Sputnik als infobaken in Turkije

Sputnik International wordt door westerse overheden en media bestempeld als een Russisch propagandamiddel dat grove leugens de wereld instuurt. Desalniettemin is diezelfde Sputnik in zijn Turkse versie – website en radio – een populaire bron van informatie voor steeds meer Turken die willen weten wat er in hun eigen land en in de wereld gebeurt. De reden daarvoor: Sputnik brengt nieuws dat niet te vinden is in de Turkse media, die zijn immers stevig in handen van gezagsgezinde uitgevers en gemuilband.
Sputnik heeft alvast enkele honderdduizenden Turkse luisteraars en lezers die hier meer hun gading vinden. Ze kunnen bij voorbeeld uittreksels lezen uit een interview met de gevangen Turks-Koerdische leider Selahattin Demirtas. Of  beschuldigingen tegen de Turkse justitie die processen fabriceert. Tussendoor benadrukt Sputnik uiteraard dat Turkije alle belang heeft bij nauwe banden  met Moskou.
Sputnik Turkije ging eind 2014 van start. Toen de Turkse luchtmacht een jaar later een Russisch toestel neerhaalde, begon Sputnik nieuws te verspreiden over oliesmokkel van de IS-gebieden naar Turkije waar ook familieleden van president Erdogan bij betrokken waren. Erdogan legde Sputnik een tijd het zwijgen op, tot hij later in 2016 met de Russische president Poetin akkoorden begon te sluiten over pijpleidingen, Syrië en andere. Sputnik kwam weer op het net en nam bekende Turkse journalisten in dienst. Intussen wakkert Sputnik het wantrouwen van zijn Turkse luisteraars en lezers tegen VS en Navo aan.  Het percentage Turken dat volgens peilingen Rusland als een  bedreiging ziet, is sinds 2016 gedaald van 35 naar 12 %.
Geen wonder dat iemand als de Franse president Macron in Russische media als Sputnik en de zender RT gevaarlijke propagandamiddelen ziet. In Frankrijk is RT populair bij o.a. de gilets jaunes gewoon omdat die zender er veel aandacht aan besteedt en  gele hesjes aan het woord laat. Dat Sputnik in Turkije als een baken van persvrijheid wordt gezien, zegt veel over de Turkse media, merkt The Economist (vanwaar deze info komt) op. Misschien geldt dat in (veel) mindere mate ook elders, zoals in Frankrijk?