapatero zal erin moeten slagen om zowel de gematigde Baskische nationalisten (de PNV van Baskisch president Ibarretxe) als de radikale belangengroepen (abertzales) tevreden te stellen, en ook dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Heel wat Basken kunnen het immers best vinden met de politieke agenda van de ETA, al verwerpen zij de bijpassende gewelddaden.

De Spaanse premier heeft alvast een routeplan opgesteld, een recept (naar het voorbeeld van het Israëlisch-Palestijnse conflict) om de collectieve politieke inspanningen geleidelijk te laten kristalliseren in een definitieve en vreedzame oplossing van de Baskische kwestie. De drie premissen die Zapatero daarbij hanteert zijn: discreet te werk gaan, vertrouwen creëren en niet op de zaken vooruit lopen. Enkele heikele thema’s die de onderhandelingen zwaar op de proef zouden kunnen stellen behelzen o.m. het buiten de wet gestelde Batasuna (de politieke vleugel van de ETA), de situatie van de ETA-gevangenen en de vereiste ontwapening van de terreurgroep. Ook moet worden afgewacht of de verhoopte ontbinding van de ETA ook gepaard zal gaan met het einde van de afpersing van bedrijfsleiders (de zogenaamde “revolutionaire belastingen” die ondernemingen dienden te betalen indien zij in Euskadi actief wilden zijn), het vandalisme, de straatrellen (kale borroka), de bedreiging van intellectuelen en artiesten, enzovoort.  

Noord-Ierland heeft er uiteindelijk 7 jaar over gedaan om het staakt-het-vuren van het IRA om te zetten in een solide vredesverdrag. In Spanje zou het proces minstens even lang kunnen duren, maar zowat iedereen is zich ervan bewust dat het hier om een niet te missen kans gaat. De Spaanse topjournalist Iñaki Gabilondo verwoordde het misschien wel het treffendst, nauwelijks enkele uren na het communiqué van de ETA: “de pessimisten hebben vaak ongelijk, en meestal gaat het hen heel wat slechter”.

(Uitpers, nr. 74, 7de jg., april 2006)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 82 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook