Spannende tijden voor het middenveld

Middenveld tussen aanval en verdediging’ is een zeer inspirerende publicatie en zeker niet alleen voor onderzoekers, maar ook voor een breed publiek. Bovendien komt deze publicatie op een uitgelezen moment: ik hoop dat de beleidsmensen in de nieuwe federale regering dit boek zullen lezen en – vooral – de belangrijke gemeenschapsvormende en politiserende rol die een dynamisch middenveld kan vervullen, zullen weten te appreciëren en – meer nog – open te staan voor hun standpunten bij het opstellen van hun beleid. Het zijn spannende tijden voor het middenveld.

Tussen aanval en verdediging

De titel van deze uitstekende wetenschappelijke reader ‘Middenveld tussen aanval en verdediging’ moet gelezen worden als een voetbalmetafoor, maar dan geformuleerd door een team van Vlaamse sociologen die in het kader van een  vierjarig onderzoeksproject van het Civil Society Innovation Flanders project (CSI Flanders)  onlangs een uitvoerig rapport neerlegden over de stand van het maatschappelijk middenveld in Nederlandstalig België. (1) Het is het werk van sociologen van de Leuvense, Antwerpse en Gentse universiteiten. Stijn Oosterlynck, Filip De Rynck, Lode Vermeersch, Bram Verschuere, Bart Verhaeghe, Miet Lamberts, Pieter Cools, Tess Hitchins, Fatima Laoukili, Raf Pauly, Ben Suykens, Lise Szekér en Ruud Wouters leverden een bijdrage rond vragen als ‘Mogen en durven middenveldorganisaties nog aan politiek doen? Hoe betrekken ze vrijwilligersen sympathisanten bij hun werking? Weerspiegelen middenveldorganisaties de diversiteitin de samenleving? Hoe gaan middenveldorganisaties om met ‘vermarkting’? Welke rol kan de Vlaamse overheid, maar  kunnen ook de lokale overheden spelen voor het Vlaamse en lokale middenveld? In acht hoofdstukken, die ingekaderd worden in een stevige inleiding waarin het begrippenkader wordt aangegeven en uitgeleid door een ambitieuze agenda voor de toekomst, wordt op al die vragen ingegaan.

Middenveld in beweging

Het middenveld is volgens de auteurs het veld tussen staat, markt en gemeenschap dat voortdurend in beweging is. Het behelst een eigen perspectief op maatschappelijke verandering en een eigen manier van werken en organiseren. Het middenveld kenmerkt zich door de collectieve actie van een groep burgers die zich organiseert rond gedeelde belangen, een gedeelde identiteit en een gedeelde maatschappelijke missie.

Het boek gaat voornamelijk over dat middenveld dat voortdurend in beweging is tussen staat, markt en gemeenschap en dat in reactie op maatschappelijke en interne uitdagingen.  In dat opzicht is de titel goed gekozen: het is de auteurs er immers om te doen na te gaan hoe de burger zich organiseert in het veld tussenin en hoe de organisaties die daaruit resulteren vanuit eigen inzichten en sterktes verhoudingen aangaan met overheden, marktactoren en gemeenschappen van burgers. Aanval en verdedigingen zijn dan misschien wat offensief geformuleerd, aldus de auteurs, maar ze bedoelen daarmee hoe burgerorganisaties op het ene terrein de vlucht vooruit nemen en hun visie en aanpak ontplooien op terreinen waar ze voorheen niet actief waren en op andere terreinen dan weer geconfronteerd worden met de vlucht vooruit van overheden, marktactoren en burgers die zich in nieuwsoortige verbanden organiseren. Dit onderzoek leverde voorbeelden bij de vleet op: energiecoöperaties en lokale burgerinitiatieven rond vluchtelingenwerk voor een middenveld ‘in de aanval’. Etnisch-culturele zelforganisaties, opbouw- en straathoekwerk en de integratiesector als terreinen waarop de overheid zich forser manifesteert en de speelruimte beperkt.

Drie sectoren elf segmenten

Op basis van de hierboven beschreven kenmerken onderscheiden ze in het Vlaamse middenveld drie sectoren en elf segmenten. In de eerste sector ‘Welzijn’ plaatsen ze als segmenten welzijnsinstellingen (‘bv. CAW, Tele-Onthaal en Samenlevingsopbouw)  en welzijnsverenigingen (bv Verenigingen waar armen het woord nemen en Sociale Kruideniers). In de tweede sector ‘Sociale Economie’ onderscheiden ze als segmenten ‘Sociale economie’ maatwerkbedrijven (bv. Kringwinkels, sociale werkplaatsen en beschutte werkplaatsen), ‘werk, beroep, economie’  met vakbonden, beroeps- en wekgeversverenigingen en serviceclubs (bv. Confederatie bouw, Vlaamse auteursvereniging, ACOD). Als derde segment ‘Gezondheid, ziekte en handicap’ met patiëntenverenigingen en verenigingen actief rond bredere gezondheidsthema’s ( bv. Christelijke Mutualiteit, Sensoa, Holebifoon, Centrum ter preventie van zelfdoding en Similes). Als vierde segment ‘Nieuwe sociale bewegingen’ met bewegingen die actief zijn rond actuele maatschappelijke thema’s zoals milieu, mobiliteit, vrede, Noord-Zuid, vluchtelingen… (Fairtrade Belgium, Oxfam-Solidariteit, Bond Beter Leefmilieu, Fietsersbond). In het vierde segment ‘Politieke organisaties’ zitten bewegingen die politieke actie voeren en politieke posities innemen ( bv. Liga voor de Mensenrechten, Vlaamse Volksbeweging, Beweging-net). In de sociaal-culturele of derde sector onderscheiden ze als segment ‘Volwassenwerk’ met sociaal-culturele organisaties voor volwassenen die zich richten op specifieke groepen of rond specifieke thema’s werken (bv. seniorenorganisaties, vrouwenverenigingen, holebiverenigingen, culturele fondsen, amateurkunstenfederaties, vormingsinstellingen, vormingplus-centra). Als tweede segment ‘Jeugdwerk’ onderscheiden ze sociaal-culturele organisaties die groepsgericht werken voor/door kinderen en jongeren van 3 tot 30 jaar (bv. jeugdbewegingen, koepel van jeugdhuizen, particuliere speelpleinwerkingen). Dan zijn er nog de etnisch-culturele federaties voor bepaalde groepen van etnisch-culturele minderheden (bv. Federatie van Mondiale Democratische Organisaties (FMDO) en de Federatie Wereldvrouwen. Als vierde en laatste segment onderscheiden ze religieuze organisaties die actief zijn rond religie, zingeving en levensbeschouwing (bv. Kerknet, de Boeddhistische Unie van België en de Federatie Vrijzinnige Centra).

Wie hoort er (niet) bij?

Dat is een hele mond vol, want, inderdaad, het aantal middenveldorganisaties in de Vlaamse regio is niet gering. Een nauwkeurig totaalbeeld kunnen de samenstellers niet geven – ze spreken over een 2500 middenveldorganisaties – maar alleen al voor de 14 gemeenten die zij van nabij onderzochten kwamen ze toch al aan het niet onaardige getal van 1757 lokale middenveldorganisaties.

Alles hangt natuurlijk af van welke organisaties je erbij neemt en welke niet en daar is discussie rond mogelijk. Neem nu de sector ‘sociale economie’ met  daarin het segment ‘sociale economie’ waarin zij alleen maatwerkbedrijven opnemen. Dat is de beperkte invulling van het begrip zoals het in Vlaanderen vaak begrepen wordt, maar in het nieuwe wetboek van vennootschappen en ondernemingen wordt er uitdrukkelijk plaats uitgetrokken voor de nieuwe coöperatieve vennootschappen die door de Nationale Raad voor Coöperaties (NRC) erkend worden als ‘sociale onderneming’ en die opereren volgens de principes van de Internationale Coöperatieve Alliantie (ICA). Dan zijn er intussen meer dan 500 waarvan de meeste gegroepeerd zijn in een koepel die ‘Coopkracht’ heet. Behoren zij ook niet tot dat nieuwe middenveld? 

En wat dan gezegd van die vele burgerinitiatieven die de laatste tijd overal opduiken, voornamelijk dan in stedelijke milieus, maken zij ook geen deel uit van dat nieuwe middenveld? De auteurs vinden dat de term ‘burgerinitiatief’ niet goed bruikbaar is voor onderzoek en debat en daarom hebben ze hem niet opgenomen in hun indeling. Deze benadering is voor discussie vatbaar want daardoor verdwijnen burgerbewegingen zoals bijvoorbeeld Hart boven Hart, Ringland, Straten-Generaal, Ademloos, Extinction Rebellion  en zovele commonsgerichte burgerinitiatieven waar een grote dynamiek van uit gaat onder tafel. Deze poging tot classificatie van het middenveld is zeker nuttig maar is, zoals elke classificatie vatbaar voor discussie. Vaak gaat de meeste dynamiek uit van nieuwe spelers die zich van onderuit beginnen te roeren en die ook een plaats komen innemen in een nieuw segment van dat middenveld.

‘Middenveld tussen aanval en verdediging’ is een zeer inspirerende publicatie en zeker niet alleen voor onderzoekers, maar ook voor een breed publiek. Bovendien komt deze publicatie op een uitgelezen moment: ik hoop dat de beleidsmensen in de nieuwe federale regering dit boek zullen lezen en – vooral – de belangrijke gemeenschapsvormende en politiserende rol die een dynamisch middenveld kan vervullen, zullen weten te appreciëren en – meer nog – open te staan voor hun standpunten bij het opstellen van hun beleid.

Het zijn spannende tijden voor het middenveld.

(1)CSI Flanders wil de uitdagingen voor het Vlaamse middenveld in kaart brengen, op zoek gaan naar vernieuwende praktijken van dienstverlening en politiek werk in het middenveld en beoordelen of deze praktijken een antwoord bieden op de gestelde uitdagingen.

Middenveld tussen aanval en verdediging
Stijn Oosterlynck, Lode Vermeersch, Bram Verschuere, Filip De Rynck, Miet Lamberts en Bart Verhaeghe
LannooCampus, Leuven
2020
134 blz.
ISBN 9789401469869
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).